De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Etiologie - classificatie. Onopgeloste problemen, Onbeantwoorde vragen, Onvervulde wensen Diabetici willen genezen. Zij willen verlost worden van de dagelijkse.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Etiologie - classificatie. Onopgeloste problemen, Onbeantwoorde vragen, Onvervulde wensen Diabetici willen genezen. Zij willen verlost worden van de dagelijkse."— Transcript van de presentatie:

1 Etiologie - classificatie

2 Onopgeloste problemen, Onbeantwoorde vragen, Onvervulde wensen Diabetici willen genezen. Zij willen verlost worden van de dagelijkse last van hun ziekte en van de dreiging van complicaties. Diabetici willen genezen. Zij willen verlost worden van de dagelijkse last van hun ziekte en van de dreiging van complicaties. Patiënten vragen zich af of familieleden een erfelijk risico dragen voor deze aandoening en hoe risicodragers het ziekteproces kunnen vermijden. Patiënten vragen zich af of familieleden een erfelijk risico dragen voor deze aandoening en hoe risicodragers het ziekteproces kunnen vermijden. Families zonder gekende gevallen van diabetes begrijpen niet waarom de ziekte plots bij hen opduikt. Families zonder gekende gevallen van diabetes begrijpen niet waarom de ziekte plots bij hen opduikt. De vergrijzende bevolking met zijn toenemend aantal diabetespatiënten ‑ meer dan 10 op 100 boven de 55 jaar ‑ ervaart de aandoening als een bedreiging voor de derde leeftijd. De vergrijzende bevolking met zijn toenemend aantal diabetespatiënten ‑ meer dan 10 op 100 boven de 55 jaar ‑ ervaart de aandoening als een bedreiging voor de derde leeftijd. Behandelende artsen en hun medewerkers zetten zich in voor een nauwlettende en doorgedreven verzorging, maar weten dat dit voor een aantal patiënten niet volstaat om ernstige complicaties te vermijden. Behandelende artsen en hun medewerkers zetten zich in voor een nauwlettende en doorgedreven verzorging, maar weten dat dit voor een aantal patiënten niet volstaat om ernstige complicaties te vermijden. De maatschappij draagt een grote financiële last voor deze aandoening ‑ onder meer 10 tot 15 percent van het totale ziektebudget. Aangenomen wordt dat de verzorgingskosten voor diabetes nog zullen toenemen indien preventie en behandeling uitblijven. De maatschappij draagt een grote financiële last voor deze aandoening ‑ onder meer 10 tot 15 percent van het totale ziektebudget. Aangenomen wordt dat de verzorgingskosten voor diabetes nog zullen toenemen indien preventie en behandeling uitblijven.

3 Nieuwe classificatie van diabetes mellitus   type 1 diabetes   type 2 diabetes   andere specifieke types   zwangerschapsdiabetes

4 Nieuwe richtlijnen voor de diagnose van diabetes mellitus.   1. Symptomen van diabetes plus een plasma glucosespiegel hoger dan 200 mg/dL, afgeprikt op een willekeurig moment van de dag, zonder rekening te houden met het tijdstip van de laatste maaltijd. De klassieke symptomen omvatten overvloedig plassen, uitgesproken dorst en onverklaarde vermagering. of   2. Een nuchtere plasma glucosespiegel hoger dan 126 mg/dL. Nuchter betekent geen voedselinname sinds minstens 8 uren. of   3. Een plasma glucosespiegel hoger dan 200 mg/dL 2 uur na suikerbelasting (orale glucose tolerantietest). Deze OGTT moet verricht worden zoals aangegeven door de WGO, namelijk met drinken van 75 g glucose opgelost in water.

5 Kans op het ontwikkelen van type 1 diabetes   Groepkans per 1000   bevolking (USA)4   ouder van kind met type 1 diabetes50   broer of zus van type 1 diabeticus50   kind van vader met type 1 diabetes60   kind van moeder met type 1 diabetes 20   kind van vader en moeder met type 1 diabetes300   identieke tweeling300 – 500   niet ‑ identieke tweeling50

6 Voorkomen van diabetes   ENDIT (European Nicotinamid Diabetes Intervention Trial)   DPT 1 (Diabetes Prevention Trial 1)   TRIGR (Trial te Reduce Insulin dependent diabetes in Genetically at Risk)

7 Wie moet extra opletten voor type 2 diabetes? Personen, die één of meer van de volgende risicof factoren vertonen:   erfelijkheid:   overgewicht:   weinig beweging:   geneesmiddelen:   hoge leeftijd:   zwangerschap :

8 De meest voorkomende klachten bij type 2 diabetes ?   veel plassen:   wondjes:   moeheid:   jeuk:   vermagering:   tintelingen:   erectieproblemen:   een ontstoken blaas:

9 Rechten van de type 2   De diabeticus mag rekenen op deskundigheid van zijn hulpverleners.   De diabeticus mag er op rekenen dat zijn huisarts bereid is samen te werken met andere eerstelijnshulpverleners: diëtiste, verpleegkundige, pedicure...   De diabeticus mag rekenen op regelmatige kontroles door zijn huisarts.   De diabeticus mag erop rekenen dat zijn huisarts hem naar de specialist verwijst als er problemen zijn die niet meer door hem opgelost kunnen worden.   De diabeticus gaat minstens jaarlijks naar de oogarts.   De diabeticus vraagt aan zijn arts om hem naar een diëtiste te verwijzen als zijn voeding problemen stelt.   De diabeticus volgt in overleg met zijn arts zelf zijn ziekte op, hij geeft ze niet uit handen.

10 Diagnostiek en therapie

11 Belgisch Diabetes Register   1. Diabetespatiënten met insuline behandeld ziekte ontstond voor 50 jaar bijkomende criteria qua gewicht en insulinedosis worden geverifieerd door arts huidige leeftijd en ziekteduur spelen geen rol   2. Eersterangsverwanten ouders, broers, zussen, kinderen momenteel jonger dan 30 jaar   3. Hoe kan u deelnemen? Bel het centraal oproepnummer 02/ Via uw arts of diabetesteam

12 De helft van de diabetici kent hun diagnose niet   STEL JE VOOR   Je hebt diabetes en   Je let helemaal niet op je voeding   Je doet helemaal geen moeite om je te verzorgrn   Je gaat nooit naar de dokter   Je laat nooit je bloedsuiker meten.   EIGENAARDIG NIET?   In Vlaanderen zijn er diabetici, bij vie de diagnose niet gesteld is.   HET IS TIJD DAT JE WEET DAT DIABETES OOK BIJ JOUW KAN SLUHLEREN   De helft van de gevallen is nog niet gekend,   de andere helft werd te laat gediagnostiseerd

