De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Regels voor het vermenigvuldigen positief x positief = positief negatief x positief = negatief positief x negatief = negatief negatief x negatief = positief.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Regels voor het vermenigvuldigen positief x positief = positief negatief x positief = negatief positief x negatief = negatief negatief x negatief = positief."— Transcript van de presentatie:

1 Regels voor het vermenigvuldigen positief x positief = positief negatief x positief = negatief positief x negatief = negatief negatief x negatief = positief + x + = + - x + = - + x - = - - x - = + + · + = + - · + = - + · - = - - · - = + of vriend van vriend = vriend vijand van vriend = vijand vriend van vijand = vijand vijand van vijand = vriend

2 opgave 6 (ongeveer) a2 · 7 · -5 = -70 b2 · -7 · -5 = 70 c-2 · -7 · -5 = -70 d-5 · -4 · 3 = 60 e-5 · 4 · 3 = -60 f-5 · -4 · -3 = -60 g-16 · -17 · 0 · 8 = 0 h-1 · -1 · -1 · -1 · 1 = 1 i-18 · 0 · 312 · 17 = 0

3 opgave 10 (ongeveer) 1Eerst binnen de haakjes. 2Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts. 3Optellen en aftrekken van links naar rechts. a7 + 4 · -3 = 7 – 12 = -5 b7 · (4 – 11) = 7 · -7 = -49 c7 – 4 – 11 = -8 d-12 · -3 – 8 · -1 = = 44 e-13 – (2 + 8) · -3 = -13 – 10 · -3 = = 17 f-13 – – 3 · -2 = -13 – = -1 g-3 – (3 – 3) · 3 – 3 = -3 – 0 · 3 – 3 = -3 – 0 – 3 = -6 h-3 · -3 · -3 – 3 = 9 · -3 – 3 = -27 – 3 = -30 i-3 · · -3 – 3 · -3 = = 27 Let op de volgorde !

4 Voorbeeld slangen opgave

5 Slangen opgave

6 Slangen opgave

7 Slangen opgave 3

8 Regels voor het delen positief : positief = positief negatief : positief = negatief positief : negatief = negatief negatief : negatief = positief + : + = + - : + = - + : - = - - : - = + of

9 Opgave vul getallen zo in dat het getal in een hokje gelijk is aan het product van de getallen er schuin onder. 160 · -100 = : 20 = -100 : 20 = : -4 = : -4 = : -5 = 1

10 480 : -60 = : -15 = 4 -8 : 4 = -2 4 : -1 = : -4 = ½ -15 : -1 = 15 Opgave vul getallen zo in dat het getal in een hokje gelijk is aan het product van de getallen er schuin onder.

11 w is het aantal weken dat een veulen oud is het gewicht kun je met de volgende formule berekenen: gewicht = · w aBereken het gewicht als het veulen 4 weken oud is gewicht = · 4 = = 123 kg. bBereken het gewicht als het veulen 14 weken oud is gewicht = · 14 = = 243 kg. cHoeveel neemt het gewicht van het veulen in een week toe ? w = 0  gewicht = · 0 = = 75 kg w = 1  gewicht = · 1 = = 87 kg dHoeveel was het geboortegewicht ? gewicht = · 0 = 75 kg. Bekijk onderstaande formule en beantwoord de vragen 12 kg. per week

12 Margreet  aantal munten = · nummer Carla  aantal munten = · (nummer + 3) aHoeveel munten heeft Margreet nodig voor de stapel met nummer 6 ? Margreet  aantal munten = · 6 = = 23 bHoeveel munten heeft Carla nodig voor de stapel met nummer 4 ? Carla  aantal munten = · (4 + 3) = · 7 = = 20 cHoeveel munten hebben Carla en Margreet nodig voor de stapel met nummer 10? Margreet  aantal munten = · 10 = = 35 Carla  aantal munten = · (10 + 3) = · 13 = = 32 dBij welk nummer zijn de stapels van Margreet en Carla even groot ? opgave 43 nummer Margreet Carla nummer 7

