De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk1 De steekproefopzet bepalen Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Populatie: de complete groep die wordt bestudeerd, zoals.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk1 De steekproefopzet bepalen Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Populatie: de complete groep die wordt bestudeerd, zoals."— Transcript van de presentatie:

1

2 Hoofdstuk1 De steekproefopzet bepalen

3 Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Populatie: de complete groep die wordt bestudeerd, zoals aangegeven in de doelen van het onderzoeksproject… Managers hanteren vaak een minder specifieke definitie van de populatie dan onderzoekers. Dit komt doordat de onderzoeker de beschrijving van de populatie zeer nauwkeurig moet gebruiken, terwijl de manager deze op een meer algemene manier gebruikt.

4 Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Steekproef: een deelverzameling van de populatie die representatief hoort te zijn voor de gehele groep. Steekproefeenheid: het meest basale onderzoeksniveau. Volledige telling: een telling van de gehele populatie.

5 Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Steekproeffout: alle fouten die in een survey optreden omdat je een steekproef gebruikt. Steekproefkader: een soort lijst of registratie van alle steekproefeenheden in de populatie. Steekproefkaderfout: de mate waarin het steekproefkader niet de gehele populatie omvat waarop het onderzoek betrekking heeft.

6 Redenen om een steekproef te nemen Praktische overwegingen, zoals de kosten en de omvang van de populatie. De doorsnee onderzoeker kan de enorme hoeveelheid gegevens niet analyseren.

7 Twee basismethoden van steekproeftrekking Aselecte steekproeven: steekproeven waarbij de leden van de populatie een bekende kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Niet-aselecte steekproeven: steekproeven waarbij de kans van de leden van de populatie om in de steekproef terecht te komen onbekend is.

8 Twee basismethoden van steekproeftrekking Enkelvoudige aselecte steekproeven Simple random sampling: Bij een enkelvoudige aselecte steekproef (simple random sample) is de kans om in de steekproef te worden opgenomen ‘bekend’ en gelijk voor alle leden van de populatie Blinde trekking Toevalsgetallen Voordelen: Zuivere schattingen van de populatiekenmerken Makkelijk als er een electronische database aanwezig is Nadelen: Van tevoren elk lid van de populatie identificeren Ook is het nogal omslachtig om handmatig een uniek nummer aan elk lid van de populatie toe te kennen

9

10 Twee basismethoden van steekproeftrekking Systematische steekproeven Systematische steekproeven: een manier om een aselecte steekproef te trekken uit een gids of lijst die veel efficiënter is (minder moeite kost) dan een enkelvoudige aselecte steekproef Skipinterval = omvang populatielijst / steekproefomvang Voordelen: Willekeurig startpunt wordt gebruikt; dit garandeert dat er voldoende willekeur in de systematische steekproef zit om aan de eis te voldoen dat een lid van de populatie een bekende en gelijke kans heeft om in de steekproef terecht te komen Efficiënt: je hoeft niet van tevoren elk lid van de populatie identificeren Goedkoper en sneller Nadelen: Minder representatief voor de populatie dan enkelvoudige aselecte steekproeven

11

12 Twee basismethoden van steekproeftrekking Clustersteekproeven Clustersteekproeven: de populatie wordt in subgroepen ofwel ‘clusters’ verdeelt die elk de hele populatie vertegenwoordigen. Area sampling Voordeel: Efficiënt. Sneller en goedkoper dan systematische steekproeven Nadeel: Clusterspecificatiefout, die optreedt als de clusters niet homogeen zijn

13

14 De tweestapsmethode verdient de voorkeur boven de eenstapsmethode, omdat het altijd mogelijk is dat een cluster minder representatief is dan de onderzoeker dacht.

15 Gestratificeerde steekproeven Onderzoeksvraag: ‘Hoeveel waarde hecht je aan een universitaire graad?’ De antwoordmogelijkheden vormen een vijfpuntschaal waarbij 1 staat voor ‘helemaal geen’ en 5 staat voor ‘zeer veel’. 1.Het idee is dat de waardering afhankelijk is van het jaar waarin de student zit: vierdejaars hechten meer waarde aan een universitaire graad dan derdejaars, die er weer meer waarde aan hechten dan tweedejaars enzovoort. 2.Tegelijk verwacht men ook dat derde- en vierdejaars meer overeenstemming (minder variatie) kennen op dit punt dan eerste- en tweedejaars.

