De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Bijeenkomst Leerkrachten 7 BSO Woensdag 7 februari 2007 Marialand, Gent.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Bijeenkomst Leerkrachten 7 BSO Woensdag 7 februari 2007 Marialand, Gent."— Transcript van de presentatie:

1 Bijeenkomst Leerkrachten 7 BSO Woensdag 7 februari 2007 Marialand, Gent

2 (H)(G)eeft godsdienstonderricht nog zin aan 7 BSO? Een exploratie bij leerlingen van 7 BSO en een kritische analyse van het leerplan r.-k. godsdienst voor het derde leerjaar van de derde graad. Scriptie Kandidaat in de Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen (Tweede gedeelte) Promotordoor Prof. Dr. Dirk HUTSEBAUTEls BRONDEEL 2006 KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN Faculteit Godgeleerdheid

3  Motivatie -Twijfels en vragen vanuit praktijk -Leerplan; geen echte houvast -Mijzelf verzekeren dat hetgeen ik doe zin heeft/geeft  Probleemstelling en opzet Leerplan: doelen-terreinen ZIJN ER! Oké; MAAR...BEDENKINGEN!!! -Bereikt men doelgroep/invloed lk? -Speelt godsdienstonderricht een rol in hun persoonlijke ontwikkeling? -Voor sommigen godsdienst= een uur amusement of ontspanning. Stopt het hierbij? -Leiden deze lessen tot integratie; zijn het de bouwstenen waarmee zij verder metselen aan hun identiteit? Of is hun identiteit reeds een afgemaakte constructie? Inleiding

4 Het opzet: een beeld krijgen van de identiteit van deze jongeren (de geloofsidentiteit) én van de functie, het nut van godsdienstonderricht aan deze jongeren waaruit dan ook de haalbaarheid van het leerplan kan afgeleid worden.  Beperkingen -Slechts een ‘exploratie’. -‘kind van mijn tijd’.  Vertrekbasis Studienamiddag HDGI ‘Jongeren: Identiteit en Kiezen’ Prof. dr. Hutsebaut.  Indeling 1. Theoretisch deel 2. Praktisch deel; de exploratie

5 ‘ Geloven? Ik weet het niet. Maar, Mevrouw, geloof jij?’ (citaat leerling 7 BSO)

6 HOOFDSTUK I. IDENTITEITS – EN RELIGIEUZE ONTWIKKELING VAN ADOLESCENTEN – INZICHTEN VANUIT DE (GODSDIENST)PSYCHOLOGIE §1. IDENTITEITSONTWIKKELING VOLGENS ERIKSON VRAAG: Wie ben ik? => gekoppeld aan adolescentie (14 tot 24 jaar) ANTWOORD: enerzijds exploreren en anderzijds keuze maken. Op aantal domeinen: beroeps- of studiekeuze, partnership, politieke keuze, maatschappelijke keuzes, ideologische én ook religieuze keuzes. §2. EEN CONCEPT VAN IDENTITEIT UITGEWERKT NAAR VERSCHILLENDE IDENTITEITSSTIJLEN HET CONCEPT VAN MARCIA - 2 momenten in het identiteitsproces  enerzijds het proces van exploratie.  anderzijds het proces van binding.  4 verschillende identiteitsstijlen TypesExploratieBinding Achievers++ Moratorium+- Diffusion+/-- Foreclosures-+

7 §3. HET OMGAAN VAN MENSEN MET GODSDIENST => HET SCHEMA VAN WULFF INCLUSIE VAN HET TRANSCENDENTE (GELOOF) LETTERLIJK GELOVIGENSYMBOLISCH GELOVIGEN LETTERLIJKSYMBOLISCHDENKEN OrthodoxenTweede Naïviteit Foreclosures Achievers LETTERLIJK ONGELOVIGENSYMBOLISCH ONGELOVIGEN Externe KritiekRelativisten Diffusion subjecten Moratorium Subjecten EXCLUSIE VAN HET TRANSCENDENTE (ONGELOOF)

8 §4. DE RELATIE TUSSEN DE IDENTITEITSSTIJLEN EN HET OMGAAN MET DE RELIGIEUZE WERKELIJKHEID Relatie tussen identiteitsstatus en omgaan met religie AchieversTweede Naïviteit Moratorium SubjectenRelativisme ForeclosuresOrthodoxie Diffusion SubjectenExterne kritiek  De identiteitsstijl die men hanteert is dus bepalend voor de religieuze bril. §5. HET KEUZEPROCES DE RELIGIEUZE ONTWIKKELING Uit onderzoek kan men 2 zaken besluiten: 1. Er is een duidelijke daling van religieuze praktijk en van religieus godsgeloof en dit in functie van de tijd en in functie van de leeftijd. 2. De leeftijd van 15 jaar is cruciaal in de religieuze ontwikkeling.

