De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Vertrouwen op Internet – Als je mekaar niet meer virtueel vertrouwen kan – UvA InternetSociologie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Vertrouwen op Internet – Als je mekaar niet meer virtueel vertrouwen kan – UvA InternetSociologie."— Transcript van de presentatie:

1 dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam Vertrouwen op Internet – Als je mekaar niet meer virtueel vertrouwen kan – UvA InternetSociologie 17 februari 2013

2 Menu van de dag Sociologie van vertrouwen  Vertrouwen en nabijheid: co-locatie  Medium van nabijheid 1.Hoe belangrijk is vertrouwen?  Kleine oefening  Verschijningsvormen (VvV)  Niveaus van vertrouwen (NvV) 2.Wat is vertrouwen?  Normatieve GedragsVerwachting  Mechanisme van ComplexiteitsReductie 3.Functies van vertrouwen – FvV 4.Cyclus van vertrouwen – CvV 5.Stimuleren van vertrouwen – SvV 6.Institutionalisering – IvV 7.Typologie van vertrouwen – TvV 8.Piramide van Vertrouwen – PvV 9.Dynamiek van vertrouwen – DvV 10.Afbraak van vertrouwen – AvV 11.Meten van vertrouwen – MvV 12.Virtueel vertrouwen Cartoon_Project

3 Vertrouwen en Nabijheid nVooronderstelling: vertrouwen kan alleen ontstaan in duurzame face-to-face interacties.  “Trust needs touch” [Charles Handy 1995:46]  “Om te kunnen meeleven is tastbare nabijheid nodig” [Beatrix - Kerst 2009] nIn virtuele gemeenschappen zou per definitie onvol- doende vertrouwen bestaan tussen de deelnemers. Is vertrouwen zonder aanraking mogelijk?

4 Een kleine oefening… nNeem iemand in je hoofd die je niet vertrouwt. –Hoe communiceer je met zo iemand? –Wat voel je als je met zo iemand communiceert? (tijd 1 minuut) nNeem iemand die je volledig vertrouwt in gedachten –Hoe communiceer je met zo iemand? –Wat voel je als je met zo iemand communiceert? Je bent geremd, denkt wat zal de ander denken, bent zelf ook berekenend. Het voelt niet goed. Vaak begrijp je elkaar, zonder dat de woorden kloppen.

5 Fenomenologie: hoe belangrijk is vertrouwen? nPersoonlijke relaties: vriendschap, liefdesrelatie, gezinsrelatie, relaties met buren & collega’s. nCommerciële transacties –Vertrouwen verhoogt snelheid van zaken doen: geen eindeloos gepraat over het afdekken van risico’s. –Je doet zaken met mensen die te vertrouwen zijn. Dat je geen juridische afdeling nodig hebt. Geen ellenlange contracten met kleine letters om zekerheden te verkrijgen. nPolitieke instellingen: niet alleen vertrouwen in bepaalde politici, maar ook ‘systemisch’ wantrouwen.

6 Vertrouwen in en op 1.Vertrouwen in  ‘trust’ Vertrouwen tussen personen; individuen zijn zowel subject als object van vertrouwen. 2.Vertrouwen op  ‘confidence’ Institutioneel vertrouwen. Niet alleen gericht op formele instituties, maar ook op sociaal-culturele normen die het gedrag van personen bindt aan bepaalde regels. Onderling vertrouwen op basis van gedeelde normen, waarden en gewoontes.

7 Vertrouwen als normatieve gedragsverwachting nInterpersoonlijk vertrouwen = verwachting van een individu dat het woord of de belofte ─verbaal of geschreven ─ van een ander vertrouwd kan worden. nManifesteert zich in: de bereidheid van actoren om zich kwetsbaar op te stellen ten opzichte van andere actoren, gebaseerd op de verwachting dat de ander daar geen misbruik van zal maken. nVertrouwen komt tot stand wanneer en in die mate dat individuen elkaar als gelijkwaardig erkennen en geen misbruik maken van elkaars kwetsbaarheden. nVertrouwen is voorwaarde en voertuig van sociale interactie.

8 Notitie nBij vrienden kun je je kwetsbaar opstellen, zonder dat zij daar misbruik van maken. Vriendschap schept een zone van veiligheid. “Vriendschap is voor mij een zone zonder gevaar” [Cornelis Verhoeven]. nVertrouwen wordt hier in eerste instantie gethematiseerd als een mechanisme ter sturing van gedrag in binaire ego-alter relaties, dus op het niveau van eenvoudige interactiesystemen. nVertrouwen is de verwachting van Ego dat het woord of de belofte van Alter vertrouwd kan worden. De vertrouwende zet zijn kwetsbaarheid in, en voor de ander ontstaat een morele dwang het vertrouwen niet te beschamen. Vertrouwen heeft dus iets verplichtends; door het nakomen van verplichtingen versterkt het vertrouwen zich vanzelf. nVertrouwen reduceert risico’s, maar is zelf ook riskant (risico dat vertrouwen geschonden wordt). nSimmel [1908:263] definieerde vertrouwen als een hypothese over toekomstig gedrag, die zeker genoeg is om praktisch daarop het handelen te baseren. Hierdoor: opheffen van onzekerheid (vertrouwen compenseert niet-weten): “Vertrauen, als die Hypothese künftigen Verhaltens, die sicher genug ist, um praktisches Handeln darauf zu gründen, ist als Hypothese ein mittlerer Zustand zwischen Wissen und Nichtwissen um den Menschen.” nSimmel beschouwde vertrouwen als een van de belangrijkste synthetische krachten binnen de samenleving”. In een functioneel gedifferentieerde samenleving moest deze kracht een toenemende ‘verzakelijkt’ karakter aannemen, omdat de contacten tussen de personen steeds minder op persoonlijke kennissen kunnen berusten. Voor de sociologie is het vertrouwen vanaf het begin af aan een sociale bron, die ertoe kan bijdragen, een gecoördineerd handelen onder voorwaarden van vergaande anonimiteit mogelijk te maken.

