De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Leerthema 3 Agressie. Doelen. Aan het einde van het thema: Kennis en begrip van de verschillende vormen van gezonde agressie. Frustratie versus proactief.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Leerthema 3 Agressie. Doelen. Aan het einde van het thema: Kennis en begrip van de verschillende vormen van gezonde agressie. Frustratie versus proactief."— Transcript van de presentatie:

1 Leerthema 3 Agressie

2 Doelen. Aan het einde van het thema: Kennis en begrip van de verschillende vormen van gezonde agressie. Frustratie versus proactief. Vanuit verschillende modellen agressief gedrag beschrijven, vanuit SIP, zelfcontrole en informatieverwerking. Is bekend met verschillende interventies op sociaal cognitief gebied en gedragsniveau, waaronder de Check in Check out. Verschillende strategieën te beschrijven en toe te passen in de omgang met agressieve en boze kinderen. Een handeling gericht plan schrijven voor kinderen met milde agressie problematiek of andere licht verstorende gedragingen.

3 1.Plannen voor sommigen 2. Typen agressie 3. DSM, ODD en CD 4. Modellen 5. Interventies, CiCo 6. Strategieën 7. Huiswerk Leerthema 3

4 Plannen voor sommigen Voor kinderen die risico lopen problemen te ontwikkelen. Preventief: risicofactoren minimaliseren. Minimale inzet en tijd. Clusteren van kinderen. Voor internaliserende en externaliserende problematiek.

5 Preventieniveau 2Preventieniveau 3 DuurKortLang FrequentiePieken en dalenChronisch IntensiteitLaag, soms escalatieVeel escalatie SituatieVaak 1 situatieMeerdere situaties StapelingBeperkt zich tot 1 gedragStapeling GevolgenBeperktMeerdere mensen lijden PrognoseLichte ondersteuningIntensieve ondersteuning

6 Typen agressie

7 ReactiefProactief -Impulsief en affectief -In reactie op……… -Emotionele disregulatie, frustratie en irritatie. -Agressie is een reactie op een situatie -Relatief veel depressie en angsten (in vergelijking met niet agressieve kinderen) -Ervaren agressie als negatief -Gecontroleerd en instrumenteel -Je zin willen krijgen…….. -Koelbloedig -Agressie is een doel om iets te krijgen -Kennen weinig angsten -Ervaren agressie als iets positiefs

8 ReactiefProactief -Vaak een geschiedenis van gepest worden en fysieke mishandeling. -Veel activiteit van het zenuwstelsel. -Gerelateerd aan vijandige intentietoekenning, afwijzing door leeftijdgenoten, een moeilijke ouder-kind relatie en negatieve levenservaringen op jonge leeftijd. -Zelfspraak: ze moeten altijd mij hebben, lukt me toch niet, als ik niet mee mag doen, zorg ik dat zij het ook niet leuk hebben. -Vaak al op jonge leeftijd en grote kans op anti sociale persoonlijkheidsstoornis. -Weinig activiteit van het zenuwstelsel. -Wordt in verband gebracht met leiderschap en dominantie. -Zelfspraak: ik wil winnen, als ik wil, kan ik makkelijk vrienden maken, ik mag er best wezen.

9 Ervaring met agressie 1.Bedenk twee praktijksituaties waarin reactieve dan wel proactieve agressieve agressie voorkwam. Bespreek de twee praktijksituaties in tweetallen

10 Omgaan met agressie: Vb. vader boos laag advies vervolgonderwijs

11 Reactieve agressie Valkuil: vanuit je normen gedrag opleggen en hiermee frustratie oproepen. Niet persoonlijk Begrip LSD Oplossing zoeken Strategie: Bamboe

12 Proactieve agressie Strategie: beton Valkuil: tegenagressie, dreigen Wel persoonlijk Geef grenzen aan. Benoem gedrag concreet Ik-boodschap Stop Afspraak Stilte

13 Rollenspel

14 Normale ontwikkeling leeftijd vs. aantal incidenten

15 Algemeen 1 -Agressie stabiel in persoon, maar ook over generaties. -Agressieve kinderen zelf last van hun gedrag (suicidepogingen) -Gamen en televisie gecorreleerd aan agressie. -Praateconomie.

