De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De natuur komt tussenbeide: Organisatie als organisme Van Gent Geert Van Schel Stijn.

Verwante presentaties


Presentatie over: "De natuur komt tussenbeide: Organisatie als organisme Van Gent Geert Van Schel Stijn."— Transcript van de presentatie:

1 De natuur komt tussenbeide: Organisatie als organisme Van Gent Geert Van Schel Stijn

2 Organisatie als organisme :  Wat is dan een organisme? = levende systemen  afhankelijk grotere omgeving  behoeften bevredigen vb. Ijsberen, kamelen, krokodillen  Bureaucratische organisatie : effectief in stabiele omgeving  Andere soorten : concurrende en turbulente gebieden  Waarom deze manier van denken?  opvangen van problemen Mechanistische visie op organisaties

3 Mechanistische visie :  Scheiding tussen denk- en handwerk  Ontdekken van meest effici ë nte uitvoering  Best geplaatste man en opleiding  Controle  Sterke kanten  Goed resultaat onder zelfde voorwaarden als machines  Beperkingen  Moeilijk aanpassen aan andere omstandigheden  Ontwikkeling naar bureaucratie  Ongewenste gevolgen wanneer belang van werknemers i.p.v. beoogde doel komt  Bedreiging menselijke waardigheid

4 Biologie als bron  Door al deze minpunten mechanistische visie => afkeer => biologie als bron  Resultaat : organisatietheorie = biologie  Vergelijkbare termen met biologie :  Moleculen= individuen  Cellen= groepen  Ingewikkelde organismen = organisaties  Soorten = populaties  Ecologie = sociale ecologie

5 Organisatie als organisme :  In dit hoofdstuk :  Ideeën onderzoeken + onderzoeken hoe deze metafoor geholpen heeft bij:  Benoemen + bestuderen behoeften  Organisatie als open systeem  Proces van aanpassing  Levenscylus van de organisatie  Factoren van invloed op gezondheid en ontwikkeling  Diverse typen van organisatie  Relatie met hun omgeving

6 Organisatiebehoeften ontdekken  Organisatietheorie : eerste maal biologische concepten : ontwikkeling denkbeeld : werknemers zijn mensen  Vanuit modern standpunt : normaal gegeven ><  Eerste helft deze eeuw : Frederick Taylor  klassieke managementtheoretici  Eind jaren 20 : overwinnen van beperkingen

7 Organisatiebehoeften ontdekken  Jaren 20 en 30 : onderzoek: ELTON MAYO, Hanwthornefabriek  Aanvankelijk: verband arbeidsomstandigheden – vermoeidheid verveling  Tayloristische opvatting meer verlaten  aandacht op andere aspecten  SOCIALE LEVEN buiten werktijden  Informele organisatie – formele organisatie Dwz. Karakter mens – formele plan  Nieuwe theorieën zagen het licht

8 Organisatiebehoeften ontdekken  Motivatietheorieën vb. Abraham Maslow  Mens : psychologisch organisme  Hiërarchie van behoeften => sterke implicaties  Behoeftenpiramide  Inzicht : persoonlijke ontwikkeling + doelstellingen org. bereiken Organisatiepsychologen Argyris, Herzberg, McGregor:  Bureaucratische structuren: aanpassen leidersstijl + plaats maken motiverende taken  Alternatieven  Werknemer zinvolle functie geven vb. Taakverrijking

9 Organisatiebehoeften ontdekken  Human Resource Management :  Werknemers = waardevolle bronnen  bijdrage leveren activiteiten org.  verschillende wijzen  indien kans  Maslow : vele manieren  Buitengewoon aantrekkelijk  kost niets extra Jaren ’60, ’70 : veel aandacht + werk : -produktiviteit -arbeidssatisfactie -kwaliteit arbeid -verzuim en verloop  Hiermee in publiciteit komen Vb. Volvo  Sociotechnische systemen => sociale + technische arbeidsaspecten