16

17 Twee basismethoden van steekproeftrekking Gestratificeerde steekproeven Gestratificeerde steekproeven: bij gestratificeerde (aselecte) steekproeven neem je een scheve populatie en verdeel je die in subgroepen of strata. Proportioneel gestratificeerde steekproeven Disproportioneel gestratificeerde steekproeven Voordeel: Meer accurate steekproef Nadeel: Een meer complexe steekproefopzet is vereist

18 Waarom gestratificeerde steekproeven nauwkeuriger zijn als de verdeling scheef is Hoe minder variantie er in een groep zit, des te kleiner de steekproef hoeft te zijn om een nauwkeurige resultaat te verkrijgen. Waarom? Als 99% van de populatie (lage variantie) kiest voor merk A, dan is het zelfs makkelijk om een nauwkeurige schatting te maken van de populatie. Maar, als 33% kiest voor merk A, en 23% voor B, enz. (hoge variantie) dan wordt het moeilijke om een schatting te maken van de populatie. Een veel grotere steekproef is dan vereist.

19 Waarom gestratificeerde steekproeven nauwkeuriger zijn als de verdeling scheef is Je kunt met gestratificeerde steekproeven een analyse van elk stratum maken. Elk stratum vertegenwoordigt een ander antwoordprofiel en door de grootte van de steekproef te laten afhangen van de spreiding in de profielen van de strata krijg je een efficiënter steekproefprofiel. Dit wordt normaal bereikt door disproportionele steekproeven te trekken.

20

21 Twee basismethoden van steekproeftrekking Niet-aselecte Gemakssteekproeven: steekproeven die de onderzoeker trekt zoals het hem het beste uitkomt Bepaalde leden van de populatie worden automatisch buiten de steekproef gehouden. De mensen bijvoorbeeld die niet vaak of zelfs nooit in het gebied komen Beoordelingssteekproeven: Beoordelingssteekproeven (judgement samples) verschillen qua concept enigszins van gemakssteekproeven, omdat er een beoordeling of ‘educated guess’ nodig is van de vraag wie de populatie moet representeren Beoordelingssteekproeven zijn zeer subjectief zijn en daarom zeer vatbaar voor fouten

22 Twee basismethoden van steekproeftrekking Niet-aselecte Sneeuwbalsteekproeven: bij sneeuwbalsteekproeven (snowball samples of referral samples) vraagt men respondenten namen van nieuwe respondenten door te geven Leden van de populatie die minder bekend of minder populair zijn of wier meningen botsen met die van de respondent hebben een kleine kans om te worden geselecteerd. Quotasteekproeven: bij een quotasteekproef (quota sample) stelt de onderzoeker specifieke quota vast voor verschillende typen personen die ondervraagd moeten worden. Met een quotasysteem overwin je een groot deel van het gevaar van non-representativiteit dat inherent is aan gemakssteekproeven.

23 Online technieken van steekproeftrekking Aselecte online onderscheppingssteekproeven: bij aselecte online onderscheppingssteekproeven (random online intercept sampling) wordt een aselecte steekproef getrokken uit de bezoekers van een website. Online steekproeven op uitnodiging: bij online steekproeven op uitnodiging (invitation online sampling) krijgen potentiële respondenten een berichtje dat ze een vragenlijst kunnen invullen op een bepaalde website. Online panelsteekproeven: verwijst naar consumenten- of andere panels die marktonderzoeksbureaus expliciet opzetten om online surveys van representatieve steekproeven te kunnen houden. Andere soorten online steekproeven

24 Een steekproefopzet ontwikkelen Steekproefopzet: in de beschrijving van de steekproefmethode staan alle noodzakelijke stappen voor de steekproeftrekking.

25 Een steekproefopzet ontwikkelen 7 stappen Stap 1:De relevante populatie definiëren Stap 2:Een lijst van de populatie verkrijgen Percentage voorkomen Stap 3:De steekproefopzet (omvang, methode) ontwerpen Stap 4:Toegang tot de populatie verkrijgen

26 Een steekproefopzet ontwikkelen 7 stappen Step 5:De steekproef trekken Vervolgkeuzesubstitutie Een te ruime steekproef trekken Nieuwe steekproefelementen trekken Step 6:De steekproef valideren Validatie van de steekproef Step 7:Zo nodig nieuwe steekproefelementen trekken


Download ppt "Hoofdstuk1 De steekproefopzet bepalen Basisbegrippen bij steekproeven en steekproeftrekking Populatie: de complete groep die wordt bestudeerd, zoals."

Verwante presentaties


Ads door Google