De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Autisme in het basisonderwijs Theorie –Wat is autisme? –Hoe gaat de leerkracht om met autisme? Praktijk –Autisme in het regulier basisonderwijs –Autisme.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Autisme in het basisonderwijs Theorie –Wat is autisme? –Hoe gaat de leerkracht om met autisme? Praktijk –Autisme in het regulier basisonderwijs –Autisme."— Transcript van de presentatie:

1 Autisme in het basisonderwijs Theorie –Wat is autisme? –Hoe gaat de leerkracht om met autisme? Praktijk –Autisme in het regulier basisonderwijs –Autisme in het speciaal basisonderwijs Conclusie

2 De zus van Einstein Het filmpje is terug te vinden op

3 Autisme in het basisonderwijs: probleem of niet? Onderzoeksvraag:

4 Autisme Spectrum Stoornis(ASS) Het is een ontwikkelingsstoornis die zich kenmerkt door beperkingen in de sociale omgang, de communicatie en de verbeelding. R.J.van der Gaag groepen Klassiek autisme Syndroom van Asperger PDD/NOS

5 Korte impressiestellingen Ieder kind dient apart te worden bekeken m.b.t. symptomen van autisme De kinderpsychiater of GZ psycholoog stelt vast of er sprake is van autisme Generaliseren is moeilijk voor het kind Voorbeeld van kopje-glas bij computer Uit een gesprek met Jeanet Hulsmeijer van Autisme Centrum Twente.

6 Signaleren van autisme Gedragskenmerken –Relatiestoornis –Communicatiestoornis –Opvallende zintuiglijke en motorische verschijnselen –Weerstand tegen veranderingen –Vormen van angsten Denkkenmerken –Abnormale prikkelgevoeligheid –Fragmentarisch ofwel eilandjes van kennis –Concreet en oog voor details wat irrelevantie opwekt –Starre houding

7 Kenmerken voor PDD Kwalitatieve beperking in de sociale relaties Kwalitatieve beperking in de communicatie Beperkte patronen van gedrag,belangstelling en activiteiten

8 Hulp bij PDD Voorstructureren in ruimte en tijd Afspraken en taken visualiseren Leren door imitatie Gedragsregels letterlijk aanleren Geen emotionele benadering Concreet taalgebruik Geen beroep doen op empathie

9 Signaleren van autisme Waar kun/moet je op letten: –Weinig tot geen oogcontact –Vlakke gelaatsuitdrukking –Heeft moeite met samenspel –Letterlijk nemen van taal –Herhalende bewegingspatronen (friemelen met vingers, fladderen met armen)

10 Hoe leren kinderen met autisme Grillig Uitschieters naar boven en naar beneden

11 Voor alle kinderen gelden dezelfde basisbehoeften Behoefte aan veiligheid en acceptatie, ik mag zijn wie ik ben en een voorspelbare relatie en omgeving. (relatie) Behoefte aan een positief zelfbeeld, andere kinderen kunnen hun vaak niet volgen en dat bemoeilijkt een positief zelfbeeld. (competentie) Behoefte aan zelfstandigheid, diepgewortelde behoefte om vast te houden aan het bekende en een sterke weerstand tegen veranderingen. (autonomie)

12 Pedagogisch gebied Waarmee moet de leerkracht rekening houden in de omgang met autistische kinderen op pedagogisch gebied.

13 Ondersteuning van het kind in de interactie met anderen Sociale interacties begrijpelijk maken Hulp bieden bij het herkennen en benoemen van emoties bij het kind zelf en bij de anderen Een verklaring geven bij gemaakte grapjes Toelichting geven op gebeurtenissen

14 Ondersteuning van het kind in hun klassenmanagement Materialen op een vaste, overzichtelijke en toegankelijke plek Het kind heeft een eigen plek Een goede visuele dagplanning op het bord Duidelijke regels en deze consequent hanteren

15 Ondersteuning van het kind in de instructie Die instructie via een stappenplan te laten verlopen Visuele ondersteuning tijdens de instructie Duidelijk het doel van de activiteit aan te geven Aangeven wat de relatie is met een eerder behandeld hoofdstuk

16 Didactisch gebied Waarmee moet de leerkracht rekening houden in de omgang met autistische kinderen op didactisch gebied.