16 Algemeen 2 -Agressie bij kinderen roept veel afwijzing op. Vicieuze cirkel. -Kwaliteit van het gezin (affectie en controle). -Lage intelligentie, grote impulsiviteit en prikkelbaarheid. -Normale ontwikkeling.

17 Gedragsstoornis of gedragsprobleem Stoornis: - Gelijkmatige, vrij ongedifferentieerde blik op de wereld. - Manifesteert zich vroeg. Probleem: - Gedifferentieerd - Vaak later - Vaak omgevingsgestuurd

18 DSM -Diagnostisch Handboek voor Psychische aandoeningen -Gids om te categoriseren -Doel is spraaktaal tussen psychiaters -Vergelijken door ondubbelzinnige definities -Impliceert de beperkingen in het dagelijkse leven

19 Ontwikkelingsstoornissen in de DSM-IV 1.Zwakkzinnigheid 2.Leerstoornissen (waaronder dyslexie en dyscalculie) 3.Motorische spraakstoornissen 4.Communicatiestoornissen (waaronder stotteren) 5.Pervasieve ontwikkelingsstoornissen 6.Aandachtstekort-en gedragsstoornissen 7.Eetstoornissen in de kinderleeftijd 8.Ticstoornissen 9.Stoornissen met ontlasting 10.Andere stoornissen in de kinderleeftijd of adolescentie

20 Diagnose ODD Minimaal zes maanden, Negatief, agressief en opstandig gedrag Vier van de acht criteria: 1. Heeft vaak driftbuien 2. Spreekt volwassenen tegen 3. Weigert vaak aan verzoeken of regels van volwassenen te voldoen 4. Irriteert vaak met opzet andere mensen 5. Legt de schuld van fouten en ongepast gedrag vaak bij anderen 6. Is vaak lichtgeraakt of snel geïrriteerd door anderen 7. Vaak kwaad of verongelijkt 8. Vaak haatdragend of wraakzuchtig

21 Diagnose ODD 1.Vaker dan normaal 2.Duidelijk lijden in de sociale omgeving Co-morbiditeit: ADHD, zwakzinnigheid Prevalentie: 1-3%, jongens en meisjes hetzelfde Prognose: kans op antisociale persoonlijkheidsstoornis -Leeftijd van belang!! -Mate van agressie -ADHD -Lage activatie autonoom zenuwstel -(Verbale) zwakbegaafdheid

22 Conduct Disorder of Antisociale Gedragsstoornis Minimaal 1 jaar Agressief, delinquent niet acceptabel gedrag Drie van de volgende 15 criteria Agressie gericht op mensen of dieren 1. Begint vaak vechtpartijen 2. Heeft een wapen gebruikt om letsel toe te dienen 3. Heeft mensen mishandeld 4. Heeft dieren mishandeld 5. In direct contact gestolen 6. Heeft iemand tot seksueel contact gedwongen.

23 Antisociale gedragsstoornis Ernstige overtreding van regels 1. Komt ´s avonds later thuis dan door ouders is toegestaan (voor 13) 2. Is ´s nacht minimaal tweemaal weggebleven van het woonadres (of eenmaal langdurig) 3. Spijbelt vaak (voor 13) Vernieling van eigendommen 1. Opzettelijke brandstichting 2. Vernieling van eigendommen Bedriegen of diefstal 1. Heeft ingebroken in de woning of auto van anderen 2. Liegt vaak om voorwerpen of diensten te verkrijgen of om verplichtingen te ontlopen (doelbewust misleiden) 3. Heeft voorwerpen van waarde gestolen

