De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

(KANS)ARMOEDE & SES ONGELIJKHEID

Verwante presentaties


Presentatie over: "(KANS)ARMOEDE & SES ONGELIJKHEID"— Transcript van de presentatie:

1 (KANS)ARMOEDE & SES ONGELIJKHEID
Bron: AnneMarie Depoorter IU Manama JGZ – VUB

2 Inhoud Wat is kansarmoede? Omvang van het fenomeen
Determinanten en Mechanismen Gevolgen en belang voor de JGZ Gezondheid, ontwikkeling, welbevinden Levensloop Schools presteren Hoe detecteren? Hoe aanpakken? Beleid (onderwijs en economisch) Gemeenschapsactie (school, gemeente, buurt) Zorg (opvang, school, gezondheidszorg)

3 Kansarmoede: Wat is het?

4 Armoede versus kansarmoede
Enkel financiële dimensie Indicatoren Absolute (VN_WB $1.25 at 2005 purchasing-power parity (PPP) Relatieve armoedegrenzen op basis van nat. Inkomen <50% of <60% KANSARMOEDE Multiaspectueel - basisbehoeften: inkomen + woning+ arbeid+ onderwijs+ gezondheid+ samenleven+ diensten+ informatie+ ontspanning+ ... Indicatoren : Kansarmoedecriteria K&G Armoedebarometer Vl Armoederisico (EU-SILC stat. Income & Living Conditions) Kansarmoede-atlas van achtergestelde buurten According to a UN declaration that resulted from the World Summit on Social Development in Copenhagen in 1995, absolute poverty is "a condition characterised by severe deprivation of basic human needs, including food, safe drinking water, sanitation facilities, health, shelter, education and information. It depends not only on income but also on access to services."[2]David Gordon's paper, "Indicators of Poverty & Hunger", for the United Nations, further defines absolute poverty as the absence of any two of the following eight basic needs:[2] Food: Body Mass Index The body mass index , or Quetelet index, is a statistical measure which compares a person's weight and height. Though it does not actually measure the percentage of body fat, it is used to estimate a healthy body weight based on a person's height. Due to its ease of measurement and calculation, it is the most widely used diagnostic tool to must be above 16. Safe drinking water: Water must not come from solely rivers and ponds, and must be available nearby (less than 15 minutes' walk each way). Sanitation facilities: Toilets or latrines A latrine is a communal space with multiple toilets, or a single standalone apparatus that is designed for defecation and urination. Latrines allow for safer and more hygienic disposal of human waste than open defecation. They are used in rural areas and low-income urban communities, with significant use in the developing world. Many variations must be accessible in or near the home. Health: Treatment must be received for serious illnesses and pregnancy. Shelter: Homes must have fewer than four people living in each room. Floors must not be made of dirt, mud, or clay. Education: Everyone must attend school or otherwise learn to read. Information: Everyone must have access to newspapers, radios, televisions, computers, or telephones at home. Access to services: This item is undefined by Gordon, but normally is used to indicate the complete panoply of education, health, legal, social, and financial (credit Credit is the provision of resources by one party to another party where that second party does not reimburse the first party immediately, thereby generating a debt, and instead arranges either to repay or return those resources (or material(s) of equal value) at a later date. It is any form of deferred payment. The first party is called a) services. For example, a person who lives in a home with a mud floor is considered severely deprived of shelter. A person who never attended school and cannot read is considered severely deprived of education. A person who has no newspaper, radio, television, or telephone is considered severely deprived of information. All people who meet any two of these conditions — for example, they live in homes with mud floors and cannot read — are considered to be living in absolute poverty. SIF-criteria: sociaal Impulsfonds Vl (96) gemeentelijke subsidies: migranten, bestaansminimumtrekkers, alleenstaanden met minderjarige kinderen, jongeren in Jeugdbijstand, WIGW, volledig werklozen uitkeringsgerechted, kinderen geboren in kansarm gezin, woningen zonder klein comfort (stromend water, bad of douche, WC met waterspoeling), sociale huurappartementen EU-SILC 2013 (20,8%): 1) armoederisico op basis van inkomen (15,1% België), 2) ernstige materiële deprivatie(5,1%) en 3) huishoudens met zeer lage werkintensiteit(14% 0-59j). Deze indicatoren zijn gebaseerd op verschillende kenmerken van armoede en sociale uitsluiting.  De drie indicatoren samen vormen de Europese armoede-indicator 'risico op armoede of sociale uitsluiting'. Ook subjectief 20,9%. Sociale Uitsluiting