13 Het is tijd dat je wordt getest voor diabetes als je   vermagert, veel drinkt en plast   frequent infecties door maakt   reeds lang een te hoog lichaamsgewicht vertoont   kinderen hebt gebaard met een geboortegewicht boven 4,5 kg   tekenen hebt van hart- en vaatlijden   ooit suiker hebt gehad in de urine   familieleden kent met diabetes

14 Voeding als basisprincipe van de behandeling

15 Richtlijnen voor een goede voeding   vezel ‑ en koolhydraatrijk: – –veel granen (deegwaren, brood en rijst) – –veel groenten gaande van rauwkost tot peulvruchten – –dagelijks fruit   beperken van verzadigd vet: – –uitschakelen van room, boter, volle melkprodukten, vette kazen – –beperken van vlees (rund, schaap, varken) alsook vette vleeswaren en vervangen door gevogelte   inschakelen van onverzadigd vet: – –(kip en kalkoen), maar vooral door vis – –vooral onder de vorm van olijf ‑ en koolzaadolie   beperken van alcohol: – – zeer matig gebruik en alleen bij de maaltijden toegelaten   beperken van zout: – –geen zout toevoegen aan de bereidingen

16 Een goed ontbijt staat voor een evenwichtig en gevarieerd ontbijt   Een drank   Een graanproduct   Een stuk (seizoen)fruit   Een zuivelproduct (melk, yoghurt, kaas)   Een mespuntje vetstof

17 Ruilwaarden   1 Kh portie = 12.5 g koolhydraten (10 à 15 g Kh)   1 Kh portie = 35 g bruin brood   1 Kh portie = 50 Kcal met tien tot vijftien gram SNELWERKENDE koolhydraten stijgt bloedsuiker met ± 40 tot 80 mg/dl

18 Werken met ruilwaarden Wanneer het ontbijt 3Kh ‑ porties bevat, kan gekozen worden voor:   2 sneden brood (2Kh) ‑ porties belegd met magere toespijs en 1 glas ongezoet fruitsap (1Kh)-portie. of   6 soeplepels Cornflakes (2Kh) ‑ porties en 2 glazen melk (1Kh) ‑ portie of   1 vierkant sneetje brood (1Kh) ‑ portie en 1/2 banaan (1Kh) ‑ portie en 1 potje (150 ml) yoghurt (1Kh) ‑ portie of   3 beschuiten (1 1/2Kh) ‑ portie en 1 glas melk (1/2 Kh) ‑ portie en 1 sinaasappel (1Kh) ‑ portie.

19 Glycemische index is een maat voor de snelheid waarmee suiker in het bloed wordt opgenomen. Hoe lager de index, hoe trager de opname.   Glucose = 100   Fructose= 23   Sachorose= 65   Tarwebrood= 70   Roggebrood= 65   Witte rijst= 56   Volle rijst= 55   Spaghetti= 41   Aardappelen gekookt = 56   Puree= 83   Wortelen= 71   Witte bonen gekookt= 48   Droge bonen= 29   Ananas= 66   Bananen= 53   Sinaasappelen= 43   Sinaasappelsap= 57   Appelen= 36   Roomijs= 61   Chocolade= 49

20 Enkele voorbeelden van voedingsmiddelen die suiker bevatten, herleid tot eenzelfde koolhydraatinhoud (± 12,5 g Kh) 1 Kh portie komt overeen met:   1 pakje Betterfood junior = 2 koeken   1/2 pakje Evergreen = 1 koek   1/2 pakje Vitabis = 1 koek   1 volkoren speculaas   1 sneetje peperkoek = 20 gr   25 gr chocolade = 1/2 reep   1 Minimars   1 bol ijs of sorbet   2 koffielepels ( = 20 gr) gewone confituur   3 koffielepels (= 30 gr) light confituur

21 1 Koolhydraatportie is gelijk aan   1 gevulde koek (type Choco Prince)   2 Betterfood junior koeken (Heudebert)   1 Evergreen (Heudebert)   1 stukje appeltaart van 45 g   1 Vitabis (De Beukelaer)   1/2 Switch koek   1 bol ijs (50 g)   1 mini Milky Way   1 mini Snicker   1/2 reep chocolade

22 Enkele tips voor gezondheidsdrankjes   meng 2/3 tomatensap met 1/3 komkommersap. Doe er een scheutje citroensap, een snuifje selderijzout, wat versgemalen peper en enkele druppels Engelse saus bij.   meng 2/3 wortelsap met 1/3 seldersap en versier met een weinig fijngehakte peterselie   pers 2 sinaasappelen uit en mix het sap met het vruchtvlees van 1/2 Cavaillon. Desgewenst kan nog appelsap (vers geperst met de centrifuge of geconserveerd) toegevoegd worden.   pureer 1/4 watermeloen in de roerzeef en meng er het sap van 1 pompelmoes door.   meng 2/3 sinaassap met 1/3 witte aalbessensap.   meng 2/3 pompelmoessap met 1/3 abrikozensap.   meng 1/2 frambozensap met 1/2 rode bessensap.

23 Ontbijtgranen in een diabetesontbijt inschakelen   De koolhydraten moeten in rekening gebracht worden   Het gehalte aan toegevoegde suiker moet laag zijn   Het vezelgehalte: veel vezels vertragen de glycemiestijging na de maaltijd, dit is belangrijk, want het gaat tenslotte altijd om koolhydraatrijke producten.   Het combineren van ontbijtgranen met (magere of halfvolle) melk of yoghurt en met fruit zal verder meehelpen om de glucoseopname geleidelijker te doen verlopen.   Droog (als snoepje tussendoor bijv.) kunnen ze matig gebruikt worden; Let wel: het hoge koolhydraatgehalte kan aanleiding geven tot een glycemiepiek, zoals alle snoep.

24 Tussendoortje   OVERGEWICHT   vermijd tussendoortjes of kies calorie-arme producten.   1 OF 2 INSULINE INSPUITINGEN   meestal 3 tussendoortjes nodig (voormiddag, namiddag, voor slapengaan)   3 OF 4 INSULUNE INSPUITINGEN   meestal tussendoortje voor slapengaan nodig   bij veel lichaamsinspanning ook een tussendoortje overdag

25 Kunstmatige zoetstoffen ADI (mg/kg lichaamsgewicht)   Aspartaam:40,0   Acesulfaam K:5,0   Saccharine:2,5   Cyclamaat:11,0   ADI = Allowable Daily Intake of maximaal dagelijks toegelaten inname

26 Benaming van suiker   Tafelsuiker=saccharose sucrose   Vruchtesuiker=fructose   Druivesuiker =glucose dextrose (bloedsuiker)   s = glucose   t = fructose   n = gallactose   s-t = tafelsuiker, sacharose   s - n = melksuiker, lactose   s - s = moutsuiker, maltose   s – s – s – s – s – s – s - s = zetmeel

27 “Dieet”chocolade   Voor diabetici worden produkten in de handel verkocht waarin de suiker werd vervangen door fructose of sorbitol.   In de samenstelling en de voedingswaarde van dieetprodukten zien we dat:   de suiker grotendeels werd vervangen door fructose, doch evenveel calorieën als suiker en heeft een slechte invloed op de triglyceriden in het bloed   chocolade op basis van fructose bevat nog iets meer (!!) vet dan gewone chocolade.   gewone chocolade: ± 255 kcal per reep of 2 sneden brood + ±18 gr boter!!!   diabetes chocolade: ± 298 kcal per reep of 2 sneden brood ± 22 gr. boter!!!