24 Antisociale Gedragsstoornis Wat kun je doen in de klas? -Band opbouwen, helpen bij zelfreflectie -Veel complimenten geven -Gedragskaart -Straf ‘mild’ maar stel absoluut een grens die consequent wordt bewaakt -Time-out, afreageerplek -Heen-en-weer schrift -Zeg eerst waarom en daarna wat het kind moet doen Prevalentie: 2-6 % Gender: verhouding jongens, meisjes is 4 op 1 Co-morbiditeit: ADHD, reactieve hechtingsstoornis, ASS Vaak: problemen thuis, lagere intelligentie

25 Differentiaal diagnostiek 1 CD versus ODD Beiden: Moeite impulscontrole en controle emoties. ODD - Ook wel milde variant van CD - Hebben minder gebrekkige sociale vaardigheden - Hebben minder cognitieve beperkingen - Zijn minder gewelddadig - Zijn minder crimineel - Meer respect voor de gevoelens en rechten van anderen

26 Differentiaal diagnostiek 2 ODD versus ADHD Beiden: Moeite zich te beheersen en moeilijk aanpassen veranderende omgeving. ODD - Vaker woede-uitbarstingen - Vloeken vaker - Piek rond 8 en neemt daarna af, terwijl hyperactiviteit eerder begint en later eindigt

27 Differentiaal diagnostiek 3 CD versus ADHD Beiden: Moeite impulscontrole. CD - Agressie - Vaker uit slecht functionerende gezinnen - Vaker een vader met een antisociale persoonlijkheidsstoornis ADHD - Bewegen meer - Beginnen jonger met symptomen - Vaker ouders met ADHD

28 Beschrijven agressie Sociale informatieverwerking Zelfcontrole Sociale cognitie Meerdere mindere

29 Sociale-informatieverwerkingstheorie Tijdens de gymles komt er een bal voor Tim´s voeten. Als hij hem op wil rapen zegt de juf: `niet doen’. ‘Trut’ schreeuwt Tim en hij loopt boos weg.

30 Maar…… De juf zei niet doen tegen Mark, die de bal voor Tims voeten weg wil graaien. Sociale informatieverwerkingsprocessen SIP

31 Data base 1. Geheugen 2. Regels 3. Schema´s 4. Kennis 4. Evalueren en selecteren van de optimale respons 5. Uitvoeren gekozen oplossing 6. Evalueren van uitvoering 1. Decoderen sociale tekens. Intern en extern 2. Interpretatie sociale tekens. Doelen en emotie 3. Juiste respons kiezen voor doel Reactief Pro-actief SIP

32 Video

33 Beschrijf een incident uit je klas vanuit SIP. 1.Decoderen sociale tekens. Intern en extern 2.Interpretatie sociale tekens, doelen en emoties. 3.Juiste respons kiezen voor doel. 4.Evalueren en selecteren van de optimale respons. 5.Uitvoeren 6.Evalueren Wat is de database. Geheugen, regels, schema´s en kennis.

34 Elke situatie biedt verschillende gedragsmogelijkheden. Agressie als gebrek aan zelfcontrole. Zelfcontrole is de overgang van impulsief naar reflectief gedrag. Ervaring noodzakelijk! Zelfcontrole Zelfvertrouwen

35 Zelfcontrole Drie aspecten 1. Zelfobservatie 2. Zelfbeoordeling 3. Zelfbekrachtiging Dag- en weekverslagen ABC, emotie woordenschat Complimenteren TAAL!!!!