9 §6. BESLUIT Indien achievers en foreclosures => lk’n maar weinig meer bij te dragen. Hun keuze staat immers vast. Indien moratorium subjecten en diffusion subjecten => kans. Diffusion subjecten en moratorium subjecten = minder religieus, geen duidelijkheid en ook niet echt geïnteresseerd => +/- = beeld doelgroep. Bevestigd door onderzoek van Prof. dr. Hutsebaut: 19 jaar meestal gekenmerkt door een relatief lage religieuze praktijk en veel geloofstwijfels. Geen persoonlijke godsvoorsteling meer of het zegt hen weinig of niets. De absoluut ongelovige houding tot driemaal meer bij jongens dan bij meisjes! => implicaties voor lk die lesgeeft aan jongens! (Als er meer absoluut ongelovigen zijn => weinig ruimte voor dialoog)

10 18-19 j; nog keuzes maken??? 15 jaar immers cruciaal (ontw formeel- operationeel denken) Echter rekening houden met 3 zaken: 1. Niet iedereen op eenzelfde moment in deze fase. BSO leerlingen niet altijd even snel. 2. Het keuzeproces verloopt niet voor iedereen gelijkaardig. Het is zo dat jongeren op het ene vlak vaak een andere weg afgelegd hebben dan op het andere vlak. 3. Er zijn keuzen met en keuzen zonder veel reflectie. Hierdoor zijn sommigen keuzen meer definitief dan andere.

11 HOOFDSTUK II. HET LEERPLAN VOOR HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD – INZICHTEN VANUIT VAKDIDACTIEK GODSDIENST §1. ALGEMEEN KADER: HET GODSDIENSTONDERWIJS IN VLAANDEREN ANNO 2006 A. GODSDIENST ALS VERPLICHT VAK B. DE-TRADITIONALISERING ALS GEVOLG VAN MODERNISERING EN SECULARISERING “spiraal van het zwijgen” C. PLURALISERING ALS GEVOLG VAN DE-TRADITIONALISERING christen-zijn is optie naast andere

12 §2. VISIE ACHTER DE NIEUWE LEERPLANNEN DE VISIETEKST “verschillende impact op leerlingen, maar sowieso een impact?” §3. HET LEERPLAN DE GRONDOPTIES VAN HET LEERPLAN “eerbied voor de leerling”

13 §4. HET LEERPLAN VOOR HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD A. BEELD VAN DE DOELGROEP Soms nog sterk zoekend en experimenterend. Met het goddelijke hebben ze het evenwel moeilijk. Hun godsbeeld is vaak zeer traditioneel en zit vol clichés. Tegenover de kerk staan de meeste jongeren onverschillig. De bijbel is voor hen een vreemd en ontoegankelijk boek. Uitgesproken godsdienstige thema’s ervaren zij als vreemd. Toch stellen zij zich vanuit hun eigen levenservaringen vragen rond zingeving en geloof.

14 B. STRUCTUUR VAN HET LEERPLAN VOOR HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD  4 terreinen C. VISIE ACHTER HET LEERPLAN VOOR HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD Centraal ‘INTEGRATIE’ Uitgangspunt: levensbeschouwelijke identiteit staat nog niet vast. Bedoeling: nog echt de ervaring tijdens de les te realiseren ( vandaar het voorstel om bij deze groep in blokuren te werken) => De visie van het leerplan is dan ook dat men alles open laat.

15 D. HET LEERPLAN VOOR HET DERDE LEERJAAR VAN DE DERDE GRAAD IN DE PRAKTIJK -Het terrein dat het meest aanslaat is het beginnend professioneel engagement. Niet verwonderlijk! Zij volgen een zevende jaar vooral omwille van vakspecifieke redenen. -Desalniettemin kunnen ook zij het terrein groeiend persoonlijk engagement appreciëren. -Het terrein beginnend maatschappelijk engagement echter slaat niet altijd aan. -Het terrein beginnend levensbeschouwelijk engagement vormt eveneens een ‘probleem’. Jongeren geen voeling meer met het christelijk verhaal!