17 Instructie Geef de instructie in een rustig tempo. Kinderen met autisme hebben een langere verwerkingstijd nodig voordat de boodschap door komt De instructie moet niet te lang duren Treed niet in details, beperk de instructie tot de kern van de les. Geef niet te veel informatie Noem bij groepsinstructies vooral het kind bij de naam, Iedereen gaat nu… Jeroen, jij gaat ook… Geef enkelvoudige opdrachten in plaats van samengestelde opdrachten. Een samengestelde opdracht is: Pak je taalboek en lees taak 2, en doe daarna de opgaven.

18 Taalgebruik tijdens instructie Geef duidelijk aan wat het kind moet doen ( doe- uitspraken) Vermijd lange samengestelde zinnen Vermijd lange verhalen Vermijd dubbelzinnigheden in het taalgebruik Vermijd abstracte tijdsbepalingen zoals straks, zo meteen etc Vermijd vraagzinnen zoals “Zou je dat wel doen?” terwijl je bedoelt: “Dat mag je niet doen.” Gebruik de positieve spreekvorm, geef concreet aan wat er van het kind verwacht wordt.

19 Visualiseren van instructie Visuele hulpmiddelen kunnen in complexiteit variëren. We onderscheiden: –Voorwerpen (meest concrete niveau) –Foto’s –Tekeningen –Pictogrammen –Geschreven tekst (meest abstracte niveau)

20 Visualiseren van instructie Men kan veel verschillende zaken visualiseren: –Programma’s en roosters (denk aan plaatjes bij je dagrooster op het bord) –De tijd (klok, zandloper of een wekker) –De ruimte (denk aan de werkplek of een activiteiten plek zoals het schoolplein etc) –Beloningen (een beloningmenu waaruit het kind kan kiezen) –Instructies (denk aan instructiekaarten)

21 Transfer bevorderen Zorg dat het kind de leerstof of vaardigheid helemaal kent, je kunt beter overtrainen zodat het kind buiten de klas geen negatieve ervaring opdoet. Veel voordoen en herhalen Maak gebruik van realistische leersituaties, die dichtbij de werkelijkheid van de leefwereld van het kind staan Geef de toepassingsmogelijkheden van het geleerde expliciet aan. Bijvoorbeeld het hand opsteken bij een vraag. Zeg ook dat hij dit moet doen bij de invaller of de gymdocent als hij wat wil vragen. Overleg en samenwerken met de ouders is erg belangrijk. De transfer wordt bevordert als ouders en school dezelfde weg bewandelen. Gebruik van de zelfde pictogrammen is hierbij heel belangrijk

22 Motiveren en belonen Inventariseer bij het opzetten van een beloningsysteem en bij de keuzes van belonen wat een kind leuk vindt om te doen, overleg dit met de ouders. Geef duidelijk en expliciet aan welk gedrag gewenst wordt en welke beloning dan volgt. Visualiseer het beloningsysteem Geef duidelijk aan waarom het kind beloond wordt Stel geen te hoge doelen voor het kind. Er moet een redelijke kans op succes zijn Bouw geleidelijk de beloning af. Daarbij worden wel de volgende fasen onderscheiden:

23 Motiveren en belonen Directe beloning naar aanleiding van het gewenste resultaat. Uitgestelde beloning met bijvoorbeeld tekens of stickers. Denk aan als het kind aan het eind van de dag 3 stickers heeft deze dan mag inruilen voor een voorkeursactiviteit. Uitgestelde beloning op basis van een verbale afspraak. Bijvoorbeeld: als de dagtaak af is mag er op het einde van de middag een voorkeursactiviteit gedaan worden. Belonen met sociale versterkers. Een compliment geven als een kind de taak goed heeft afgerond. Combineer materiële beloning met een compliment en hoop dat het kind de link op een gegeven legt en begrijpt. Overleg met de ouders en stem met hen af wanneer en hoe er beloond wordt.

24 Praktijk De praktijkervaringen met autisme van leerkrachten in het regulier en speciaal basisonderwijs

25 Autisme in regulier basisonderwijs Onderzoek 1: Interview met de leerkracht (Bron: Marie-Louise Mulder; leerkracht groep 5) Onderzoek 2: Observatie M. Onderzoek 3: De school (Bron: Lisette ter Linde; leerkracht groep 1, IB-er leerlingenzorg) (Bron: Francy Wilthuis; leerkracht groep 6; adjunct directeur)

26 Interview met de leerkracht Het kind… –vraagt meer begeleiding. –heeft een andere benadering nodig. –reageert op alle prikkels om hem heen. –is snel afgeleid en impulsief. –kan niet meerdere opdrachten tegelijk uitvoeren. –presteert op zijn eigen niveau. –volgt een eigen leerlijn. –neemt taal heel letterlijk.