36 Sociale Cognitie 1 Sociaal cognitieve vaardigheden In de ontwikkeling 1. Kennis over uiterlijk waarneembare kenmerken. 2. Kennis over innerlijke, niet-waarneembare processen. 3. Kennis verwerven over relaties en kwaliteiten van relaties tussen mensen en die kunnen afleiden. Perspectief nemen!! Sociale eisen

37 Welke info gebruiken agressieve kinderen? (Cutrona en Feshbach) Peter is een jongen die anderen niet graag ongelukkig ziet. Peter wil graag dat de vrienden van zijn broer hem voor vol aanzien. Peter voelt zich afgewezen wanneer hij niet mag meespelen met zijn oudere broer. Op een zaterdagmorgen vraagt Peter´s broer hem of hij mee gaat zwemmen samen met de andere grote jongens. Net op dat moment belt een jongetje uit de buurt aan om te vragen of Peter komt spelen. De broer van Peter zegt: O nee, hè. Het is Joey die huilebalk, die kan niet met ons mee. De andere jongens nemen het plagen over. Peters broer zegt tegen Peter: En? Ga je met ons mee of blijf je liever hier met Joey spelen? Test: Wat zal Peter doen? Waarom?

38 1.Hoe voelt het vriendje zich op plaatje 5. 2.Op welke twee plaatjes voelen het meisje en het vriendje zich hetzelfde? 3.Op plaatje vier denkt het meisje aan haar verdwenen knikker. Waaraan denkt het vriendje? 4.Het vriendje denkt op plaatje 4 dat het meisje blij voor hem zal zijn. Weet je waarom?

39 Meerder en mindere model Pat Patford

40 Meerdere mindere model

41 Casus Ilja is een slimme jongen uit groep 4. Hij kan erg goed rekenen, taal gemiddeld. Hij kan zeer geconcentreerd werken, maar ook druk zijn. Buiten komt hij makkelijk in conflict. Tijdens een taallesje zit Sara naast hem te kletsen terwijl hij graag wil werken. Hij mist de instructie en snapt even niet wat hij moet doen. Als eindelijk de bel gaat en hij zijn jas wil pakken, schiet Sara voor hem langs waardoor hij bijna valt. Woedend loopt hij haar achterna en geeft haar een knetterharde duw. Als ze begint te huilen roept hij: Trut, eigen schuld.

42 De leraar Leerlingtypen (van Beukering & van der wolf 2006) 1.Beschrijf het gedrag in de klas wat u het moeilijkst vindt. 2. Waarom is dit gedrag het moeilijkst voor u. 3. Hoe gaat u in het algemeen om met het gedrag.

43 Wat vindt u het moeilijkstWaarom is dit het moeilijkst (stress) 1. Dwars, dwingend, onrustig en brutaal (21.) Verstoring onderwijsproces 2. Druk, ongeconcentreerd, over beweeglijk en impulsief (20) Verstoring onderwijsproces 3. Agressief, dominant, niet sociaal, niet eerlijk, regels schendend (20) Verlies lesplezier 4. Weinig motivatie, slechte werkhouding, zwak presterend (10) Verstoring onderwijsproces 5. Wisselende buien, onvoorspelbaar, explosief, angstig verongelijkt (12) Verstoring onderwijsproces 6. Onzeker, weinig zelfvertrouwen, faalangstig, dwangmatig (2) Twijfel eigen functioneren 7. Stil, gesloten, weinig aansluiting, angstig, passief, somber (3) Twijfel eigen functioneren 8. Moeilijk contact, niet communicatief, eenzijdig gericht (4) Verstoring onderwijsproces

44 Agressieve kinderen -Gebrekkige informatie verwerking -Gebrekkige ik-ander differentiatie, vroeg kinderlijk egocentrisme -Gebrekkige sociale cognitie -Gebrekkige zelfreflectie Conclusie: Maak ze sterk!!!!!! (en jezelf) Preventief

45 Agressie VMBO Grenzen stellen en dialoog op nummer 1 Onderzoek bij een VMBO school: -Agressie bijna alledaags, makkelijk van klein naar groot -Teveel straf, te weinig dialoog -Weinig zelfreflectie bij personeel en studenten -Hoe warmer de school wordt ervaren, hoe minder incidenten

46 The Bully Aanbevolen literatuur Pesten op school achtergronden en interventies. Frits Goossens, Marjolijn Vermande en Matty van der Meulen redactie.. Boom Lemma uitgevers, 2012