9 Vertrouwensspel: vertrouwen en betrouwbaarheid nEgo moet eerst kiezen of hij vertrouwen geeft aan Alter, die daarna beslist of hij vertrouwen honoreert dan wel misbruikt. nPrikkel om te vertrouwen is gebaseerd op verwachting dat men daar beter van wordt: –Degene die de ander vertrouwt wint als de andere persoon betrouwbaar is, maar verliest als de andere persoon niet het vertrouwen verdient dat in haar of hem gesteld is [Coleman 1990:98]. nVertrouwen is handeling van een ‘vertrouwer’; betrouw- baarheid een eigenschap is van iemand die het object is van vertrouwen. Betrouwbaarheid is het geloof dat iemand het waard is om vertrouwd te worden.

10 Notitie nEenvoudige binaire relatie: 2 actoren die beide gericht zijn op het realiseren van hun belangen, Belangen zijn behoeften in contexten van concurrentiële schaarste (zie Bader/Benschop – Ongelijk-heden). Vertrouwer = trustor Vertrouwde = trustee 1.A stelt vertrouwen in B  B honoreert of misbruikt vertrouwen van A. A neemt B in vertrouwen  B respecteert of schendt dit vertrouwen. 2.A wint als B betrouwbaar is; A verliest als B onbetrouwbaar is. 3.Als A vertrouwen heeft in B stelt A vrijwillig en zonder directe tegenprestatie bronnen ter beschikking van B a.Bijv. boek lenen, geld geven, tijd besteden, ondersteuning geven, in je huis toelaten. b.Geen directe tegenprestatie van B. c.Dus geen contract waarin de belofte wordt gedaan om in de toekomst goederen te leveren, diensten te verlenen of geld te betalen. En ook geen onderpand of borg (gijzelingsmodel). 4.Tijdsinterval tussen geven (ter beschikking stellen van eigen bronnen) en ontvangen tegenprestatie van B): zowel A als B opereren in het licht van toekomstige acties van B. nOnderscheid tussen vertrouwen als een moreel kenmerk en betrouwbaarheid. Vertrouwenscontexten zijn interactiestructuren met morele verplichtingen voor degenen die vertrouwd worden [Annette Baier, Trust and Antitrust, in Etics, 1986].  Integriteit nHoe groter de betrouwbaarheid, hoe eenvoudiger sociale actoren tot interactie overgaan: zij kunnen immers een inschatting maken hoe de andere actor naar alle waarschijnlijkheid zal handelen.

11 HandelingsmotivatieMechanisme van handelingscoördinatie Type vertrouwen + Voorbeelden Utilitair (doel-rationeel) BelangenStrategisch vertrouwen Burenhulp; vertrouwen binnen criminele bendes. AffectiefSolidariteit/loyaliteitAffectief vertrouwen Ouderliefde, broederliefde, naastenliefde, persoonlijke liefde TraditioneelGewoontes en ZedenTraditioneel vertrouwen Familiebanden; buurtgenoten; schoolgenoten; maten. Huwelijkse trouw. Normatief (waarde-rationeel) Waarden en NormenMoreel vertrouwen (altruïstisch) Geloofsgenoten; politieke genoten Vertrouwen is meervoudig gemotiveerd

12 Toelichting nTegen Rational Choice Theory en tegen RAT (Rational Actor Theory). Dus niet alleen utilitair, zoals Coleman en andere representanten van de ‘rationele’ keuzetheorie ons willen doen geloven. Zij zien vertrouwen louter als uitkomst van een rationele belangen calculatie: hoeveel kan ik potentieel winnen als ik iemand anders vertrouw (en in vertrouwen neem), en hoeveel kan ik potentieel verliezen als die ander mijn vertrouwen beschaamd (door er misbruik van te maken). Wat mensen motiveert om vertrouwen in elkaar te stellen wordt hierdoor bij voorbaat gereduceerd tot een amorele, gevoelsloze egoïst die er louter op uit is zijn eigen belangen op korte termijn te realiseren (zonder rekening te houden met verleden of toekomst). Vertegenwoordigers van rationele-keuze theorie hebben weliswaar de meest stringente/strakke en daarom het makkelijkst te accepteren theorie van vertrouwen uitgewerkt, maar juist daarom verdient deze benadering wat extra kritiek. nDe calculerende beslissingstheorie gaat aan vertrouwen voorbij [Luhmann 1968:29, 116]. Vertrouwen is niet beredeneerde bereidheid om zich kwetsbaar t.o.v. een andere op te stellen. Vertrouwen is ‘letzlich unbegründbar’ [idem, p. 31] nMoreel of altruïstisch vertrouwen: een moreel gebod mensen te behandelen als zijnde betrouwbaar. Parafrasering van de categorische imperatief: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Gulden regel. De categorische imperatief is volgens Kant de leidraad van zedelijk bewustzijn. Kant’s 1 e categorische imperatief = “Handel zo dat de maxime van uw wil tegelijkertijd ook kan gelden als een algemene zedenwet.”Gulden regel nHet ‘korte termijn altruïsme’ is vaak gecombineerd met ‘lange termijn egoïsme’: ik help je nu in de verwachting dat jij mij in de toekomst helpt [Putnam 1993: 172].

