De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Informatievergadering Verzorging 21 februari 2014.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Informatievergadering Verzorging 21 februari 2014."— Transcript van de presentatie:

1 Informatievergadering Verzorging 21 februari 2014

2 Het verschil tussen dat verse glas water of die beker die er al stond sinds gisteren. Het verschil tussen tijd krijgen om te drinken of net voldoende om zich niet te verslikken. Het verschil tussen ‘moeten drinken’ en mogen zeggen ‘Mag ik nog even wachten’?” Uit: F. Montaine, Verpleegkunde, een persoonlijke bewogenheid, 2000, p. 130 (geciteerd in: C. Gastmans & L. Vanlaere, Cirkels van zorg. Ethisch omgaan met ouderen, Davidsfonds, Leuven, 2006.)

3 Terugblik Evaluatiedocumenten verzorging Varia Agenda

4 Terugblik Cluster 2: Omgangscompetenties oudere zorgvrager Contact zoeken en leggen met de ZV/familie De stagiair zegt weinig tot niets, is afwachtend, neemt onvoldoende initiatief tot contact, zoekt niet hoe zij/ hij tot een beter contact kan komen met de ZV. Heeft aansporing nodig. De stagiair legt spontaan contact: is vlot en vriendelijk en doet moeite om tot een beter contact te leggen met de ZV. De stagiair neemt op een spontane manier initiatief tot contact met elke ZV en doet zinvolle pogingen om zijn relatiewijze aan te passen aan de noden van de ZV. Hij rondt het contact af op een fijngevoeldige manier. De stagiair neem t op een spontane manier initiatief tot contact met elke ZV an past zijn relatiewijze aan aan de noden van de ZV. De stagiair is afstandelijk en onvriendelijk of kent haar/zijn grenzen niet, toont onvoldoende respect. De stagiair is vriendelijk en kent haar/zijn grenzen, toont respect in elke situatie. De stagiair is aangenaam en respectvol in omgang in elke situatie. De stagiair onderhoudt een warme communicatie en is in elke situtaie zeer respectvol in omgang. De stagiair neemt geen of ongepast contact met de familie. De stagiair legt op gepaste wijze contact met de familie en toont basis- communicatievaardighede n. De stagiair legt op gepaste wijze contact met de familie en toont basiscommunicatie- vaardigheden in elke situatie. De stagiair is uitermate communicatief met betrekking tot de familie en brengt concrete informatie correct over. Hij heeft oog voor de familie en speelt hier gepast op in. Echtheid De stagiair benadert de ZV vanuit de rol die van hem verwacht wordt. Het handelen sluit niet aan bij wat hij uitstraalt. De stagiair benadert de ZV vanuit een oprechte zorg om hem/haar. Hij is eerlijk in wat hij zegt en doet zonder te kwetsen. Taalgebruik Het taalgebruik van de stagiair is niet aangepast aan de doelgroep, er is een permanente bijsturing nodig. Het taalgebruik van de stagiair is gepast, de stagiair zoekt hoe het beter kan. Het taalgebruik van de stagiair is gepast als gevolg van consequente aandacht. Het taalgebruik van de stagiair is correct en natuurlijk aangepast in elke situatie. Luisterbereidheid, inlevingsvermogen, empathie, privacy De stagiair kan zich onvoldoende inleven en houdt weinig rekening met de gevoelens en behoeften van de ZV. De stagiair kan zich voldoende inleven en houdt voldoende rekening met de gevoelens en behoeften van de ZV. De stagiair kan zich goed inleven en houdt rekening met de gevoelens en behoeften van de ZV. De stagiair kan zich zeer goed inleven in de leefwereld van de ZV, de stagiair biedt warme genegenheid, aandacht en kent de noden van de ZV. De stagiair merkt heel weinig op, ziet niet waar zij/ hij hulp kan bieden en is niet bekommerd om het welzijn van de ZV. De stagiair merkt voldoende op, ziet regelmatig waar zij/ hij hulp kan bieden en heeft voldoende aandacht voor gedragingen en non- verbale uitingen van de ZV. De stagiair merkt veel op en vraagt aan begeleiders wat bepaalde gedragingen of non-verbale uitingen zouden kunnen betekenen of wat de ZV ermee zou willen duidelijk maken. De stagiair bezit een heel goede opmerkingszin en kan hier spontaan, gepast op ingaan. De stagiair luistert niet actief en doet geen pogingen om zijn luistervaardigheden te verbeteren. De stagiair toont een zekere vorm van actief luisteren: moedigt aan en laat ruimte aan de ZV om zich te uiten. De stagiair luistert actief: moedigt aan en laat ruimte aan de ZV om zich te uiten, past gesprekstechnieken toe. Zoekt nog naar een natuurlijke manier. Actief luisteren is een tweede natuur: aangepast aan de situatie en met diepgang.

