De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Een erfenis zonder bekommernis. Inhoud 1.Erfrecht 2.Successierechten 3.Successieplanning.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Een erfenis zonder bekommernis. Inhoud 1.Erfrecht 2.Successierechten 3.Successieplanning."— Transcript van de presentatie:

1 Een erfenis zonder bekommernis

2 Inhoud 1.Erfrecht 2.Successierechten 3.Successieplanning

3 1.Erfrecht 1.1 Begrippen 1.2 Wie erft er? 1.3 Erfenis aanvaarden of niet?

4 1.1 Begrippen Erflater: de overledene die zijn vermogen nalaat Erfgenamen: de personen die de nalatenschap verkrijgen (wettelijk of testamentair) Erfenis of nalatenschap: het geheel van goederen en schulden van de erflater op het moment dat hij stierf Openvallen van nalatenschap: in de woonplaats bij het overlijden van een persoon

5 1.1 Begrippen Vruchtgebruik: het recht op genot- de inkomsten en het gebruik- van de zaak waarvan een ander eigenaar is. Blote/naakte eigendom: de eigenaar moet rekening houden met de rechten van de vruchtgebruiker Volle eigendom: wanneer de vruchtgebuiker overlijdt, verwerft de naakte eigenaar ook het vruchtgebruik en wordt hij de volle eigenaar

6 1.2 Wie erft er? a)Algemene principes b)Bijzonder statuut van de echtgenoot c)Ongehuwde of niet meer gehuwde erflater d)De langstlevende van een samenwonend koppel

7 a) Algemene principes Rangschikking in 4 orden volgens bloedverwantschap 1)alle afstammelingen – kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen 2)de ouders van de overledene samen met broers, zusters en/of de afstammelingen van deze laatsten 3)alle bloedverwanten in de opgaande lijn – de ouders als de overledene geen broers, zusters of hun afstammelingen nalaat, grootouders 4)de bloedverwanten in de zijlijn, andere dan broers en zusters en hun afstammelingen – ooms, tantes, neven, nichten,...

8 a) Algemene principes Binnen de orde rangschikking volgens graad De graad bepaalt de afstand tussen familieleden, waarbij elke generatie een graad wordt genoemd. Achtereenvolgende generaties vormen een lijn: - een rechte lijn vb. Grootouders en kleinkinderen = 2 e graad - een zijlijn (via een gemeenschappelijke stamouder) vb. Zus en broer = 2 e graad

9 a) Algemene principes Plaatsvervulling Dit valt voor wanneer een bloedverwant die zelf zou geërfd hebben reeds overleden is. Zijn plaats wordt ingenomen door zijn dichtste afstammelingen. vb. Vader is reeds gestorven, pas later overlijdt ook de grootvader  kleinkinderen nemen plaats in van vader voor erfenis van grootvader

10 a) Algemene principes Kloving Dit valt voor wanneer een overledene geen echtgenoot, afstammelingen en geen broers en zusters nalaat of hun afstammelingen. Het betekent dat de nalatenschap wordt opgesplitst in twee helften, waarvan de ene toekomt aan de bloedverwanten via vader (vaderlijke lijn) en de andere helft aan de bloedverwanten via moeder (moederlijke lijn). De voorrangsregels van orde en graad worden dan slechts binnen elke lijn toegepast.

11 b) Bijzonder statuut van de echtgenoot De echtgenoot die bij het overlijden achter blijft neemt een afzonderlijke plaats in. Hierbij is de situatie verschillend bij het al dan niet bestaan van kinderen. - Als de overledene gehuwd was en kinderen heeft, erft de weduwe of weduwenaar het vruchtgebruik van de hele nalatenschap en erven de kinderen de naakte of blote eigendom. - Als de overledene gehuwd was en geen kinderen heeft, erft de weduwe of weduwenaar de hele gemeenschap in volle eigendom én het vruchtgebruik van de eigen goederen van de echtgenoot. (De blote eigendom van deze eigen goederen gaat naar de (schoon)familie) - Als de overledene geen kinderen en ook geen verdere familieleden nalaat, erft de langstlevende echtgenoot de hele nalatenschap in volle eigendom.