13 Functies van vertrouwen Welke functies heeft vertrouwen in het leven van mensen ? n maakt sociale leven voorspelbaar. nreduceert risico’s  zone van veiligheid n schept gemeenschapsgevoel. n vergemakkelijkt samenwerking.

14 Constitutie van vertrouwen nWanneer mensen min of meer duurzaam met elkaar interacteren kunnen zij op basis van de geschiedenis van interacties uit het verleden afleiden hoe betrouw-baar de anderen zijn en wat hun attitude is. nLeren wanneer je op een ander kunt vertrouwen –Verwachting dat je in toekomstige interacties kunt rekenen op steun (of juist kritiek of vergelding). –Prikkel voor goed gedrag. nIn actuele en toekomstige interacties houden mensen rekening met elkaars verleden. nVertrouwen ‘verdien’ je, niet in de zin dat je er recht op hebt, maar dat je je ervoor moet inspannen om het te winnen. Vertrouwen is een gift: je ‘schenkt’ mensen vertrouwen. Het schenken van vertrouwen stimuleert de ander zich overeenkomstig te handelen.

15 Cyclus van vertrouwen Factoren die vertrouwen genereren Gedeelde sociale normen Anticipatie op toekomstige interacties Duurzame interacties Gedeelde ervaringen

16 Partieel en totaal vertrouwen 1.Partieel Vertrouwen geconcentreerd op specifieke dimensies of domeinen: je vertrouwt je buurman wel je auto toe, maar niet je portemonnee. 2.Totaal Veralgemeend vertrouwen: je vertrouwt je geliefde partner in alle opzichten. Blind vertrouwen zonder referentie naar het verleden. Gefundeerd of verzadigd vertrouwen met expliciete of impliciete verwijzing naar ervaringen in het verleden. Reflexief vertrouwen is een wijze van bemiddeling tussen verleden en toekomst ter oriëntatie in het heden.

17 Stimuleren van vertrouwen? nVertrouwen is slechts in zeer beperkte mate manipuleer- baar en kan niet worden opgelegd of afgedwongen. nWie geforceerd vertrouwen wil wekken, bereikt niet zelden een averechts effect.

18 nVertrouwen laat zich niet instrumentaliseren. Het vertrouwen dat mensen hebben in elkaar en in de samenleving valt niet af te dwingen door het zo veel mogelijk uitbannen van onzekerheden. nGeforceerd vertrouwen wekken: “Henk Nieuwkoop zal je nooit belazeren”. Een toffe Amsterdamse tapijtverkoper in een door bureau KVH gemaakte bewust amateuristische reclame. Maar wel zeer succesvol. nMeer vertrouwen is ook niet altijd beter: “Te veel vertrouwen is de dood in de pot van vernieuwing en leidt tot zelfgenoeg- zaamheid. Het miskent de kracht van meningsverschillen en conflicten. Onderlinge spanningen en verschillen zijn juist van groot belang om processen van vertrouwensvorming en vernieuwing gaande te houden.” [Meurs 2008] Toelichting

19 A. Ketens van vertrouwen nVertrouwensketens ontstaan wanneer wederzijdse vertrouwensrelaties onderling worden verbonden en veralgemeend (meerdere actoren). nGemeenschappen van wederzijds vertrouwen –Iedereen stelt vertrouwen in alle anderen, en wordt door alle anderen vertrouwd. –Betrouwbaarheid wordt versterkt door sociale normen (met daaraan gekoppelde sancties). Positieve Sancties: (a) complimenten, lof, applaus; (b) gezag, reputatie, (c) extra beloningen, privileges. Negatieve Sancties: (a) broederlijke vermaning; eerste waarschuwing, boete; (b) beperking van ruil met dissidente actoren; (c) tijdelijke of definitieve uitsluiting van de gemeenschap.

20 Negatieve Sancties In de hoek staan Blaming & Shaming Vandaag geen biertje Digitaal voor paal staan Strafcorvee Vaderlijke vermaning

21 Gele kaart bij overtreding Rode kaart bij spelbederf Uitsluiting Einer gehört nicht dazu..

22 B. Systemen van vertrouwen: intermediairen nDrie typen intermediairen 1.A vertrouwt de beoordeling van zijn adviseur, waardoor hij vertrouwen stelt in de capaciteit en integriteit van B. 2.De borger biedt garanties: draait op voor de kosten bij gebleken onbetrouwbaarheid van B. 3.De bemiddelaar induceert vertrouwen van diverse trustors en combineert deze bronnen: investeringsbank; politieke ondernemers; Diginotar. nOmvattender systemen 1.Positieve feedback A vertrouwt B, B vertrouwt T  A vertrouwt T 2.Bij herhaling van dit proces krijgen alle leden van het systeem totaal vertrouwen in B: charismatisch leider.