5 Inkomen België (2013) Alleenst. Gezin/maand 1.074 EU 2.256 EU
Armoedegrens* inkomen EU-SILC < Armoedegrens België < Armoedegrens Brussel HG Leefloon (min.inkomen) < Minimuminkomen Alleenst Gezin/maand 1.074 EU EU 15% of 1,5 miljoen 33,7% of ± 817, ,92 EU 14,7 % of 1pers./7 *Armoederisicograad: % personen met equivalent° beschikbaar inkomen < 60% van mediaan nationaal equivalent beschikbaar inkomen (EU-SILC-enquête FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie: EU Statistics on Income & Living Conditions bij 6000 privé huishoudens transversaal in 2003, nadien longitudinaal = opvolger Panel Studie Belgische Huishoudens (PSBH van Univ A’pen en Luik, ook Europees; prioriteiten sociaal beleid veranderd, waardoor inhoud diende aangepast; methodologie, interviewafname & resultaten niet vergelijkbaar. Genereren indicatoren monetaire en niet-monetaire, nuttig bij uitstippelen EU & Belgisch sociaal beleid); Leefloon (of equivalent) Laatst aangepast op POD Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding, Sociale Economie en Grootstedenbeleid °Gewogen naar grootte huishouden & leeftijd leden *Armoederisicograad: % personen met equivalent° beschikbaar inkomen < 60% van mediaan nationaal equivalent beschikbaar inkomen (EU-SILC-enquête FOD Economie ...: EU Statistics on Income & Living Conditions bij 6000 privé huishoudens); °Grootte huishouden & leeftijd leden

6 Sociale positie : operationalisatie
Materieel Inkomen huishouden, beroep ouders……. Immaterieel (menselijk kapitaal) Hoogste opleiding ouders/gezinshoofd, beroep ouders opleiding jongere zelf Sociaal “samenwerking voor wederzijds profijt” (sociaal kapitaal) aantal ouders/ grootouders thuis, familie, werkgenoten –vrienden ouders, klasgenoten, vrienden…), beroep ouders Combinatie historisch idee sociale positie (“deprivatie”) + sociale relaties -- SES

7 Problemen bij kansarmoede
Sociaal-economische problemen Financiële problemen Huisvesting Tewerkstelling Psychosociale problemen Lastig kind Gebrek aan kinderopvang Huishoudelijke taken Relatieproblemen Depressie Lees- en schrijfproblemen Gezondheidsproblemen Ernstig ziek kind Bron: Baele K.

8 Aantal vermelde problemen per huishouden
2/3 Bron: Baele K.

9 Kansarmoede: Omvang probleem
Wereld: 1/3 Belg/Vl : 1/7 – 10; 1/5 kinderen actie Belgen uit armoede Vl 11,2% van de kinderen leeft in een gezin met een verhoogd armoederisico. Europa:40 miljoen ernstige materiële ontbering 116 miljoen armoede23%EU bevolking ; actie miljoen uit armoede 25 miljoen kinderen armoede of sociale uitsluiting Wereld Extreme armoede 1,25 $/dag (Wereldbank & IMF) Honger: 1 miljard(2009) – (2011) FAO VN Ondergewicht – 5j: 100 miljoen Het aantal hongerigen daalt al langer, maar de laatste tijd niet meer zo snel. De vermindering van de afname komt volgens de FAO door de wereldwijde economische crisis, stijgende voedselprijzen, de groeiende vraag naar gewassen voor biobrandstoffen, speculatie en klimaatverandering. De honger is wel erg ongelijk verdeeld over de wereld, meent de FAO. Vooral in het zuiden en oosten van Azië, evenals in Afrika onder de evenaar is er gebrek aan eten. In het zogenaamde sub-Saharadeel van Afrika is het aantal hongerigen zelfs gestegen van 170 naar 234 miljoen.

