De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jongeren en motivatie: Wil je of moet je studeren en de regels volgen? Prof. Dr. Maarten Vansteenkiste Universiteit Gent Contactadres:

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jongeren en motivatie: Wil je of moet je studeren en de regels volgen? Prof. Dr. Maarten Vansteenkiste Universiteit Gent Contactadres:"— Transcript van de presentatie:

1 Jongeren en motivatie: Wil je of moet je studeren en de regels volgen? Prof. Dr. Maarten Vansteenkiste Universiteit Gent Contactadres:

2 Overzicht 1.“Waarom we doen wat we doen” 3. Hoe kan je een motiverende omgeving “creëren”?  Illustratie 1: Wat is motiverende taal?  Illustratie 2: Resulteert autonomieondersteuning niet in grenzeloze vrijheid?  Illustratie 3: Moet (ouderlijk) verbieden verboden worden? 2. De motor van groei: De rol van psychologische noodbevrediging

3 DEEL I “Waarom we doen wat we doen”: Waarom studeren jongeren? Waarom leven ze afspraken na?

4 TAAK VAN DE MOTIVATIEPSYCHOLOOG Motivatie < movere = beweging  Welke factoren doen jongeren bewegen?  De vraag naar drijfveer, reden of motief van gedrag  Heeft de aard van deze drijfveren een impact op - Beleving van les? Toegewijdheid? - Intrinsieke plezier? - Faalangst voor examen? Prestaties? - Afhaken vs. blijven? - Naleven van gemaakte afspraken?

5

6 Parabel “In een kleine zuidelijke stad opende een Joodse kleermaker zijn winkel in de hoofdstraat. De lokale clan was daar niet mee ingenomen. Het publiek bleef weg omdat een groep straatjongens de hele dag voor de ingang ‘jood, jood, jood’ naar hem riep. De kleermaker sliep de eerste nacht slecht, maar besloot er de volgende dag wat aan te doen. Hij stapte op de jongens af en beloofde ze dat ze iedere dag dat ze ‘jood, jood’ zouden roepen van hem een dubbeltje kregen. Hij voegde de daad bij het woord en betaalde de jongens. Tevreden over de beloning stonden de jongens de volgende dag weer voor de winkeldeur en riepen ze ‘jood, jood’. Glimlachend kwam de winkeluitbater naar buiten en betaalde de jongens een kwartje. ‘Een dubbeltje is te veel; ik kan jullie alleen maar een kwartje betalen’. De jongens liepen toch nog tevreden weg, want een kwartje is tenslotte toch een kwartje. De dag daarna stonden de jongens terug te schelden en ditmaal gaf de kleermaker ieder een cent. ‘Maar’, zeiden de jongens, ‘twee dagen geleden kregen we nog een dubbeltje en gisteren een kwartje. Dat is niet rechtvaardig.’ ‘Neem het of ga ervandoor, want dit is alles wat jullie krijgen’, zei hij. ‘Denk maar niet dat we je voor zo’n rottige cent nog langer ‘jood, jood’ zullen noemen’, zeiden de jongens. ‘Dan doen jullie dat maar niet’. En dat deden ze dan ook niet meer. “

7 Oefening 1: Plaats types motivatie samen

8 ItemsNaam Motivatietype 1 Motivatietype 2 Motivatietype 3 Motivatietype 4 Probeer om de -Items twee aan twee samen te plaatsen -Een label te verzinnen voor het type motivatie dat beide items beogen te meten

9 WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN Autonome Motivatie Gecontroleerde Motivatie Verplichting, druk, stress Intrinsieke Motivatie Extrinsieke motivatie Welwillend, psychologisch vrij Plezier passie, interesse Persoonlijke relevantie, betekenisvol Straf, beloning, verwachting Schaamte, schuld, zelf-waaarde “Moeten” “Willen”

10 Geboeidheid, interesse, plezier Persoonlijke relevantie, zinvol Straf, beloning, verwachting Schaamte, schuld, zelfwaarde  Waarom maak je jouw huiswerk? ‘omdat ik pas dan naar de scouts mag’ ‘omdat ik wil bewijzen dat ik slim ben’ ‘omdat ik het belangrijk vind om het zelf te proberen’ ‘omdat ik de stof boeiend vind’  Waarom volg je de regels thuis of op school? ‘omdat ik anders gestraft word’ ‘omdat ik me anders schuldig zou voelen’ ‘omdat ik inzie en begrijp dat deze nodig zijn’ ‘omdat ik ze interessant vind’