28 “Light” chocolade Bij de zgn. “light” chocoladesoorten, waarbij de suiker werd vervangen door lactitol, polydextrose en/of aspartaam zien we   er zeer grote individuele verschillen zijn bij de verschillende fabrikanten.   bij alle kontroleprodukten bleek de winst per reep maximum 50 kcal te bedragen, waarbij het vetgehalte gelijk of zelfs iets hoger lag.   bij het inpassen in het dieet gelden dus dezelfde regels als voor gewone chocolade.

29 Vegetarische voeding   Gewoon vegetarisme of lacto ‑ ovo vegetarisme,   Veganistische voeding   Geen eiwittekort of bepaalde aminozuurtekorten bij een combinatie van – –granen met peulvruchten of noten – –peulvruchten met zaden of noten – –tarwekiemen met peulvruchten – –melk, melkprodukten of eieren met ongeacht welk plantaardig eiwit.

30 Vegetarische voeding Produktkennis   granen: tarwe, rogge, gierst, gerst, haver, boekweit, mals, rijst   noten: amandelen, cashewnoten, hazelnoten, kastanjes, pinda’s, paranoten, walnoten   zaden: sesamzaad, zonnebloemzaden, lijnzaad, maanzaad, mosterdzaad...   peulvruchten: witte of bruine bonen, ervvten, kapucijners, kikkerervvten, linzen, azukibonen, sojabonen....   Ijzer:   B ‑ vitamines   Vleesvervangende produkten – –Produkten met koolhydraten: melk, graanprodukten, Tempeh, peulvruchten, – –Produkten zonder of bijna geen koolhydraten: ei, kwark, kaas, Quorn, Tofu...

31 Vegetarische voeding   Voordelen – –minder kans op overgewicht. – –plantaardig voedsel meer voedingsvezels – –minder snel een hongergevoel – –het gehalte verzadigde vetten en cholesterol is lager   Nadelen – –voor het opnemen van voldoende voedingsstoffen en energie een groter volume nodig – –gevaren voor tekorten bij jonge kinderen – –mensen met een zwakke maag en een zwak darmstelsel kunnen zich spijsverteringsklachten voordoen – –tevens voldoende drinken (één à twee liter per dag)

32 Voeding bij sport   Voor de inspanning – –neem de laatste “grote” maaltijd 3u voor het begin – –drink vlak voor de activiteit 1 glas water of verdund fruitsap of groentesap per kwartier – –diabetici moeten, naast hun gewone maaltijden en tussendoortjes, voldoende koolhydraten innemen om hypo’s te voorkomen. Die worden het beste genomen onder de vorm van koeken, brood of fruit

33 Voeding bij sport   Tijdens de (langdurige) inspanning – –bij duursporten maken we gebruik van suiker, koolhydraatrijke snacks of dranken om het bloedsuikergehalte op peil te houden

34 Voeding bij sport   Na de (langdurige) inspanning – –neem voldoende geschikte drank om het vochtverlies te compenseren – –vermijd alcoholische dranken – –maak gebruik van koolhydraatrijke snacks (droge koeken, gedroogd fruit, muesli) of een koolhydraat-rijke maaltijd (vb. spaghetti met een magere saus of brood met mager beleg en/of confituur) om de glycogeenreserves te herstellen.

35 Koolhydraatruilwaarden voor sportdranken   (1 portie = 15 g koolhydraten) = 300 ml Extran dorstlesser = 250 ml Gatorade, Aquarius = 200 ml Extran sportdrink citroen, Isostar, AA-drink isotone = 100 ml Extran sportdrink orange, Isostar long energy, AA-drink high energy = 85 ml Extran recuperatiedrank = 30 ml Extran energiedrank = 25 ml Champ energie

36 De ideale sportdrank bevat   6 à 7 % koolhydraten (saccharose en glucose)   40 à 80 mg % natrium   geen cafeïne, koolzuurgas of alcohol   smaakt lekker

37 Nieuwe voedingsregels van de ADA   Geen absoluut verbod van suiker (sucrose) inname als: – –enkel suiker in een gemengde maaltijd – –in de maaltijdplanning uitwisselen met andere koolhydraateenheden – –daghoeveelheid niet meer dan 45 g   Andere belangrijke raadgevingen zijn: – –beperking van verzadigd vet tot kleiner dan 10 % caloriën – –matige eiwitinname (0.8 g/kg/dag) – –aandacht voor mineralen en vitaminen.

38 Alcohol en diabetes Wat is belangrijk?   Risico op hypoglycemie.   Overgewicht. Bijkomende problemen.   Neuropathie:   Retinopathie:   Hypertensie:   Triglyceriden:

39 Alcoholische dranken   Bier   Wijn   Sterke drank   Aperitieven   Cocktails en longdrinks

40 Pancreas en insuline

41 Wanneer insuline inspuiten Bloedglucose voor maaltijdWanneer inspuiten?   erg laag (hypoglycemie)juist voor de maaltijd   lager dan streefcijfers15 min. voor de maaltijd   goed (tussen streefcijfers)30 min. voor de maaltijd   hoog (> dan streefcijfers)45 min. voor de maaltijd

42 Insulinepomp   voordelen – –techniek waarmee men zeer goede glycemieregeling kan verkrijgen – –gemakkelijk aan te passen bij onregelmatig levenspatroon – –toestellen klein, licht en gemakkelijk te bedienen   nadelen – –vraagt veel kennis en motivatie van diabeet – –psychologisch: pomp steeds aanwezig – –hinderlijk bij zware arbeid, bepaalde sporten, vrijen,... – –gevaar voor huidirritatie met soms littekenvorming – –hypo’s worden vaak minder goed aangevoeld – –pomp blijft insuline toedienen bij hypoglycemisch coma – –gevaar voor ketoacidose bij technische defecten – –soms gewichtstoename

43 Orale bloedsuikerverlagende middelen

44 Metformine = Glucophage®   Positief – –werkt geen overgewicht in de hand – –gunstig effect op bloedvetten (cholesterol, triglyceriden) – –geen risico op hypoglycemie   Negatief – –kan maag en darmklachten veroorzaken (meestal voorbijgaand) – –gevaar voor lactaatacidose (verzuring bloed) in bepaalde (zeldzame) omstandigheden.