47 Wat is pesten? Pesten is een subtype van agressief gedrag waarbij 1 of meerdere individuen bij herhaling een betrekkelijke machteloze ander aanvallen, vernedert en/of buitensluit (salmivalli 2010). Drie kenmerken 1.Intentie 2.Herhaling over tijd 3.Verschil in macht

48 Strategieën en interventies Strategie: aanpak van leerkracht Interventies: methode met kind

49 Strategieën agressie Ondersteun Geef genoeg complimenten (4;1) Houdt positief Geef inzicht -Hoe voelt zij zich nu jij een klap hebt gegeven? -Hoe voelt zij zich nu jij haar overeind hebt geholpen? Wees creatief Help mij jou te helpen

50 Strategieën Repro aanpak Reactieve agressie -Bamboe -Warm, rustig en kalm -Zorg voor positieve ervaringen Pro-actieve agressie -Wees duidelijk -Ik boodschap, (lage stem, rustige intonatie, toon omlaag aan het einde) -Benoem gedrag -Stoppen

51 Strategieën Herken de fase van escalatie Reflecteer na een situatie

52 Observatie Tijd Intensiteit 1.Basisru st 2.Trigger 3. Agitatie 4. Versnelling 5. Uitbarsting 6. De-escalatie 7. Herstel

53 FaseStrategie BasisrustGroepsplan gedrag Trigger: indirect of directHand geven ABC-schema Nabijheid Leren omgaan Agitatie: actief of passief, ongericht Laat me alleen Divers, trigger neutraliseren/afleiden/scheiden/empathie Versnelling, gericht gedragPreventief Neutraal gedragsverwachting/afspraken Contact verbreken Gedragsverwachting expliciet, ik boodschap -Gedrag benoemen -Verwachting uitspreken -Ik wil dat je daarmee stopt UitbarstingNiet voor rede vatbaar Maak beleid De-escalatieLichaam tot rust HerstelPraten

54 Interventies 1.Nabespreken; gebeurtenissen en actie. 2.(Casuïstiek) ICPO (voor talige, oudere kinderen). 3.Trainen sociale cognitie, zelfcontrole en empathisch vermogen. 4.CiCo 5.Interventie programma´s (rots en water, kanjer, alles kidzzzzz, zelfcontrole, agressie regulatietraining, enz.)

55 Interventie 1 Nabespreken Bespreek gebeurtenis na Wel: feiten, gebeurtenissen en actie Niet: motieven, begrip en gevoelens Soms: maak een maquette van schoolplein en gebruik playmobiel poppetjes.

56 Oefening A.Beschrijf een recente ruzie die je hebt gehad. B.De ander vraagt alleen naar feiten, gebeurtenissen en acties. Wat is het effect?

57 Feiten en acties Vragen over feiten en gebeurtenissen - Kun je beschrijven…. -Wat zag, voelde je…. -Sinds wanneer…… -Wanneer, waar en hoe -Wat heb je toen beleefd….. -Kan je een voorbeeld geven…. -Wat gebeurde er toen? -Wat was het effect

58 Interventie 2 Probleem Oplossen Interpersoonlijke Cognitieve Probleem Oplossing (ICPS). Aanname: als je rekening houdt met de gevolgen van je handelen, kunt zoeken naar alternatieven dan ben je minder ontvankelijk voor impulsiviteit en agressie of je terug te trekken. 1.Vergroot vermogen om problemen op te lossen 2.Vergroot zelfbeeld 3.Voorkomen van psychiatrie en delinquentie 4.Bevordert probleem oplossen en zelfcontrole

59 ICPS 1.Wat is het probleem 2.Welke oplossingen zijn er 3.Voor- en nadelen van een oplossing 4.Neem een besluit door te denken in de gevolgen 5.Uitvoeren van de gekozen oplossing 6.Evalueren

60 Oefening perspectief nemen Beschrijving van de sociale situatie Hoe kijkt iedereen tegen dit probleem aan

61 Het probleem oplossen Wat is het probleem Op welke manieren oplossen Wat zou de uitkomst zijn? POS/ NEG Controle

62 Interventie 3 Trainen sociale cognitie Fasen van boosheid herkennen a.Humeurig, geïrriteerd b.Dreigen, schreeuwen c.Niet voor rede vatbaar d.Weglopen e.Geen raad weten Wees creatief!!