11 WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN “Willen” vs. “moeten” i.p.v. “plezier” vs. “instrumentaliteit” 1.“Willen” (autonome motivatie) = combinatie van persoonlijke overtuiging & passie/plezier  dus: je kan oninteressante activiteiten ook welwillend uitvoeren 2.“Willen” vs. “moeten” = kwaliteit of soort motivatie  amotivatie = gebrek aan motivatie = hulpeloosheid omwille van gebrekkig zelfvertrouwen vb. niet bekwaam om taak uit te voeren

12 WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN Autonome Motivatie Gecontroleerde Motivatie Verplichting, druk, stressWelwillend, psychologisch vrij “Moeten” “Willen” Futloos, ontmoediging, faalangst Amotivatie “Niet kunnen”

13 Gecontroleerd (onder druk) Autonoom (zelfgewild) AfhankelijkheidZelfstandigheid 3. Autonome motivatie of “willen” is niet hetzelfde als zelfstandigheid of afhankelijkheid  Zelfstandigheid = zelfstandig werk kunnen uitvoeren, zonder directe hulp/advies van anderen WAAROM WE DOEN WAT WE DOEN

14 Speelt de kwaliteit van de motivatie een rol? Willen versus moeten

15 Effecten van “Willen” en “Moeten” (Vansteenkiste, Zhou, Lens, & Soenens, 2005) “Willen” “Moeten” Concentratie Tijdsbeheer Prestaties Actief Klasgedrag.24**.22**.41**.21** -.39** -.37**

16 Hupeloosheid Externe druk & verplichting Persoonlijk zinvol & relevant Schuld & schaamte Plezier & interesse Volhouden Tijdstip 2 Volhouden Tijdstip Volharding in functie van verschillende types motivatie (Pelletier, et al., 2001)

17 Is meer gemotiveerd zijn steeds beter?

18 Steekproefkenmerken -Representatieve Belgische steekproef van werknemers: N = Geslacht: 52.4% mannelijk -Leeftijd ‣ < 30 jaar: 24.6% ‣ jaar: 25.6% ‣ jaar: 28.4% ‣ > 50 jaar: 21.4% -Opleidingniveau: ‣ Lager onderwijs: 5.5% ‣ Middelbaar onderwijs: 55% ‣ Hogeschool: 24.8% ‣ Universiteitsniveau: 14.7%

19 Zwakke kwaliteit Lage kwantiteit Hoge kwantiteit Goede kwaliteit

20 Zwakke kwaliteit (21%) Lage kwantiteit (11%) Hoge kwantiteit (27%) Sterke kwaliteit (41%)

21 Is being more strongly motivated a Is meer gemotiveerd zijn steeds beter? Twee relevant vergelijkingen: 1)Goede kwaliteit vs. zwakke kwaliteit = evenwaardig in hoeveelheid, maar verschillend in kwaliteit 2)Goede kwaliteit vs. hoge kwantiteit = verschillend in hoeveelheid én in kwaliteit van motivatie

22 Organisationele betrokkenheid in functie van het motivationele profiel Vergelijking 2

23 Productiviteit in functie van het motivationele profiel Vergelijking 2 Vergelijking 1

24 DEEL II De motor van groei: De rol van psychologische noodbevrediging

25 Welke behoeftes zouden volgens jullie aan de volgende kenmerken voldoen? Psychologisch AangeborenFundamenteel Universeel

26 Basisnoden Nood aan autonomie A -Initiator zijn van eigen acties -Zelf aan basis liggen van gedrag Nood aan competentie C -Gedrag tot een goed einde kunnen brengen -Controle hebben over uitkomst gedrag Nood aan verbondenheid B -Geliefd worden door anderen -Goede, close relaties hebben

27 Psychologische noodbevrediging Zelfwaarde Psychische onzekerheid Agressie & rebellie Schematisch overzicht Autonomie Competentie Relationele verbondenheid Geld, macht & roem BASISCOMPENSATIE

28 Willen vs. moeten Welzijn Prestaties & persistentie Sociaal Functioneren Schematisch overzicht Autonomie Competentie Relationele verbondenheid

29 DEEL III Hoe kan je een motiverende leeromgeving creëren? of Wat is de brandstof voor de motor? of Hoe kan de ouder of leerkracht als een “coach” optreden?