12 c) Ongehuwde of niet meer gehuwde erflater Met kinderen Deze erven de hele nalatenschap. Zonder kinderen maar wel met - ouder(s) en broer(s) en/of zuster(s): vader en/of moeder krijgen ieder 1/4 in volle eigendom. De overige 3/4 of 2/4 gaan naar de broers en zusters; - ouders (geen broers en/of zusters in leven): vader en moeder krijgen alles;

13 c) Ongehuwde of niet meer gehuwde erflater - broers en zusters en/of kinderen van vooroverleden broers en/of zusters: deze erven de hele nalatenschap; - andere familieleden tot en met de vierde graad: deze erven de hele nalatenschap.

14 d) De langstlevende van een samenwonend koppel Wettelijke samenwoning - Partner = wettige erfgenaam en erft vruchtgebruik op woning en meubelen erin - Meer of minder nalaten  testament Feitelijke samenwoning - Testament opstellen indien men iets wil nalaten aan samenwonende partner - Geen erfgenamen  nalatenschap kom toe aan de staat

15 1.3 Erfenis aanvaarden of niet? Er is geen verplichting tot aanvaarding! 3 mogelijkheden: -Zuivere aanvaarding -Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving -Verwerping Laatste 2 moeten gebeuren op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg.

16 2. Successierechten 2.1 De gezinswoning 2.2 Nieuwe gezinsvormen 2.3 Tarieven

17 2.1 De Gezinswoning Vroeger had men bij het overlijden van de levenspartner soms geen andere keuze dan het huis te verkopen om de successierechten te kunnen betalen. Om dat te vermijden, is er sinds 1 januari 2007 een vrijstelling van successierechten voor de nettowaarde van de gezinswoning ten voordele van de langstlevende partner.

18 2.2 Nieuwe gezinsvormen De Vlaamse overheid heeft de wetgeving gemoderniseerd om aan de ‘nieuwe’ gezinsvormen tegemoet te komen. Samenwonenden bijvoorbeeld, die in 1997 nog het hoogste tarief moesten betalen, kunnen sinds 1 januari 2001 van een gelijkstelling met gehuwden genieten. Dit geldt zowel voor het tarief als voor de verminderingen. Ook de relatie stiefouder-stiefkind en zorgouder- zorgkind werden fiscaal aantrekkelijker gemaakt. Sinds respectievelijk 1 januari 2002 en 1 januari 2003 worden zij belast aan het tarief dat ook geldt tussen ouders en kinderen.

19 2.2 Nieuwe gezinsvormen Maar opgepast: in principe erven stiefouders en stiefkinderen niet van elkaar. Kinderen erven dus enkel van hun ‘echte’ ouder. Hoe op te lossen? - via testament (let op wettelijke reserve) - schenking (idem) - in het huwelijkscontract bepalingen opnemen (idem) - adoptie van elkaars kinderen

20 2.3 Tarieven Erfenis tussen echtgenoten of samenwonenden en in rechte lijn. Schijf Percentage successierechten 0,01 – EUR3% 50. – EUR9% > EUR27%

21 2.3 Tarieven Erfenis tussen broers en zussen SchijfPercentage successierechten 0,01 – EUR30% – EUR55% > EUR65%

22 2.3 Tarieven Erfenis tussen ooms, tantes, neven, nichten en andere personen SchijfPercentage successierechten 0,01 – EUR45% – EUR55% > EUR65%

23 3. Successieplanning 3.1 Huwelijkscontract 3.2 Testament 3.3 Schenking 3.4 Levensverzekering

24 3.1 Huwelijkscontract Het huwelijksvermogensstelsel bepaalt waaruit de nalatenschap van een gehuwde erflater precies bestaat. a)Wettelijk stelsel b)Scheiding van goederen c)Algehele gemeenschap d)Contractuele erfstelling e)Langst leeft al heeft f)Beding van vooruitmaking g)Beding van ongelijke verdeling en verblijving

25 a) Wettelijk stelsel Dan bestaat de nalatenschap uit: de eigen goederen van de overledene; het aandeel van de overledene (de helft) in het gemeenschappelijkvermogen.