10 Kansarmoede: Omvang probleem
Het aantal hongerigen daalt al langer, maar de laatste tijd niet meer zo snel. De vermindering van de afname komt volgens de FAO door de wereldwijde economische crisis, stijgende voedselprijzen, de groeiende vraag naar gewassen voor biobrandstoffen, speculatie en klimaatverandering. De honger is wel erg ongelijk verdeeld over de wereld, meent de FAO. Vooral in het zuiden en oosten van Azië, evenals in Afrika onder de evenaar is er gebrek aan eten. In het zogenaamde sub-Saharadeel van Afrika is het aantal hongerigen zelfs gestegen van 170 naar 234 miljoen.

11

12

13

14 Armoederisico’s Belg. Kinderen(%)
België Vlaand Wall EU 18.5 10.3 24.1 19 Globaal Oudertewerkstelling (jobless: 13%kinderen) Gezinstype &HH-samenstelling J_+ kids 77.9 65.4 82.3 J_ - kid 31.9 17.4 40.5 J+ + kid 2.6 2.3 3.5 A +kid 38.5 22.2 54.3 K+3kids 16.7 8.9 21.8 K+1-2ki 8.5 5.0 6.7 Bron: EU-SILC Legende: J_zonder job; J+ met job; A alleenstaande; K koppel

15 (Kans)armoede: Determinanten
Micro Macro

16 Armoederisico naar sociodemografische kenmerken België 2007
Micro Armoederisico naar sociodemografische kenmerken België 2007 In 2004 Werlozen 28,4 – werkenden 4,3 Huurders 26,7 – eigenaars 10,7 (nieuwsberichten over grote aantallen gezinnen uit huis gezet (30/dag) OCMW’s kunnen vragen niet aan: krantenbericht hier inlassen OPLEIDING: geen slide WERK Moeders!!! EU-SILC, FOD Economie. Algemene Directie Statistiek en Economische informatie

17 Macro “Rijke” Landen Economisch cfr economische crisis Innocenti-rapport Politiek – Distributie rijkdom Type welvaartsstaat Sociaal-democratische: egalitaire aanpak Conservatief-corporatistische: meritocratische aanpak Liberale: Quasi-markt aanbod (vrijheid onderwijs) & vrije schoolkeuze a vraagzijde) weinig overheidscontrole Zuid-Europese Ex-communistische Onderwijs: armoede & ongelijkheid bestendigend of hefboom sociale insluiting? Sociale herverdelingsmechanismen

18 (Kans)armoede: Gevolgen en Belang JGZ
Gezondheid & Ontwikkeling kinderen & Levensloop (tekst Bradley) Welbevinden Schools Presteren Functioneren in Maatschappij Sociale uitsluiting!!! Mechanismen van de gevolgen DAG KINDERRECHTEN GISTEREN: dat kinderen geen honger zouden hebbe!!!

