De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Opgave 20 8ab : 2ab = 4 10b : –5 = –2b 4 · –5 = –20 8ab · –20 = –160ab –20 · 10b = –200b –160ab · –200b = 32 000ab 2.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Opgave 20 8ab : 2ab = 4 10b : –5 = –2b 4 · –5 = –20 8ab · –20 = –160ab –20 · 10b = –200b –160ab · –200b = 32 000ab 2."— Transcript van de presentatie:

1 opgave 20 8ab : 2ab = 4 10b : –5 = –2b 4 · –5 = –20 8ab · –20 = –160ab –20 · 10b = –200b –160ab · –200b = ab 2

2 ( ) Even Herhalen: Het kwadraat van een getal Het kwadraat van 9 is 9 2 = 9 · 9 = 81. De volgorde bij berekeningen is 1.tussen haakjes 2.machtsverheffen 3.delen en vermenigvuldigen van links naar rechts 4.optellen en aftrekken van links naar rechts vb (-2 + 5) 2 : 3 =(eerst tussen haakjes) : 3 =(dan kwadrateren) : 3 =(vervolgens delen) = -4(tenslotte optellen). 9 9 n √ x x n ∙÷ ⋅ ×÷÷∙∙÷÷÷×

3 Het kwadraat van een negatief getal Het kwadraat van -9 is -9 · -9 = 81. Voor het kwadraat -9 schrijf je (-9) 2. Het kwadraat van -6 is (-6) 2 = -6 · -6 = 36 Maar -6 2 = -6 · 6 = -36 vb. -2 – (-4 + 2) 2 – 4 2 =(eerst haakjes) -2 – (-2) 2 – 4 2 =(dan kwadrateren) -2 – 4 –16 = -22 (tenslotte aftrekken) Eerst kwadrateren en de min ervoor laten staan. De min moet ook in het kwadraat.

4 voorbeeld y = x 2 – 5 x = –2 y = (–2) 2 – 5 = 4 – 5 = –1 x = 2 y = 2 2 – 5 = 4 – 5 = –1 x–3–2–10123 y4 –4–5–4–14 y = (–3) 2 – 5y = (–1) 2 – 5y = 0 2 – 5y = 1 2 – 5y = 3 2 – 5 Parabool De formule y = x 2 – 5 is een voorbeeld van een kwadratische formule. Er bestaat een kwadratisch verband tussen x en y. De grafiek van een kwadratische formule heet parabool. Om een parabool te tekenen, maak je eerst een tabel met 5 à 7 punten. x2x2 -5 ….

5 x–3–2–13458 y4 –4–5–4–14 Een parabool met een laagste punt heet een dalparabool. x y y = x 2 – 5

6 opgave 27 aDe grafiek van de formule y = –0,5x is een parabool. De grafiek van de formule y = –2x + 3 is een rechte lijn. bparabool rechte lijn cDe snijpunten zijn (0, 3) en (4, –5). x–3–2–10123 y–1,512,53 1–1,5 y = –0,5 · (–3) y = –0,5 · (–1) y = –0,5 · y = –0,5 · y = –0,5 · y = –0,5 · (–2) y = –0,5 · x02 y3–1 y = –2 · y = –2 · x y y = –0,5x y = –2x + 3

7 Dal- en Bergparabool a>0 a<0

8 opgave 29 y = –0,1x aBij x = 0 hoort y = –0,1 · = 5 Het water stroomt uit de pijp op een hoogte van 5 m. bBij x = 4 hoort y = –0,1 · y = –0,1 · = –1,6 + 5 = 3,4. De gevraagde hoogte is 3,4 m. cBij x = 7 hoort y = –0,1 · y = –0,1 · = –4,9 + 5 = 0,1. Op een afstand van 7 m van de muur is de waterstraal nog op een hoogte van 0,1 m. Dus het water komt verder dan 7 m van de muur op de grond.

9 opgave 32 a bHet hoogste punt is (0, 4). x–3–2–10123 y–0,523,54 2–0,5 y = –0,5 · (–3) y = –0,5 · (–1) y = –0,5 · y = –0,5 · y = –0,5 · (–2) y = –0,5 · y = –0,5 · y x y = –0,5x 2 + 4

10 opgave 32 y = –0,5x cBij x = 18 hoort y = –0,5 · y = –0,5 · = –158. De y-coördinaat van het punt is –158. dBij x = 26 hoort y = –0,5 · y = –0,5 · = –334. Dus het punt (26, –334) ligt op de grafiek. eBij x = 6 hoort y = –0,5 · = –14. Dus het punt (6, –14) ligt op de grafiek. Bij x = 16 hoort y = –0,5 · = –124. Dus het punt (16, –125) ligt niet op de grafiek. Bij x = –5 hoort y = –0,5 · (–5) = –8,5. Dus het punt (–5, –8,5) ligt op de grafiek. Bij x = –12 hoort y = –0,5 · (–12) = –68. Dus het punt (–12, –68) ligt op de grafiek.


Download ppt "Opgave 20 8ab : 2ab = 4 10b : –5 = –2b 4 · –5 = –20 8ab · –20 = –160ab –20 · 10b = –200b –160ab · –200b = 32 000ab 2."

Verwante presentaties


Ads door Google