45 Medicijnen die de bloedsuiker kunnen verhogen.   Steroïden of corticoïden   “de pil”   Produkten op basis van visolie   Diuretica - Frusamil, Maxzide, Moduretic.   Anti - epilepsie middelen - Epanutin, Di ‑ Hydan, Gardenal, Mysoline, Mathoïne, Vethoïne, Epipropane, Epicrisine)   het antibioticum Rifampicine (Rifadine, Rimactan).   Schildklierhormoon   medicatie afgeleverd onder de vorm van siroop

46 Medicijnen die de bloedsuiker kunnen verlagen in geval men bloedsuiker verlagende tabletten neemt.   bepaalde ontstekingswerende middelen zoals Butazolidine en in mindere mate Aspirine of Acetylsalicylzuur.   antistollingsmiddelen: Marcoumar, Sintron, Marevan Evans.   antibiotica van de klasse van de sulfamiden: Kelfizina, Longum, Lucosil, Sulfapyelon, Urolucosil, Co ‑ trimoxazol, Eusaprim, Bactrim, Trimatrim, Trimin.

47 Mediciinen die diabetici minder gevoelig maken voor hypoglycemie.   beta ‑ blokkers - Inderal, Seloken, Tenormin, Visken, Sotalex, Selectol, Blocadren.

48 Medicaties die bloedvetten minder gunstig beïnvloeden.   vochtafdrijvende geneesmiddelen   een aantal van de hoger genoemde “betabhlokkers” - Inderal, Seloken, Tenormin, Visken, Sotalex, Selectol, Blocadren.

49 Keto ‑ acidose

50 Wanneer testen voor aceton? De insulineathankelijke diabetici testen aceton in de volgende situaties:   bij 2 opeenvolgende hoge bloedsuikerwaarden (meer dan 300 mg/dl).   bij elke infectie, zoals verkoudheid, griep. keelontsteking, maagdarmontsteking, koorts,..   bij herhaald braken of neiging tot (nausea…). Braken is bellen!

51 Wanneer ontstaat een keto- acidose? Wanneer het lichaam niet kan beschikken over voldoende insuline.   wanneer je een insulineinjectie vergeet.   wanneer je insulineflacon vervallen is of niet in goede omstandigheden bewaard wordt. Let er op dat snelwerkende insuline steeds een heldere oplossing is en traagwerkende insuline steeds troebel. Is dit niet zo, dat zal je insuline niet of minder goed werken. Insuline mag ook nooit bevriezen, want dan gaat de werking totaal verloren.   wanneer het lichaam meer insuline nodig heeft, zoals bij ziekte, griep, koorts, een urinewegontsteking, voetwonden,... enz.   wanneer je behandeld wordt met een insulinepomp en de catheter verstopt raakt of de pomp defect is.

52 Hypoglycemie

53 neuroglycopene symptomen   verlies aan concentratie   vertraagd denken   zich “dronken” voelen   ongecoördinnerde bewegingen   troebel zicht   stemmingsveranderingen   zwakte   moeheid   stuiptrekkingen   coma adrenerge symptomen   bleek zien   hartkloppingen   honger   beven   zweten   angst   opwinding   warmtegevoel

54 Zorg ervoor dat je een hypo tijdig gewaar wordt.   Vermijd – –overmatige inname van alcohol of kalmerende of slaapmiddelen. – –beta-blokkers (= medicatie tegen hoge bloeddruk)   Leer symptomen van hypoglycemie herkennen. – –leer symptomen van hypoglycemie herkennen. – –uit je eigen ervaring – –via overleg met je gezinsleden of werkcollega’s – –via discussie met andere diabetici – –via je arts en diabetesverpleegkundige   Verhoog het aantal glucosemetingen via vingerprik, vooral tijdens de eerste 24 uren na een episode van hypoglycemie Vermijd hypoglycemie gedurende minstes 48 uren na een episode van hypoglycemie.

55 Bij nachtelijke hypo’s aan volgende oorzaken denken:   Een sportinspanning de avond of namiddag voordien. Een extra tussendoortje en/of een vermindering van de insuline dosis voor en/of na de inspanning kan dit voorkomen.   Onvoldoende voedselinname de avond voordien.   Een vergissing in de toegediende insulinedosis of een niet correct uitgevoerde insuline injectie techniek.   Een gestoorde maaglediging door aantasting van de zenuwvezelbanen, waardoor het voedsel veel te laat uit het maagdarmstelsel opgenomen wordt.   Te trage absorptie van de snelwerkende insuline van voor het avondmaal, door inspuiting in de dij of de heupstreek ipv. in de buik of de arm. Hierdoor komt de insuline pas laat (tijdens de nacht) in het bloed terecht. Vermijd nachtelijke hypoglycemies door steeds voor het slapengaan de bloedglucose te controleren. Bij waarden beneden 120 mg/dl neem je een laatavondsnack.

56 Hypoglycemie oplossen met tien tot vijftien gram SNELWERKENDE koolhydraten stijgt bloedsuiker met ± 40 tot 80 mg/dl 15 gram koolhydraten zijn (ongeveer)   4 à 5 druivesuikers of   2 à 3 klontjes suiker of   3 à 4 koffielepels suiker opgelost in water of   150 ml (3/4 glas) frisdrank (geen light) of   30 ml limonadesiroop in water

57 Hoe hypo’s vermijden   regelmatig zelfcontrole   eet op regelmatige tijdstippen   extra tussendoortjes of minder insuline bij lichaamsbeweging   pas de streefglycemie zonodig aan   leer uit je ervaringen

58 Hypoglycemie je hebt het zelf in de hand   Test vaker je bloedsuiker   Leer je persoonlijke symptomen herkennen   Door het niet herkennen van vroege symptomen, de hersenen al snel suikertekort hebben   Leer hoe je adequaat een hypoglycemie behandelt   Zorg dat je middel(en) onmiddellijk bij de hand hebt   Reageer positief op de signalen die je lichaam geeft en word niet gefrustreerd of boos Heb je 10 minuten na de eerste interventie nog steeds problemen, test dan je bloedsuiker Zorg voor een open relatie met je diabetesteam

59 “Hoe een significante en blijvende verbetering van de metabole controle bekomen zonder de hypoglycemie ‑ aanvallen abnormaal te doen toenemen of minder waarneembaar te maken?”   De voorwaarde zijn: – –dat de patiënt intensief aan zelfmonitoring van bloedglucose doet, ook ‘s nachts minstens 1 x/week (rond 2 ‑ 3 uur) – –dat de normen die moeten gehaald worden individueel aangepast worden door een diabetoloog met ervaring in het systeem. – –dat systematisch aanpassingen gebeuren in functie van vergroot energieverbruik, dat is vooral van belang als lichaamsbeweging en sport in het dagschema worden ingepast in verband met preventie van overgewicht. – –dat in alle omstandigheden waar een hypoglycemie gevaar kan opleveren (voor zichzelf of de anderen) meer getest wordt en eventueel supplementaire koolhydraten worden ingenomen. – –dat bepaalde medicamenten met heel veel voorzichtigheid ingenomen worden (te bespreken met de behandelende geneesheer) en het nemen van alcohol zonder voedsel volledig uit den boze is.