19 Neonatale toestand & scholing moeder (Vlaanderen)
Als in ons land een baby dood wordt geboren, dan is de kans 1,76 keer groter dat dit gebeurt in een lage sociale klasse. "De gezondheidskloof begint al voor de geboorte", zegt Sara Willems, professor aan de Gentse universiteit en expert in de relatie tussen de sociale status en gezondheid. "Hoe armer, hoe ongezonder. Zelfs voor wie nog in de baarmoeder zit." Willems presenteert deze cijfers van het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie morgen op een seminarie van Samenlevingsopbouw. Het opleidingsniveau van de moeder heeft een indirecte invloed op het gewicht van de pasgeboren baby. Bij de Belgische moeders die enkel lager onderwijs hebben gedaan, weegt 10 procent van de baby's minder dan gram, 1,8 procent minder dan anderhalve kilo. Bij moeders met een hoger diploma hebben de pasgeborenen een opmerkelijk hoger gewicht. Slechts 5,6 procent van de baby's daar weegt minder dan 2,5 kilo en 0,8 procent minder dan 1,5 kilo. Ook vroeggeboorten komen veel vaker voor in de lagere sociale klassen. Naarmate het opleidingsniveau van de moeder daalt, stijgt het aantal premature geboorten. "Die cijfers zijn onrustwekkend", zegt professor Sara Willems. "Zeker als je weet dat de gezondheidskloof blijft toenemen en dat dit al op erg jonge leeftijd begint." Een trend die zich dan op latere leeftijd doorzet. Kinderen uit lagere sociale klassen kampen meer met gedrags- en emotieproblemen, zo bewijst een Britse studie. Meer zelfs, de opleiding van het kind zelf heeft opnieuw invloed op zijn gezondheid. Kinderen in het aso eten gezonder dan die uit het bso. "Verschillende factoren spelen een rol", legt Willems uit. "Vrouwen uit lagere sociale klassen hebben vaak een ongezondere levensstijl. Ze eten minder gezond, gebruiken wat meer alcohol en roken meer. Ze wonen ook in minder gezonde woningen en maken minder gebruik van preventieve gezondheidszorg, waardoor ze vaker ziek zijn. Zwangere vrouwen uit lage sociale klassen gaan tijdens het eerste trimester van de zwangerschap minder vaak naar de dokter, met alle gevolgen van dien." Sara Willems UGent (Sara Vandekerckhove − 12/11/12 - De Morgen.be)

20 Kindersterfte & sociale klasse
Bx Welzijnsbarometer 2006: Post-neonatale sterfte “Zonder Arbeidsinkomen” 3x “Tweeverdieners”, Wiegendood ( ) 5X ((0,2%0 – 1,0) Zonder Arbeidsinkomen ± 1/3 pasgeborenen en 0-17j, en 1/3 jong aktieven werkloos; 10% pasgeborenen in 1-oudergezin; 18-24j max. diploma LSO 20%; 8% 18-19j uitkering Bron: Black Report 1980 The Black Committee on Health Inequalities (1977–80):

21 Levensverwachting (LV) en Gezonde (GLV)*
Tussen landen: beste en slechtste: 10-15j verschil Binnenin landen: hoogst en laagst geschoolden: LV(Bx)3-5j; GLV(Bx) 18-20j Opleidingsniveau sterkste predictor ongelijkheid GLV ook in België (Bossuyt N et al 2003) Risico’s: Lage opl. 3 x > Hoge opl. (Bx) obesitas, zwaar roken, depressies Preventief onderzoek cervixCa Blijvende beperkingen levensverwachting zond er lichamelijke beperking, de levensverwachting zonder chronische ziekte, en de levensverwachting op basis van het aantal jaren dat mensen zelf vinden dat ze in goede gezondheid verkeren. Dit nieuwe systeem vult het European Health and Life Expectancy Information System (EHLEIS) aan door statistieken op zowel nationaal als regionaal niveau aan te bieden. Mannen die in jaar waren, worden gemiddeld 77,2 jaar. Vrouwen van diezelfde categorie zullen gemiddeld 82,8 jaar worden. Mannen en vrouwen hebben evenwel dezelfde levensverwachting zonder lichamelijke beperking: 65,6 jaar. Iemand die in Vlaanderen woont, leeft gemiddeld langer en in betere gezondheid. Dat verschil valt vooral op bij mannen. Een Vlaamse man die in jaar werd, wordt gemiddeld 78,4 jaar (67,9 jaar zonder beperking). Een Brusselse man wordt gemiddeld 77,2 jaar (63,2 zonder beperking) en voor een Waalse man is dit gemiddeld 75,1 jaar (61,8 zonder beperking). In 2009 lag de levensverwachting in goede gezondheid in België voor een pasgeboren man 2,7 jaar hoger dan het Europees gemiddelde. Voor vrouwen was dit 1,7 jaar meer. Hiermee hoort ons land bij de top 10 landen van de EU. * MGLV: LV in goede mentale gezondheid 7j (vrouwen) – 10j (mannen) * Duidelijkste uiting gezondheidsongelijkheid tussen arm en rijk