23 Systemen van vertrouwen ontstaan door tussenkomst van intermediairen. Hiervan drie soorten: adviseur, borger (guarantor), bemiddelaar (entrepreneur) [Coleman 1990:180 e.v.]. 1.Als B toch onbetrouwbaar blijkt te zijn verliest A deel van zijn geïnvesteerde bronnen en verliest de adviseur zijn reputatie. Als de intermediair een borger of bemiddelaar is en B. blijkt onbetrouwbaar, dan verliest A geen bronnen. 2.De borger die garant staat draait bij gebleken onbetrouwbaarheid van B op voor de kosten, maar verliest dus niet (per definitie) zijn eigen geloofwaardigheid in de ogen van B. 3.Delegeren van vertrouwen: [zie volgende pagina] Toelichting

24 Vertrouwen in markteconomie: vertrouwen is fundament van markteconomie. Bij elke transactie wordt erop vertrouwd dat de zakelijke partner een tegenprestatie levert. Ook gecompliceerde mechanismen zoals contracten en wetten (die moeten garanderen dat overeenkomsten worden nagekomen) steunen op een of andere wijze op vertrouwen. Kredietinstellingen: Kredietinstellingen zijn in zeer sterke mate van vertrouwen afhankelijk. Het woord krediet stamt van het latijnse ‘credere’ wat ‘geloof’ betekent. De kredietgever gelooft dat de kredietnemer het krediet zal terugbetalen. Als spaarder is de klant van de bank een kredietgever. Daarom is het voor banken noodzakelijk dat zij door hun klanten worden vertrouwd. Verliezen de geldinleggers het vertrouwen in de bank, dan trekken zij hun geld terug. De bank komt in liquiditeits- problemen en gaat failliet. Toelichting

25 Omvattender vertrouwenssysteem

26 Institutionalisering van vertrouwen nVertrouwen is een normatieve gedragsverwachting: A vertrouwt B omdat en voor zover A ervan uit kan gaan dat B geen misbruik zal maken van de persoon- lijke en/of intieme informatie die B over A heeft. nHoe kan deze verwachting van vertrouwen sociaal gestabiliseerd resp. geïnstitutionaliseerd worden?

27 Institutionalisering van vertrouwen (2) nWanneer en in die mate dat de verwachting van vertrouwen van A gebaseerd kan worden op de veronderstelling dat B verwacht dat A vertrouwen verwacht. –Er wordt geanticipeerd dat er overeenstemming is over het verwachten van vertrouwensverwachtingen. –Wanneer deze overeenstemming eenmaal wordt veronder- steld, is er sprake van een vertrouwensrelatie die niet meer ter discussie wordt gesteld [Luhmann 1972:64]. –Tenzij dit vertrouwen – ‘verwachting van vertrouwen’ – op een of andere manier geschonden wordt.

28 Vertrouwen als hypothese over toekomstig gedrag [Simmel]. Vertrouwen is speciale verwachting m.b.t. het waarschijnlijke gedrag van een ander. Vertrouwen is een bepaalde mate van subjectieve waarschijnlijkheid waarmee Ego aanneemt dat een bepaalde handeling door een individuele of collectieve Alter wordt uitgevoerd, en wel voordat hij een dergelijke handeling kan waarnemen (of onafhankelijk van zijn vermogen om deze handeling ooit waar te nemen) in een context die gevolgen heeft voor zijn eigen handeling [Diego Gambetta]. Wanneer we iemand vertrouwen, bedoelen we dat het waarschijnlijk is dat het gedrag van Alter voordelig voor Ego, of minstens niet schadelijk. [rol van (ver)zwijgen van info over de vertrouweling – discretie & prudentia]. Modelvraag: aan wie vertrouw je de sleutel van de kuisheidsgordel van je vrouw? Of gooi je de sleutel in de slotgracht? (in de hoop dat er geen kopie bestaat). Voorbeeld uit organisatiepraktijk (vooronderstelling van consensus over doelstellingen van de onderneming) en uit duurzaam huwelijk: het is voldoende om te veronderstellen dat je elkaar vertrouwd (als niet ter discussie gestelde vanzelfsprekendheid). Toelichting

29 Institutionalisering van vertrouwen (3) nIn organisaties is er zowel sprake is van feitelijk — verondersteld en geanticipeerd— vertrouwen, als van een meestal tolereerbare mate aan wantrouwen. nEr zijn grenzen aan de mate waarin de schending van vertrouwen getolereerd kan worden. nDeze grenzen van acceptabel wantrouwen worden bewaakt door institutionalisering van vertrouwens- verwachtingen.