63 Interventie Trainen Sociale Cognitie -Fasen van boosheid herkennen, stoplicht -Nu doelen en altijd doelen -rollenspelen -Emotiewoordenschat -Praten oorzaak en gevolg -Koele gedachten top 5 -Zelfspraak oefenen -Gevolgen van schade laten herstellen -Lesjes lichaamstaal, intonatie en expressie -Kracht positief laten gebruiken -Bewustwording -Over emoties praten -Gedragscontract -Klas weerbaar maken zonder uit te sluiten -Oefen waarnemen -Oefen interpreteren

64 Interventie 3 Trainen Sociale Cognitie REPRO-aanpak Reactief -Oefen waarnemen -Oefen interpreteren -Lesjes lichaamstaal, intonatie en expressie -Bewustwording -Koele gedachten top 5 -Zelfspraak oefenen -Rollenspelen -Emotiewoordenschat -Fasen van boosheid herkennen, stoplicht

65 Interventie 3 Trainen Sociale Cognitie REPRO- aanpak Pro-actief -Nu doelen en altijd doelen -Praten oorzaak en gevolg -Gevolgen van schade laten herstellen -Kracht positief laten gebruiken -Over emoties praten -Gedragscontract -Klas weerbaar maken zonder uit te sluiten

66 Interventie 3 Trainen Sociale Cognitie Geef veel uitleg!! Lees veel voor!! Help in onderscheid maken tussen ander en ik. Verwoord sociale situaties Oefen zelfreflectie (verwoord en check) Leer perspectief nemen (positief) - Hoe denk jij dat Jantje zich voelt toen jij hem overeind hielp?

67 Interventie 3 Trainen Sociale Cognitie (ELO) Jonge kinderen 1. Gevoelens herkennen en benoemen 2. Verhaaltjes Oudere kinderen 1. G-reeks (gedrag en gevolg) a. Wat doe je? b. Wat gebeurt er?

68

69 Interventie 3 Trainen sociale cognitie Oefening identificeren: personenkwartet Oefening luisteren: geluiden raden

70 Interventie 4 Check in, check out Tijdens de les Praktijkleren lezen de docenten de verschillende opdrachten uit waaruit gekozen mag worden. Dane vindt alle opdrachten kinderachtig en stom. Wij geven aan dat ze in overleg altijd wat anders mag doen maar ze dit wel moet overleggen. Dane vindt dit stom en haat alle opdrachten. Wij geven aan dat wanneer zij ervoor kiest om niet mee te doen met het project ze basisvaardigheden moet gaan doen (Nederlands, rekenen, begrijpend lezen). Ze wil dat liever doen. Ze wordt apart gezet in een lokaal om aan haar basisvaardigheden te werken. Na ongeveer 15 min komt ze het lokaal uit en gaat met andere praten. Wanneer wij vragen waarom ze niet aan het werk is schreeuwt ze dat het hier wel een gevangenis lijkt uit de tweede wereldoorlog. Ze gooit met de deur en loopt boos weg. Wij laten haar even afkoelen en gaan na een paar minuten naar haar toe en vertellen haar dat ze binnen 5 minuten in het lokaal moet zijn om verder te gaan met haar basisvaardigheden. De hele les blijft dit zich herhalen (90 min). Ze blijft uit het lokaal gaan en anderen van hun werk houden en blijft brutaal.