26 b) Scheiding van goederen Dan bestaat de nalatenschap uit: de eigen goederen van de overledene; als tijdens het huwelijk een onverdeeldheid ontstond: het aandeel van de overledene (de helft) in deze onverdeeldheid.

27 c) Algehele gemeenschap Dan bestaat de nalatenschap alleen uit het aandeel van de overledene in deze gemeenschap (de helft). Er zijn geen eigen goederen.

28 d) Contractuele erfstelling Dit is een schenking van toekomstige goederen Pas uitwerking bij overlijden Kan zowel in huwelijkscontract als erbuiten

29 e) Langst leeft al heeft Door een speciale clausule in het huwelijkscontract te schrijven, krijgt de langstlevende meer dan de helft van de huwelijksgemeenschap in volle eigendom. Dit is niet mogelijk bij scheiding van goederen. Er moeten wel nog steeds successierechten betaald worden! Hierna enkele voorbeelden van dergelijke bedingen.

30 f) Beding van vooruitmaking Vóór de verdeling van de nalatenschap met de andere erfgenamen, mag de langstlevende echtgenoot een bepaald deel uit de huwelijksgemeenschap nemen. - geld, goederen, een hoeveelheid van…. - wederkerig of slechts ten voordele van 1 echtgenoot Hierdoor kan je goederen met een emotionele of economische waarde onttrekken aan de onzekerheid van de erfrechtelijke verdeling.

31 g) Beding van ongelijke verdeling en verblijving De echtgenoten besluiten via een verblijvingsbeding in het huwelijkscontract dat de langstlevende bij de verdeling in plaats van de helft, een ander deel van de huwelijksgemeenschap krijgt. Bij een keuzebeding kiest de langstlevende partner – binnen een bepaalde periode na het overlijden - vrij welke onderdelen van de huwelijksgemeenschap hij in volle eigendom naar zich toetrekt.

32 g) Beding van ongelijke verdeling en verblijving De wetgever ziet deze vorm van bevoordeling niet als een schenking, maar als een huwelijksvoordeel. Gevolg? De kinderen kunnen niet aanvechten dat de schenking raakt aan hun wettelijk voorbehouden erfdeel, de reserve.

33 3.2 Testament a)Waarom? b)Duolegaat

34 a) Waarom? Afwijken van de wettelijke erfvolgorde Bepaalde erfgenamen bevoordelen De juiste goederen voor de juiste personen Een noodzaak voor ongehuwde samenwoners Soms nuttig tussen echtgenoten Het goede doel steunen Niet-patrimoniale beschikkingen Om voorwaarden te stellen Restlegaat Strafbeding Alternatieve beschikking

35 b) Duolegaat Hierbij wordt de erfenis in 2 gedeeld: de erflater legateert een deel aan de erfgenamen en een deel aan ‘een goed doel’. De successierechten van beide delen worden met het geld dat naar het goede doel gaat betaald. Het erkende goede doel betaalt slechts 8,8% (in VL) op haar deel. Het goede doel wordt als algemene legataris aangesteld en de erfgenamen (zowel wettelijke als vrienden) als bijzondere legataris. De liefdadigheidsinstelling is verantwoordelijk voor de aangifte van de nalatenschap.

36 b) Duolegaat Een voorbeeld van een dergelijke win-win situatie: Een neef erft € , betaalt 45% rechten € en houdt dus € over. Dezelfde neef erft nu € en een goed doel € (via duolegaat) De neef betaalt geen successierechten en houdt alles, dus € over. Winst € Het goede doel betaalt de 45% van de neef of € en 8,8% op haar eigen legaat of € samen dus € Het goede doel heeft bijgevolg een netto-overschot van € Besluit: ondanks dat de neef op papier € minder erft (€ ipv € ) houdt hij netto toch meer over (€ ipv € ). Het goede doel doet ook een goede zaak want zij krijgt € en anders helemaal niets.