5 Terugblik Visie / missie / handleiding  Aanpassing mentor De mentor bereidt in overleg met het team de evaluatie voor. Afhankelijk van de stageplaats gebeurt dit op de printversie of rechtstreeks op de PC. Hij/zij onderlijnt de handeling die overeenstemt met het gedrag van de stagiair(e). De focus ligt op het gedrag van de stagiair(e). Indien nodig, geeft de mentor concrete voorbeelden. Het is belangrijk dat de mentor het proces dat de stagiair doormaakt, kent. Documenten ter ondersteuning van het evaluatiegesprek: het feedbackblad, dat liefst dagelijks wordt ingevuld, hetzij door de mentor, hetzij door de leerling en bij voorkeur door beiden; de activiteitenlijst; deze geeft aan welke activiteiten de individuele leerling op de betrokken stageplaats kan uitvoeren. *

6 Terugblik Visie / missie / handleiding  Aanpassing mentor * Elke stagiair heeft een eigen lijst (in het voorziene kader kan genoteerd worden wat specifiek is voor de betrokken stagiair.). Wettelijke bepalingen voorzien het gebruik van dergelijke lijst. Ze dient gezamenlijk te worden opgesteld door de stagebegeleider en de stagementor en moet rekening houden zowel met de genoten schoolse opleiding als met de fysische en psychische maturiteit van de leerling (SO/2022/09).

7 Evaluatiedocumenten

8 Evaluatiedocumenten Gewichten achter handelingen:

9 Evaluatiedocumenten TEST Cluster 3, 14 items TEST Cluster 3, 14 items 1,5,7,9-6,2,3,6 3 onvoldoende en 11 voldoendeONVOLDOENDEVOLDOENDE 2 voldoende, 7 goed, 6 zeer goedUITSTEKENDGOED

10 Evaluatiedocumenten OnvoldoendeVoldoendeGoedZeer goed < dan 50< dan 65< 80> 80 OnvoldoendeVoldoendeGoedZeer goed < dan 50< dan 70< 90> 90

11 Arbeidsattitudes Het rapporteringsysteem helpt je om je weg naar het behalen van je competenties (kennis, vaardigheden en attituden) in de stage-praktijk te ondersteunen. Het geeft je een idee over wat je reeds bereikt hebt. Het is de bedoeling dat je op het einde van je opleiding de nodige competenties hebt behaald. (Deze competenties zijn gelinkt aan de leerplannen en het beroepsprofiel.) We zetten vooraf 2 belangrijke bouwstenen in de kijker: veiligheid en beroepsgeheim, omdat ze zo belangrijk zijn. Daarnaast zijn er specifieke arbeidsattitudes, die in elke werksituatie noodzakelijk zijn. De school bepaalt wat dit betekent voor de leerling en zijn leerproces. Bv. De school bepaalt vooraf wanneer een leerling slaagt, bv. Wat is het gevolg voor de slaagkansen bij het schenden van beroepsgeheim? Hoe zwaar weegt een te beperkte kennis van het Nederlands op het eindresultaat? Welke invloed heeft onveilig handelen op het verder zetten van de stage?