30 Noodfrustrerende thuis- en school- omgeving Noodbevredigende thuis- en school- omgeving Omgeving die positief inspeelt op de drie basisbehoeftes Omgeving die negatief inspeelt op de drie basisbehoeftes

31 Autonomie VerBondenheid Competentie Autonomie- ondesteunende vs. controlerende context Warme vs. kille & verwaarlozende context Structurerende vs. Chaotische context

32 I. Autonomie-ondersteunende vs. controlerende context

33 Autonomie-ondersteunende context = context waarin jongeren het gevoel hebben zelf aan de basis te liggen van hun leerproces Controlerende context = context waarin jongeren worden verplicht om op een bepaalde manier te denken en handelen = eigen “agenda” kost wat kost doordrukken

34 Illustratie 1: Wat is een motiverend taalgebruik?

35 Probeer zoveel mogelijk autonomie-ondersteunende in plaats van controlerende taal te hanteren - Probeer “moeten” & “verwachten” te vervangen door “kunnen” & “willen” = autoritair & bevelend optreden vb. schoolreglement vb. “Ik verwacht dat je eerst je huiswerk maakt” vs. inspraak laten over wanneer huiswerk gemaakt kan worden” Vb. “Je zou het beter zo eens proberen op te lossen” of “je kan het zo eens proberen op te lossen” Motiverende taal

36 -Probeer om te vermijden om schuld- of schaamte-inducerende taal te hanteren vb. “je hebt me ontgoocheld” “ik had beter verwacht van jou” “jullie zouden zich moeten schamen voor jullie gedrag” “je zal later wel begrijpen waarom ik dit zeg” vs. zinvolle en specifieke uitleg geven -Probeer om te vermijden om in te spelen op een plichtbesef vb. “In onze tijd …” “Jullie generatie …” Motiverende taal

37 Maakt het woordgebruik van moeten & verwachten vs. kunnen & willen een verschil?

38 Illustratie Autonomie- ondersteuning Dwingend / controlerend Procedure Experimenteel design: 2X1-design Deelnemers: 376 eerste jaar studenten economie (19-20 jaar oud) Taak: Tekst lezen rond “hoe goed communiceren?” (30 min.) Uitkomsten:  Prestatie = diepgaand leren = verbanden leggen  Persistentie of volharding = naar de bib gaan voor meer info

39 Instructies: Autonomie-ondersteuning Voor jullie ligt een tekst die wij gebruiken in het kader van een experiment. De tekst geeft aan hoe je op een goede manier kan communiceren. In de tekst worden verschillende communicatiestijlen besproken, en de inhoud van de tekst kan je dan ook zinvolle informatie geven die je tijdens je latere beroepsleven nuttig kan zijn. Je zal op je toekomstige job waarschijnlijk mensen op één of andere manier helpen in het oplossen van hun problemen. Maar de manier waarop je met deze mensen omgaat en communiceert, kan echter sterk verschillen. Deze tekst geeft hier wat meer uitleg over. Je wordt vriendelijk uitgenodigd om de tekst goed te lezen, want de inhoud kan je info geven over de manier waarop je mensen in nood kan helpen tijdens je toekomstige job. Na het lezen van de tekst zullen nog enkele toetsvragen gesteld worden, die geen deel vormen van de examenstof.

40 Instructies: Controlerend Voor jullie ligt een tekst die wij gebruiken in het kader van een experiment. De tekst geeft aan hoe je op een goede manier moet communiceren. In de tekst worden verschillende communicatiestijlen besproken, en de tekst moet je zinvolle informatie geven die je tijdens je latere beroepsleven ook zult moeten gebruiken. Op je toekomstige job zal je andere mensen op één of andere manier moeten helpen in het oplossen van hun problemen. Maar de manier waarop je met deze mensen moet omgaan en communiceren, kan echter sterk verschillen. Deze tekst geeft aan hoe je dit zou moeten doen. Je kan de tekst dan ook maar beter goed lezen, want de inhoud moet je meer info geven over de juiste manier waarop je mensen in nood moet helpen tijdens je toekomstige job. Na het lezen van de tekst moet je nog enkele toetsvragen beantwoorden.