37 b) Duolegaat Omgekeerd duolegaat = zelfde principe, maar erfgenamen (zowel wettelijke als vrienden) zijn aangesteld als algemene legataris (verantwoordelijk voor aangifte en vereffening/verdeling nalatenschap), het goede doel als bijzondere Monolegaat Voor wettelijke erfgenamen die grote erfenissen ontvangen (> € waarop 27% successierecht betaald moet worden). Dit volgt hetzelfde principe als omgekeerd duolegaat, MAAR er wordt geen algemeen legataris aangesteld, enkel één bijzonder legaat (daarom monolegaat) aan een goed doel, onder de last om daarmee de successierechten van de wettelijke erfgenamen te betalen. Voor het overige wordt het wettelijk erfrecht gevolgd om de erfgenamen te bepalen (er wordt niemand specifiek aangeduid).

38 3.3 Schenking a)Wat? b)Hoe? c)Begunstige sterft vóór schenker d)Tarieven e)Voorbeelden

39 a) Wat? De schenking is een akte waarbij de schenker zich dadelijk en onherroepelijk van een zaak ontdoet ten voordele van de begiftigde die ze aanneemt. - In principe onherroepbaar = gegeven is gegeven - Aanvaarding is noodzakelijk opdat schenking kan plaatsvinden - Aan schenking kan een last of een voorwaarde verbonden zijn - Onterving is niet mogelijk (reserve speelt altijd, bij latere nalatenschap wordt schenking ingebracht) - als ‘voorschot op erfdeel’ of ‘buiten erfdeel’

40 b) Hoe? Via een notaris In principe moet elke schenking van roerende en onroerende via een notariële akte. Geeft raad en licht gevolgen toe in het erfrecht en huwelijksvermogensrecht. Geen latere successierechten te betalen, enkel schenkingsrechten. Registreert schenking binnen de 15 dagen.

41 b) Hoe? Via een handgift Geen formaliteiten vereist, enkel overhandiging goed. Beperkt tot roerende goederen (zoals cash geld, meubilair, juwelen, kunstvoorwerpen,...). Sterft schenker binnen 3 jaar  successierechten Tip: stel schriftelijk een document op om toekomstige problemen te vermijden.

42 b) Hoe? Onrechtstreekse schenking - levensverzekeringscontract ten voordele van een derde - kwijtschelding van schulden vb. Vader heeft een vennootschap. Hij verkoopt zijn aandelen aan zijn zoon. De afspraak is dat hij de prijs op termijn mag betalen. Na een tijdje meldt de vader aan de zoon dat hij niet langer moet betalen.

43 b) Hoe? Bankgift Zoals handgift, maar via een overschrijving. Tip: Maak geen melding van ‘schenking’ op het overschrijvingsformulier, doe dit in een apart document. Anders kan nietigheid dreigen aangezien er geen notariële akte gebruikt werd.

44 c) Begunstige sterft vóór schenker Er zijn kinderen Geschonken goed blijft in erfenis kind  gaat naar kleinkinderen Er zijn geen kinderen Wettelijke terugkeer naar schenkers. Twee voorwaarden: - goed moet in natura nog aanwezig zijn - er moeten successierechten betaald worden Oplossing: beding van conventionele terugkeer in schenkingsakte

45 d) Tarieven Schenking van roerende goederen Ongeacht de waarde van het geschonken goed. In rechte lijn, tussen echtgenoten of samenwoners In alle andere gevallen 3%7%

46 d) Tarieven Schenking van onroerende goederen In rechte lijn (grootouders-ouders-kinderen) en tussen echtgenoten en tussen samenwoners Gedeelte van de schenking van EUR tot inbegrepen EUR Rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwoners 0,01 – % – % – % – % – % – % – % – % Boven de %