12 Arbeidsattitudes In de kijker: Beroepsgeheim: discreet omgaan met alle informatie die je op je werkplek verneemt! Veiligheid: in alles wat je doet zorg dragen voor veiligheid van de gebruiker* Noodzakelijke arbeidsattitudes: Respect: dit is de basis van elk omgaan met mensen en in elke werksituatie. In alles wat een mens doet, is respect voor de ander, het materiaal, de omgeving, …. het uitgangspunt. Respect is ook een leerplandoel: werken in de zorg kan niet zonder respect voor de mens in zijn totaliteit Voorkomen: stiptheid en orde zijn nodig om goed te kunnen (samen)werken; voor jezelf zorgen (lichaamshygiëne, kleding, verzorging) geven aan anderen een beeld van wie jij bent in de werkomgeving. Flexibiliteit: je kunnen aanpassen aan dat wat je werkplek van je vraagt is ook nodig om goed te kunnen werken Leergierigheid: blijven bijleren, vragen stellen, … is evenzeer nodig om goed te kunnen werken Engagement: tonen dat je betrokken bent, meedenken en -doen, het beste willen in je werksituatie en dit ook tonen … Taal (Nederlandse taal hanteren): correcte taal is onmisbaar; het helpt ons te voorkomen dat er misverstanden ontstaan omdat we elkaar verkeerd begrijpen. Taal is noodzakelijk in de relatie met de gebruiker: begrijpen wat iemand ons wil duidelijk maken en de juiste taal vinden om hier ook correct op te reageren. In de kinderopvang is taal extra belangrijk omdat het mee de ontwikkeling van kinderen moet ondersteunen. * = de algemene term voor zorgvrager, kind, cli ë nt, bewoner, …..

13 Handelingen

14 Handelingen

15 Gedragscompetentiewoordenboek Cluster Zelfsturing: Gedragscompetenties die bepalen hoe je als persoon omgaat met externe prikkels. - Betrouwbaarheid - Levenslang leren - Stressbestendigheid Cluster Relatie: Gedragscompetenties die bepalen hoe je omgaat met anderen, hoe je relaties opbouwt. - Inlevingsvermogen - Samenwerken - Omgaan met diversiteit - Netwerken - Helder communiceren - Overtuigingsvermogen - Coachen

16 Gedragscompetentiewoordenboek Cluster Relatie: Gedragscompetenties die bepalen hoe je omgaat met anderen, hoe je relaties opbouwt. Inlevingsvermogen Definitie: Het vermogen om je te verplaatsen in anderen, begrip en betrokkenheid te tonen en hier op een aangepaste manier naar te handelen. Indicatoren Niveau I Ziet en begrijpt gevoeligheden. * Leeft zich in de denkwereld en de gevoelswereld van de andere in. * Houdt rekening met de omstandigheden waarin de andere zich bevindt. * Merkt emoties van anderen op. * Kan het welbevinden van anderen inschatten. * Laat emoties toe en toont begrip. * Leidt uit het gedrag van de andere de mogelijke behoeften af. Niveau II Gaat adequaat om met door anderen geuite gedachten, gevoelens, behoeften en verwachtingen. *Geeft duidelijk blijk van begrip voor de gedachten, gevoelens, behoeften en verwachtingen van anderen. * Houdt rekening met gedachten, gevoelens, behoeften en verwachtingen in het eigen handelen. * Gaat op zoek naar onderliggende gedachten, gevoelens, behoeften en verwachtingen van anderen. * Speelt in op de gedachten, gevoelens, behoeften en verwachtingen van anderen. * Past het eigen gedrag aan de leefwereld van anderen aan.

17 Handelingen

18 Handelingen

19 Handelingen

20 Varia - RTC: uitleenmateriaal - Suggesties naar aankoop nieuw materiaal. Context is hier belangrijk, wat zijn de hiaten van de school en waar kunnen wij eventueel op inspelen vanuit onze visie en missie. - Vraag naar ontbrekend materiaal terugkoppelen aan hun scholen.  antwoorden verzamelen via Uni-form - Bezoek: - Woonzorgcentra en mentoropleidingen?

21 Varia Triamant is een uniek project voor jong en oud, dat het beste van welzijn, zorg en wonen met dienstverlening en toerisme combineert. Een mix van woonvormen en een brede waaier aan zorg, services en diensten: Grand Café, zwembad, behandeling het wellness-centrum, eigen buurtwinkel, bibliotheek (in uitbouw) een centrale lobby met internethoek, petanquebaan, kasteelpark Aangepast aan elke levensfase en behoefte. Iedereen - jong of ouder, single of gezin, actief of op rust – heeft een bepaald idee over zijn/haar ‘kwaliteit van leven’ en hoe die bereikt kan worden.

22 Woensdag 14 mei 2014

23


Download ppt "Informatievergadering Verzorging 21 februari 2014."

Verwante presentaties


Ads door Google