16 §7. HEEFT GODSDIENSTONDERRICHT NUT? Vandaag vooral relativisten. (op afstand blijven) Aanbieden godsdienst nog nut ? De brede samenleving is niet antigodsdienstig geworden, eerder relativistisch. Men is onzeker geraakt door de veelheid aan religieuze opvattingen. Probleem : Relativisme weinig zin-gevende betekenis !!! Samenleving worstelt met een vraag naar zin die maakt dat religie als mogelijke bron van zin-geving best niet voorbarig als irrelevant wordt geweerd. Jongeren bouwen een bepaalde identiteitsstijl op in relatie tot hun opvoedingsmilieu, en hierbij kunnen leerkrachten een belangrijke rol spelen.

17 §8. EN WAT VINDEN DE LEERKRACHTEN VAN 7BSO/TSO? ERVARING ALS LEERKRACHT 7 BSO => Twijfelen zij wel aan het christelijk geloof? Jaak Van Vooren “de vreemdheid van het geloven”. Wat ll’n graag hebben is: -bezig zijn met hun identiteitsvorming, met concrete levensvragen en directe maatschappelijke actualiteit. -Zij zijn niet oppervlakkig en onverschillig. Zij wensen alleen geen of weinig verwijzing naar God, Jezus en kerk. -Leerlingen ondergaan de lessen over God, Jezus en kerk. Maar als de lessen opengetrokken worden tot verkennende gesprekken over hoe godsdienst werkt, over wat gelovigen denken en over wat christenen geloven en beleven, dan ontstaat er een kritische en aftastende discussie.

18 §9. BESLUIT 1. Het leerplan houdt rekening met inzichten vanuit (godsdienst)psychologische hoek betreffende de identiteit van deze adolescenten. 2. Kunnen doelen bereikt worden? Deze vraag blijft open. Of de doelstellingen allemaal bereikt worden, kan ik niet bevestigen. Maar dit is uiteindelijk niet de bedoeling, als men kijkt naar de grondopties van waaruit men vertrekt bij het leerplan (eerbied voor de ll; alles open laten). Hamvraag is of dit alles zin heeft of zin geeft bij een zevende jaar BSO? Conclusie tot hiertoe: Men kan levensbeschouwing niet loslaten.

19 DEEL II. De Exploratie HOOFDSTUK III. BESPREKING RESULTATEN BEVRAGING DERDE LEERJAAR DERDE GRAAD WEERGAVE RESULTATEN BEVRAGING A. MAATSCHAPPELIJK Meerderheid nog niet bewust bezig met keuzes maken op maatschappelijk vlak. B. POLITIEK De meerderheid is niet geïnteresseerd in politiek, en is dan ook niet bezig met het maken van keuzes op politiek vlak.

20 C. GELOOF EN LEVENSBESCHOUWING Vraag 1: Ben je gelovig?  Ja1  Nee2  Ik twijfel4 Vraag 2: Geloof je in God?  Ja, in de God zoals we die kennen uit de godsdienstles0  Ja, in een persoonlijke god (maar niet volgens de traditionele voorstelling)1  Nee, maar wel in meerdere goden0  Nee, maar wel in een bovennatuurlijke kracht4  Nee, ik geloof niet in God of een god1 Indien ja, omschrijf jouw godsbeeld: GEEN ANTWOORD.

21 Vraag 3: Ben je gedoopt?  Ja7  Nee0 Vraag 4: Heb je het H.Vormsel ontvangen?  Ja5  Nee2 Vraag 5: Met wie praat je over geloof?  Niemand3  Ouders0  Grootouders0  Leerkracht0  Leerkracht godsdienst2  Vrienden2  Andere(n):0

22 Vraag 6: In welke mate zijn geloof en levensbeschouwing belangrijk voor jou?  Heel belangrijk0  Belangrijk2  Niet belangrijk, niet onbelangrijk3  Niet echt belangrijk2  Helemaal niet belangrijk0 Vraag 7: Bid je?  Dagelijks0  Af en toe1  Bij bepaalde gelegenheden0  Zelden1  Nooit5 Indien ja, waar,wanneer en in welke omstandigheden? GEEN ANTWOORD. Vraag 8: Ga je naar de kerk?  Wekelijks0  Bij gelegenheden5  Nooit2

