De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Expertgroep Adolescentieperiode Merel Monshouwer, Demi Koedood, Gwenda van Erkel en Leanne Buitendijk.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Expertgroep Adolescentieperiode Merel Monshouwer, Demi Koedood, Gwenda van Erkel en Leanne Buitendijk."— Transcript van de presentatie:

1 Expertgroep Adolescentieperiode Merel Monshouwer, Demi Koedood, Gwenda van Erkel en Leanne Buitendijk

2 Inhoudelijke mededelingen Er mag geen gebruik gemaakt worden van het boek, samenvattingen en aantekeningen!! De eerste die belt, klapt of fluit mag antwoord geven.  Groep 1: Freya, Lauren, Clarita, Monica en Gyana  Groep 2: Nadia, Melissa, Priscilla, Lisa, Olivia  Groep 3: Gülçin, Yousra, Chaimae, Ashley en Sharon De winnaar krijgt een rol Rolo of en Roze koek (:

3 Quiz vraag 1  Hoe heet de periode waarin adolescenten carrièrekeuzes maken zonder rekening te houden met de toekomst en capaciteiten? A. Tentatieve periode B. Identity achievement C. Fantasie periode

4 Antwoord quiz vraag 1  Hoe heet de periode waarin adolescenten carrièrekeuzes maken zonder rekening te houden met de toekomst en capaciteiten? A. Tentatieve periode B. Identity achievment C. Fantasie periode

5 Quiz vraag 2  Wat zijn de vier stadia van James Marcia’s theorie van identiteitsontwikkeling?

6 Antwoord quiz vraag 2  Wat zijn de vier stadia van James Marcia’s theorie van identiteitsontwikkeling? 1. Identity achievement 2. Identity foreclosure 3. Moratorium 4. Identity diffusion

7 Quiz vraag 3  Welk vermogen wordt ontwikkelt in het formeel-operationeel-stadium? A. Logisch denken B. Abstract denken C. Logisch en abstract denken

8 Antwoord quiz vraag 3  Welk vermogen wordt ontwikkelt in het formeel-operationeel-stadium? A. Logisch denken B. Abstract denken C. Logisch en abstract denken

9 Quiz vraag 4  Wat is de betekenis van de informatieverwerkingstheorie? A. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de manier waarop mensen informatie opnemen, gebruiken en opslaan. B. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de manier waarop mensen met elkaar omgaan. C. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de ontwikkeling van de emotionele gedachtegang.

10 Antwoord quiz vraag 4  Wat is de betekenis van de informatieverwerkingstheorie? A. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de manier waarop mensen informatie opnemen, gebruiken en opslaan. B. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de manier waarop mensen met elkaar omgaan. C. Theorie die verklaringen probeert te geven voor de ontwikkeling van de emotionele gedachtegang.

11 Quiz vraag 5  Persoonlijke fabels, imaginair publiek en egocentrisme zijn drie soorten van..? A. Nieuwe manieren van denken B. Onzekerheden C. Denk fouten

12 Antwoord quiz vraag 5  Persoonlijke fabels, imaginair publiek en egocentrisme zijn drie soorten van..? A. Nieuwe manieren van denken B. Onzekerheden C. Denk fouten

13 Quiz vraag 6  Wat zijn de primaire geslachtskenmerken? A. Zichtbare kenmerken van seksuele rijping die niet direct betrekking hebben op de geslachtsorganen. B. Kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling van organen en structuren van het lichaam die betrekking hebben op de voortplanting. C. Kenmerken die worden geassocieerd met ontwikkeling van lichamelijke veranderingen, zoals schaamhaar en borstgroei.

14 Antwoord quiz vraag 6  Wat zijn de primaire geslachtskenmerken? A. Zichtbare kenmerken van seksuele rijping die niet direct betrekking hebben op de geslachtsorganen. B. Kenmerken die worden geassocieerd met de ontwikkeling van organen en structuren van het lichaam die betrekking hebben op de voortplanting. C. Kenmerken die worden geassocieerd met ontwikkeling van lichamelijke veranderingen, zoals schaamhaar en borstgroei.

15 Vraag 7  Wat is een psychosomatische aandoening? A. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen fysieke en psychische problemen. B. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen psychische, emotionele en fysieke problemen. C. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen emotionele en fysieke problemen.

16 Antwoord quiz vraag 7  Wat is een psychosomatische aandoening? A. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen fysieke en psychische problemen. B. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen psychische, emotionele en fysieke problemen. C. Medische aandoening die veroorzaakt wordt door de interactie tussen emotionele en fysieke problemen.

17 Quiz vraag 8  Hoe noem je pogingen om een bedreiging die tot stress kan leiden te beheersen of te aanvaarden? A. Coping B. Metacognitie C. Moratorium

18 Antwoord quiz vraag 8  Hoe noem je pogingen om een bedreiging die tot stress kan leiden te beheersen of te aanvaarden? A. Coping B. Metacognitie C. Moratorium

19 Quiz vraag 9  Wat is het verschil tussen gesocialiseerde delinquent en onder gesocialiseerde deliquent? A. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, psychisch achtergesteld. B. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, opgevoed met onder andere weinig regels. C. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, in de peutertijd zwaar verwaarloosd.

20 Antwoord quiz vraag 9  Wat is het verschil tussen gesocialiseerde delinquent en onder gesocialiseerde deliquent? A. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, psychisch achtergesteld. B. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, opgevoed met onder andere weinig regels. C. Een onder gesocialiseerde delinquent is, in tegenstelling tot een gesocialiseerde delinquent, in de peutertijd zwaar verwaarloosd.

21 Quiz vraag 10  Noem een voorbeeld waarbij peer pressure geen invloed heeft op jongeren? A. Studie, Carriérekeuze, etc. B. Kledingkeuze en haarstyle C. Welk gedrag je vertoont

22 Antwoord quiz vraag 10  Noem een voorbeeld waarbij peer pressure geen invloed heeft op jongeren? A. Studie, Carriérekeuze, etc. B. Kledingkeuze en haarstyle C. Welk gedrag je vertoont

23 Quiz vraag 11  Maak een schatting van het aantal mensen in Nederland dat lijdt aan Anorexia Nervosa.

24 Antwoord quiz vraag 11  Maak een schatting van het aantal mensen in Nederland dat lijdt aan Anorexia Nervosa.  In Nederland lijden er mensen aan Anorexia Nervosa.


Download ppt "Expertgroep Adolescentieperiode Merel Monshouwer, Demi Koedood, Gwenda van Erkel en Leanne Buitendijk."

Verwante presentaties


Ads door Google