10 Organisaties als open systemen  Personen, groepen en organisaties behoeften? => bevredigen  Onvermijdelijk aandacht voor grotere omgeving => verschillende vormen van ondersteuning  Systeembenadering : organisaties staan open voor omgeving  Noodzaak geschikte relatie met omgeving => overleven  Algemene systeemtheorie

11 Organisaties als open systemen  Op pragmatisch nievau,richt de open- systeembenadering zich meestal op aantal essentiële kwesties : 1. De omgeving waarin de organisatie opereert 2. Organisatie gezien als aantal onderling verbonden subsystemen 3. Poging om congruentie te brengen tussen de verschillende systemen en storing opsporen en verhelpen

12 Organisaties als open systemen  Omgeving waarin organisatie opereert  Klassieke managementstheorie :  weinig aandacht aan omgeving  Open-systeemzienswijze:  veel aandacht directe taakomgeving  directe acties  contextuele/algemene omgeving

13 Organisaties als open systemen  Onderling verbonden subsystemen :  vergelijkbaar met Russische poppetjes  organisatie : individuele personen  afdeling  onderafdeling...  moleculen, cellen, organen... = subsystemen levend organisme  sociotechnische opvatting uitbreiden

14 Organisaties als open systemen  Congruentie aanbrengen tussen systemen en storingen opsporen en verhelpen :  sociotechnische benadering : menselijke – technische behoeften  open-systeembenadering : aanpassing tss. Subsystemen  principe van vereiste variëteit

15 Organisaties als open systemen  Al deze ideeën = organisatie – en managementtheorieën  Loskomen van bureaucratisch denken  Organiseren op manier die voldoet aan eisen omgeving = deze inzichten = contingentie-theorie

16 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen  “Organisaties zijn open systemen die zorgvuldig moeten worden bestudeerd om de interne behoeften te bevredigen, in evenwicht te brengen en aan te passen aan de omstandigheden van de omgeving” = 1 vd belangrijkste denkbeelden  T. Burns, G.M. Stalker  mechanistische – organistische benaderingen  Open en flexibele stijlen van organisatie en management

17 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen KunstzijdefabriekAndere bedrijvenElektronica -stabiele omgeving -routine-technologie -fabrieksbijbel -weinig flexibiliteit -onzekerheid -turbulente omstandigheden -mechanistische benadering opgeven - meer soepelheid -afschaffen mechanistische benadering -heel vrij -frequente wijzigingen Toch veel succesNoodzaak voor succes Ook succes

18 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen  Burns & Stalker  steun => soortgelijk onderzoek  Joan Woodward  Engelse bedrijven  Relatie tussen : technologie en structuur  Met passende structuur antwoorden  Massaproductie >< kleine organisaties  Geen garantie voor geschikte methode  Conclusie : evenwicht of overeenstemming

19 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen  Voorgaande : essentieel voor moderne contingentietheorie  Onderzoek Harvard nodig (Lawrence en Lorsch)  2 uitgangspunten : 1. Verschillende soorten organisaties nodig om verschillende afzetgebieden en technologieën te bestrijken 2. Organisaties werkzaam in onzekere en roerige omgeving vs. Organisaties die opereren in stabiele en rustige omgeving  Studiegebied : -plasticindustrie - verpakkingsindustrie -voedingssector

20 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen  Onderzoek : verfijning aan contingentietheorie 1. Vanwege subomgevingen dient organisatiewijze bij organisatorische subeenheden te variëren 2. Manier van organisatie en management, de vereiste mate van differentiatie tussen de afdelingen varieerde naar de aard van de industrie en haar omgeving en dat er bepaalde mate van integratie nodig was. 3. Belangrijk inzicht in de wijze van integratie stabiele >< veranderlijke omgeving

