De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ingrid Molein Meten is weten Maatschappelijke trend: ‘Als het niet kan gemeten worden is het niet van tel.’

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ingrid Molein Meten is weten Maatschappelijke trend: ‘Als het niet kan gemeten worden is het niet van tel.’"— Transcript van de presentatie:

1 Ingrid Molein Meten is weten Maatschappelijke trend: ‘Als het niet kan gemeten worden is het niet van tel.’

2 Ingrid Molein Reflecteren in onderwijs: een nieuwe hype? Man die de wolken meet Jan Fabre

3 Ingrid Molein “Nieuwe evaluatievormen komen niet uit de lucht vallen. Evaluatie verandert omdat onderwijs verandert.”

4 Ingrid Molein

5 Kritiek roept angst en weerstand op Feedback geeft bruikbare informatie Samenwerken steunt op een aantal communicatieve vaardigheden, zoals duidelijk communiceren en actief luisteren, feedback geven en krijgen.

6 Ingrid Molein

7 ‘feedback’ = ‘informatieve reactie’. Elkaar feedback (Engels: ‘feed’) geven betekent elkaar voeden en stimuleren om verder te groeien. Met feedback vertel je de ander hoe zij bij jou overkomt, welke invloed de ander op jou heeft, waarin je van de ander verschilt en welk verschil je graag wil overbruggen. Feedback is een communicatiemiddel.

8 Ingrid Molein Johari-venster

9 Ingrid Molein

10 Diversiteit aan competenties: Traditionele toetsvormen worden niet aan de kant geschoven. Ze dienen alleen te worden aangevuld met andere evaluatievormen.

11 Ingrid Molein … Ze dienen alleen te worden aangevuld met andere evaluatievormen!

12 Ingrid Molein Evalueren en reflecteren zijn niet hetzelfde Bij evalueren:  Beoordeel je de resultaten van je acties op basis van criteria en/of normen.  Kijk je welke eventuele storende factoren een rol hebben gespeeld.  Trek je conclusies voor het handelen in soortgelijke situaties. Bij reflecteren:  Omschrijf je de situatie en omgeving.  Onderzoek je je gedrag.  Stel je vragen over je eigen vaardigheden.  Achterhaal je je motivatie of overtuigingen.  Sta je stil bij je identiteit.  Is er oog voor je dieperliggende drijfveren.

13 Ingrid Molein Keuze voor evaluatie- instrument Formatief Begeleidend Product Groep (peerreflectie) Summatief Beoordelend Proces Individu (zelfreflectie)

14 Ingrid Molein 1.1 Self-assessment Spiegeltje, spiegeltje aan de wand… Zelfreflectie - zelfevaluatie

15 Ingrid Molein Self-assessment wordt beschreven als de betrokkenheid van de lerende bij het beoordelen van het eigen leren. Meestal wordt deze vorm van beoordelen gebruikt bij de formatieve evaluatie om zo de reflectie op het eigen leerproces en de resultaten te bevorderen. In het secundair onderwijs is het aangewezen leerlingen te leren reflecteren op zichzelf en hierbij een ‘woordenschat’ aan te reiken.

16 Ingrid Molein Het doel van self-assessment is het ontwikkelen van vaardigheden zoals zelfkritiek en reflectief denken. meer zelfkennis/bewustzijn. grondiger studeren/leren. voorbereiding op beroepspraktijk of verdere studie.

17 Ingrid Molein Ja, ik heb alles ZELF gedaan: - ik zocht en vond het eindwerk zelf op e-bay - ik heb zelf een bod gedaan - ik heb zelf betaald - ik heb het zelf uitgeprint

18 Ingrid Molein 1.2 Peer-assessment Appelen met peren vergelijken. Peerreflectie - peerevaluatie

19 Ingrid Molein Peer-assessment is een proces waarbij de lerenden hun medeleerlingen evalueren. Bij peer-assessment neemt de lerende de verantwoordelijkheid op zich om kritische beoordelingen te geven over de werkzaamheden van medeleerlingen. In het secundair onderwijs kan reflectie op samenwerken leerlingen helpen onderscheid te maken tussen kritiek en feedback.

20 Ingrid Molein Nadenkertje: Self-assessment en peer-assessment hangen onlosmakelijk aan elkaar vast. Door het beoordelen van medeleerlingen leert de lerende ook zien wat de eigen sterke en zwakke punten zijn.

21 Ingrid Molein

22 1.3 Een beoordelingsschaal ontwerpen Het is niet moeilijk, het is gemakkelijk.

23 Ingrid Molein Werkwijze: 1. Kies de vooropgestelde competentie, het leerdoel waarop gefocust wordt of de attitude 2. Ga op zoek naar criteria 3. Sorteer en categoriseer de criteria indien nodig 4. Zoek een passende schaal 5. Breng samen in een soort oplijsting = reflectiemodel that’s it!