60 Zelfkontrole

61 Bloedsuikerschommelingen   Te veel insuline   “Somogyi ‑ effect” of “rebound ‑ effect”   Te weinig insuline   Dageraadfenomeen of “Dawn” ‑ fenomeen

62 Andere oorzaken van bloedsuikerschommelingen   een verkeerd begrepen insulinetherapie, vooral bij bejaarden   stress, een ontsteking, hormonale veranderingen zoals tijdens de maandstonden, een gebrekkige medewerking.   vertraagde maagontleding door aantasting van de maagbezenuwing.   de ingespoten insuline werkt onvoldoende op het ogenblik dat de bloedsuiker nà de maaltijd begint te stijgen.   een onderliggende ziekte, zoals schildklierlijden of onvoldoende werking van de bijnier

63 Mogelijke foutenbronnen bij zelfcontrole van de glycemie   te kleine bloeddruppel   bloed in meerdere keren aanbrengen   bloeddruppel over strip uitgesmeerd   vervallen strips   slecht bewaarde strips   foutieve codering   vuil fotometeroog

64 Geglycosyleerd HbA1c   De vorming van geglycosyleerd HbA1 is sterk afhankelijk van de glucoseconcentratie in het bloed   en de dosering ervan wordt momenteel gezien als de beste index van “overall” diabetescontrole.

65 Geglycosyleerd HbA1c HbA1c   normaal waarde4 - 6   uitstekend< 6   goed6 - 7   aanvaardbaar7 - 8   flauw8 - 9   slecht   zeer slecht> 10

66 Kanttekeningen voor de praktijk

67 Met diabetes op reis Welke papieren neem je mee op vakantie?   reisdocumenten   ziekenfondsboekje   diabetesidentiteitskaart medische verklaring m.b.t. spuiten en naalden   kort medisch verslag   lijst huidige medicatie   reisverzekering   je ziekenfondsboekje

68 Wat niet in je handbagage mag ontbreken zijn:   Medicatie enlof insulineflacons of ‑ cartouches in voldoende voorraad voor de ganse verlofperiode.   Insulinespuiten enlof insulinepennen en naaldjes.   Een brief van je arts,   Alle materiaal voor zelfcontrole   Snelwerkende suikers   Ook een extra maaltijd,

69 Veel gehoorde goede(?) redenen om niet te sporten.   “Ik ben al de ganse dag bezig.”   “Ik heb daar geen tijd voor.”   “Ik mag niet voor mijn hart”   “Je wordt er zo moe van.”   “Het is slecht weer.”

70 Aanbevelingen voor sporters   2-3 uren voor de inspanning eten.   juist voor de inspanning naar toilet gaan.   250 ml drinken voor het starten (prehydreren)   tijdens de inspanning drinken volgens een vast schema (125 à 250 ml elke 15 à 20 minuten en niet omdat men dorst heeft.   na de inspanning recupereren: verloren vocht- en koolhydraatreserves weer aanvullen.

71 De belangrijkste voorzorgen te nemen door diabetici die graag de sportieve toer opgaan:   goede insuline ‑ aanpassingen om hypo’s te voorkomen   de insuline in de buik inspuiten i.p.v. in het sportieve lidmaat.   steeds suiker en snacks bijhebben.   een volle maag sport niet graag.   tijdens langdurige inspanning koolhydraten gebruiken.   voldoende vocht innemen.   niet sporten bij een sterk verhoogde bloedsuiker of bij aceton.   de bloedsuiker altijd voor en na het sporten controleren.   zorg ervoor dat je nooit alleen bent tijdens het beoefenen van sporten als zwemmen.. Licht medesporters in hoe ze een hypoglycemie kunnen herkennen en behandelen.   draag steeds een herkenningsteken (armband, halssnoer), waarop staat dat u diabetes hebt.   vermijd sporten die een verhoogde druk aan de ogen kunnen veroorzaken, zoals body ‑ building, gewichtsheffen, kogelstoten, sprinten, hoogspringen; zeker wanneer je retinopathie (netvliesaantasting door diabetes) hebt.   gebruik alle regeltjes met gezond verstand en laat u leiden door zelfcontrole en vroegere ervaringen.

72 Starten met sporten   Laat je vooraf goed lichaelijk onderzoeken met inbegrip van inspanningstest met EKG indien je hartpatiënt bent, ouder dan 35 jaar, lijdt aan hoge bloeddruk, verhoogde cholesterol, indien je rookt of je familiale geschiedenis belast is door hartziekten.   Meld uw arts eventuele ongemakken of klachten die tijdens het sporten optreden, in het bijzonder pijn, benauwdheid of druk in de borststreek, hals, kaak, schouder of arm en ook duizeligheid, abnormale kortademigheid, gezichtsstoornissen of flauwvallen.   Vraag je arts om raad indien je laattijdige verwikkelingen van diabetes vertoont. In geval van vaatlijden van de onderste ledematen, oogproblemen, aantasting van het autonoom zenuwstelsel of nierstelsels is het wenselijk te oefenen onder medische supervisie.   Leer hoe hypo te verkomen of te behandelen. Indien je behandeld wordt met suikerpillen of insuline dien je de bloedsuiker te meten voor, tijdens en na de tocht.   Kontroleer de urine op op aceton indien je type 1 diabetes hebt en je glycemie meer dan 250 mg/dl. Indien positief kan sporten niet doorgaan want zware inspanning kan het risico op keto-acidose.   Vermijd te koud of te warm weer.   Let op je schoeisel, dat van goede kwaliteit moet zijn met een harde zool.   Zorg voor betrouwbaar materiaal bij een betrouwbaar verkoper EN hersteller, die je ook de nodige technische raad kan geven.