30 nVertrouwen is spIn het verloop van alle organisationele interacties en communicaties ontwikkelen zich meestal ongearticuleerde vanzelfsprekendheden van wederzijds vertrouwen: ‘ik vertrouw mijn teamleden’, ‘mijn collega’s vertrouwen mij’, ‘in ons team gaan wij vertrouwelijk met elkaar om’, ‘de baas stelt vertrouwen in zijn personeelsleden’. nDoor deze niet nader ondervraagde vanzelfsprekendheden vindt een sterke reductie plaats van de diversiteit van vertrouwensoordelen die op zich mogelijk zijn en die ook gearticuleerd kunnen worden. Op deze ongearticuleerde vanzelfsprekendheden berust het selectiemechanisme van de institutionele reductie: vertrouwen is een mechanisme van reductie van sociale complexiteit [Luhmann 1973/2000]. Toelichting

31 Vertrouwen als mechanisme van complexiteitsreductie nV. is mechanisme om complexiteit van menselijk gedrag te reduceren in situaties waarin mensen met onzekerheid moeten omgaan [Luhmann 1968/2009]. nV. floreert vooral in onzekere en risicovolle omgevingen [Wang /Emurian [2004:7] nIn onzekere en risicovolle omgevingen is vertrouwen een eerste vereiste voor het bestaan van elke vorm van samenleving [Abdul-Rahman/Hailes 2000].  smeerolie nZonder vertrouwen zouden mensen geconfronteerd worden met ondoorgrondelijke complexiteit: zij zouden met álle mogelijke eventualiteiten rekening moeten houden voordat zij beslissen wat zij kunnen doen.

32 Urgentie van vertrouwenskwestie Reductie van onoverzichtelijke en onvoorspelbare complexiteit Reductie van risico’s en van transactiekosten Compensatie van niet-weten Normen van reciprociteit Rem op opportunisme Gevolgen voor onderlinge contacten Vaste patronen in ontmoetingen met bekenden steeds meer vervangen door snel wisselende interacties met relatief onbekenden Grotere risico’s: onzekerheden, onvolledige informatie Differentiatie van sociale subsystemen Complexe netwerken van taakverdelingen en afbakeningen Ingewikkelde afhankelijkheidsrelaties Toegenomen sociale en geografische mobiliteit

33 Toelichting 1.‘ Reflexieve moderniteit’ [Beck et al. 1994] biedt vruchtbare voedingsbodem voor trust-talk. Vergaande differentiatie van sociale subsystemen: wetenschap, politiek, economie, cultuur, rechtspraak etc. Complexe netwerken van taakverdelingen en –afbakeningen. Ingewikkelde afhankelijkheidsrelaties. Geen ontmoetingen in vaste patronen, maar complexe, snel wisselende interacties met relatief onbekenden. We weten steeds minder over steeds meer mensen. Beperkte informatie (Oliver Williamson, Anthony Giddens) moet gecompenseerd worden door ‘geleende kennis’ (van individuele of collectieve actoren die we vertrouwen). “Der völlig Wissende braucht nicht zu vertrauen, der völlig Nichtwissende kann vernünftigerweise nicht einmal vertrauen“ [Simmel 1983:263]. 2.Naarmate meer zekerheden van de moderne, industriële samenleving wankelen wordt de vertrouwenskwestie urgenter. Wie is verantwoordelijk voor wat? Bijv.: (1) Griepepidemie; (2) Klimaatsceptici; (3) Bankencrisis. 3.Simmel beschouwde vertrouwen als “een van de belangrijkste synthetische krachten binnen de samenleving”. [1908: 263] In een functioneel gedifferentieerde samenleving moest deze kracht een toenemende ‘verzakelijkt’ karakter aannemen, omdat de contacten tussen de personen steeds minder op persoonlijke kennissen kunnen berusten. Voor de sociologie is het vertrouwen vanaf het begin af aan een sociale bron, die ertoe kan bijdragen, een gecoördineerd handelen onder voorwaarden van vergaande anonimiteit mogelijk te maken.

34 Drie typen van vertrouwen nDispositioneel vertrouwen (‘basisvertrouwen’): de algemene vertrouwensattitude van individuen als onderdeel van hun persoonlijkheid. Men geeft de ander het voordeel van de twijfel, of juist niet. nOnderling vertrouwen (‘interpersoonlijk vertrouwen’) neemt toe als deelnemers niet meer alleen hoeven te vertrouwen op basis van eigen ervaringen in het verleden, maar ook gebruik kunnen maken van een door alle leden samengesteld reputatiesysteem. nInstitutioneel vertrouwen (‘systeemvertrouwen’): wanneer gebruikers vertrouwen stellen in de virtuele omgeving waarin de interacties of transacties plaatsvinden.