24 Ingrid Molein En nu even serieus: 1. De attitude ‘doorzettingsvermogen’ 2. Ga op zoek naar criteria: Stel de vraag: Welk gedrag stelt iemand met doorzettings- vermogen? = de attitude ‘omschrijven’.

25 Ingrid Molein 3. Sorteer en categoriseer de criteria indien nodig. Voorbeeld mogelijk resultaat: Doorzettingsvermogen 1. Herbegint bij mislukkingen. 2. Blijvende inzet bij langdurige inspanningen. 3. Pakt onaangename taken aan.

26 Ingrid Molein 4. Zoek een passende schaal. Bijvoorbeeld:  Mijn gedrag is een voorbeeld voor anderen; dit kan ik; hier moet ik nog aan werken; hier schiet ik werkelijk tekort. (self-assessment)  Voldoende, voldoende met leemtes, onvoldoende. (self- en peer-assessment)

27 Ingrid Molein  Visuele schaal (self-assessment)  Schaal met gedragsniveaus: 0 = deficiëntieniveau, 1 = kennen, 2 = kunnen, 3 = zijn. (self- en peer-assessment)

28 Ingrid Molein  3 = beter dan de rest, 2 = gemiddeld, 1 = niet zo goed als de rest van de groep, 0 = onvoldoende, -1 = zwak, tegenwerken. (self- en peer-assessment)  -1 = onvoldoende, 0 = redelijk, 1 = goed, 2 = zeer goed. (self- en peer-assessment)

29 Ingrid Molein  Likert-schaal: 1 = sterk mee oneens, 2 = mee oneens, 3 = neutraal, 4 = mee eens, 5 = sterk mee eens. (self- en peer-assessment)

30 Ingrid Molein Inspiratielijst reflectie op sociale vaardigheden Reflectielijst sociale vaardigheden.doc

31 Ingrid Molein 1.4 Co-assessment Ter info.

32 Ingrid Molein Bij co-assessment bepalen de docent en de lerenden samen de criteria waarop beoordeeld zal worden. Ze evalueren ook samen. De docent heeft wel de uiteindelijke beslissingsmacht. Evaluatie speelt zich af in de relatie leraar-leerling. In het secundair onderwijs zijn voorzichtige stappen mogelijk om leerlingen zichzelf te laten beoordelen/inschatten aangevuld met een bevestiging of correctie door de leraar.

33 Ingrid Molein 1.5 Logboek Een soort publiek dagboek.

34 Ingrid Molein Een logboek is een geschikt instrument om de individuele vordering van elke lerende bij te houden. Op de dagen dat aan het project/een taak wordt gewerkt, dienen de lerenden vast te leggen welke (project)activiteiten ze hebben gedaan. Het is de bedoeling dat de lerende dankzij het schrijven van een logboek reflecteert over zijn leeractiviteiten.

35 Ingrid Molein Bij het uitwerken van een logboek kan je rekening houden met volgende vragen: 1. Welke werkafspraken zijn gemaakt? 2. Welke rol heb jij gespeeld bij het totstandkomen van die afspraken? 3. Welke activiteiten heb je uitgevoerd? 4. Wat zijn de resultaten van je activiteiten? 5. Hoe verliep de samenwerking met de anderen?

36 Ingrid Molein  Als de samenwerking (niet) goed verliep, wat was de oorzaak? 7. Verloopt alles volgens planning? 8. Zo niet, hoe komt dat dan en welke maatregelen neem je om dit te verbeteren? 9. Heb je vandaag iets bijgeleerd over de inhoud van het project of jezelf? Wat? 10. Zijn er nog bijzonderheden?

37 Ingrid Molein 1.6 Reflectieverslag Hoe gaat het met u?

38 Ingrid Molein Nadeel logboek: omvangrijk om na te lezen. Oplossing: logboek als basis voor reflectieverslag. Logboek wordt gebruikt als bron voor het verslag en dient wel aan de docent ingeleverd te worden. Reflectieverslag mag zich beperken tot enkele A4’tjes, gestaafd met fragmenten uit het logboek.

39 Ingrid Molein Ik heb 5 uren aan dit verslag gewerkt: 1 uur vervangen van het inktpatroon, 45 minuten gekeken naar een blanco scherm 2 uren via de telefoon technische hulp gevraagd 30 minuten gezocht naar het juiste lettertype

40 Ingrid Molein Hou bij het schrijven van je reflectieverslag rekening met volgende vragen: 1. Als je eerlijk terugkijkt, wat is dan je aandeel geweest in het project op het vlak van …? 2. Op welke vlakken was je beter dan de anderen? 3. Op welke vlakken was je minder dan de anderen? 4. Aan welke punten dien je prioritair nog te werken? 5. Hoe zou je dat kunnen doen?

