De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Mijn juf weet alles! Dan ken je mijn meester nog niet!

Verwante presentaties


Presentatie over: "Mijn juf weet alles! Dan ken je mijn meester nog niet!"— Transcript van de presentatie:

1 Mijn juf weet alles! Dan ken je mijn meester nog niet!

2 Doelen: De student doorloopt twee keer de stagecyclus en toont daarbij aan doelgericht aan zijn competentieontwikkeling te kunnen werken, met behulp van de beschikbare handboeken, formulieren en begeleiders. De student verzamelt kenmerkende en concrete bewijzen met betrekking tot zijn competentieontwikkeling en stelt hiermee een stageportfolio samen volgens de richtlijnen zoals beschreven in het Stageboek Profileringsfase.

3 Doelen stage: De student kan een sterk pedagogisch klimaat creëren, zodat er ruimte is voor het ontwikkelen en uitbreiden van de didactische competenties en de andere competenties waardoor er voor leerlingen een veilig en optimaal leerklimaat ontstaat. (Een stage kan niet met een voldoende worden afgerond als er onvoldoende overwicht en/of overzicht is) Hoe sta je er voor? Wie heeft er een mooi praktijkvoorbeeld of een goede STARR uitgwerkt die je met ons wilt delen?

4 Agenda bijeenkomst 3: Stageportfolio al nagenoeg helemaal uitgewerkt? Even kort bespreken. Verplichte STARR uitgewerkt meegenomen om te kunnen bespreken met elkaar en aan te kunnen werken? Intervisie volgens de roddelmethode.

5 STARR Uitgewerkte STARR in tweetallen bekijken en bespreken: - hoe zit het met de onderbouwing vanuit de literatuur? - is de bewijsvoering consistent, situatieonafhankelijk en wendbaar Eerst nog even de theorie ter opfrissing.

6 Kwantitatieve en kwalitatieve eisen stageportfolio

7 De STARR beschrijving moeten ondersteund worden door bewijzen. Deze bewijzen moeten voldoen aan de volgende criteria: AuthentiekProducten moeten van jezelf zijn. Gaat het om een groepsproduct, geef dan aan wat jouw bijdrage is geweest en waarom dit dus als bewijs voor jouw competentiebeheersing wordt opgevoerd. Gaat het om een beschrijvend bewijs dan moet het gaan over eigen ervaringen. ActueelAlleen bewijzen vanuit de profileringsstage mogen worden opgenomen. RelevantZe vormen een duidelijk bewijs voor de aangegeven deelcompetentie. Je geeft dus altijd aan welke deelcompetentie je met het bewijs aantoont. GekaderdJe plaatst een bewijs altijd in een context. Dat wil zeggen dat je het bewijs plaatst in de situatie waarin je het hebt toegepast/gebruikt, hoe je het hebt toegepast/gebruikt en je beschrijft wat je ervan geleerd hebt. GevarieerdJe levert verschillende soorten bewijzen. Zorg voor variatie.

8 STARR Competentie 2, 3, 6.1 en 7.1 staan centraal in semester 5. Een aantal vinden we terug binnen de STARR-beschrijving. De STARR is uitgewerkt volgens de ‘zevenstap’

9 STARR (uitgewerkt volgens de zevenstap)

10 Sjabloon STARR De volgorde bij het maken van een STARR beschrijving als volgt: Schrijf in klad de situatie voor jezelf op (met een mindmap of andere methode) Bekijk de deelcompetenties met hun gedragsindicatoren, en kies welke deelcompetenties met hun gedragsindicatoren bij deze situatie horen, schrijf die op in de paragraaf ‘deelcompetenties’, en formuleer dit in termen van taken in de paragraaf ‘taak’. Schrijf jouw feitelijke gedrag (met argumenten voor je keuzes, ook uit literatuur en ook vanuit je visie) in de alinea ‘Actie’, schrijf feitelijke gevolgen van die acties in de alinea ‘Resultaat’, en in de alinea ‘Reflectie’ kun je vervolgens vertellen hoe je terugkijkt op de situatie en waarom jij vindt dat je bewezen hebt voldoende competent te zijn voor wat betreft de door jou gekozen deelcompetenties. Geef een korte situatieschets (maak de paragraaf ‘situatie’ compleet). Bekijk of je STARR beschrijving compleet is, en of je taalgebruik en formuleringen helder en correct zijn. Laat de beschrijving lezen aan iemand die de situatie niet kent, en vraag feedback. Pas je STARR beschrijving aan met behulp van hetgeen je bij het vorige punt gevonden hebt.