47 d) Tarieven Schenking van onroerende goederen Tussen broers en zussen, tussen ooms en tantes en neven en nichten, tussen alle andere personen. Gedeelte van de schenking van EUR tot inbegrepen EUR Tussen broers en zussen Tussen ooms of tantes en neven of nichten Tussen alle andere personen 0,01 – %25%30% – %30%35% – %40%50% – %55%65% Boven de %70%80%

48 e) Voorbeelden Een weduwnaar, woonachtig in Vlaanderen, heeft één dochter en bezit een onroerend patrimonium met een waarde van € Het bevat 4 onroerende goederen met een waarde van respectievelijk € , € , € en € Hij is 50 jaar. Hypothese I: hij past de techniek van de driejaarlijkse schenkingen toe en wel als volgt: op leeftijd van 51 jaar schenkt hij het goed van € De dochter betaalt: € schenkingsrechten op leeftijd van 54 jaar schenkt hij het goed van € De dochter betaalt: € schenkingsrechten op leeftijd van 58 jaar schenkt hij het goed van € De dochter betaalt: € schenkingsrechten op leeftijd van 62 jaar schenkt hij het goed van € De dochter betaalt: € schenkingsrechten Er werden bijgevolg in totaal voor € schenkingsrechten betaald.

49 e) Voorbeelden Hypothese II: hij blijft zijn leven lang op zijn patrimonium zitten en laat bij zijn overlijden datzelfde vermogen na (dat per hypothese niet in waarde is gestegen, wat niet het geval is in de realiteit) De dochter betaalt dan successierechten op een totaal van € , hetzij: op een eerste schijf van € = 3 % = € op een tweede schijf van € = 9 % = € op het saldo, een schijf van € = 27 % = € Hetzij een totaal aan successierechten van € Besluit: gerealiseerde belastingbesparing in hypothese I bedraagt: € – € = €

50 e) Voorbeelden Stel Bert, woonachtig in Vlaanderen, gescheiden en 68 jaar oud, heeft één zoon, Dirk en beschikt over een roerend vermogen van € Stel dat hij niets doet en op zijn sterfbed dit vermogen nalaat. Zijn zoon betaalt dan volgende Vlaamse successierechten: 3% op de eerste schijf van € % op de volgende schijf van € en 27% op de laatste schijf van € Had Bert tijdens zijn leven reeds een deel van dit roerend vermogen (desgevallend met voorbehoud van vruchtgebruik) via een Belgische notaris geschonken aan zijn zoon Dirk dan was dit deel naar Dirks vermogen verschoven aan 3% en had de erfenis uit het 9 en 27%-successierecht kunnen blijven.

51 e) Voorbeelden Roza, woonachtig in Brussel-stad, alleenstaand en 76 jaar oud, heeft geen kinderen. Ze heeft nog enkel contact met Anita, dochter van haar vooroverleden broer. Roza heeft een roerend vermogen van € en maakte een testament in het voordeel van Anita die ze aanstelde tot enige erfgenaam. De dag dat Roza sterft zal Anita heel wat betalen aan Brusselse successierechten: 35% op de eerste schijf van € % op de volgende schijf van € % op de volgende schijf van € en 70% op de laatste schijf van € Had Roza tijdens haar leven een deel van haar roerend vermogen (met voorbehoud van vruchtgebruik) via een Belgische notaris geschonken aan Anita dan was alvast dat deel in handen gekomen van Anita tegen betaling van slechts 7%.

52 3.4 Levensverzekering a)Principe b)Uitzonderingen c)Formules d)Tak 21 of tak 23?

53 a) Principe De verzekeringnemer sluit met de levensverzekeringsmaatschappij een overeenkomst. De maatschappij keert bij het overlijden van de verzekerde een som uit aan een derde persoon, de begunstigde. Die laatste is geen ‘erfgenaam’. Het gaat tenslotte om een contract. MAAR: artikel 8 van het Wetboek Successierechten bepaalt dat de levensverzekeringspolis moet opgenomen worden in het actief van de aangifte van nalatenschap.  er moeten dus successierechten op betaald worden

54 b) Uitzonderingen Slechts voor de helft belast Dit valt voor bij echtgenoten die gehuwd zijn onder een gemeenschapsstelsel  De premies van de levensverzekering werden betaald met gemeenschapsgeld waarin beide echtgenoten hebben bijgedragen, dus is de uitkering slechts voor de helft belastbaar in de successierechten!