73 Algemene tips voor diabetici die sport (willen) beoefenen   neem steeds contact op met je diabetesteam als je een (nieuwe) sportaktiviteit wil aanvangen   test regelmatig je bloedwaardes voor (eventueel tijdens) en na inspanning, zeker wanneer je pas met een bepaalde sport gestart bent, of wanneer je iets verandert aan je dagelijkse eet ‑, spuit ‑ en activiteitenpatroon   neem altijd voldoende suiker en/of suikerrijke drank mee naar een sportprestatie, kleine variaties in het schema of de weersomstandigheden kunnen toch nog onverwachte gevolgen hebben   vermijd explosieve sporten als sprinten, kogelstoten en hoogspringen; het lichaam kan zich tijdens de zeer korte inspanning niet voldoende aanpassen   vermijd sporten die een verhoogde druk aan de ogen kunnen veroorzaken, zoals body ‑ building, power ‑ liften of gewichtheffen   zorg ervoor dat je nooit alleen bent tijdens het beoefenen van sporten als zwemmen of berg-beklimmen, een hypo kan dan levensgevaarlijk zijn   vergeet niet dat het bloedsuikerverlagende effect van sport nog uren na de aktiviteit voortduurt; zorg dat je voldoende extra eet én dat je ook na de sport suiker of suikerhoudende drank binnen handbereik houdt.

74 Ben je bereid iets aan je conditie te doen   Zou je je beter voelen indien je meer beweging had?   Geloof je in een betere diabetesregeling moest je wat meer sport doen?   Voelde je je vroeger fitter ?   Kan je 750 m stappen zonder onderbreking ?

75 Wanneer lichaamsbeweging inlassen ?   Zet je wekker 5 minuten vroeger.   Benut enkele minuutjes tijdens de koffiepauze.   Gebruik de verloren tijd tijdens de reclame op televisie. Just do it!

76 Andere mogelijkheden voor lichaamsbeweging   een kruiden ‑ of moestuintje aanleggen,   de hond uit wandelen laten,   te voet je boodschappen doen,   de straat of het tuinpad schoonvegen,   enz...

77 Tips voor verantwoorde lichaamsbeweging.   Kies een sport of een vorm van beweging die je leuk vindt en die bij je past.   Sport met anderen; gezellig en motiverend !   Bouw de duur, de intensiteit en de frekwentie geleidelijk op.   Beweeg / sport regelmatig; minimaal 3 à 4 maal per week.   Doe in het begin, en zeker bij intensieve lichaamsbeweging, aan zelfcontrole.   Ga niet sporten met te lage of erg hoge bloedsuikerwaarden.   Draag goed schoeisel en controleer regelmatig je voeten.   Laat kwetsuren en wondjes goed behandelen; voorkomen is nog beter !   Overleg met je arts voor je intensiever gaat bewegen of sporten.

78 Lichaamsbeweging voor type 2   Blijf lichamelijk actief, ook bij koud weder Raadpleeg wel je arts om het niveau te kennen van wat je fysisch aankan.   Koop eventueel een hometrainerfiets. Zoek bij de TV ‑ zenders naar programma’s waarin oefeningen van lichaamsbeweging worden getoond en doe mee!   Sluit je aan bij een wandel ‑, turn ‑ of sportclub.   Kies uiteraard een sporttak die je bevalt.   Leg jezelf op om thuis en op het werk elke dag een paar malen de trap te beklimmen en de lift te mijden.   Plan huistaken die je actief houden. Dit is de tijd om je kamer te schilderen, het stortbad te herbetegelen, of de toiletruimte een opknapbeurt te geven.

79 Lichaamsbeweging voor type 2   Kleed je voldoende warm in je woning. Wie het koud heeft krijgt sneller honger. Bovendien bespaar je op de brandstofrekening.   Ken je gewicht. Kies één vaste dag in de week om je te wegen. Komt er een pondje bij wees dubbel voorzichtig tijdens de komende week.   Blijf goed “wakker” bij het TV-kijken. Ga niet “knabbelen” zonder na te denken over wat je eet. Het is een onderdeel van je hele maaltijdplan. Vermijd “vette” snacks. Fruit en magere yoghurt kunnen heerlijk zijn. Suikerhoudende frisdranken zijn uit den boze.   Houd bij het TV ‑ kijken je handen liever onledig met andere dingen. Het klasseren van vakantiefoto’s, het schrijven van een brief, het verrichten van wat handwerk (breien, haken,...)   Ben je uitgenodigd op een receptie of banket, zoek dan voedsel dat je kent en graag eet, maar reken goed uit wat het je aan calorieën verschaft. Pas op met alkohol. Een cocktail of een glas wijn kan wel, maar daarin zitten calorieën die je van je dagmenu moet aftrekken.   Als je op een dag dan toch eens bent uitgegleden, herpak je dan ‘s anderendaags en gooi je opnieuw op je vast programma!

80 Wat neem je mee op tocht?   snelwerken koolhydraten (bijv. druivensuiker, klontjes suiker)   traagwerkende koolhydraten (bijv. een stuk fruit, boterham met confituur, vitabis)   zelfcontrole ‑ materiaal voor het meten van de glycemie   eventueel glucagon, hypokit   diabetes ‑ identificatie kaartje   steriel gaas en papieren kleefpleisters

81 Tips voor actieve watersporters! zonnekloppers, zwemmers, zeilers, duikers, vissers   let op voor hypo’s   pas je voeding of medicatieschema aan   controleer regelmatig je glycemie   neem extra tussendoortjes (ook voor het zwemmen)   bescherm je tegen overvloedig zonlicht (creme, hoed, zonnebril)   drink voldoende   loop nooit blootsvoets als je neuropathie hebt   neem genoeg koolhydraten, drank en medicatie mee.

82 Ziekte, griep   meet regelmatig je bloedsuiker bij ziekte, minstens 4 maal per dag;   kijk aceton na in de urine, zeker wanneer je bloedsuiker boven de 250 mg/dl komt te liggen;   drink voldoende;   stop nooit je insulineinjecties;   bel zeker je dokter bij braken.

83 Niet vergeten.   Jaarlijks een griepvaccin halen kan je veel leed besparen. Elke ziekte die je kan vermijden vermindert immers het risico op keto-acidose. Griepvaccinatie is dan ook aan te raden bij elke diabeticus.   Voor sommige diabetici, zeker bij ouderen en mensen met longproblemen, kan een pneumococcenvaccinatie ook nuttig zijn. Praat hierover met je dokter.