35 Toelichting A.Dispositioneel vertrouwen is de gegeneraliseerde verwachting van vertrouwen tussen mensen. Daarbij is de beslissing om iemand al dan niet te vertrouwen niet primair afhankelijk van rechtstreekse bewijzen over de vraag of die specifieke persoon al dan niet betrouwbaar is: er wordt aangenomen dat de ander betrouwbaar is zolang het tegendeel niet bewezen is, men geeft de ander het voordeel van de twijfel en begint een relatie door de ander tot op zekere hoogte te vertrouwen. Ontwikkeling van basisvertrouwen is de eerste toestand van psychosociale ontwikkeling die tijdens de eerste twee jaren van ons leven ontstaat, of juist niet [Erik Erikson]. Succes resulteert in gevoelens van zekerheid, vertrouwen en optimisme, terwijl falen leidt tot een oriëntatie van onzekerheid en wantrouwen. Het vroege ‘oervertrouwen’ tussen ouders en kinderen schept een behoefte aan vertrouwen dat op de een of andere vorm het hele leven blijft bestaan en [Giddens] Andere termen: propensity to trust, intrinsic trust, affective based trust. Basisvertrouwen: Innerlijke (on)zekerheid: aan jezelf twijfelen. Als iemand het niet met je eens is, of kritiek op je levert, krijg je een vervelend gevoel van binnen. Dit gebrek aan basisvertrouwen wordt in vroege socialisatie geïnternaliseerd. Ieder kind is onzeker te maken en ieder kind kan men met zelfvertrouwen laten opgroeien. Als een kind te veel kritiek krijgt of onvoldoende serieus genomen wordt, moet het kind op den duur wel aan zichzelf gaan twijfelen. Gebrek aan basisvertrouwen leidt tot cynisme. Cynisme is een aangeleerde houding gebaseerd is op het gevoel door anderen bedrogen of verraden te zijn. De cynische levenshouding manifesteert zich in wantrouwen tegen iemands goede bedoelingen. Cynici geloven niet in de oprechtheid of goede bedoelingen van mensen. In sterk gepolariseerde gemeenschappen is gaat dit ‘basisvertrouwen’ als eerste ten onder. De Dominee (film over maffiabaas Klaas Bruinsma): vader die hem als kleine jongen van kast liet springen, en hem vervolgens liet vallen: vertrouw niemand. Geen mededogen, niet in staat tot liefde.

36 Toelichting B. Persoonlijk vertrouwen: In virtuele gemeenschappen is het relatief makkelijk om andere leden te beoordelen op grond van hun online activiteiten. Naast directe ervaring kan men in virtuele gemeenschappen ook steunen op indirecte ervaringen door het lezen van eerdere postings en interacties. Ook in het virtuele leven is ‘de eerste indruk’ van groot belang. In virtuele werelden volgen mensen diverse methoden om die eerste indruk te vormen. Om te achterhalen met wie men te maken heeft, wordt meestal gekeken naar de persoonlijke profielen. Maar zo’n virtuele eerste indruk is niet altijd even betrouwbaar omdat deze profielen door de gebruiker zelf worden opgesteld. De in persoonlijke profielen verstrekte informatie over de sociale status (zoals opleidingsniveau, beroepspositie, kennis, deskundigheid of andere kenmerken die van belang zijn) kan makkelijk worden gemanipuleerd (‘opgeblazen’) en is vaak moeilijk te controleren. Interpersoonlijk vertrouwen is de basisvorm van alle andere vertrouwensrelaties: “the core trust relation is interpersonal” [Warren 1999:348]. De analyse van dit interpersoonlijk vertrouwen is daarom het natuurlijke uitgangspunt van alle theorievorming over de vertrouwensthematiek. C. Binnen virtuele omgevingen (webfora, virtuele gemeenschappen en netwerken) neemt het institutionele vertrouwen toe wanneer beheerders en moderatoren de afgesproken huisregels consequent hanteren en dus geen willekeurige privileges toekennen of sancties toepassen.

37 Differentiatie van typologie van vertrouwen 1.Zelfvertrouwen: persoonlijk vertrouwen in eigen competenties + dispositie tot vertrouwen  cynisme 2.Interactioneel vertrouwen: onderling vertrouwen; vertrouwen in relatie met andere personen. 3.Organisationeel vertrouwen: vertrouwen in organisaties, netwerken en gemeenschappen: vertrouwen in andere organisatieleden. 4.Markt vertrouwen: vertrouwen in commerciële instellingen en in transacties op markten. 5.Maatschappelijk vertrouwen: vertrouwen in maatschappelijke instellingen en basisstructuren.  Piramide van vertrouwen

