De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Opzet en achtergrond Albère Köke Ontwikkelcentrum Pijnrevalidatie Hoensbroek M. Steultjens EMGO/ Jan van Bremen instituut M. Jansen Universiteit Maastricht.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Opzet en achtergrond Albère Köke Ontwikkelcentrum Pijnrevalidatie Hoensbroek M. Steultjens EMGO/ Jan van Bremen instituut M. Jansen Universiteit Maastricht."— Transcript van de presentatie:

1 opzet en achtergrond Albère Köke Ontwikkelcentrum Pijnrevalidatie Hoensbroek M. Steultjens EMGO/ Jan van Bremen instituut M. Jansen Universiteit Maastricht E. van den Ende RC Maartenskliniek C. Veenhof Nivel S. Olthof KNGF J. Custers KNGF Beweegprogramma Artrose

2 KNGF Standaard Beweeginterventie Artrose  Update van beweegprogramma artrose 2006  Literatuuronderzoek t/m april 2008  Geen ‘kookboekstijl’  Specifieke invulling per fysiotherapeut /praktijk

3 Inhoud  Achtergrond Activiteitenniveau artrose patiënt Factoren van invloed op activiteiten Evidence voor interventies  Opzet Doel en doelgroep Globale inhoud  Samenvatting en conclusie

4 Achtergrond  VWS hecht veel waarde aan het belang van bewegen  actieve leefstijl  Nederlandse Norm Gezond Bewegen < 18 jaar: dagelijks 60 minuten matig intensief bewegen (5-8 MET’s) jr: dagelijks 30 minuten matig intensief bewegen (4-6.5 MET’s) > 55 jaar: dagelijks 30 minuten matig intensief bewegen ( 3-5 MET’s)  Fitnorm: 3 dagen van de week, minstens 20 minuten inspannend bewegen

5 Patiënten met artrose inactief?  45% man, 39% vrouw (18-64jr) en 38% man, 31% vrouw (>65 jr) met artrose in NL voldoet niet aan Norm Gezond Bewegen TNO 2006  Activiteitenniveau in vrije tijdsbesteding ligt 63% en in huishoudelijke activiteiten 18% lager vergeleken met controles Thomas 2003  Mensen met artrose (gr 3-4) zijn minuten minder actief dan controles de Groot 2008 Van zit naar stand: kniepatiënten 15x minder dan controles en 7x minder dan heuppatiënten op een dag  Patiënten met artrose (gr 2) doen dagelijkse weinig inspannende activiteiten; > 6 MET’s Farr 2008

6 Factoren van invloed op fysiek inactief zijn 1 longitudinale studie, 2 cross-sectionele studies Artrose knieArtrose heup functie beperkingen onderste extremiteit sociaal netwerk leeftijd de mate van pijn body mass index functie beperkingen onderste extremiteit, sociaal netwerk, duur van de aandoening de mate van pijn depressieve stoornissen

7 Beloop artrose pijn en functionele statu s HeupartroseKnieartrose Follow-up ≤ 3 jaar Functionele statusGeen verandering Tegenstrijdig bewijs PijnGeen verandering Tegenstrijdig bewijs Follow-up≥ 3 jaar Functionele statusVerslechtering PijnVerslechtering van Dijk 2006

8 Factoren van invloed op functioneel beloop en pijn Risico factoren * Beschermend * Geen verband * functionele status toekomst Toegenomen instabiliteit Proprioceptieve problemen Hogere leeftijd Hogere BMI Hogere pijnscore Pijntoename in tijd Grotere spierkracht Betere mentale gezondheid Hogere self- efficacy Sociale steun Actief zijn (meer aeroob inspannen) Varus/valgus stand Geslacht Fysiek activiteit Rol functioneren Comorbiditeit Burgerlijke staat Ernst van artrose Aanwezigheid bilaterale artrose PijnRadiologische veranderingen Van Dijk 2006 * beperkt bewijs

9 Effecten oefentherapie  Meerdere reviews  Sterk bewijs: een positief effect op pijn en functioneren (ervaren beperkingen) voor patiënten met knie/ heup artrose.  Er is geen bewijs voor een voorkeur voor een bepaald type oefening. Uitvoer- en/of beschikbaarheid, voorkeur en verdraagbaarheid zijn criteria om type oefening te kiezen.  Oefeningen dienen met een frequentie van 1 –3 x per week uitgevoerd te worden  De effecten van oefentherapie verminderen op de lange termijn (6- 12 maanden)  Professionele ondersteuning kan zinvol zijn in het op gang brengen van oefenen en het continueren ervan  NB Geen onderzoek uitgevoerd naar verbeteren actieve leefstijl

10 Effecten zelfmanagement  3 reviews Warsie 2004, Chodosh 2005, Devos 2006  Inhoud behandeling divers: combinatie van ‘oefenen’, educatie en zelfmanagement vaardigheden leren  Geen bewijs voor ‘beste inhoud’  Bewijs voor een klein positief effect op gebied van pijn, ervaren beperkingen en psychologische factoren  Combinatie van daadwerkelijk oefeningen uitvoeren en ‘zelfmanagement’ lijkt meest gunstig  NB Geen onderzoek uitgevoerd naar verbeteren actieve leefstijl

11 Effecten beweegprogramma’s  1 review van Conn (2008): 28 studies, slechts 7 studies met patiënten met artrose  Inhoud beweegprogramma’s zeer divers  Bewijs voor effecten op gebied van: Toename van activiteitenES 0.69 Afname van pijnES 0.21 Verbetering van functiesES 0.49  Conclusie: ‘actieve leefstijl’ is realiseerbaar; plezier in bewegen, self-efficacy en sociale steun lijken daarbij belangrijk