71 Dagkaart IngechecktJaNee UitgechecktJaNee Handtekening oudersJaNee Doel; 50%55%60%75%80% of 50 punten per dag Naam leerling; Dag en datum 0chtend tot pauze Pauze tot lunch Lunch tot pauze Middag na pauze totaal Doe je werk1 2 3 Praat vriendelijk Laat iedereen zijn werk doen Ga ervoor 1 – onvoldoende 2- matig 3- goed

72 Check in CICO vertrouwens- persoon Feedback leraar Feedback ouders Check out CICO Vertrouwens- persoon Data verzamelen Evalueer tweewekelijks Check in-Check out Ga door of herzie Beëindig Implementeer

73 Vos-kaart (verantwoordelijk op weg naar succes) IngechecktJaNee UitgechecktJaNee Handtekening oudersJaNee Doel; 50%55%60%75%80% of 50 punten per dag Naam leerling; Dag en datum 0chtend tot pauze Pauze tot lunch Lunch tot pauze Middag na pauze totaal Volg aanwijzingen op Maak alle opdrachten Blijf aan je tafel zitten – onvoldoende 2- matig 3- goed

74 Kanjer kaart IngechecktJaNee UitgechecktJaNee Handtekening oudersJaNee Doel; 50%55%60%75%80% of 50 punten per dag Naam leerling; Dag en datum LezenTaalSpellingRekenenWereld orientatie Volg aanwijzingen meteen op Maak je werk af Handen, voeten bij je – onvoldoende 2- matig 3- goed

75 CICO geschikt voor - Matige problematiek - Aandacht van volwassene - Ouders geven support - Bijvoorbeeld: voor je beurt praten, kleine verstoringen, werk afmaken - Stabiele thuissituatie - Serieus agressief gedrag - Extreem chronisch gedrag - Als er meer individuele aandacht nodig is - Zwakke thuissituatie CICO NIET geschikt voor

76 1. Wees duidelijk en concreet. 2. Het gaat om een positieve ervaring, zet de doelen niet te hoog (5/1 ratio). 3. Wees enthousiast/humor. 4. Maak dingen zo zichtbaar mogelijk (ruilpost). 5. Sociale herkenning. CICO aandachtspunten 1

77 Leer het gedrag aan in de juiste omgeving Omgeving: de klas, buiten op het plein, onderweg naar de gymzaal, de gang, kantine Onderwijs (werkwoord) 1. Oefen 2. Geef positieve en negatieve voorbeelden 3. Help ze herinneren 4. Betrokkenheid leerling: overleg sancties en beloningen 5. Sociale vaardigheden CICO aandachtspunten 2

78 PuntenAandachtItem / Activiteit Weg van aandacht Iets vermijden 100- Naar het schoolhoofd - Extra tijd met vriend - 5 minuten leider - Schatkist - 5 minuten activiteit - Alleen tijd achter computer of naar bibliotheek -Korte pauze -Andere activiteit 250- Computeren met vriend - Extra tijd met leerkracht - Tien minuten extra buiten -Eigen werkplek -Alleen tijd - Andere opdracht 400-Spelletje met juf -Popcornfeestje - Met de hele klas naar de gymzaal voor sport naar keuze - Een lesonderdeel overslaan en iets voor mezelf doen CICO ruilpost

79 CiCo afbouwen 1  Minimaal 85% van de punten  Geleidelijke afname checks -Haal de check out weg -Haal de ouder feedback weg -Verwijder check in -Hou gedrag in de gaten

80 CiCo afbouwen 2 Verwacht hetzelfde gedrag Beloningen blijven hetzelfde Kind zelf gedrag bijhouden Plan voor zelf monitoring Check in