22

23 Subjectieve* Gezondheid (“Slechte op 33 j”) en levenslange SES
*Beste indicator voor algemene gezondheidstoestand (maatschappelijk en individueel)

24 Leesvaardigheidsniveau (%) verdeling per kwartiel ESCS (Vlaamse Gemeenschap).
Q 1 Q 2 Q 3 Q 4 Niveau ,1 10,8 18,5 32,9 Niveau 4 18,8 28,5 36,8 39,6 Niveau 3 26,9 30,8 28,2 20,0 Niveau 2 25,9 18,8 11, ,8 Niveau 1 14, ,6 4, ,9 Niveau , ,4 0, ,7 TOTAAL Niveau 5 (vanaf 625 punten) In staat zijn informatie te evalueren en veronderstellingen uit te bouwen op basis van gespecialiseerde kennis, . Omgaan met concepten die tegengesteld zijn aan de verwachtingen en voortbouwen op een grondig begrijpen van lange en complexe teksten. Niveau 4 (van 553 tot 625 punten) In staat zijn complexe leestaken uit te voeren, zoals het terugvinden van verdoken informatie, de betekenis te interpreteren vanuit taalnuances en om een tekst kritisch te evalueren. Niveau 3 (van 481 tot 552 points) Leestaken van middelmatige complexiteit kunnen uitvoeren, zoals het terugvinden van verschillende stukken informatie in een tekst en verbanden maken met vertrouwde en alledaagse kennis. Niveau 2 (van 408 tot 480 punten) In staat zijn eenvoudige leestaken uit te voeren zoals het terugvinden van lineaire informatie en er de betekenis van afleiden door te refereren aan eigen kennis. Niveau 1 (van 335 tot 407 punten) De hoofdlijnen terugvinden in een tekst over een vertrouwd onderwerp en eenvoudige verbanden leggen Niveau beneden 1 (minder dan 335 punten) Kunnen lezen zonder de vaardigheden te bezitten om uit een tekst iets te leren. Betekent dus dat in het eerste kwartiel (de 25% armsten) bijna de helft van de leerlingen niet in staat zijn “leestaken van middelmatige complexiteit uit te voeren”. Ze zijn niet bekwaam om “verschillende stukken informatie in een tekst terug te vinden”. In het vierde kwartiel (de 25% rijksten) daarentegen zijn 93% van de leerlingen wel in staat tot deze leestaken. In de FranseGemeenschap is de kloof nog groter want de percentages bedragen respectievelijk 72% en 81%.

25 Wiskunderesultaten: decielgemiddelden t.o.v. alg.gem

26 (Kans)armoede: Mechanismen

27

28

29 (Kans)armoede: Hoe detecteren?
Indicatoren (populatieniveau) Signalen (individueel niveau)

30 Indicatoren Armoede & Sociale Uitsluiting (populatieniveau)
Inkomen, mediaan, 50-60% mediaan Opleiding (schools diploma) Tewerkstelling: niveau & intensiteit NAP-Indicatoren Soc. Insluiting (Nationaal Actieplan België) EU-SILC-enquête (Social Indicators Living Conditions) Armoedebarometer Vl

31 Indicatoren: niet-monetair (vben)
Woning kwaliteit & grootte uitrusting (basiscomfort licht verwarming kookmogelijkheid koken wassen; apparaten TV PC) Omgeving (lawaai, vervuiling, uitzicht…) Voeding (om de 2 dagen vis/vlees/vervanger?) Verplaatsingsmiddelen Gezondheid(szorg) & ADL