23 Vraag 9: Ben je gelovig opgevoed?  Ja1  Nee6 Vraag 10: Is je moeder gelovig?  Ja2  Nee2  Ik weet het niet3 Vraag 11: Is je vader gelovig?  Ja1  Nee2  Ik weet het niet4 Vraag 12: Ben je geïnteresseerd in andere levensbeschouwingen (vrijzinnigen, boeddhisme, islam,...)?  Ja, dit interesseert me zodanig dat ik er meer over te weten wil komen0  Ja, maar niet zozeer dat ik mensen of informatie hieromtrent opzoek3  Nee, dit interesseert me niet4

24 Vraag 13: Ken je mensen met een andere levensbeschouwing?  Ja, in mijn familie0  Ja, in mijn buurt2  Ja, in mijn vriendenkring3  Ja, in mijn school2  Ja, via de media2  Nee3 Vraag 14: Ga je soms het gesprek (over geloof of over ‘de dingen des levens’) aan met mensen met een andere levensbeschouwing?  Ja, regelmatig0  Ja, soms2  Nee5 Vraag 15: Open vraag: Ben je bewust bezig met keuzes maken op vlak van geloof en levensbeschouwing? 1 leerling heeft deze vraag open gelaten. 1 leerling is bewust bezig met keuzes maken op vlak van geloof en levensbeschouwing. 3 leerlingen zijn niet echt bewust bezig met keuzes maken op vlak van geloof en levensbeschouwing. 2 leerlingen zijn niet bezig bewust keuzes te maken op vlak van geloof en levensbeschouwing.

25 Besluit De meesten twijfelen of ze gelovig zijn of niet. Ze geloven wel in iets, maar niet echt in de God zoals wij die kennen. Allen zijn ze gedoopt en de meesten hebben het H.Vormsel ontvangen. Het praten over geloof is verdeeld; indien het gebeurt, dan met de godsdienstleerkracht of vrienden. Toch vinden ze geloof en levensbeschouwing niet onbelangrijk. Bidden en naar de kerk gaan daarentegen vinden ze niet echt nodig. De meesten zijn niet gelovig opgevoed, hoewel de moeders misschien wel gelovig zijn, en misschien zelfs een paar vaders. De interesse voor andere levensbeschouwingen is verdeeld, ook afhankelijk van het feit of men ermee in contact komt of niet. Hiermee hangt dan ook het gesprek met mensen van een andere levensbeschouwing samen.

26 D. GODSDIENSTONDERRICHT Vraag 1: Hoe heb jij de godsdienstles ervaren vanaf het eerste jaar van het middelbaar onderwijs tot het zesde jaar?  Positief511  Eerder positief24  Eerder negatief00  Negatief00 Vraag 2: Hoe zou je de godsdienstles omschrijven tijdens deze jaren?  Een uur ontspanning610  Een uur amusement013  Een uur verveling01  Een nuttig uur24  Een verloren uur01

27 Vraag 3: Hoe heb jij de godsdienstles ervaren het laatste jaar?  Positief613  Eerder positief12  Eerder negatief00  Negatief00 Indien positief, wat vond je positief? -De manier van lesgeven -je leert jezelf kennen -je mag je mening geven -er is een goede sfeer en een goede leerkracht -je krijgt nuttige info naar later toe -ontspanning -groepsgesprekken -de lessen hebben mij op een bepaalde manier doen nadenken -lessen, klasgesprekken, films, er kan gelachen worden -de onderwerpen waren goed en we konden er goed over praten -omdat je zo toch in contact blijft met je godsdienst -verschillende themas en films -lessen in verband met dagelijks leven -manier van lesgeven -film -sfeer -over vanalles praten -over veel praten, TV-programmas

28 Vraag 4: Hoe zou je de godsdienstles omschrijven tijdens het laatste jaar?  Een uur ontspanning59  Een uur amusement112  Een uur verveling01  Een nuttig uur23  Een verloren uur01 Vraag 5: Heeft het godsdienstonderricht nut volgens jou?  Ja43  Misschien312  Nee00 Vraag 6: Heeft het jou als persoon beïnvloed?  Ja13  Misschien38  Nee34

