Welvaart.

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
H20:Voorraadwaardering
Advertisements

H 11: Winstverdeling en (stock)- cashdividend
Voorraadwaardering Technische en economische voorraad FIFO methode
Rekenwerk Alle mogelijkheden die je tegenkomt.
Nationale rekening DEEL 1 Productie meten.
Opdracht Gerealiseerde omzet 125%
Belastingstelsel Box 1 Het schijventarief.
Oerproducent (bijv. de veehouder)
Proef- en de saldibalans
Opdracht: ‘Tel uit je winst’
Klaas koopt een bank voor in de winkel, waarop mensen kunnen zitten
OVERHEID. Vrije markteconomen klassieken: Vrije markteconomen: De prijs zorgt ervoor dat alle markten ruimen: al het aanbod wordt verkocht. Zij kijken.
Boxenstelsel.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
De kolommenbalans De kolommenbalans bestaat uit: de proefbalans
Balans Textra Gebouwen€ Eigen vermogen€ Inventaris€ Lening€ Machine€ % Hypothecaire lening€ Bedrijfsauto€
Omzet.
Vorige les: wat is een rechtvaardige inkomensverdeling?
Verkoopresultaat Niveau 3 Kerntaak 5 Blz. 63.
Welvaartsverlies Pareto-efficiëntie.
Welvaart Hoofdstuk 4.
In het jaar 2007 kon je dit kopen voor €100: In het jaar 2012 kon je dit kopen voor €100: Koopkracht = Het geld wordt minder waard.
Economie H3b 26 maart  Bespreken SO  Vragen over stof?  Laatste kans op vakhulp.
Lesplanning Binnenkomst
Balans Een overzicht van je bezittingen en schulden op een bepaald moment. Een balans op zich hoeft niet veel te zeggen; morgen kan de balans er heel anders.
Herhaling Examenstof M&O
Inkomen verdienen.
Grootverdiener zwaarder belast
Welvaart Hoofdstuk 4.
Management & Organisatie Lesbrief: Welvaart VWO 4 Les 11 – Indexcijfers deel 2 Datum: 23 september 2010 Docent: Henk Douna.
Welvaart Hoofdstuk 2.
Een overzicht van de mogelijkheden
Agenda  Lessen (6)  tot  hs 30
Inflatie oftewel stijging van het algemeen prijspeil
Goedemiddag H3b.
Goedemiddag H3b.
Goedemorgen H3b.
Inkomen les 20 Begrippen & opgave 100 t/m Begrippen Collectieve lasten Geheel van belastingen en sociale premies.
Inkomen les 19 Begrippen & 92 t/m 99
Inkomen les t/m Begrippen Welvaart de mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien.
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
HAVO 4: Jong & Oud Hoofdstuk 2: De jeugd
Hoofdstuk 5: Het huishouden
Havo 4: De arbeidsmarkt Hoofdstuk 4: Loonvorming in de praktijk
Afschrijving aanschafprijs : levensduur kapitaalgoedlevensduuraanschafprijsjaarlijkse afschrijvingen oven8 jaar € 8000 A ijskast6 jaar B € 300 frituur.
Wat moet je leren: Heel hoofdstuk 3, behalve paragraaf 5
Economische kringloop
Uitleg Russisch delen.
Investeringen Klik om verder te gaan. Hoe gebruik je deze uitleg? Je kunt in deze presentatie ‘bladeren’ door de pijltjestoetsen te gebruiken. Vooruit.
Gelijkwaardige formules
Herhaling Hoofdstuk 1.
Exploitatiebegroting Deel 2
Inkomen verdienen.
H.5 Winst en toegevoegde waarde
Indexcijfers Vaak moet je een reeks getallen (bijvoorbeeld de omzet van een bedrijf in de periode 2002 t/m 2005) met elkaar vergelijken.
Aantekeningen Hoofdstuk 1
Basisboek Marketing Hoofdstuk 10 Inkomenselasticiteit.
Aantekeningen hoofdstuk 2. Arbeidsovereenkomst 4.3 Wat moet je doen? Om in Nederland aan het werk te mogen is het verplicht om een arbeidsovereenkomst.
Economische crisis Samenvatting. Hoofdstuk 1: kredietcrisis Huizen: – Om in te wonen (hypotheek – langdurige lening met onroerend goed als onderpand;
Samenvatting Lesbrief Werk & Werkloosheid Hoofdstukken 1-3.
Lesbrief Verdienen en Uitgeven
Vraag en Aanbod van financiële middelen & nominale en reële rente
3.1 PRODUCTIE.
Welkom Havo 5..
Welkom Havo 5..
Indexcijfers Vaak moet je een reeks getallen (bijvoorbeeld de omzet van een bedrijf in de periode 2002 t/m 2005) met elkaar vergelijken.
Welkom Havo 5..
Indexcijfers Vaak moet je een reeks getallen (bijvoorbeeld de omzet van een bedrijf in de periode 2008 t/m 2011) met elkaar vergelijken.
Economische kringloop
Inflatie en koopkracht
Transcript van de presentatie:

Welvaart

schaarste Economie gaat over schaarste: alles waar vraag naar is en wat geproduceerd kan en moet worden om het te krijgen noemen we schaars.

Produceren Produceren: het toevoegen van waarde. Bruto toegevoegde waarde: Omzet – inkoopwaarde Netto Toegevoegde waarde: Bruto toegevoegde waarde - afschrijvingen

Productiefactoren Om te produceren zet je productiefactoren in: Beloning Kapitaal Huur/rente Arbeid Loon Natuur Pacht Ondernemerschap Winst

TW = beloningen

consumeren Kopen van goederen of diensten

Micro-economie: bestudeert de economie op individueel niveau: bedrijven/consumenten Meso-economie: bestudeert de economie op bedrijfstak niveau. Macro-economie: gaat over landen/continenten/wereld

H3 WELVAART Welvaart (in ruime zin) De mate waarin mensen in hun behoefte kunnen voorzien met schaarse goederen en diensten Welvaart in enge zin: Reëel inkomen per hoofd

BALANS Debet Credit Gebouwen 1330 inventaris 320 Voorraden 310 debiteuren 240 bank 280 kas 20 2.500 Aandelen 1000 Reserves 700 Hyp. lening 400 Crediteuren 280 nog te betalen bedragen 120 2500

Resultatenrekening DEBET Credit Inkoopkosten1.000.000 Afschrijving 50.000 Loonkosten 50.000 Rentekosten 20.000 Winst 130.000 Omzet 1.250.000 1.250.000

WELVAART IN ENGE ZIN HOUDT GEEN REKENINGEN MET: INFORMELE ECONOMIE VERSCHIL IN BEHOEFTEN EXTERNE EFFECTEN

EXTERNE EFFECTEN: Effecten op anderen dan de consument of producent (bv geluidsoverlast)

INDEXCIJFER: Een indexcijfer is dus een verhoudingsgetal waarmee de grootte van een bepaald verschijnsel wordt uitgedrukt ten opzichte van datzelfde verschijnsel in een andere periode.  De periode waarmee we alle andere periodes vergelijken noemen we het basisjaar. Dit basisjaar krijgt het indexcijfer 100 (wordt op 100% gesteld).