21 Contingentietheorie : de organisatie aan de omgeving aanpassen  Lawrence en Lorsch :  preciseerden en verfijnden idee dat bep. Org. Organischer moeten werken  Mate van organische aanpak verschillende per bedrijf => Versterkte ideeën vorige onderzoeken =>kentering contingentietheorie =>denkbeeld won veld=> verlangen om meer te weten van aard organisatie groeide=> onderzoek naar verschillende typen

22 Vari ë teit van de soorten

23 5 configuraties volgens Mintzberg 1. Machinebureaucratie 2. Divisiestructuur  beiden : - ineffectief, behalve als taken en omgeving stabiel en eenvoudig zijn - productie- of effici ë ncy-gericht

24 5 configuraties volgens Mintzberg 3. Professionele bureaucratie => grotere autonomie voor het personeel, stabiele omstandigheden met complexe taken Bv: universiteiten, ziekenhuizen, …

25 5 configuraties volgens Mintzberg 4. Eenvoudige structuur => eerder bij instabiele omstandigheden, gaat uit van oprichter/ondernemer, informele, flexibele organisaties, sterk gecentraliseerd, snelle veranderingen 5. Adhocratie : instabiele omstandigheden

26 Adhocratie  Bedacht door Bennis  Betekent :  organisatie met tijdelijk karakter  ingewikkelde, onzekere taken in turbulente omgeving  “ project-teams ” om taak uit te voeren Bv: terug te vinden in luchtvaartmaatschappijen, elektronica, gedifferentieerde eenheden,...  matrixorganisaties

27 Matrixorganisaties  Alsook:  organisaties met een grote mate van gevarieerdheid  Grotendeels gebruikt om de visuele indruk te geven van een organisatie die systematisch probeert een functionele of afdelingsstructuur,zoals in de bureaucratie, te combineren met de structuur van het project-team

28 Matrixorganisaties  Functie?  Een matrix doorbreekt de grenzen tussen verschillende specialisme en staat toe medewerkers uit diverse functionele specialismen hun vaardigheden en bekwaamheden te bundelen bij het oplossen van gemeenschappelijke problemen.  Matrix zorgt voor verruiming van de omgeving, bevordert de co ö rdinatie, maakt gebruik van menselijk kapitaal, vermenging van invloed en beheersing. Het is zeer productgericht en is gericht op de externe omgeving

29 Matrixorganisaties  Sommige moeilijkheden kunnen optreden:  In de natuur: soorten worden onderscheiden door afzonderlijke groepen kenmerken ><  Organisaties: kenmerken worden afzonderlijk verdeeld

30 Matrixorganisaties  Wat zijn dan succesvolle organisaties?  Hangen een organisatie-ontwerp aan dat te vergelijken is met een adhocratie en een organistische vorm van organisatie  Klein en innoverend hoofdkantoor, maar toch open en flexibel

31 Matrixorganisaties  8 kenmerken van succesvolle organisaties 1. Actiegerichtheid 2. Klantgerichte instelling 3. Autonomie en ondernemerschap 4. Productiviteit door inzet van de mensen 5. Persoonlijke inzet en waardebewustheid 6. Schoenmaker, blijf bij je leest 7. Eenvoudige vorm, kleine staf 8. Eigenschappen die zowel vrij als gebonden zijn

32 Gezondheid en ontwikkeling

33 De geneesheer van de organisatie  Belangrijke vraag waar veel onderzoek naar gedaan wordt: 'Hoe bereikt men in de praktijk een goede aansluiting?'  Onderzoekers spelen de rol van geneesheer van de organisatie.

34 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Wat is de aard van de omgeving van de organisatie? Bv:Is deze stabiel of complex?  Wat voor strategie wordt er gebruikt? Bv:Is de houding t.a.v. de omgeving er één van concurrentie of van samenwerking?

35 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Wat voor technologie wordt er gebruikt? Bv: Verstart de technologie het werk of laat ze ruimte voor flexibiliteit en open systemen?