29 Vraag 7: Heb je iets onthouden of meegenomen voor je latere leven uit de godsdienstles?  Ja57  Misschien16  Nee12 Indien ja, kan je omschrijven wat je onthouden of meegenomen hebt naar later toe? Info in verband met relaties, en waarden en ethiek. Vraag 8: Wat vond je het meeste waarde/nut hebben in de godsdienstles?  Film met bespreking16  Reportages met bespreking15  Cursus/handboek01  Onderwijs-leergesprekken met de leerkracht110  Groepsgesprekken68 Vraag 9: Wat vond je het minste waarde/nut hebben in de godsdienstles?  Film met bespreking14  Reportages met bespreking05  Cursus/handboek59  Onderwijs-leergesprekken met de leerkracht12  Groepsgesprekken03

30 Vraag 10: Af en toe hebben wij gewerkt met een thema uit het handboek voor de 7des; Link 7. Hoe hebben jullie deze themas/lessen ervaren (bvb. thema all-een- zaam, thema verdriet, thema ver-trouw-en laten groeien, het stakeholdersmodel,...)?  Positief21  Eerder positief29  Eerder negatief35  Negatief00 Vraag 11: Vind je Link 7 aangepast aan jullie niveau?  Ja48  Nee36 Vraag 12: Indien nee; wat vond je niet aangepast?  Lay-out/opmaak van het boek10  Keuze van de themas13  Inhoud van de themas14  Opbouw van de themas (te lang, te kort, teveel herhaling,...)12  Opdrachten bij de themas21

31 Vraag 13: Is er nog plaats voor een bijbelverhaal in de godsdienstles voor het zevende jaar?  Ja, af en toe24  Ja, maar concreet toegepast op de actualiteit25  Nee36 Vraag 14: Vond je de godsdienstles afgestemd op jullie groep (7 IH/IO)?  Ja, altijd31  Ja, meestal39  Heel af en toe15  Nee, nooit00 Vraag 15: Heb je tijdens de godsdienstles een antwoord gekregen op al jouw vragen omtrent geloof en levensbeschouwing ?  Ja714  Nee00

32 Vraag 16: Heb je het gevoel dat alle vragen/onderwerpen in verband met geloof en levensbeschouwing aan bod konden komen?  Ja715  Nee00 Vraag 17: Heb je zelf definitief een keuze gemaakt met betrekking tot jouw geloof en levensbeschouwing?  Ja19  Ik denk van wel45  Nee21

33 Vraag 18: Open vraag: Je had misschien – net als ik soms- tijdens de godsdienstles het gevoel van ‘ik heb het reeds allemaal gezien en gehoord’. Vind je nu zelf dat de les godsdienst het laatste jaar toch nog iets bijgebracht heeft? Omschrijf eens welke waarde deze lessen achteraf bekeken gehad hebben. bepaalde lessen zoals de les rond waarden en normen, of rond OCMW Ninove waarden en normen een beter zelfbeeld echt bijleren doe je niet, het is meer uitwisselen van meningen vooral jezelf en de anderen leren kennen. Discussies kunnen voeren over onderwerpen waar iedereen een mening over heeft veel heeft het niet bijgebracht, maar ik ging nooit met tegenzin ja, sommige onderwerpen waren al eens aan bod gekomen, wat niet wil zeggen dat ik daarom niets heb bijgeleerd, want sommige onderwerpen kun je veel beter bespreken als je al wat ouder en (verstandiger) bent

34 Je leert altijd wel iets bij. Je wordt volwassen en begrijpt alles veel beter. Je moet op je eigen benen kunnen staan en sommige lessen zullen je daar wel bij helpen zodat het iets makkelijker wordt in het leven. Ja, het is eens iets anders dan altijd te rekenen of te schrijven. Hier is het meestal luisteren en bespreken; het is ontspannend. Ja ik vind van wel; het waren dit jaar leuke onderwerpen. De lessen kunnen je wat bijbrengen. Het betekent wel nog iets, maar ik vind dat er spannender thema’s aan bod moeten komen. Er mogen meer uitstappen zijn. Films, uitstappen, relaxen. Ja maar er mag meer over seksualiteit en voorbehoedsmiddelen gesproken worden. Leuk om soms dezelfde onderwerpen terug te horen. Een stuk over godsdienstige wetenschap zien. Sommige onderwerpen zijn interessant om nog eens te herhalen. Ik vind dat je alles terugziet van de jaren ervoor; nog meer verschillende thema’s bekijken. Negatief:niet nodig in een zevende jaar; alles al gezien