41

42

43 Illustratie 2: Resulteert autonomieondersteuning niet in grenzeloze vrijheid?

44 Structurende vs. chaotische context

45 Structurerende context = de mate waarin jongeren een houvast wordt geboden, zodat ze weten wat van hen verwacht wordt en ze zich competent voelen om een bepaald studieresultaat neer te zetten. Chaotische context = een onduidelijk en onvoorspelbare leeromgeving, waarin ouders & leerkrachten zich kritisch uitlaten

46 Nuance: Autonomie-ondersteuning is niet gelijk aan een laissez-faire mentaliteit = gebrek aan structuur & regels vb. gebrek aan regels & afspraken Controlerend Autonomie- ondersteunend Gebrek aan structuur = chaos Structuur = houvast

47 Illustratie 2 Sample: 6-7 jaar oude kinderen Taak: Schilderen Experimenteel design: Regels worden op informationele vs. controlerende wijze geïntroduceerd  Regels = bieden houvast & structuur  Subjectieve betekenis van regels verschilt in beide condities!

48 “Vooraleer je begint wil ik je even vertellen hoe we hier in de klas schilderen. Ik besef dat het soms plezant is om gewoon de borstels en verf te laten rondslingeren, maar hier proberen we het schildermateriaal en de klas proper te houden voor de andere die het willen gebruiken. Je kan schilderen op de kleinere tekening, maar liever niet op de rand er rond. Ook het schildermateriaal proberen we proper te houden. We vragen je dus om de borstels uit te wassen en af te drogen vooraleer je een ander kleur gebruikt. Ik besef dat sommige kinderen het niet leuk vinden om heel de tijd proper te moeten werken, maar je kan nu proberen om proper te zijn.” Instructies: Autonomie-ondersteuning

49 “Vooraleer je begint wil ik je een aantal dingen vertellen die je zult moeten doen. Er bestaan hier regels over de manier waarop je schildert. Je moet het schildermateriaal proper houden. Je kan enkel op deze kleinere tekening schilderen. Het is verboden om te morsen op de grotere tekening. Je moet je borstel uitspoelen en uitdrogen vooraleer je een nieuwe kleur gebruikt, zodat de verschillende kleuren niet gemengd geraken. In het algemeen wil ik dat je gedraagt als een flinke jongen/meisje. Maak geen rotzooi van de schildertekeningen.” Instructies: Dwingend / Controlerend

50 Afhankelijke variabelen -Intrinsieke motivatie: gedragsmeting -Kwaliteit tekening: a)technische kwaliteit (b.v., uitdrukking van mening, netheid, symmetrie, organisatie, etc.) b)Aantal kleuren

51

52

53

54 Illustratie 3: Moet (ouderlijk) verbieden verboden worden?

55 CASE “Waarom wil je nu zo lang naar die fuif gaan?” vroeg de vader van de 17-jarige Anna. “Mieke is mijn beste vriendin en zij wordt maar één keer 18 jaar”, antwoordde Anna hem. Normaal mag Anna maar tot 1u00 uitgaan, maar dit keer had ze gevraagd om wat langer te mogen blijven. Haar vader verbiedt haar dit normaal en toen ze die ene keer te laat was thuis gekomen, had hij haar de dag nadien verplicht om vroeg op te staan (“Als je laat kan uitgaan, dan kan je ook vroeg opstaan”). Bovendien had hij de hele dag niet met haar gesproken tot ze haar verontschuldigingen aan bood. Anna kon het deze keer dan maar ook beter vragen in plaats van het verbod zomaar aan haar laars te lappen. “Maar als ik je om 2u00 moet komen halen, dan lig ik zelf maar in bed om 2u30, dat is werkelijk midden in de nacht”, antwoordde haar vader. “Wat als de vader van Michiel mij nu naar huis brengt? Kan ik dan tot 2u00 blijven?”, vroeg Anna. Ze was niet van plan om zomaar toe te geven; ze wilde echt graag langer op die fuif blijven. “Ok”, zei haar vader, “maar dit is een uitzondering; we gaan hier geen gewoonte van maken. Je bent nog maar 17 jaar!”.