36 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Wat voor mensen zijn er in dienst en hoe ziet de overheersende 'cultuur' of het ethos van de organisatie eruit? Bv: Welke motivatie brengt de mensen naar hun werk?

37 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Hoe is de organisatie gestructureerd en wat is de overwegende managementsfilosofie? Bv:Efficiency en veiligheid of innovatie en risico's?

38 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Waarom deze vragen?  Kenmerken van de organisatie leren kennen  Vaststellen wat de verenigbaarheid is van de diverse elementen

39 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Basisidee  De organisatie bestaat uit met elkaar verbonden subsystemen van strategische, menselijke, technologische en bestuurlijke aard, die intern aangepast zijn aan de omstandigheden van de omgeving  De contingentietheorie en het begrijpen van de behoeften van de organisatie kunnen de basis leggen voor een gedetailleerde organisatie- analyse

40 Vragen om tot de diagnose en het recept te komen  Toepassing van de vragen  toepassing op het niveau van de organisatie als geheel of op het niveau van een belangrijke divisie  MAAR moet ook worden uitgevoerd op het niveau van de subeenheden van de organisatie  Het geheeld dient wel ten allen tijde zijn voorrang te behouden!!

41 Natuurlijke selectie

42 Ontstaan van de visie  Theorie die overleving voorstelt als een aanpassingsprobleem => kritiek: te weinig aandacht aan omgeving!!  Daarom : aandacht besteden aan de manier waarop de omgeving organisaties selecteert. =organisatie i.v.m. natuurlijke selectie

43 Populatie-ecologie  Evolutietheorie van Darwin staat centraal  Omgeving = belangrijkste factor die de sterkste concurrenten selecteert  Selectie = afhankelijk van de variatie in de individuele kenmerken

44 Populatie-ecologie  Populatie-ecologen :  het is belangrijk de dynamiek van de evolutie te begrijpen op het niveau van de populatie  => Nieuw terrein van onderzoek!

45 Populatie-ecologie  Grondleggers : Aldrich, Freeman, Hannan  Inzicht : begrijpen hoe diverse soorten aan belang winnen of verliezen  ontwikkelen van vorm van organisatorische demografie  aandacht voor de afhankelijkheid van organisaties en hun omgevingen van de hulpbronnen en aan de verspreiding en beschikbaarheid van voorraden

46 Populatie-ecologie  Belangrijke inzichten :  Belang van de trage druk  Vermogen een eigen voorraad hulpbronnen aan te leggen en meer te presteren dan de concurrentie is het belangrijkste  Belang van beperkte hulpbronnen bij het begeleiden van groei, ontwikkeling en achteruitgang van organisaties + rol van succesvolle innovaties bij hetvormen van nieuwe types organisaties

47 Populatie-ecologie  DOEL :  ontwikkeld om de vertekening die de contingentietheorie heeft ingebouwd in de aanpassing te corrigeren  MAAR opvattingen over de evolutie van organisaties zijn wat eenzijdig + nadruk op schaarste aan middelen en op concurrentie

48 Populatie-ecologie  Toch KRITIEK: Men verwaarloosde het principe van de keuze van een strategische richting door een organisatie Bv:Een organisatie kan zelfstandig transformeren in een ander type  Oplossing :  In beschouwing nemen dat hulpbronnen vaak zelfaanvullend zijn  Organisaties concurreren niet alleen, maar werken ook samen

49 Organisatie-ecologie

50  De opvatting van de populatie-ecologie en contingentietheorie MAAR op deze opvatting is kritiek onder invloed van de moderne systeemtheorie

51 Organisatie-ecologie  Opvatting volgens de biologen: het hele ecosysteem evolueert en het evolutieproces kan alleen maar begrepen worden op het niveau van de totale ecologie =>Gevolg: het is een evolutie van een patroon van relaties tussen organismen en hun omgevingen

52 Organisatie-ecologie  De organisaties en hun omgevingen zijn bezig met een patroon van co-creatie, waarbij de een de ander oproept  organisaties spelen een actieve rol in het bepalen van hun toekomst