27 Interview met de leerkracht De klasgenoten… –accepteren M. zoals hij is. –kennen hem niet anders. –spreken M. aan op zijn gedrag.

28 Interview met de leerkracht Autisme in het reguliere basisonderwijs; probleem of niet? Als het kind en de groep elkaar negatief beïnvloeden is het wel een probleem. Wat vind je van passend onderwijs? Weinig doorverwijzingen naar speciaal onderwijs. We werken al met individuele begeleiding en individuele leerlijnen. Te grote belasting bij onvoldoende personeel.

29 Observatie M. M. valt niet op (als autist) M. ligt goed in de groep M. komt soms druk over bij klasgenoten M. is fanatiek in sport en spel –Houdt hierbij soms geen rekening met anderen M. vindt de ‘aparte lessen’ niet erg M. moet veranderingen ervaren

30 De school Verschaffen van informatie –Studiedagen –Theorieën IB-er is centraal punt autisme –Voor leerkrachten –Voor kinderen –Voor ouders ZAT-team (Zorg en Advies Team) –Ouders –Maatschappelijk werker –Schoolverpleegkundige van de jeugdgezondheidszorg –Directielid –Schoolcontactpersoon

31 Autisme in het speciaal onderwijs Onderzoek 1: Interview met leerkracht (Bron: Groepsleerkracht groep 4 SO Onder de Kap Hermy Warmink) Onderzoek 2: Observatie van leerling L Onderzoek 3: Interview met locatieleider SO Onder de Kap (Bron: Locatieleidster SO Onder de Kap Hermy Warmink) Onderzoek 4: Leerlingdossier leerling L (Bron: Leonie ten Doeschot Orthopedagoog) (Bron: Marieke Leferink op Reinink GZ Psycholoog) (Bron: Leerkracht/ Gedragswetenschapper Hermy Warmink) (Bron: N.J.S. Knol, GZ-psycholoog)

32 Interview met de leerkracht Autistische kind, leerling L Is erg op zichzelf Hoge prikkelgevoeligheid (snel overprikkeld) Contactproblemen (geen wederkerigheid) Stereotype bewegingen (zoals fladderen) Omgang met klasgenoten Hij kiest wie Hoe reageren klasgenoten op leerling L Zij accepteren hem Welke afspraken zijn er rond leerling L gemaakt Een plek alleen in de klas Bij onrust aparte plek Eerder naar buiten en binnen met buitenspelen Alleen omkleden en douchen tijdens gym

33 Observatie L Eigen plek achter in de klas Geen contact met klasgenoten Eerst observeren bij buitenspelen Dwingend, hij bepaalt Vast patroon tijdens buitenspelen Na buitenspelen alleen terug naar klas In de klas heen en weer wiegen Krassen in tekenschrift

34 De School Geen aparte aanpak -aanpak visie Onder de Kap -voor ieder kind handelingsplan Eigen werkplek in de klas -aangepaste instructies -snel aan het werk -niet meedoen bij onrustige, onoverzichtelijke lessen -werken met picto’s -werken met beloningssysteem (stempels en stickers) Herkennen van autistische kinderen -door observaties (voor handelingsplan) -door autismelijsten in te vullen Omgang met autistische kinderen -regelmatige evaluatie handelingsplan (schoolpsycholoog, O.A. & leerkracht) -bij niet kunnen socialiseren = overplaatsing naar ander speciaal onderwijs

35 Leerling-dossier 1. Psychologisch onderzoek vorige school 2. Intakegegevens SO Onder de Kap 3. Handelingsplan 4. Onderzoek kinderpsychiater 5. Observatie Het Mozaiek

36 Conclusie Er is geen eenduidig antwoord op ons onderzoeksvraag te geven. Autisme in het reguliere basisonderwijs kan, mits de leerling, de klasgenoten en de leerkracht niet beperkt worden in hun functioneren.

37 Autisme in het basisonderwijs Probleem of niet? Voor het complete onderzoek; –het dossier, –het filmpje, –Conclusies –reflecties… Kijk je op


Download ppt "Autisme in het basisonderwijs Theorie –Wat is autisme? –Hoe gaat de leerkracht om met autisme? Praktijk –Autisme in het regulier basisonderwijs –Autisme."

Verwante presentaties


Ads door Google