84 Volgende richtlijnen kunnen je helpen bij ziekte:   Prik je bloedsuiker elke 4 uur.   Spoor acetonurie op.   Laat nooit je insuline ‑ inspuiting weg.   Spuit bij lage bloedsuikers de helft tot een derde van de traagwerkende insuline in en verminder even de gewone snelwerkende insuline.   Spuit bij te hoge bloedsuikers extra snelwerkende insuline in volgens een schema dat je met je behandelende arts hebt afgesproken.   Drink om het uur een zout bevattende vloeistof, zoals soep, bouillon, Vichy of eventueel fruitsap. Ben je té ziek, nip dan om het kwartier wat thee met suiker. Vermijd alcohol.   Hercontroleer je bloedsuiker en acetonurie.   Noteer alles op een volgblad, ook zelfmedicatie.   Roep tijdig medische hulp in.   Laat je tijdig vaccineren tegen griep.

85 Wanneer medische hulp bij ziekte inroepen? (thuisverzorging of opname)   Bij blijvend braken (bv. meer dan 2 x) of diarree (bv. meer dan 5 x stoelgang).   Bij acetonurie die met snelwerkende insuline niet snel verdwijnt.   Bij onvoldoende vochtinname (o.a. bij braken).   Bij glycemie hoger dan 400 mg%, die niet onmiddellijk daalt.   Bij onderste lidmaatinfecties.   Bij tekens van blaasinfectie   Bij koorts die langer dan twee dagen aanhoudt, of hoger is dan 39?C.

86 Wat heb je nodig tijdens je verblijf in het ziekenhuis?   Maak een lijstje van de zaken waaraan je overgevoelig bent: medicatie, antibiotica, voedingsmiddelen,...   Maak een schema van alle medicamenten die je inneemt, met nota van de dosis, het tijdstip van inname en de reden van inname.   Welke insuline, welke firma, menselijke of dierlijke insuline, zuivere insuline of mengsel (vb. Insulatard, Humuline 30/70)?   Breng je toestel voor bloedsuikerbepaling van thuis mee, ter vergelijking met het toestel of laboratorium in het ziekenhuis, of voor een nieuwe ijking. Je hoeft in het ziekenhuis niet je eigen strips te verbruiken.   Breng je dieet of maaltijdplan mee naar het ziekenhuis, vraag de diëtiste jouw schema te gebruiken als basis voor het dieet tijdens de opname.   Slaapkamerschoeisel met een stevige zool is nodig. Dit is van bijzonder belang bij mensen met neuropathie.   Breng warme, loszittende, witte, genaamtekende sokken mee. Zij beschermen ook tegen schaafwonden aan de hielen en enkels ten gevolge van de gesteven lakens.   Vergeet de vochtinbrengende lotion niet die je ook thuis gebruikt voor de huidverzorging van de benen en voeten.

87 Het is nuttig de volgende informatie bij je identiteitskaart te bewaren:   naam en telefoon van de behandelende dokter   diabetesidentificatie   bloedgroep, nota van medicatie ‑ of antibiotica ‑ allergie   Medicatieschema   lijst van vaccinaties, onder meer de laatste tetanosrappel (deze geldt voor 10 jaar, zodat een onnodige nieuwe injectie kan worden vermeden), eventueel ook van griep of geelzucht.

88 Complicaties

89 HART & BLOEDVATEN Beter voorkomen dan genezen Risicofactoren   Diabetesregeling   Roken   Te hoog bloedvetgehalte   Hoge bloeddruk   Microalbuminurie   Overgewicht

90 Complicaties van het netvlies   Background retinopathie   Proliferatieve retinopathie.   Glasvochtbloeding.   Acuut glaucoom.   Netvliesloslating.

91 Voetproblemen bij patiënten met pas ontdekte type 2 diabetes   68% eelt   28% beperkte beweeglijkheid van de voetgewrichten   56% nagelmisvormingen   49% droge huid   21 % neuropathie (zenuwaantasting)   11 % bloedvatafwijkingen   42% had een grondig nazicht bij een podotherapeut (voetverzorger) nodig.

92 Dagelijkse voethygiëne   Neem dagelijks een voetbad in lauw water. Te warm water kan de huid verbranden en verwondingen veroorzaken. Controleer de temperatuur met een badthermometer of met je elleboog (zeker niet met de voeten).   Was de ganse voet. Vergeet vooral de ruimte tussen de tenen niet Een voetbad duurt best niet langer dan 5 minuten, anders kan de huid tussen de tenen verweken.   Droog de voeten daarna grondig af, vooral tussen de tenen. De voeten vochtig laten, kan aanleiding geven tot verweking en schimmelinfecties.

93 Dagelijkse inspectie van de voeten.   Maak van de dagelijkse wasbeurt gebruik om de voeten te bekijken en te betasten (bovenkant en onderkant). Gebruik een spiegel om de onderkant van de voeten te bekijken. of schakel de hulp van huisgenoten in.   Wat kan men ontdekken? roodheid, wondjes (ook tussen de tenen), blaren, eeltplekken, likdoorns, kloven.   Probeer niet zelf eelt of likdoorns te verwijderen, maar laat dit over aan een goede pedicure of diabetesverpleegkundige.   Als je een verwonding hebt, ontsmet je deze het best met een kleurloos ontsmettingsmiddel, zoals Chloorhexidine of Hac. Een kleurloos product verdient de voorkeur, omdat dit de tekens van ontsteking of besmetting niet verbergt. Gebruik geen zalven. Deze hebben de neiging om in de wonde te kleven, waardoor het risico op besmetting groter wordt. Dek nadien de wonde af met een droog steriel gaasje en een papieren (hypo ‑ allergische) kleefpleister.   Aarzel niet om je arts te consulteren voor elke voetwonde, hoe klein ze ook is, en ga na of je ingeënt bent tegen de klem (tetanus).

94 Bijkomende hygiënische maatregelen voor de diabetesvoet   Als je last hebt van droge voeten, wrijf je deze het best dagelijks in met baby ‑ olie of uierzalf. (Niet tussen de tenen ‑ kans op verweking).   Loop nooit op blote voeten!!   Gebruik dagelijks een paar propere sokken. Deze mogen niet te klein of te groot zijn en mogen geen stoppen of dikke naden vertonen.   Als je last hebt van koude voeten, draag dan wollen sokken (zelfs in bed). Probeer nooit je voeten te verwarmen voor een radiator, een open haard of met een warmwaterkruik. Je loopt kans dat je je verbrandt!

95 Correcte nagelverzorging   Te korte, te lange of slecht geknipte nagels kunnen verwondingen veroorzaken. Knip de nagels recht af, dus niet te ver tot in de nagelhoeken. De hoeken rond je het best af met een kartonnen vijl.   Gebruik nooit kniptangen, scheermesjes, messen of metalen vijlen. De kans op verwondingen is groot!   Raadpleeg je arts als de nagels breekbaar, broos of dik worden, of als er etter vanonder de rand komt.