38 Piramide van Vertrouwen (pvv) Dispositioneel Interactioneel Organisationeel Transactioneel Maatschappelijk

39 1.Geneste hiërarchieën: het ene niveau kan niet zonder het andere. 2.Interactie-effecten van individuele, interactionele, organisationele, transactionele en maatschappelijke vertrouwensrelaties. 3.Voorbeeld: Dispositioneel vertrouwen is de gegeneraliseerde verwachting van vertrouwen tussen mensen. Of je iemand vertrouwt is niet primair afhankelijk van rechtstreekse bewijzen dat een specifiek individu al dan niet betrouwbaar is (op basis van feiten), maar er wordt aangenomen dat de ander betrouwbaar is zolang het tegendeel niet bewezen is (geloof): men geeft de ander het voordeel van de twijfel en begint een relatie door de ander tot op zekere hoogte te vertrouwen. Maar in sterk gepolariseerde gemeenschappen of samenlevingen gaat dit basisvertrouwen als eerste ten onder. Zij worden cynisch en beginnen fundamenteel te twijfelen aan de oprechtheid of goede bedoelingen van andere mensen. Zij opereren vanuit het basisgevoel dat zij door iedereen bedrogen of verraden kunnen worden. Zij zijn niet meer bereid of in staat om zich kwetsbaar op te stellen en verharden (‘karakterpantser’). Internet is een uniek voertuig voor het ontketenen van verborgen razernij. Vroeger had je de ‘zwijgende meerderheid’, maar dankzij het internet heeft zij een podium voor zichzelf gevonden. “Met dit zwijgen is het voorgoed afgelopen. Nu ontdekken we via het web dat zich een nieuw, welvarend lompenproletariaat heeft ontwikkeld, een massa die zich permanent en tot in de ziel miskend en bedrogen voelt en dit zo luid mogelijk laat weten. Door de digitale cultuur heeft deze massa een stem gekregen” [Hofland 2008]. Virtuele communicatie is een ongeremde vorm van communicatie en is veel ruiger in de expressie van ongenoegen en agressie. Het zijn vooral de shocklogs of treiterlogs (met in Nederland GeenStijl voorop) die hiervoor een podium bieden. Toelichting

40 Dynamiek van vertrouwen Reflexief vertrouwen Reflexief wantrouwen Naief vertrouwen Cynisch wantrouwen

41 1.Nog altijd wantrouwend / wantrouwig Vertrouw niemand, ook al hebben zij iets aardigs gedaan. 2.Wantrouwen totdat: reflexief wantrouwen Vertrouw niemand totdat zij zichzelf bewezen hebben. 3.Nog altijd vertrouwend Vertrouw mensen totdat zij het schenden.`Vertrouwen ‘for the time being’. 4.Vertrouwen totdat: reflexief vertrouwen Vertrouw mensen ook al maken zij fouten, soms doen ze je zelfs pijn. Stellingen 1.Je kunt vandaag in een van de vier stadia verkeren, maar in de loop van je leven zul je diverse stadia doorlopen. Wantrouwige mensen kunnen zich ontwikkelen tot meer vertrouwende personen (en omgekeerd). 2.‘Nog altijd vertrouwen’ lijkt een slechte houding, vooral als mensen door anderen worden gekwetst of vernederd. Blind vertrouwen lijkt een vorm van religieus geloof: “ik geloof in hem/haar”. Men gelooft in iemand zonder bewijzen, zoals mensen ook in God geloven zonder bewijzen van het bestaan van God. Men gelooft onvoorwaardelijk in de ander, zonder voorbehoud, zonder bewijs van de betrouwbaarheid van de ander, en vaak ondanks het bewijs van de onbetrouwbaarheid van de ander. Het is een gevoelsmatig, bijna mythisch ‘geloof’ van de mens in de mens. 3.Er is een sterk verband tussen basisvertrouwen en optimisme, en gebrek aan basisvertrouwen en cynisme. 4.Iedereen vertrouwen is dwaas, niemand vertrouwen is nog dwazer. Toelichting

42 Afbraak van vertrouwen nTolereerbare mate aan wantrouwen nNiet voldoen aan normatieve gedragsverwachting: schending van vertrouwen nGeen steun, maar kritiek, vergelding of bedrog n“Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.” nVerlies van vertrouwen in traditionele instellingen leiden niet noodzakelijk tot wantrouwen, maar veel vaker in indifferentie, onverschilligheid. Wantrouwen en vertrouwen zijn houdingen van engagement.

43 nOpbouwen van vertrouwen kost veel tijd (net als reputatie of een goede naam), afbraak gaan i.d.r. veel sneller. Vertrouwen wint men langzaam, maar kan men vlug verliezen. –Vertrouwen wordt verdiend met vele daden en kan met één daad verloren gaan [Socrates]. –Oudhollandse tegelwijsheid / spreekwoord: “Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.” –“Trust is like a vase.. once it's broken, though you can fix it the vase will never be same again.” [onbekend] nVoorbeelden: –Klantenvlucht bij Fortis en DSB van Scheringa; –1 maal overspel en het is uit met de liefde. nAlgemeen: vertrouwen in alle belangrijke maatschappelijke instituties (leger, georganiseerde religie, bedrijfsleven, banken, parlement, regering) is in de loop der jaren sterk afgenomen, behalve het vertrouwen in de massamedia [Coleman 1990:95 e.v., 193 e.v.]. Behandelen bij ‘vertrouwen in systemen’. [institutioneel vertrouwen]. Toelichting

44 Uitdijend wantrouwen

45 Uit de krant: institutioneel wantrouwen 1.Overheid  “We moeten ons ervan bewust zijn dat alle voorhanden gegevens ook kunnen worden misbruikt. Vertrouwen in de overheid is belangrijk, maar we moeten niet naïef zijn” [Jeroen van Velzen & Arrie Vis, Eurlings pakt hardwerkend Nederland. VK ]. 2.Wetenschap  “Bij … klimaatsceptici gaat gezonde twijfel echter over in politiek cynisme. Politiek cynisme is in de woorden van de socioloog Abram de Swaan de slimheid van de onwetenden. Bij hen is de angst te worden bedrogen groter dan de wil om iets te weten te komen. Omdat er altijd onzekerheden zijn en wetenschappers elkaar geregeld tegenspreken, gaan ze voor het gemak ervan uit dat je niemand kunt vertrouwen en dat iedereen een geheime agenda heeft” [Pieter Hillhorst, Klimaatcynisme. VK ]. 3.Banken / Landen  “Nadat de financiële markten hun vertrouwen in de banken waren verloren en overheden tegen wil en dank tientallen miljarden moesten uitgeven aan reddingsacties, lijken de markten nu Griekenland niet meer te vertrouwen. Deze vertrouwenscrisis kan ertoe leiden dat andere eurolanden mogelijk met miljardensteun een bankroet van Griekenland moeten voorkomen” [Paul de Grauwe, Na bankencrisis dreigt nu een landencrisis. VK ].

