De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Evalueren bij afstuderen OOF Bachelortoets. Intro.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Evalueren bij afstuderen OOF Bachelortoets. Intro."— Transcript van de presentatie:

1 Evalueren bij afstuderen OOF Bachelortoets

2 Intro

3 Voorbeeld Teams van studenten (Onderzoeks-)project Aangeleverd door externen uit het vakgebied Begeleid door docenten en externe opdrachtgevers Rapporteren conclusies/ product Paper Presentatie voor medestudenten, externen en docenten

4 Voorbeeld Herkent u aspecten uit deze toets? MMA Maar ook: VPK, SW, CH, SPIZ, SO, VD… Welke competenties kan u beoordelen met dergelijke toets?

5 Voorbeeld MMA Kritische ingesteldheid Flexibiliteit Nauwkeurigheid Professionaliteit Leergierigheid Goede omgang met feedback Timemanagement Planningsvaardigheden Samenwerkingsvaardigheden Schrijfvaardigheden

6 Project - inhoud tijd Inhoud, niveau, integratie TOETSVORM Scriptie - afstudeerwerk Overalltoets Project - sfstudeerproject Portfolio Stage(verslag) … Eindtoets Bachelor

7 Verloop workshop Intro Voorbeeld Kader Project Work (shop) World café Kader Theoretisch kader Assessment instrument (Work) Shop Voorbeeld Vragen

8 Kader

9 Project - aanleiding Bachelor Bologna (1999)EQF (2008) Decreet op kwalificatiestructuur (2009) Domeinspecifieke leerresultatenkaders Toets NVAO visitatie- en accreditatie Nieuw visitatie- en accreditatiekader (2010) – standaard 3 Kwaliteitsvolle toetsing= Bewijslast voor eindniveau Sturend effect

10 Project - aanleiding Assessmentinstrumenten voor eindevaluatie (divergent assessment): Verschillende opleidingen (TI, IZSP,…) Verschillende vormen en procedures Verschillende (beroepsspecifieke) focus Verschillende context Gelijkaardige evaluatiecriteria/ standaarden

11 Project - Algemene competenties Denk- en redeneervaardigheid Verwerven en verwerken van informatie Kritische reflectie Projectmatig werken Creativiteit Uitvoeren eenvoudige leidinggevende taken Communiceren Levenslang leren

12 Project - Algemeen beroepsgerichte competenties Teamgericht werken Oplossingsgericht werken Maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met de beroepspraktijk

13 Project - doelstellingen Gevalideerde  associatiebreed inzetbaar Set evaluatiecriteria  kwaliteit: betrouwbaarheid/ transparantie Minimumcriteria  concretisering van niveau 6 Uitbreidingscriteria  differentiatie Sjabloon  toetsinstrument

14 Project - timing WP1: KadersWP2: OntwerpWP3: Validering WP4: Implementatie WP5: Disseminatie Adviesraad Intern seminarie

15

16 Work

17

18 World Café 3 groepen – 3 thema’s – 1 toets (SPIZ) –Bruikbaarheid criteria –Eindniveau –Scoren Per thema: –Argumenten –Zorgen –Condities voor goede praktijk Doorschuiven en ‘verder borduren’

19 World Café – toets bruikbaarheid criteria Argumenten Transparant Correct Objectief Zorgen Verschillende interpretatie Contextspecificiteit Globaal oordeel moet mogelijk blijven

20 Kader

21 Project – divergent assessment  Evaluatiecriteria/ standaarden Resultaten van studenten Expertise van assessoren Proces van beoordelen

22 Assessment design Rating purpose(s) Rating form/ scale Procedures Rater Expertise Performance theory Beliefs Mood Affect Goals … Organizational context Norm, values Accountability Feedback culture Resources (time, training,…) … Ratee performance Rater Information Processing Private judgement Public decision making Score Feedback Model of performance assessment process (adapted by M. Govaerts, 2011 from DeNisi, 1996)

23 Holistisch Analytisch Intuïtieve criteria Globale criteria Brede criteria Specifieke criteria Gedetailleerde criteria Project - Evaluatiecriteria Zorgen Verschillende interpretatie  Contextspecificiteit  Globaal oordeel moet mogelijk blijven 

24 Een goed evaluatiecriterium is:  Betrouwbaar  Valide  Transparant  Gelinkt aan competenties (~gelinkt aan evaluatievorm)  Niet te algemeen, niet te specifiek geformuleerd  Overlapt niet met andere criteria Plaatsen in beoordelingsrooster: kwaliteit verhoogt Project - Evaluatiecriteria