81 Plannen voor Sommigen Casus Ilja, groep 4, is soms agressief. Hij heeft hele blije dagen, maar kan soms weken in een slechte bui zitten. Hij raakt dan makkelijk oververhit en komt dan in conflict. Hij treitert zijn medeleerlingen als juf niet kijkt (iets afpakken, knijpen, lelijke gezichten) en ontkent dit vervolgens. Hij kan een groot deel van een les mokkend met zijn capuchon over zijn hoofd zitten en weigert dan te praten totdat er iets komt wat hij leuk vindt. Op het schoolplein kan hij dan geen potje voetballen zonder te schelden, huilen, weglopen of soms erop los te slaan. Op deze dagen kan hij weinig frustratie nemen zonder boos te worden. Elias komt ook makkelijk in conflict. In de klas is hij rustig en heeft een goede werkhouding. Maar hij kan plotseling ontploffen, zeker in vrije situaties. Hij beoordeelt deze dan als onrechtvaardig. Ook Elias kan weinig hebben. Als een kind voor hem langs schiet loopt hij al te schelden. Beide jongens hebben weinig vrienden.

82 De leraar Evaluatiewijze Na de schuldvrije opmerking zet ik een streepje achter de namen van Y, E en I. Organisatie Ondersteuningsbehoefte van de leraar Als leraar wil ik bereiken dat ik Yasser, Elias en Ilja per dag minimaal drie maal neutraal op de consequenties van hun daden wijs. Ik doe dit schuldvrij, door een gevolg te benoemen en dan een gedrag, en dat zonder het woord jij te gebruiken. Ik heb een collega nodig die eens per week een situatie wil doorspreken met mij waarbij ik oefen schuldvrij iets te benoemen. Bijvoorbeeld: kinderen worden verdrietig als er iets van ze wordt afgepakt, het doet pijn als je een duw krijgt. watwiewanneer turflijstzelfMaandag 5 januari Situatie doorsprek en Zelf en Janne Elke vrijdag om 15.00

83 De leerling(en) 1. Naam leerling: Ilja en Elias 2. Onderwijsbehoefte(n) van deze leerling(en) Risicofactor Ilja en Elias: kwetsbaar en gebrekkige sociale cognitie Ilja en Elias hebben een leraar nodig die hun sociaal emotioneel jonger kan benaderen en veel uitleg geeft over de sociale context. Ook hebben ze een leraar nodig die ten alle tijden duidelijkheid kan geven. Risicofactor Elias: zwakkere verbale intelligentie. Elias heeft een leraar nodig die hem met simpele taal kan bereiken. 3. Beschermende factoren -Goed contact met ouders -Elias creatief -Ilja humor, en goed mee te praten

84 4. Te bereiken doelen: 1.Ilja en Elias kunnen driemaal per week een sociale situatie doorspreken en benoemen wat er is gebeurd. 2.Ilja en Elias hebben geen lichamelijk conflict met elkaar of andere kinderen 5. Interventies en strategieën. Interventie: -CiCO (2) -Gebeurtenissen nabespreken (1) -ABC observatie en triggers bespreken (2) -Preventieprogramma (1 en 2) Strategieën -Vijfmaal per dag even contact maken, checken hoe het gaat (1 en 2) -In de buurt zijn bij triggers (2) De leerling(en)

85 Huiswerk Horeweg Hoofdstuk5, disruptieve stoornissen Hoofdstuk 11 en 13 agressie en pesten Kees van Overveld Hoofdstuk 8,9,10,11,12,15 en 16 Reflectie Eigen reactie op agressie Let op meerder en mindere

86 Huiswerk 1 Schrijf een plannen voor sommigen Beoordelingscriteria -Mate van problematiek. -Goede flow van observatie, naar doelen, naar planning en evaluatie. -Strategieën en interventies afgestemd op problematiek.

87 Huiswerk 2 Lezen 1. Horeweg, hoofdstuk 9 angststoornissen 2. M. Delfos, luister je wel naar mij? Kijken Mijn mond zit op slot https://www.youtube.com/watch?v=kkNtFpidYao


Download ppt "Leerthema 3 Agressie. Doelen. Aan het einde van het thema: Kennis en begrip van de verschillende vormen van gezonde agressie. Frustratie versus proactief."

Verwante presentaties


Ads door Google