35 BESLUIT De meesten ervaren het godsdienstonderricht als positief. Ze zien het als ontspanning, en soms zelfs als een nuttig iets. Men onthoudt zelfs een aantal zaken of neemt zaken mee naar later toe. Groepsgesprekken blijken het meest waarde/nut te hebben, een cursus of handboek volgen het minste. De reacties op het handboek Link 7 zijn verdeeld; volgens hen mogen er best aanpassingen gebeuren. Ook de meningen over het al dan niet gebruiken van een bijbelverhaal tijdens het laatste jaar zijn verdeeld. De meesten vinden de godsdienstles afgestemd op hun niveau. Allen hebben ze een antwoord gekregen op al hun vragen omtrent geloof en levensbeschouwing, en hadden ze ook een positief gevoel hierbij. Alles kon aan bod komen. De meerderheid denkt definitief een keuze genomen te hebben op vlak van geloof en levensbeschouwing, wat er op wijst dat ze toch nog een andere mogelijkheid open laten.

36 Antwoorden open vraag=> het godsdienstonderricht het laatste jaar allesbehalve nutteloos (wat ze zelf ook aangeven), al is het maar een uur ‘ontspanning’. Eén beantwoordt eigenlijk doelstelling van het leerplan van het zevende jaar nl. het bekijken van bepaalde onderwerpen maar dan vanuit een nieuwe kijk, vanuit nieuwe ervaringen en kennis die de zevendes opdoen tijdens stage/werk/relatie.

37 §3. Vergelijking van de resultaten bekomen uit empirisch en (godsdienst)psychologisch onderzoek A. VERGELIJKING RESULTATEN EXPLORATIE MET RESULTATEN EMPIRISCH ONDERZOEK Empirisch onderzoekexploratie Meeste ongelovigMeeste twijfelen Meerderheid gedoopt en gevormd Meerderheid katholiek/christelijk opgevoed Meerderheid niet gelovig opgevoed 42,30% bidt soms of zelfs dagelijks Bidden niet 13,8% maandelijks of meer naar kerk Kerkgaan niet Spreken over geloof met godsdienstlk Godsdienstonderricht waarderen

38 VERGELIJKING RESULTATEN EXPLORATIE MET RESULTATEN (GODSDIENST)PSYCHOLOGISCH ONDERZOEK = doelgroep gekenmerkt door een lage religieuze praktijk en veel geloofstwijfels. geen persoonlijke godsvoorstelling. Geslacht een rol! Onderzoekssubjecten allemaal jongens (vaker een ongelovige houding) Meeste jongeren op deze leeftijd reeds een keuze gemaakt, hoewel de exploratie toont dat deze niet altijd als definitief aanzien wordt. (Meer persoonlijke keuze) Vermoeden: moratorium en diffusion subjecten ; relativisme en externe kritiek In exploratie: Externe kritiek: negatieve attitude tegenover religieuze groepen, en als God aanwezig is dan is het enkel als een naam, een kracht. Relativisme: ook leerlingen die open staan voor de dialoog, en wiens keuze nog niet definitief is.

39 §4. Besluit De identiteit van deze jongeren staat nog niet defintief vast, alsook de geloofsbepaling niet. Daarnaast waardeert de meerderheid van de jongeren het godsdienstonderricht en onderschrijft zij het nut hiervan. => De godsdienstlessen hebben zeker zin; of zij ook zin geven is iets anders. In ieder geval kunnen we als lk tot in het laatste jaar bouwstenen aanreiken, en waar nodig jongeren bijstaan in het tegemoet treden van allerlei levensvragen; zo ook op levensbeschouwelijk vlak.

40  CONCLUSIE : Ik/Jullie kan/kunnen met een gerust gemoed en geweten verder godsdienst geven aan 7 BSO, gezien blijkt dat dit op z’n minst zin heeft en misschien zelfs zin geeft!


Download ppt "Bijeenkomst Leerkrachten 7 BSO Woensdag 7 februari 2007 Marialand, Gent."

Verwante presentaties


Ads door Google