13 opgave 44 temperatuur in ºC = 15 – 10 · aantal km aWat is de temperatuur als ze 2 km hoger zijn ? temperatuur = 15 – 10 · 2 = 15 – 20 = -5°C. bWat is de temperatuur als ze 500 m hoger zijn ? temperatuur = 15 – 10 · 0,5 = 15 – 5 = 10°C. cHoeveel is de temperatuur bij de start ? temperatuur = 15 – 10 · 0 = 15°C. dOp de top is het -20 ºC. Wat weet je van de hoogte van de top ? temperatuur = 15 – 10 · 3,5 = 15 – 35 = -20 ºC. hoogte = 3,5 km. 500 m = 0,5 km start = 0 km

14 opgave 50 lengte in cm = -6 · aantal branduren + 30 ana 2 uur  lengte = -6 · = = 18 cm. na 3½ uur  lengte = -6 · 3½ + 30 = = 9 cm. btabel cna 5 uur is de kaars opgebrand dlengte = -6 · = 30 cm. ede kaars wordt elk branduur 6 cm korter fJerom  lengte in cm = 30 – 6 · aantal branduren zie tabel ! Ronald  lengte in cm = 6 · aantal branduren – 30 aantal branduren = 0  lengte = 6 · 0 – 30 = 0 – 30 = -30 cm Jerom heeft gelijk. aantal branduren0124½4½5 lengte in cm · = -6 · = -6 · = -6 · 4½ + 30 = -6 · = aansteken  branduren = 0

15 Wat is het antwoord bij de volgende formules (opgave 60 plus twee extra sommen) Gegeven is d = 8 a3d – 10 = 3 · 8 – 10 = 24 – 10 = 14 b8 – 10d = 8 – 10 · 8 = 8 – 80 = -72 c16 : d = 16 : 8 = 2 dd + 7 = = 15 e-2 · (d – 8) + 1 = -2 · (8 – 8) + 1 = -2 · = = 1 f2 – 5 · (3 – d) = 2 – 5 · (3 – 8) = 2 – 5 · -5 = = 27

16 opgave 61 bedrag = 40n n is het aantal dagen dat je een auto huurt. aHoeveel kost het als je een auto 5 dagen huurt ? bedrag = 40 · = = 350 euro bWat is de prijs als je de auto een week huurt ? bedrag = 40 · = = 430 euro cW huurt een auto 8 dagen langer dan G Hoeveel moet hij meer betalen dan G ? G: 1 dag huren  bedrag = 40 · = = 190 euro W: 9 dagen huren  bedrag = 40 · = = 510 euro 510 – 190 = 320 euro + 8

17 Van formule via tabel naar grafiek Werkschema : zo teken je een grafiek bij een formule 1Maak een tabel. 2Teken de horizontale as en zet de getallen erbij. 3Teken de verticale as en zet de getallen erbij. 4Schrijf bij de assen waar het over gaat. 5Teken de punten die uit de tabel volgen en teken de grafiek.

18 opgave 65 hoogte = 5m + 10 aNeem m = 5. Bereken de hoogte. hoogte = 5 · = = 35 cm. bBereken de hoogte van het water na 2½ minuut. hoogte = 5 · 2½ + 10 = 12½ + 10 = 22½ cm. c d m02468 hoogte · = 5 · = 5 · = 5 · =5 · = waterstand hoogte in cm. aantal minuten ∙ ∙ ∙ ∙ ∙

19 opgave 67 I : lengte = 15 – 3u ateken de grafiek u01234 lengte – 3 ∙ 0 = 15 – 3 ∙ 1 = 15 – 3. 2 = 15 – 3 ∙ 3 = 15 – 3 ∙ 4 = Lengte van de kaars lengte in cm. u in uren ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ bII : lengte = 12 – 2u cteken dna 3 uur branden ekaars II kaars I ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ kaars II 12 cm lang per uur 2 cm korter


Download ppt "Regels voor het vermenigvuldigen positief x positief = positief negatief x positief = negatief positief x negatief = negatief negatief x negatief = positief."

Verwante presentaties


Ads door Google