32 Signalen & Criteria (individueel niveau)
Bv. Signaallijst stad Turnhout Criteria K&G Family Affluence Scale Eigen kamer, autobezit, vakantie 1x/j, computer, tv

33 (Kans)armoede: Wat eraan doen?
Bewustmaking Beleid Gemeenschapsacties Zorg

34 Wat doen? Bewustmaking & Beleid
Internationale, nationale en regionale forums & acties (awareness, mobilisatie) Wetgeving, regulering en structuren (Internationale, nationale en regionale) Algemeen: Soc. Zekerheid, Belastingen, Premies, Sociale huisvesting, … Specifiek: Armoededecreet 2003 Participatiedecreet Onderwijs: GOK-decreet 2002  LOP’s Intersectorieel: Decr. Flankerend Onderwijsbeleid 2008 Ondersteuning door onderzoek: VLOR, Steunpunten, Armoedebarometer, Sociale Ongelijkheid… Ondersteuning door financiering Actieplannen NAPIncl ; Vl Actieplan tegen Armoede ; Strategisch Plan Geletterdheid; Vlaanderen in Actie (ViA) Pact 2020 (masterplan vr evenredige deelname alle soc. Groepen) Structurele aanpak economisch : inkomensbeleid met herverdelingsmaatregelen, tewerkstellingsbeleid Structurele aanpak sociaal: breed beleid met kinderopvang, huisvesting, Herverdeling (cfr tekst Van Lancker)

35 Wat Doen? Gemeenschapsactie
Welzijnscampagnes Acties vanuit steden, middenveld, buurten, (lokale) verenigingen, scholen, jeugdwerking bv Mensen voor Mensen WAW-traject Aalst multidimensionele activatie langdurig werklozen (methodiek) niet alleen activering op zich, maar ook welzijnsproblemen en de armoedesituatie. Mensen in (generatie)armoede veel bijkomende problemen (= drempels zoektocht naar werk): schulden, gezondheidsproblemen, kinderopvang, maar ook en vooral angst en een gebrek aan zelfvertrouwen best practices Europa: steun ESF (Europees Sociaal Fonds)

36 Wat doen? Zorg Structureel
Gemeenschapsniveau: Scholen; K&G organisatie gezinsondersteuning Huizen vh Kind… Op basis van criteria uit indicatoren of projectmatig Groepsniveau: bv. SIF-gemeenten, achterstallige buurten, scholen (KBS-projecten), Individueel niveau: K&G-criteria cfr onderzoek Baele; ervaringsdeskundigen, interculturele bemiddelaars CLB??? Cfr ervaringsdeskundigen school & tekst communicatie: begrijpen van de “binnenkant van armoede (cartoons)

37 Zorgbrede School Brede Leer- & leefomgeving creatie/ondersteuning Brede waaier leer- & leefervaringen Brede ontwikkeling ALLE kinderen/jongeren: Competenties!!! Brede leer- & leefomgeving: gezin, school, opvang, buurt, vrienden, werk, vrijetijd, maatschappij;;; Breed netwerk: ouders, jongeren, scholen, culturele init, jeugdwerk, sportver, welzijnsinstellingen, opvanginitiatieven, milieu-instanties, buurtorganisaties, bedrijven, beroepsopleidingen…

38

39

40

41 Brede school kan alleen groeien & het verschil maken als er sprake is van diversiteit, verbindingen & participatie Gelijke kansen = brede ontwikkeling; meerdere beInvloedende factoren; Belemmeringen wegwerken, mogelijkheden creëren Verbreden = toegankelijkheid, breder aanbod, participatie; Ondersteunen:

42 Specifieke competenties in concreet maatschappelijke context: in museum beelden bekijken, materialen herkennen, technieken van bewerking, naspelen; Oefenene ontmoeten, maatschappelijk particperen. Denken, delen, uitwisselen Iest doen /produceren dat betekenis heeft voor anderen; Kunst in de buurt brengen

43 CLB  De binnenkant van de armoede
Ouders in Armoede en het CLB – een andere kijk; Vierde Wereldgroep Aalst, s.d.

44 Bronnen Baele K. (2001): Gezondheids- en welzijnsvoorzieningen voor kansarme gezinnen met jonge kinderen: een antwoord op hun problemen? Eindwerk Interuniversitaire ManaMa JGZ Werkgroep CLB’s (s.d.): Ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting in de CLB’s. Vlaamse Overheid, Departement Onderwijs en Vorming, Brussel Observatorium voor Gezondheid en Welzijn Brussel. Welzijnsbarometer – Brussels Armoederapport 2006, GGC Brussel Noppe J. (2015): Vlaamse Armoedemonitor, Studiedienst van de Vlaamse regering – Raeymaeckers P ((2010): Kinderen in Armoede in Europees perspectief: beleidsgerichte probleemanalyse. Centrum OASeS, Universiteit Antwerpen Dierckx D., Coene J., Raeymaeckers P. , van der Burg M. (red.): Jaarboek Armoede en sociale uitsluiting Centrum OASeS, Universiteit Antwerpen Nationaal Kinderarmoedbestrijdingsplan – Kinderarmoede bestrijden en het welzijn van kinderen bevorderen (2013). Kinderarmoede in Vlaanderen (2014) Studiedienst van de Vlaamse Regering Milleniumdoelstellingen, VN 2000 Armoede.be | Portaalsite rond armoede in België. Bradley R.H., Corwyn R.F. (2002) Socioeconomic Status and Child Development. Annu. Rev. Psychol., 53, UNICEF Office of Research (2014). ‘Children of the Recession: The impact of the economic crisis on child well-being in rich countries’, Innocenti Report Card 12, UNICEF Office of Research, Florence. UNICEF Office of Research (2007). Child poverty in perspective: An overview of child well-being in rich countries, Innocenti Report Card 7, UNICEF Innocenti Research Centre, Florence.

45 Teller M. (2012): Kinderarmoede in België. Een gids voor schenkers
Teller M. (2012): Kinderarmoede in België. Een gids voor schenkers. Koning Boudewijnstichting, Brussel (www.kbs-frb.be) Roose I., Pulinx R, Van Aevermaet P. (2014) Kleine kinderen, grote kansen. Hoe kleuterleraars leren omgaan met armoede en ongelijkheid. Koning Boudewijnstichting, Brussel (www.kbs-frb.be) Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2010 – 2014 met inbegrip van het actieprogramma kinderarmoede (voortgangsrapport) (2013)  Buyl N. et al. (s.d.): Ouders in armoede en het CLB – een andere kijk. Vierdewereldgroep “Mensen voor Mensen”, Aalst Stad Turnhout. Signaallijst kansarmoede  Vlaamse Gemeenschapscommissie (2010): Visietekst brede school. Brussel. Vlaamse Gemeenschapscommissie (2010): Brochure Brede school in Brussel: 1+1 is meer dan 2. Brussel  www.vlaanderen/bredeschool Steunpunt GOK. https://www.uantwerpen.be/nl/steunpunten/vlaams-armoedesteunpunt/ European Parliamentary Research Service: Child Poverty In The EU  http://www.unicef.be/nl/over-unicef/unicef-in-belgie/opkomen-voor-kinderrechten-belgie/kinderen-die-belgie-opgroeien-armoede/ Armoede.be | Portaalsite rond armoede in België. Decreet betreffende gelijke onderwijskansen (GOK-decreet) (BS ) Decreet betreffende de armoedebestrijding (Armoededecreet) (BS 2003)


Download ppt "(KANS)ARMOEDE & SES ONGELIJKHEID"

Verwante presentaties


Ads door Google