56 Verbod = manier om structuur aan te brengen en gedrag te begrenzen vb. verbod omtrent kledij, vrienden, uitgaan druggebruik, anderen slaan etc. Controlerend Autonomie- ondersteunend Gebrek aan verbod = chaos Verbieden = vorm van houvast & structuur

57 « Moet ouderlijk verbieden verboden worden? » of « Hoe nuttig is het om een verbod in te voeren? »  Twee vragen zijn relevant: 1.Hoe introduceer je het verbod? 2.Welk soort verbod introduceer je?

58 Vraag 1: Waarom volg je het verbod? ‘moeten’ ‘stress’ ‘moeten’ ‘intern conflict’ ‘willen’ ‘psychologische vrijheid’ Externe verplichting Interne verplichting Veréénzelviging Aanvaarding

59 Vraag 1: Hoe introduceer je een verbod? Externe verplichting Interne verplichting Veréénzelviging Aanvaarding Extern Controlerend Intern Controlerend Autonomie- ondersteunend

60 Controlerend Extern controlerend: druk van buitenaf - dreigen met straf - afnemen van privileges - fysiek slaan - materieel belonen - verplichtende taal Intern controlerend: druk van binnenuit - schuldinductie - schaamte-inductie - angst-inductie - respect opeisen - voorwaardelijke aandacht Autonomie- ondersteunend Vrijheid van binnenuit - empathie - voorzien van een zinvolle uitleg - keuze aanmoedigen - positieve feedback Vraag 1: Hoe introduceer je een verbod?

61 Morele Domein Conventionele Domein Persoonlijke Domein - Fysieke & psychische welzijn van anderen (vb. niet slaan) - Rechtvaardigheid & fairheid (vb. beloftes nakomen) - Tafeletiquette - Familiegewoontes (vb. moederdag vieren) - Regels mbt rollen - Keuze van vrienden, kledij & kapsel - Gezondheid - Voorzichtigheid Prudentiële Domein Vraag 2:Welk soort verbod introduceer je?

62 Studie waarbij verbod in twee domeinen wordt bevraagd a)Persoonlijke domein: vriendschappen vb. ‘Mijn ouders verbieden me om met bepaalde vrienden om te gaan’ b)Morele domein vb. ‘Mijn ouders verbieden me om te liegen’ of ‘Mijn ouders zeggen me dat ik mijn belofte niet mag verbreken’  3 vragen 1)In welke mate is dit van toepassing op jouw ouders? = KWANTITEIT of FREQUENTIE van verbieden 2)In welke mate vind je het “Ok” dat je ouders dit zeggen? = LEGITIMITEIT van verbieden 3)Als je ouders dit zouden doen, hoe zouden ze dit met jou bespreken? = STIJL van verbieden

63 Stijl van verbieden 1) Controlerend / dwingend: Ze zouden mijn vrijheid inperken (bijv. mijn GSM afnemen, mij niet meer laten uitgaan) als ik toch met die vrienden blijf omgaan Ze zouden zeggen dat ze erg ontgoocheld zijn in mij indien ik toch met die vrienden blijf omgaan 2) Autonomieondersteunend: Ze zouden een zinvolle uitleg geven over waarom het volgens hen belangrijk is dat ik niet met die vrienden omga Ze zouden begrip tonen voor mijn situatie en uitleggen waarom het volgens hen belangrijk is dat ik die vriendschap(pen) beëindig

64 Verschillen tussen beide domeinen: 1)Hoe vaak spreken ouders een verbod uit? 2)Hoe legitiem wordt dat verbod ervaren door de jongeren? 3)Welke stijl hanteren ouders in beide domeinen?

65 Gemiddeld verschil in frequentie verbieden

66 Gemiddeld verschil in legimiteit van verbod

67 Gemiddeld verschil in dwingend verbieden

68 Verschil in autonomieondersteunend verbieden

69 Verschillen tussen beide domeinen: 1)Wat is de motivatie om de regels te volgen? 2)In welke mate verzet men zich tegen het verbod?

70 Gemiddeld verschil in motieven

71 Gemiddeld verschil in rebellie

72 Effect van verbieden: 1)Wat is het effect van verbieden op motivatie en rebellie in beide domeinen? 2)Wat is het effect van de stijl van verbieden in beide domeinen?

