De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Manuele krachtsproblemen bij kinderen met een unilaterale cerebrale parese en de mogelijkheden en effecten van interventie Eugene Rameckers PhD, KFT onderzoeker.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Manuele krachtsproblemen bij kinderen met een unilaterale cerebrale parese en de mogelijkheden en effecten van interventie Eugene Rameckers PhD, KFT onderzoeker."— Transcript van de presentatie:

1 Manuele krachtsproblemen bij kinderen met een unilaterale cerebrale parese en de mogelijkheden en effecten van interventie Eugene Rameckers PhD, KFT onderzoeker Adelante, MUMC

2

3 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

4 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

5 Definitie Cerebral Palsy (CP) Cerebral Palsy (CP) CP is characterized by a persistent movement or posture deficit that results from a non-progressive disorder in the developing fetal or infant brain CP is characterized by a persistent movement or posture deficit that results from a non-progressive disorder in the developing fetal or infant brain CP richtlijn CBO/EBRO 2008 CP richtlijn CBO/EBRO 2008 Toegevoegd : in eerste levensjaar. Toegevoegd : in eerste levensjaar.

6 Vraag Hoeveel kinderen met CP zien jullie in de werksetting? Welke kenmerken vallen het meeste op?

7 Cerebral Palsy 3 typen: – Spastisch – Houdings en bewegings afhankelijk tonus dysregulatie – Dyskinetisch – atactisch

8 Klinische presentatie van kind met spastische CP

9

10

11 Inclusie: Zancolli classification Zancolli I Zancolli II Zancolli III II a II b

12 Classificatie Gross Motor Function Classification System (GMFCS) I-V Manual Ability Classification System (MACS) I-V

13 Consequenties CP bovenste extremiteit Spasticiteit Parese Contracturen

14 Vraag Welke factor heeft grootste invloed op arm hand vaardigheden van het kind met CP. – Spasticiteit – Krachttekort –parese- – Contracturen

15 Cerebrale Parese Centraal zenuwstelsel: beschadiging rondom de geboorte - veranderde ontwikkeling o.a. corticospinale banen – verhoogde co-contractie / spasticiteit – parese musculatuur

16 Cerebrale Parese Perifeer zenuwstelsel: Degeneratie motor units Reductie aantal motor units per spiervezel Synchronisatie motor units is verminderd – Efficiëntie krachtsgebruik geringer 30-50%

17 Musculaire ontwikkeling Musculaire atrofie Afname Spieromvang Afname aantal myofilamenten Verlenging sarcomeren Afname Type 2 spiervezels Anaërobe, witte spieren Snelkracht / tempo kracht Toename Type 1 spiervezels Aërobe, rode spieren Duurkracht

18 Cerebrale Parese Subtraction paresis Hypertone Agonist Krachtsverlies Antagonist Reduced output paresis Hypertone Agonist Krachtsverlies Agonist Lance, Brown, Mayer, Sahrmann, Agostinucci, Kwakkel, Becher

19 Cerebrale parese Mobiliteit Door spasticiteit in spier ontstaan contracturen en lokale hypermobiliteit Te grote kracht van de agonist en te geringe weerstand aan de andere zijde Netto geleverde kracht gering Frieden et al 2003.

20 Vraag Pen vasthouden Buurman of vrouw trek pen uit de hand Vervolg opdracht: ………………………………………..

21 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

22 Evidentie Bij de kinderen met GMFCS niveau I en II is er geen correlatie tussen prestatie bij vaardigheden en spasticiteit. (Damiano e.a, Smits e.a) wordt er wel een correlatie gevonden tussen krachtniveau en prestatie op vaardigheden (Smits e.a, Rameckers e.a)

23 Evidentie Wordt er geringe correlatie gevonden tussen actieve range of motion en prestatie op vaardigheids niveau ( smits e.a)

24 Methode Proefpersonen 20 kinderen met spastische hemiplegie (5 – 15 jaar) ( mean 9 j. 11 M.) – 10 kinderen onder de 10 jaar – 10 kinderen boven de 10 jaar – 50% jongens, 50% rechtszijdige leasie 20 kinderen op reguliere basis school en VWO/ MVBO op leeftijd gematched