11 Sjabloon STARR Regelafstand 1, Arial, lettertype 11 of 12. Titelpagina Op de titelpagina wordt aangegeven: Titel van het werkstuk; Voornaam en achternaam van de student en studentnummer; Studiejaar, onderwijsperiode, opleidingstraject (voltijd-, deeltijd); Cursusnaam, cursuscode, aantal ec’s; Naam SLC; Naam begeleider lioschool, naam lioschool en plaats; Naam van de hogeschool, instituut, afdeling; Versie; Inleverdatum.

12 Good Practice? Een aantal voorbeelden doornemen van hoe een portfolio er uit kan zien.

13 Beoordeling Beoordelingsformat Ten aanzien van de vormeisen: naast alle onderdelen die aanwezig moeten zijn en de APA richtlijnen die gehanteerd moeten worden is er ook de restrictie aan de vorm van max. 2 pagina’s per deelcompetentie en max. 5 voor de STARR

14 Literatuurverwerking en APA-richtlijnen Probeer binnen de STARR en ook bij de overige deelcompetenties literatuur te verwerken ter onderbouwing van een context- en visiegerichte reflectie op het onderwijs en jouw ontwikkeling ten aanzien van jouw onderwijs. Geen pabo boeken gebruiken, maar op zoek gaan naar relevante bronnen en die aan de hand van de APA-richtlijnen verwerken.

15 Intervisie Doel: stilstaan bij een situatie om van te leren Werkvorm: Roddelmethode en Geheim van de smid

16 Stap 1: Vraag introduceren - De inbrenger introduceert zijn/haar vraag en geeft een beknopte toelichting Stap 2. Probleemverkenning - Overige groepsleden verkennen de vraag door het stellen van drie open vragen. - Schrijf deze vragen op. - De inbrenger beantwoordt de vragen Stap 3. Roddelen - De inbrenger gaat buiten de kring zitten en bemoeit zich op geen enkele manier met het gesprek. - Hij/zij luistert aandachtig en maakt notities over zaken die hem/haar raken of opvallen. - De groepsleden “roddelen” met elkaar over de vraag van de inbrenger en over mogelijke achtergronden, oorzaken en oplossingen. - De groepsleden komen uiteindelijk tot een gezamenlijk advies. Stap 4. Reactie van de inbrenger - De inbrenger komt terug in de groep en vertelt zijn/haar ervaringen als waarnemer van de roddelfase. - Wat heeft hem/haar geraakt? - Wat is opgevallen? - Accepteert hij/zij het gegeven advies? Stap 5. Evaluatie - Inbrenger en groep kijken terug op het verloop van dit gesprek: - wat heeft het de inbrenger opgeleverd? - hoe zijn de groepsleden met de vraag omgegaan?

17 Beschrijf een situatie, conflict, gesprek, toestand..., Wat maakte dat deze situatie goed verliep? Welke factoren waren hierop van invloed? Welke factoren waren extern (omstandigheden, toeval)? Welke factoren waren intern, dat wil zeggen kunnen worden toegeschreven aan de inbrenger? Wat deed de inbrenger dan waardoor het allemaal goed verliep? (Zo concreet mogelijk analyseren aan de hand van doorvragen) Welke keuzemomenten zaten in de gebeurtenis? Welke keuzes maakte de inbrenger, welke criteria hanteerde hij om te handelen zoals hij deed? Wanneer zou het helemaal mis gegaan zijn? Welke houdingsaspecten en vaardigheden laat de inbrenger in deze situatie zien, waardoor het een succes werd: bijvoorbeeld acceptatie, respect, in de waarde laten, serieus nemen, maar ook didactische vaardigheden, begeleidingsvaardigheden, luistervaardigheden, gespreksvaardigheden, organisatorische enzovoort.

18 Aan de slag

19


Download ppt "Mijn juf weet alles! Dan ken je mijn meester nog niet!"

Verwante presentaties


Ads door Google