73 Resultaten: vriendschap Controlerende stijl Autonomie- ondersteunende stijl Aanvaarding Van regels.25** -.32** Verbieden -.06

74 Resultaten: moraliteit Controlerende stijl Autonomie- ondersteunende stijl Aanvaarding Van regels.39** -.27**.19* Verbieden

75 Controlerende stijl Autonomie- ondersteunende stijl Rebellie -.23**.29** Verbieden.24** Resultaten: vriendschap

76 Resultaten: moraliteit Controlerende stijl Autonomie- ondersteunende stijl Rebellie -.31**.14* -.10 Verbieden

77 Praktische implicaties

78 Tip 1: Probeer preventief te werken  Belang van pro-actief opvoeden = actief aanbrengen van waarden & normen ipv bij overtreding  Warm & geborgen nest, waarbij je als ouder tijd deelt met kinderen en hen toelaat zichzelf te zijn, waardoor ze jouw waarden & normen sneller accepteren

79 Tip 2: Het stellen van grenzen is noodzakelijk = aangeven wat wenselijk en niet wenselijk is  Permissief klimaat = risico voor probleemgedrag  Misschien meer dan vroeger worden zaken verboden uit angst en bezorgdheid voor het onbekende Vb. Internet, gaming, drugs etc.  vertrouwen in de spontane groeitendens van je kind = proces van vallen & opstaan, waarbij je niet perfect dient te zijn

80 Tip 3: Als je grenzen stelt en verwachtingen duidelijk maakt, probeer het dan niet in overdreven mate te doen  Hoe meer regels, hoe meer druk, die het spontaan functioneren beknotten  Een arsenaal aan regels gaat vaak gepaard met het opstellen van een breed gamma aan straffen & beloningen = op een controlerende wijze toezicht houden

81 Tip 4: Als je grenzen stelt en verwachtingen duidelijk maakt, pas dan op welk terrein je jou begeeft!  Afhankelijk van wat je verbiedt, zal je als meer of minder bemoeizuchtig overkomen  Naarmate jongeren ouder worden vallen ook meer zaken binnen het private domein vb. Vrienden, kapsel, etc.

82 Tip 5: Als je grenzen stelt en verwachtingen duidelijk maakt, probeer dan een controlerende stijl te vermijden  « Ik had het je nog zo gezegd dat je dit niet mocht doen »; « Wanneer ga je nu eens respect vertonen voor je vader? »; « Wie denk je wel dat je bent? »  Autoritair opleggen van externe gevolgen bij het overtreden van verbod  Onredelijk straffen  Navolging van verbod afdwingen met een straf- en beloningssysteem => Tijdelijk naleven van regels! vb. Student die zeer veel uitgaat op universiteit

83 Tip 6: Als je grenzen stelt en verwachtingen duidelijk maakt, probeer dan een autonomie-ondersteunende stijl te hanteren  Rebels gedrag = gemotiveerd gedrag  Begrip vertonen voor het waarom voor het overtreden van het verbod  Consequenties bij het overtreden apriori vastleggen in samenspraak met jongere + consequent optreden!  Zinvolle uitleg proberen te geven voor verbod, zodat begrip toeneemt

84 Relevante literatuur Nederlandstalige literatuur Sierens, E., Soenens, B., Vansteenkiste, M., Luyckx, K., & Goossens, L. (2006). Een conceptuele en empirische analyse van leerkrachtstijlen vanuit theorieën over ouderlijke opvoedingsstijlen en de zelf- determinatietheorie. Pedagogische Studieën, 83, Vansteenkiste, M., Soenens, B., Sierens, E., & Lens, W. (2005). Hoe kunnen we leren en presteren bevorderen? Een autonomie- ondersteunend versus controlerend schoolklimaat. Caleidoscoop, 17, Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B., & Lens, W. (2007). Willen, moeten en structuur: Over het bevorderen van een optimaal leerproces. Begeleid Zelfstandig Leren, 37, 1-27.


Download ppt "Jongeren en motivatie: Wil je of moet je studeren en de regels volgen? Prof. Dr. Maarten Vansteenkiste Universiteit Gent Contactadres:"

Verwante presentaties


Ads door Google