12 Motivatie voor ‘bewegen’ voor patiënten met artrose  Mogelijke gezondheidswinst  ‘Exercise self efficacy’  Sociale steun (omgeving, lotgenotencontact)  Aanbeveling door ‘dokter’  De vorm waarin een oefenprogramma wordt aangeboden  “Kosten” (financieel, reisafstand, bereikbaarheid) Damush 2005

13 Opzet beweeginterventie

14 Doelgroep  Mensen met artrose van heup en/of knie die niet voldoen aan Nederlandse Norm Gezond Bewegen (inactieve leefstijl) en die niet in staat zijn die zelfstandig te bereiken of te onderhouden  Geen gerichte therapeutische behandeling noodzakelijk om actieve leefstijl te kunnen realiseren

15 Selectiecriteria deelname Inclusie  Diagnose artrose gesteld door arts  Noodzakelijke medische gegevens beschikbaar  Cliënt voldoet niet aan de NNGB/ combinorm  Cliënt is gemotiveerd voor het realiseren van een actieve leefstijl Exclusie  Comorbiditeit  Virale infectie of koorts, open wonden, ulcera of algehele malaise  Cognitief disfunctioneren  Cachectie  Functiestoornissen die normaal bewegen van heup en of kniegewricht belemmeren  Stemmingsstoornissen (depressiviteit, angststoornissen)

16 Doel van een beweegprogramma  Structureel veranderen van het beweeggedrag en verbeteren van fysieke fitheid  Deelnemers voldoen na afloop aan de beweegnorm en handhaven dit structureel op de lange termijn  Doorstroming naar reguliere en/of aangepaste vormen van sportief bewegen

17 Inhoud Beweegprogramma  Combinatie van drie onderdelen: Kennisoverdracht Bewegings-/oefenvormen Vaardigheden zelfmanagement  Verandering in beweeggedrag komt tot stand door het verbeteren van inzicht (kennis) in combinatie met het opdoen van positieve (beweeg)ervaringen (bekrachtiging) met het vertrouwen dit zelfstandig te kunnen toepassen (zelfredzaamheid)

18 Kennisoverdracht  Wat is artrose? Met name de mythe dat het altijd slechter wordt in de tijd en dat er niets aan te doen is moet worden ontkracht.  De rol van hulpverleners en de rol van de patiënt  De inhoud en werkwijze van een beweegprogramma  Wat zijn de positieve effecten van bewegen voor de gezondheid.  Informatie over (aangepaste) sport- en beweegactiviteiten in de buurt.  Gebruik verschillende vormen van leren!!

19 Bewegen / oefenen  Variabel aanbod aan oefenvormen Spierkracht, uithoudingsvermogen, balans  Variabel aanbod aan beweegvormen sport/spel, ADL (transfers, lopen, huishouden)  Oefenaanbod afstemmen op behoeftes patiënt plezier in bewegen / belangrijkheid voor patiënt  Opbouw van intensiteit trainingsfysiologie of principes graded activity (tijdcontingente opbouw )

20 Adviezen bewegen OASIS  Patiënten met artrose kunnen op een hoog activiteitenniveau binnen ADL functioneren, als deze activiteiten niet pijnlijk zijn en niet tot traumata leiden (bewijskracht B).  Radiologische of klinisch gediagnosticeerde artrose is geen contra- indicatie voor het promoten van actief zijn bij patiënten met een weinig actieve leefstijl (bewijskracht C)  Er zijn geen wetenschappelijke argumenten om met oefenen te stoppen in geval van een opvlammen van een ontstekingsreactie (bewijskracht C).  Patiënten met artrose kunnen deelnemen aan recreatieve sport, zolang deze activiteit geen pijn veroorzaakt (bewijskracht C).  Arbeid en artrose zijn aan elkaar gerelateerd (bewijskracht A). Echter het precieze mechanisme blijft onduidelijk Men gaat ervan uit dat factoren zoals hoge (piek) belasting, onnatuurlijke houdingen, zwaar tillen, klimmen en springen bijdragen aan ontstaan en/of verergeren van artrose van heup en/of knie. Vignon 2006

21 Zelfmanagement  Leren toepassen in de dagelijkse situatie  Omgaan met knelpunten (feedback)  Zelfvertrouwen stimuleren (monitoren vooruitgang)  Actieplannen maken  Wekelijks doelen stellen  Eigen keuzes maken

22 Evaluatie - Uitstroomcriteria  Patiënt voldoet aan norm Gezond Bewegen  Patiënt voldoet nog niet aan norm, maar kan dit zelfstandig op korte termijn realiseren  Patiënt voldoet niet aan de norm, maar huidig activiteitenniveau is maximaal haalbaar

23 Samenvatting - Conclusies  Weinig tot geen onderzoek gedaan naar bevorderen actieve leefstijl bij patiënten met artrose  Bewegen heeft positieve effecten op algemene gezondheid en op de mate van pijn en ervaren beperkingen bij mensen met artrose  Er zijn aanwijzingen dat bewegen een gunstig effect heeft op beloop van artrose  Beweegprogramma richt zich op structureel veranderen van beweeggedrag (kennisoverdracht/ oefenen / zelfmanagement)

24 Dank voor u aandacht VRAGEN ???


Download ppt "Opzet en achtergrond Albère Köke Ontwikkelcentrum Pijnrevalidatie Hoensbroek M. Steultjens EMGO/ Jan van Bremen instituut M. Jansen Universiteit Maastricht."

Verwante presentaties


Ads door Google