De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Boxenstelsel. Box 1 Box 2 Box 3 Welk inkomen wordt belast? Inkomen uit arbeid en woning Inkomen uit aanmerkelijk belang Inkomen uit sparen en beleggen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Boxenstelsel. Box 1 Box 2 Box 3 Welk inkomen wordt belast? Inkomen uit arbeid en woning Inkomen uit aanmerkelijk belang Inkomen uit sparen en beleggen."— Transcript van de presentatie:

1 Boxenstelsel

2 Box 1 Box 2 Box 3 Welk inkomen wordt belast? Inkomen uit arbeid en woning Inkomen uit aanmerkelijk belang Inkomen uit sparen en beleggen Progressief tarief Vast tarief

3 Box 1: inkomen uit arbeid en woning

4 Stap 1: Bepaal je belastbare inkomen uit box 1 Schema: arbeidsinkomen plus Inkomen uit de eigen woning minaftrekposten Belastbaar inkomen box 1

5 Stap 2: Aftrekposten Sommige uitgaven die je in de loop van het jaar gemaakt hebt mag je van je inkomen aftrekken. Dit noemen we aftrekposten. Enkele voorbeelden van aftrekposten:  Rentekosten hypotheek.  Kosten kinderopvang.  Reiskosten openbaar vervoer.  Studiekosten.  Giften goede doelen.

6 Stap 3: Het belastbaar inkomen verdelen over de schijven Het belastbaar inkomen wordt verdeeld over maximaal 4 schijven (zie tabel). Het belastingtarief dat je over je inkomen moet betalen is oplopend. Dit noemen we het progressieve belastingstelsel.

7 Oefensom: Stel het belastbaar inkomen is €54.987,-. Bereken de te betalen inkomstenbelasting box 1

8 Oefensom: Stel het belastbaar inkomen is €54.987,-. Schijf 1: € X 33,45%= € 6.093,- Schijf 2: € X 41,95%= € 6.091,- Schijf 3: € X 42% = € 9.084,- Schijf 4: € 620 X 52% = € 322,- Totaal:€ ,-

9 Marginale tarief: Het belastingpercentage dat je betaalt over je laatst verdiende euro. InkomenMarginale tarief €17.000,-33,45% €30.000,-41,95% €89.000,-52%

10 Gemiddelde tarief: Het tarief dat je gemiddeld over je inkomen betaalt. (voorbeeld som) Inkomen €54.987,- Belastingbedrag € Bereken het gemiddelde tarief.

11 Gemiddelde tarief: Deel / Geheel X 100% = / X 100% = 39,9%

12 Oefenen: Gunther is de rector van een school. Hij verdient best redelijk. Per maand verdient hij €8.600,- bruto. Hij woont in Krabbendijke en reist elke dag met de trein naar Bergen op Zoom. Dit kost het €8,65 per week. Hij werkt fulltime dus zijn kinderen moet hij naar de kinderopvang brengen. Dit kost €250,- per maand. Gunter woont in een mooie villa. De waarde van deze villa is € ,-. Hij betaal hier per jaar 5,15% rente over. A:Bereken het eigenwoningforfait. B:Bereken zijn belastbaar inkomen. C: Bereken het te betalen belastingbedrag box 1.

13 Box 2: Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang De meeste mensen hebben niets met box 2 te maken. In box 2 moet je belasting betalen over de winstuitkering van een NV of BV waarvan je tenminste 5% van de aandelen bezit. Er geldt een vast belastingpercentage van 25% De meeste mensen hebben niets met box 2 te maken. In box 2 moet je belasting betalen over de winstuitkering van een NV of BV waarvan je tenminste 5% van de aandelen bezit. Er geldt een vast belastingpercentage van 25%

14 Box 3: Opbrengsten uit sparen en beleggen De overheid bepaalt je belastbare inkomen uit besparingen en beleggingen. Dit inkomen heet vermogensrendement. De overheid gaat ervan uit dat iedereen over zijn inkomen 4% rendement(inkomsten) kan behalen. Over dit bedrag moet je 30 % belasting betalen. Je berekent altijd het gemiddelde saldo van een persoon De overheid bepaalt je belastbare inkomen uit besparingen en beleggingen. Dit inkomen heet vermogensrendement. De overheid gaat ervan uit dat iedereen over zijn inkomen 4% rendement(inkomsten) kan behalen. Over dit bedrag moet je 30 % belasting betalen. Je berekent altijd het gemiddelde saldo van een persoon Bijvoorbeeld: iemand heeft een gemiddeld vermogen van € ,- Basisvrijstelling € ,- Grondslag vermogensinkomen € ,- Vermogensrendement 4% van € 94861,- = € 3.794,- Belasting 30% van € 3.794,- = 1.138,-

15 Oefenen Piet heeft een spaarrekening. Op 1 januari 2010 staat hier Piet heeft een spaarrekening. Op 1 januari 2010 staat hier €30.000,- op. Aan het einde van het jaar nog maar €25.000,-. Tevens heeft deze persoon voor €9.800,- op 1 januari 2010 aan aandelen en op 31 december 2010 is de waarde gestegen naar €14.000,-. Het heffingsvrijvermogen is €20.661,- A: Bereken het gemiddeld vermogen. B: Bereken hoeveel deze persoon moet betalen aan belasting in box 3

16 Stap 5: Bepaal het bedrag van de heffingskorting en bereken de te betalen belasting De hoogte van de heffingskorting is afhankelijk van de persoonlijke situatie De hoogte van de heffingskorting is afhankelijk van de persoonlijke situatie Algemene heffingskorting€ Arbeidskorting€ Kinderkorting€ 939 Combinatiekorting€ 149 Aanvullende combinatiekorting€ 700 Alleenstaande-ouderkorting€ Aanvullende alleenstaande ouderkorting € Ouderenkorting- Alleenstaande-ouderkorting- Jonggehandicaptenkorting€ 656 Stel de persoon uit deze presentatie heeft een algemene heffingskorting, arbeidskorting en kinderkorting. Dat is totaal € 4.374,-

17 Wat is nu het te betalen belasting bedrag? Belasting box 1: € ,- Belasting box 2:N.V.T. Belasting box 3: € 224,- € Af: heffingskortingen € 4.374,- Te betalen belasting € ,-

18


Download ppt "Boxenstelsel. Box 1 Box 2 Box 3 Welk inkomen wordt belast? Inkomen uit arbeid en woning Inkomen uit aanmerkelijk belang Inkomen uit sparen en beleggen."

Verwante presentaties


Ads door Google