46 Meten van vertrouwen nEigenaardigheden van online onderzoek nMeten van vertrouwen - Nabijheid –Directe, actuele toegang: any place –24/7- principe: any time nScepsis over betrouwbaarheid van enquêtes –Respondenten kunnen immers sociaal wenselijke antwoorden geven op geladen vragen als: “Vindt u dat mensen over het algemeen te vertrouwen zijn?”, of “Bent u zelf meestal te vertrouwen?”

47 World Value Survey [WVS] nWVS - n“Generally speaking, would you say that most people can be trusted or that you need to be very careful in dealing with people?” [vraag 23] nAntwoord 1.“Most people can be trusted.” 2.“Need to be very careful.” nVoor NL in 2006: (1) 45% en (2) 55%. nHoe staat het in de wereld?

48 WVS 2006: Most people can be trusted Trinidad Tobago3,8 Turkey4,9 Rwanda4,9 Peru6,3 Ghana8,5 Malaysia8,8 Brazil9,4 Cyprus9,9 Iran10,6 Zambia11,5 Chile12,6 Morocco13,0 Colombia14,5 Burkina Faso14,7 Serbia15,3 Mexico15,6 Guatemala15,7 Mali17,5 Argentina17,6 Great Britain30,5 Jordan30,9 Germany36,8 Japan39,1 United States39,3 Iraq40,8 Hong Kong41,1 Thailand41,5 Indonesia42,5 Canada42,8 Netherlands45,0 Austalia46,1 New Zealand51,2 China52,3 Switzerland53,9 Finland58,9 Vietnam62,1 Sweden68,0 Norway74,2 Moldova17,9 Slovenia18,1 Georgia18,1 Egypt18,5 France18,8 South Africa18,8 Poland19,0 Spain20,0 Andorra20,1 Romania20,3 Bulgaria22,2 India23,3 Taiwan24,2 Ethiopia24,4 Russian Federation25,2 Ukraine27,5 Uruguay28,4 Italy29,2 South Korea29,2

49 Experiment  vertrouwensspel nTwee spelers krijgen elk 10 euro nFirst mover beslist hoeveel hij/zij daarvan aan 2 e speler geeft. Elke transfer wordt verdubbeld door de spelleider. nDe 2 e speler krijgt te horen wat de transfer is van 1 e speler en beslist dan hoeveel hij zelf wil overdragen. Ook bedrag van de 2 e speler wordt verdubbeld.

50 Internet als medium van nabijheid nCo-locatie (fysieke nabijheid) is bevorderlijk voor so- ciale gelijkenis, gedeelde waarden en verwachtingen. nFace-to-face ontmoetingen zijn niet onvervangbaar voor opbouwen van vertrouwen en repareren van geschonden vertrouwensrelaties. nInternet is medium van nabijheid: brengt mensen die mensen die in meerdere opzichten ver van elkaar verwijderd zijn met elkaar in intensief contact.

51 Zou je zo iemand vertrouwen?

52 Vertrouwen in virtuele omgevingen nGenereren van vertrouwen in virtuele gemeenschap- pen is ingewikkeld: –Het is moeilijk om mensen te vertrouwen die je niet goed kent, die je niet gedurende langere tijd hebt kunnen observeren en die niet gericht zijn op dezelfde doelen. nAnonieme/ pseudonieme karakter van conversaties is niet per se een belemmering voor vertrouwen. –In online communicaties is meer ruimte is voor openhartige discussie, diepgang en intimiteit dan in face-to-face relaties.

53 Consumentenvertrouwen nEen van de grootste barrières voor mensen om zich in te laten met e-commerce (transacties waarin financiële en persoonlijke informatie via internet wordt overgedragen aan handelaren) is gebrek aan vertrouwen. Zonder algemeen klimaat van online vertrouwen heeft e-commerce weinig toekomst [Wang/Emurian 2004: 105] nHoe bouw je transactioneel of consumenten- vertrouwen op in online omgevingen? –Reputatie van online handelaren: betrouwbaarheid van verkopers. Als de website de consument niet overrtuigd dat de verkoper betrouwbaar is, dan wordt er niet gekocht [Ang/Lee 2000] –Algemeen klimaat van online vertrouwen waarin kopers zich op hun gemak voelen als zij gevoelige informatie geven.


Download ppt "Dr. Albert Benschop Universiteit van Amsterdam www.sociosite.net Vertrouwen op Internet – Als je mekaar niet meer virtueel vertrouwen kan – UvA InternetSociologie."

Verwante presentaties


Ads door Google