Reëel inkomen: geeft weer hoeveel je kan kopen van je inkomen Reëel inkomen: geeft weer hoeveel je kan kopen van je inkomen. (Je deelt het inkomen dus door de prijs). Meestal gebruiken we hiervoor indexcijfers en geen echte bedragen: Reëel indexcijfer = Nominaal indexcijfer x 100 Prijsindexcijfer

We bereken de indexcijfers voor alle periodes als volgt: Getal in een jaar a x 100 Getal in basisjaar

OEFENEN INDEXCIJFER REEEL INKOMEN JAAR INKOMEN PIC 1995 30.400 100 2003 34.350 108 2010 37.300 121 a. Bereken indexcijfer inkomen (1995 = 100) b. Bereken reëel indexcijfer inkomen (1995 = 100) c. Bereken reëel indexcijfer inkomen (2003 = 100)

OEFENEN INDEXCIJFER REEEL JAAR INKOMEN NIC ‘95= 100 PIC ‘95= 100 RIC ‘03= 100 ‘03= 1995 30.400 89 93 95,7 2003 34.350 113 108 105 2010 37.300 123 121 101,7 109 112 97,3 a. Bereken indexcijfer inkomen (1995 = 100) b. Bereken reëel indexcijfer inkomen (1995 = 100) c. Bereken reëel indexcijfer inkomen (2003 = 100)

Internationale welvaartsvergelijking LEVENS-VERWACHTING ALFABETISERINGSGRAAD REEEL BBP PER HOOFD $ ppp NOORWEGEN 80,5 99,9 53.433 NEDERLAND 79,8 38.694 NIGER 50,8 28,7 627

Reëel bbp per hoofd Netherlands 38,694 Belgium 34,935 Germany 34,401 Saudi Arabia 22,935 China 5,383 Côte d'Ivoire 1,69

H4 Collectieve sector

Omvang collectieve sector

Indeling uitgaven overheid

Soorten goederen Collectieve goederen: Goederen waar je mensen niet van kan uitsluiten (dijken, defensie, rechtspraak) Quasi-Collectieve goederen: Individuele goederen die door de overheid worden gemaakt. Individuele goederen: Je kan aanwijzen wie er hoeveel gebruik van maakt en je kan mensen ervan uitsluiten

Sociale zekerheid

Kosten sociale zekerheid

Uitkeringen: soorten

Voor en nadelen uitkeringen Voordelen Armoedebestrijding Stabilisatie Nadelen Hoge lasten/wig Concurrentiepositie komt in gevaar armoedeval

Belastingen box 1 Stap 1: Bereken belastbaar inkomen: Bruto inkomen Aftrekposten – Bijtellingen + Belastbaar inkomen

Aftrekposten Arbeidsgerelateerde kosten: de reiskosten woon-werkverkeer. hypotheekrenteaftrek. Buitengewone lasten: bijvoorbeeld hoge ziektekosten, studiekosten, kinderopvang. Giften.

bijtellingen -Eigenwoning forfait -Lease-auto

eerste schijf tweede schijf derde schijf vierde schijf € 0 tot en met € 6.800 € 6.801 tot en met € 21.800 € 21.801 tot en met € 48.100 meer dan € 48.100 35,7% 37,05% 50% 60% Belastbaar bedrag   €    30.000,-     schijf 1                            6.800,-    x   35,7%   =  2.427,60                           over  €    23.200,-     schijf 2                          15.000,-    x   37,05% =  5.557,50                           over  €      8.200,-     schijf 3                            8.200,-    x   50%      =  4.100,-- +                           over               0           belasting:  12.085,10  

Aan het eind mag je de heffingskorting ervan afhalen: 12.085 – 2.500 =

Belasting

BOX 3 30 procent van een fictief rendement van 4% oftewel 1,2 procent na aftrek van de vrijstelling

Lorenzcurve

opgave Teken op het ruitjesblad (in 1 grafiek) de beide Lorenz-curven. MENSEN PRIMAIR INKOMEN SECUNDAIR INKOMEN 20% 20% 20% 20% 20% 6% 9% 20% 25% 40% 10% 15% 25% 20% 30%       Teken op het ruitjesblad (in 1 grafiek) de beide Lorenz-curven. 2      Leg uit waarom het verschil tussen de primaire inkomensverdeling en de secundaire inkomensverdeling in Nederland groter is dan in de VS. 3      Leg uit op welke wijze het Nederlandse belastingstelsel een nivellerende werking heeft.

uitkomst