53 Organisatie-ecologie  De organisatiewereld  samenwerking is even normaal als concurrentie cfr. De Tobacco Trust !!! Een ecologisch perspectief dat de nadruk legt op samenwerking heeft een belangrijke invloed op hoe we organisaties zien en leiden

54 Organisatie-ecologie  Eric Trist en zijn collega’s  begin voor de ontwikkeling van organisatie- ecologie  onderzoek naar modellen van interorganisatorische relaties  reacties uitgelokt om toenemende veranderingen onder controle te krijgen

55 Organisatie-ecologie Proberen om « referente organisaties » te ontdekken => om de betrekkingen tussen belanghebbenden op uitgebreid `terrein' te regelen. Informele studiegroepen Onderling ervaringen uitwisselen & bespreken Gezamelijke zorgen en problemen bekend maken =>DOEL : ervoor zorgen dat de ecologie van de organisatorische relaties zich ontwikkelt en overleeft

56 Sterke kanten en beperkingen van de metafoor

57 Sterke kanten 1. Nadruk op het begrijpen van relaties tussen organisaties en hun omgevingen  open systemen waar organismen in voortdurende wisselwerking zijn met de omgeving

58 Sterke kanten 2. Management verbeteren door aandacht te schenken aan « behoeften » die moeten worden bevredigd  De metafoor accentueert het voortbestaan als het belangrijkste doel >< de klassieke keuze  de nadruk op de behoeften is zeer belangrijk cfr. socio­technisch systeem

59 Sterke kanten 3. Er zijn verschillende « typen » organisatie en bij het organiseren zijn er een reeks mogelijkheden  Managers en ontwerpers hebben altijd een keuze, maar dit stelt niet veel voor, omdat de omgeving de doorslag geeft

60 Sterke kanten 4. Belangrijkheid van organische vormen van organisatie in het innovatieproces  organische organisaties geschikter dan mechanisch-bureaucratische organisaties  metafoor heeft veel invloed gehad op de theorie en praktijk van ondernemingsstrategie

61 Sterke kanten 5. Het accent ligt op de ecologie en de relaties tussen organisaties onderling  theorie van interorganisatorische relaties noodzakelijk om te begrijpen hoe de wereld van de organisatie evolueert  klassieke theoretici besteden weinig aandacht aan de invloed van de omgeving en geloofden in uniforme managementprincipes

62 Beperkingen 1. We zien organisaties en hun omgeving op een manier die veel te concreet is.  Het beeld van organismen in een natuurlijke wereld gaat niet op voor organisatie REDEN: organisaties en hun omgevingen kunnen worden gezien als sociaal geconstrueerde fenomenen Misleidende opvattingen van de contingentietheorie en populatie-ecologen

63 Beperkingen 2. organisme houdt verband met het veronderstellen van een « functionele eenheid » Organismen in de natuur = zeer goede samenwerking cfr. menselijk lichaam Organisaties = werken niet zo harmonieus samen als organismen

64 Beperkingen Gevolg : De metafoor van het organisme heeft een invloed gehad op ons denken door ons te doen geloven dat de eenheid en harmonie, die kenmerkend zijn voor organismen, ook kunnen worden bereikt in de organisatie

65 Beperkingen 3. Er is een gevaar dat de metafoor een ideologie wordt  organisatie-ontwikkeling = wegen zoeken om individu en organisatie te integreren  KRITIEK : Menigeen = samenleving beheerst door organisaties en bevolkt door ‘organisatie­mannetjes’ en ‘organisatievrouwtjes’

66 Beperkingen  Een ideologische dimensie in verwantschap met de filosofie van de 19de eeuw cfr. Sociaal Darwinisme


Download ppt "De natuur komt tussenbeide: Organisatie als organisme Van Gent Geert Van Schel Stijn."

Verwante presentaties


Ads door Google