25 Project – gebruik evaluatiecriteria Gevalideerde  associatiebreed inzetbaar Set evaluatiecriteria  kwaliteit: betrouwbaarheid/ transparantie Minimumcriteria  concretisering van niveau 6 Uitbreidingscriteria  differentiatie Sjabloon  toetsinstrument Flexibel gebruik Selectie criteria ‘Semi-’ generieke criteria Bijkomende beroepsspecifieke criteria

26 Structuur opmaken Criteria opvragen Criteria labelen Opgevraagde criteria – AC/ABC Literatuur AC/ ABC Differentiatie per toetsvorm Project – gebruik evaluatiecriteria

27 Project - sharepoint PWO_OOFBATO_12/Pages/Default.aspx

28 Shop

29 Structuur Generieke competenties  Schalen  Criteria  Toetsvormen/niveau

30 Structuur Generieke competenties  Schalen  Criteria  Toetsvormen/niveau AC1 Denk- en redeneervaardigheid AC2 Verwerven en verwerken van informatie AC3 Kritische reflectie AC4 Projectmatig werken AC5 Creativiteit AC6 Uitvoeren eenvoudige leidinggevende taken AC7 Communiceren AC8 Levenslang leren ABC1 Teamgericht werken ABC2 Oplossingsgericht werken ABC3 Maatschappelijke verantwoordelijkheid samenhangend met beroepspraktijk

31 Structuur Generieke competenties  Schalen  Criteria  Toetsvormen/niveau De student kan relevante gegevens verzamelen, selecteren en structureren De student kan de verworven informatie kritisch verwerken en beschrijven …

32 Structuur Generieke competenties  Schalen  Criteria  Toetsvormen/niveau Probleemstelling formuleren Bronnen selecteren Gestructureerd kader schetsen

33 Structuur Generieke competenties  Schalen  Criteria  Toetsvormen/niveau

34 Het vermogen tot het verwerven en verwerken van informatie  De student kan relevante gegevens verzamelen, selecteren en structureren  Probleemstelling formuleren

35 Oefening 2 documenten SPIZ - MMA Opdrachtbeschrijving Evaluatiecriteria  Gelijkenissen?

36 BasisUitbreiding Scriptie De probleemstelling wordt duidelijk omschreven De belangrijkste bronnen worden geselecteerd en er wordt correct naar verwezen Recente ontwikkelingen van en inzichten over het thema zijn correct beschreven en voldoende uitgewerkt Het conceptueel en contextueel kader wordt duidelijk geschetst Gestructureerde en overzichtelijke opbouw Duidelijk, bondig omschreven, goed afgebakende en verantwoorde probleemstelling Voldoende, relevante, ook internationale referenties Relevante visuele ondersteuning door figuren Project Het praktijkvraagstuk, de opdrachtgever en de nodige middelen worden duidelijk omschreven De literatuurkeuzes worden duidelijk omschreven en verantwoord vanuit het praktijkvraagstuk De belangrijkste bronnen worden gebruikt Gestructureerde en overzichtelijke opbouw Het praktijkvraagstuk is duidelijk, bondig omschreven en afgebakend, kritisch verantwoord De geraadpleegde literatuur is verscheiden, bekend binnen het werkveld en toonaangevend Recente ontwikkelingen van en inzichten over het thema zijn opgenomen en correct beschreven en voldoende uitgewerkt Stage De juiste personen (cliënt/patiënt/collega) worden op een gepaste wijze bevraagd De relevante informatie kan uit het verhaal van de cliënt/patiënt worden onderscheiden, om deze te gebruiken voor verdere stappen of analyse De student kan ook in complexe, niet- vertrouwde situaties of contexten de juiste informatie selecteren Vernieuwing en recente ontwikkelingen in het vakgebied worden opgevolgd Gerichte, objectieve vragen worden aan de cliënt/patiënt/collega gesteld om efficiënt de juiste informatie te verkrijgen De informatie wordt op een kritische manier en kan dit wordt procesmatig verduidelijkt De verworven informatie van de cliënt/patiënt wordt vergeleken en geïntegreerd met eerdere informatie Vakliteratuur wordt gericht geraadpleegd met als doel informatie over en voor de praktijkcontext te verzamelen

37 Vragen

38 Bedankt!


Download ppt "Evalueren bij afstuderen OOF Bachelortoets. Intro."

Verwante presentaties


Ads door Google