41 Ingrid Molein Reflectieverslag om het leerproces te beoordelen. Vb. bij stage en in praktijksituaties. Criteria waarop u kan beoordelen zijn: 1) Hoe scherp heeft de lerende zichzelf geanalyseerd? 2) Hoe eerlijk is hij geweest? 3) Heeft hij zowel benoemd wat goed als wat fout ging? 4) Is hij niets belangrijks vergeten? 5) Zijn er leerpunten opgenomen? 6) Heeft hij ook zijn gevoelens laten spreken? 7) …

42 Ingrid Molein Tip: De bespreking van het reflectieverslag kan een onderdeel zijn van een mondelinge proef. Opgelet: de richtlijnen voor de lerenden en de criteria van beoordeling hangen opnieuw af van de competentie/leerdoel die u met het verslag wil meten.

43 Ingrid Molein 1.7 Portfolio Is dat niet van die kunstenaars?

44 Ingrid Molein Inderdaad, afgeleid van de mode- en kunstwereld en overgenomen in het onderwijs. Portfolio: Grote kartonnen map met voorbeeldmateriaal, voortgangsmateriaal, beste werken waarmee kunstenaars klanten/opdrachten in de wacht probeerden te slepen.

45 Ingrid Molein Doelstelling: De lerende dient zijn ontwikkeling in bepaalde competenties te illustreren/documenteren aan de hand van relevante stukken die hij al dan niet zelf selecteert en bundelt.

46 Ingrid Molein Wat kan erin? Verslagen, rapporten, ppt presentaties, mails, plannen, literatuur, evaluaties door docenten/medelerenden, video’s, diskettes, foto’s, geluidsopnames, taken, proefwerken, tekeningen, ontwerpen, zelfevaluaties, fragmenten uit logboek, … EN SOWIESO een reflectieverslag op de eigen ontwikkeling, met de stukken als bewijslast.

47 Ingrid Molein Soorten portfolio: Nadruk op het proces: Bijvoorbeeld eerste ontwerp en laatste ontwerp met reflectie daarop. (procesportfolio - vooruitgangsportfolio) Nadruk op het product: Bijvoorbeeld enkel de beste werken opnemen met reflectie daarop. (bestwerk-portfolio) Nadruk op de doelen: Bijvoorbeeld werkstukken opnemen die het bereiken van een bepaald doel illustreren (leerdoelenportfolio of doelenboek)

48 Ingrid Molein Mogelijke criteria waarop u kan evalueren? Authenticiteit: is het bewijs daadwerkelijk afkomstig van de lerende of de groep? Actualiteit: weerspiegelt het bewijs het huidige competentieniveau? Relevantie: hoe specifiek is het bewijs voor de competentie?

49 Ingrid Molein Kwaliteit van het eindproduct: in welke mate komt het bewijs overeen met de specificaties of gewenste criteria? Kwantiteit: is het aantal bewijzen voldoende om uitspraak te doen over de competentie? Variatie: is de competentie in verschillende contexten bewezen? Creativiteit: heeft de lerende of groep een persoonlijk tintje gegeven aan het portfolio?

50 Ingrid Molein Bronnen tech.hogent.be/cms/.../Presentatie%20bijscholing%202.ppt vvkso – vrije ruimte – syllabus evalueren ESF-project Bevorderen werkplekleren Landelijke Kinderopvang vzw (ed.) Competentiewoordenboek voor laaggeschoolden ‘NAPOLEON revised’ is een project van RESOC Kempen en haar partners: VOKA Kamer van Koophandel Kempen, Katholieke Hogeschool Kempen, IPV, ABVV, ACV, Cirkant vzw, Kempense Centra voor Deeltijds Onderwijs (Balen, Geel, Herentals en Noorderkempen). Stage Assessment center voor de Praktijkschool en VMBO Y.S. Jansen-Heijtmajer, R. de Pauw & N. Beemster Uitgeverij Garant Antwerpen-Apeldoorn 2004 GOK steunpunt Gelijke Onderwijskansen Observatie-instrument 2de en 3de graad TSO/BSO Vlaams Ministerie van Onderwijs en vorming Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en vorming

51 Ingrid Molein Gemotiveerd? Meer weten: < pedagogisch didactisch < vrije ruimte < evaluerenvvkso.be Dank voor uw aandacht

52 Ingrid Molein REFLECTIEMODELLEN of < diocesane pedagogische begeleidingsdienst < secundair onderwijs < vakgebieden < sociale en technische wetenschappen < reflectiemodellen


Download ppt "Ingrid Molein Meten is weten Maatschappelijke trend: ‘Als het niet kan gemeten worden is het niet van tel.’"

Verwante presentaties


Ads door Google