55 b) Uitzonderingen Geen successierechten - Bij een groepsverzekering Het moet dan wel gaan om een groepsverzekering van een werknemer (niet van een zaakvoerder of bestuurder) die er verplicht aan moet deelnemen. De begunstigde moet de langstlevende echtgenoot zijn of de kinderen jonger dan 21 jaar. - Als de uitkering van de levensverzekering het gevolg is van een wettelijke verplichting (bijv. bij een arbeidsongeval). - Als er kruiselings wordt verzekerd = als de begunstigde van de levensverzekering zelf de premies heeft betaald (verzekeringsnemer = begunstigde)

56 c) Formules ABA – formule A = verzekeringnemer = kleinzoon B = verzekerde = grootvader A = begunstigde bij overlijden = kleinzoon In een eerste fase schenkt de erflater/grootvader geld aan zijn kleinzoon. Deze schenking gebeurt fiscaalvriendelijk via een handgift of bankgift. De kleinzoon/verzekeringnemer plaatst het geld integraal in een levensverzekeringspolis, op het hoofd van de grootvader/verzekerde. Hij is zelf de begunstigde.  opgepast voor overlijden binnen 3 jaar!

57 c) Formules ABBA – formule A = verzekeringnemer = kleinzoon B = verzekerde = grootvader B = begunstigde bij leven = grootvader A = begunstigde bij overlijden = kleinzoon De kleinzoon blijft de begunstigde als grootvader sterft. Grootvader wordt begunstigde als hij een bepaalde leeftijd bereikt.

58 c) Formules Hou rekening met huwelijksstelsel - Ongehuwd of bij scheiding van goederen Bij feitelijk of wettelijk samenwonenden of bij echtgenoten die gehuwd zijn met scheiding van goederen, sluit bijv. Jan een verzekering af op het hoofd van zijn partner Ann, maar met zichzelf als begunstigde. Ann doet het tegenovergestelde: zij sluit een polis op het hoofd van Jan met zichzelf als begunstigde. Als u deze kruiselingse techniek gebruikt, zijn er geen successierechten verschuldigd. - Het wettelijk stelsel In principe wordt 50 % van de uitkering belast in de successierechten in hoofde van de partner, door het vermoeden dat de premies met het gemeenschappelijke vermogen betaald werden.  aantonen dat premies met eigen geld betaald werden

59 d) Tak 21 of tak 23? Tak 21 Premies betalen en bij overlijden wordt er een gegarandeerd kapitaal of een gegarandeerde rente uitbetaald. = spaarverzekering Tak 23 Premies betalen die dan belegd worden in aandelen, obligaties en fondsen. Bij het overlijden wordt dan dat kapitaal uitgekeerd. Over hoeveel geld het gaat, is niet gegarandeerd: het hangt af van de waarde van de aandelen, obligaties en fondsen. = beleggingsverzekering

60 Meer info? en Successie- en registratierechten: contactcenter van de FOD financiën Telefoonnummer: Adres:Koning Albert II-laan 33, 1030 Brussel, België In andere landen: Levensverzekering: bank of verzekeraar raadplegen

61 Bedankt voor uw aandacht

62 Redactie: Thibault Willaert Verantwoordelijke uitgever: Marc Vandercammen OIVO Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisatie Stichting van openbaar nut Paapsemlaan BRUSSEL Tel. 02/ Fax. 02/ ON Editie 2010 ©OIVO - Overnames voor niet-commerciële doeleinden toegelaten mits bronvermelding.


Download ppt "Een erfenis zonder bekommernis. Inhoud 1.Erfrecht 2.Successierechten 3.Successieplanning."

Verwante presentaties


Ads door Google