25 Apparatuur NVFK congres: Functie en Participatie

26 Opstelling

27 Methode Voorbeeld van een krachtsregistratie NVFK congres: Functie en Participatie

28 Krachtsignaal: CP kind hemiplegische hand

29 Eenvoudige Taak Target Target on Screen: reference Co-ordination CNS Performance: Muscles Environment Feedback Error Instructions Output Input

30 Resultaten: MVC Neemt toe met de leeftijd

31 Resultaten: MVC Neemt af met de leeftijd, vooral NAH

32 Geleverde kracht bij CP Hogere kracht gaat meer afwijken

33 Time to peak

34 Time to peak neemt toe voor hogere krachtsniveaus

35 Discussie Absolute kracht Met toename van de leeftijd Bij kinderen met CP vermindering absolute kracht i.t.t normaal ontwikkeling. Relatie met musculaire atrofie / inactiviteit.

36 Discussie Time to peak Aangedane hand → minder snelle reacties op hoger krachtsniveau.

37 Conclusies Er sprake is van een toenemend reduced output fenomeen Zowel in aangedane als in de niet aangedane hand Controle strategie blijft primitief in beide handen

38 Conclusions Children with spastic hemiplegia have 50% less MVC as controls Spastic wrist flexors are indeed weak

39 Conclusie naar de practijk Training kracht en krachtsregulatie is nodig op jonge leeftijd om achteruitgang tegen te gaan

40 Naast kracht ook inzet in dynamische taken Alle manuele taken vergen ook een dynamische controle

41 Voorbeeld Houdt je pen vast met voorkeurshand. Trek 2 lijnen met afstand van 1 cm. Schrijf tussen die lijnen je naam Opdracht 2…………………………………..

42 Dynamische taken Dynamische manuele krachtsregulatie – Doel gerichte bewegingen – simpel (Fitts’ Tasks) fitts lift fitts shift discreet fitts shift continu Start en stop signaal Start en stop signaal Discreet: Discreet: 10 x target movements 10 x target movements Continu: Continu: 20 sec snelle en precieze bewegingen 20 sec snelle en precieze bewegingen

43 Index of Difficulty 1. 5 cm – 10 cm 2a. 5 cm – 20 cm 2b. 2.5 cm – 10 cm cm - 20cm Puppet 2.5 cm Target Size 2.5 cm / 5 cm Distance 10 /20 cm

44 Variabelen Snelheid in MT (movement time) MT = a + b * log2(2A/W) Prestatie Index of performance effective = IP-E IP-E = a+b*Log2 (2A/ ETW) /MT

45 Lift task MT

46 Lift task precisie

47 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

48 Interventie Effect van: Intensieve therapie – Functionele oefentherapie – Constraint induced movement therapy Intensieve functionele oefentherapie en botuline toxine- A (BTX)

49 Interventie Uitkomstmaten: – Spasticiteit /spiertonus – Kracht – dynamische precisie – handvaardigheden

50 Spiertonus meten Ashworth SPAT test (Angle of catch)

51 Catch en Range of Motion pols

52 Elleboog en onderarm

53 Vaardigheidsniveau door Melbourne Assessment Melbourne Assesment of Unilateral upper Limb Assessment

54 Methode 20 children with spastic hemiplegia (5 – 15 y) ( mean 9 y. 11 M.) – 10 children intensive therapy + BTX – 10 children intensive therapy Design: RCT - randomisation Zancolli and age- Standardised therapy protocol: based on functional therapy (Speth et al 2005)

55 Frequentie: 3 x 1 uur per week FT/ET ( Speth et al 2005) Randominisatie Design Direct eindeFollow Up Base line Metingen

56 Therapie vormen (richtlijn CP) Sensorische integratie bij CP geen evidentie van therapie effecten Voyta evidentie dat het geen meerwaarde effect heeft t.a.v usual care BoBath /NDT evidentie dat het geen meerwaarde effect heeft t.a.v usual care Functionele therapie Evidentie dat het effect heeft op vaaridgheidsnveau van kinderen met CP (ketelaar 1998, Ahl 2001)

57 Functionele therapie Gebaseerd op: Actieve and passieve ROM spierkracht Motorisch leren – Hulpvraag gericht – Doelgericht – omgevingsgericht

58 Resultaten Spiertonus en ROM Tonus neemt significant af in de oefentherapie groep / angle of catch neemt toe. Actieve pols dors flexie neemt toe. Significante correlatie spierkracht en pols dors flexie en Melbourne test

59 Tonus

60 Resultaten Isometrische spierkracht

61 Dynamische precisie

62 Resultaten Spiertonus daalt Kracht neemt met 127% toe Active beweging pols neemt toe Dynamische precisie blijft gelijk Melbourne test score neemt niet significant toe ( oorzaak plafond effect) Dit is in coherentie met andere studies ( Wallen et al 2004)

63 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

64 Botulinum Toxin -A

65 Effect: Spasticiteit afname Verbetering antagonistische beweging

66 Tonus

67 Resultaten Isometrische Spierkracht

68 Dynamic force

69 Conclusies BTX vermindert direct de spiertonus van de geinjecteerde spieren BTX vermindert direct de kracht van de geinjecteerde spieren BTX vermindert direct de dynamische precisie

70 Indeling presentatie CP Manuele krachtsregulatie CP versus normaal Invloed van therapie Invloed van botuline toxine Invloed van botuline toxine en therapie – Isometrisch spastische polsflexoren – Dynamische precisie bewegingen

71 BTX en therapie Until now no positive or negative effect of BTX-A in upper limb studies (Boyd 2001, Wasiak 2004, Park 2006, Hoara 2008)

72 Tonus

73 Resultaten Isometrische Spierkracht

74 Resultaten Isometrische spierkracht

75 Dynamic force

76

77 Dynamische precisie

78 Resultaten Spiertonus en ROM Tonus neemt significant af in beide groepen en dit effect blijft Geen sign verschillen tussen de groepen Actieve pols dors flexie neemt toe in beide groepen en er is een positieve trend t.v.v BTX Isometrische kracht neemt in beide groepen toe. Sign verschil t.v.v therapiegroep. Dynamsiche precisie neemt in beide groepen toe. Sign verschil t.v.v BTX in snelle alternerende taak

79 Eind conclusie Intensieve therapie heeft een gunstig effect t.a.v kracht en dynamische precisie, actieve beweging pols. BTX belemmert de krachtontwikkeling van de spastische spieren. Tonus reductie treedt op door beide vormen van therapie. ( sneller door de BTX) Dynamische precisie neemt toe in snelle dynamische taken t.v.v. BTX en therapie

80 Nieuwe therapieen Forced Use ( bij CVA en kinderen met spastische hemiplegie) Constraint induced movement therapy (CIMT) Bimanuele therapie Habit (hand arm bimanual intensive training) BoBiVA (Botuline toxine bimanuele vaardigheden)

81 Resultaten tot nu van CIMT Verbetering vaardigheidsniveau Geen spasticiteitstoename (Hoara – cochrane review 2008)

82 CIMT Adelante NVFK congres: Functie en Participatie

83 83 Therapy during camp 7 hours a day CIMT with constraint – 2 hours breakfast, repetitive practice and structured exercises individual – 1 hour shaping individual – 1 hour leisures and sport games group – 2 hours lunch, repetitive practice and structured exercises individual – 1 hour leisures and sport games group 2 hours a day without constraint – 2 hours a day bimanual activities group – dinner

84 Bimanuele therapie De hand als aangedane hand inzetten. Intensive therapie conform CIMT Effecten zijn net zo groot, soms beter.

85 BoBiVa (Botuline Toxine Bimanuele Vaardigheden) Effect of Botulinum Toxin A Injections and Specific Intensive Rehabilitation Therapy in Children with Hemiparetic Cerebral Palsy on Upper Limb Functions and Skills

86 86 BoBiVa RCT ( ISRCTN /BoBiVa) approval medical ethics committee Inclusion participants started januari 2008 Participating centres: University hospital Maastricht and Franciscusoord Valkenburg, VUMC Amsterdam and Sint Maartenskliniek Nijmegen

87 87 BoBiVa Four study groups: btA alone Intensive therapy program Intensive therapy program combined with btA Therapy as usual

88 Vragen Dank jullie voor de aandacht


Download ppt "Manuele krachtsproblemen bij kinderen met een unilaterale cerebrale parese en de mogelijkheden en effecten van interventie Eugene Rameckers PhD, KFT onderzoeker."

Verwante presentaties


Ads door Google