96 Goed schoeisel   Zorg dat de schoen een voldoende brede en hoge neus heeft, zodat de tenen voldoende ruimte krijgen. Een puntige schoentop is dus zeker uit den boze!   De hak van de schoen moet 2 à 3 cm bedragen. Bij het dragen van een hogere hak ontstaat er teveel druk op de voorvoet bij het gaan, waardoor op die plaats blaren kunnen ontstaan.   Zorg voor een stevige sluiting over de wreef zodat de voet goed vastzit en niet kan schuiven in de schoen. Kies daarom een schoen met veters of velcro.   Let er op dat de schoen t.h.v. de contrefort (de hielzijde) niet tegen de enkel komt en dat de hiel niet in en uit de schoen slipt bij het gaan.   Een goede schoen moet een goede drukverdeling geven over de voetzool. De binnenzolen van veel confectieschoenen geven meestal onvoldoende bescherming zodat vaak inlegzolen moeten gebruikt worden. Je past nieuwe schoenen natuurlijk best met de inlegzolen erin.

97 Goed schoeisel   De schoen mag binnenin geen oneffenheden vertonen. Hierbij moet je vooral op het bovenwerk letten. Controleer dit zelf door het zorgvuldig af te tasten met je hand.   Het is aan te raden om als materiaal voor het bovenwerk leder te kiezen. Dit is een natuurlijk materiaal, dat zeer vriendelijk is voor de voeten. Bovendien biedt leder de mogelijkheid dat de schoenmaker nog altijd kleine correcties kan aanbrengen aan de vorm van de schoenen, mochten deze toch op bepaalde plaatsen knellen.   Koop schoenen in de namiddag. Meestal zijn je voeten dan wat gezwollen. Zo vermijd je het aankopen van te kleine schoenen.   Let op! Draag nieuwe schoenen niet direct een hele dag. Loop ze geleidelijk in.

98 Keuze van de juiste schoenen   Je moet niet alleen je voeten goed verzorgen, maar het is ook belangrijk goed passende schoenen te dragen.   De schoen moet de voet beschermen tegen koude, vocht en allerhande kwetsuren.   Een schoen mag best mooi zijn, maar bescherming van je voet heeft voorrang op de modetrends. Mooie goede schoenen bestaan!   Koop nieuwe schoenen in de late namiddag. Dan zijn je voeten het meest uitgezet en loop je minder kans een te nauwe of te kleine schoen te kopen.   Wanneer je neuropathie hebt, voel je vaak zelf niet meer of je schoen goed past. Laat je daarom goed adviseren in de winkel.

99 Keuze van de juiste schoenen   Draag je nieuwe schoenen niet direct een hele dag.   Loop ze geleidelijk in.   Betast dagelijks de binnenkant van de schoenen: steentjes, uitstekende spijkers en hard geworden naden voel je niet op tijd met de voeten.   Let ook op de slijtage van de hakken en laat de afgesleten delen tijdig vervangen. Deze kunnen een slechte houding van de voet uitlokken.   Een slecht passende schoen kan veel schade veroorzaken.   Denk dus aan je voeten wanneer je fit wil blijven.   Een goede voetverzorging en goed passende schoenen kunnen je veel leed besparen.

100 Een goede schoen zou de volgende eigenschappen moeten hebben   een soepel lederen bovendeel, zodat de voet kan ademen;   veters: hoe hoger de schoenveters komen, hoe beter je schoenen aansluiten en hoe minder de schoenen kunnen sloffen aan je hielen;   geen harde stiksels of naden;   aan de hiel mag de rand niet snijden;   een hoge, wijde neus: het breedste deel van de voet, in het breedste deel van de schoen. Dus voldoende plaats voor de tenen, ze mogen niet samengeperst worden;   geen te hoge hak;   een anti ‑ slip zool:   geen gespijkerde zool   de zool mag uit een ander materiaal dan leer vervaardigd zijn   hij moet veerkrachtig zijn, niet te hard en niet te dun.

101

102 Oorzaken van impotentie   Psychische oorzaken – –Psychische ontwikkelingsstoornissen – –Stress – –Oververmoeidheid – –Faalangst – –Gebrek aan libido – –Relationele problemen – –Depressie   Lichamelijke oorzaken – –Tekort aan mannelijk hormoon – –Zenuwletsels – –Vernauwing van de slagaders – –Letsels aan de zwellichamen

103 Enkele raadgevingen om je potentie te bewaren of te verbeteren   Stop met roken ! ! !   Regel je suikerspiegel nauwgezet   Beperk alcohol   Blijf in beweging   Vermijd overgewicht en teveel cholesterol

104 Diabetes en zwangerschap en kinderen met diabetes

105 Wat moet je kinderoppas zeker weten?   wat mag je kind eten of drinken bij honger of dorst?   op welke tijdstippen moet een maaltijd of tussendoortje en/of eeninsuline-inspuiting gegeven worden?   hoe kan een hypoglecemie worden herkend en opgevangen?   hoe reageren bij braken?   wie contacteren bij problemen?

106 Sociale aspecten

107 Rijgeschiktheidsvoorwaarden in huidige wetgeving   Groep 1 (gewone wagen) – –goed gecontroleerde diabetes – –geen hypoglycemisch coma de laatste 4 maanden – –om de 5 jaar vernieuwen   Groep 2 (vracht- of personenvervoer) – –goed gecontroleerde diabetes – –geen behandeling met medicatie (tabletten of insuline), die hypo’s kan uitlokken – –om de 3 jaar vernieuwen

108 Beleid en VDV beleid

109 Werkgroepen sint-vincent verklaring België.   diabetes en kind   diabeteseducatie   rechten en plichten van de diabeticus   sociale aspecten   diabetische oogziekte   diabetische nierziekte   hart- en vaatziekten   diabetische voetletsels   zwangerschap en diabetes   kwaliteitsbewaking van de zorgen   kwaliteitsbewaking van de materialen   epidemiologie en economische aspecten   diabetesvoeding   opleiding van zorgenverstrekkers   wetenschappelijk onderzoek   sensibilisatie van de bevolking

110 Doelstellingen Sint-Vincent verklaring in België   preventie diabetes bij risicopersonen   vroegtijdige diagnose diabetes   preventie complicaties   rehabilitatie en stabilisatie bij complicaties   bevorderen levenskwaliteit diabetici   promotie van educatie en zelfzorg   verbeteren kwaliteit van begeleiding   aandacht voor sociale aspecten   kostenbewuste strategieën   bevorderen van diabetesonderzoek

111 Het Belgisch Diabetes Register.   Bepaling van het jaarlijks aantal nieuwe gevallen van type 1 diabetes jonger dan 40 jaar in België.   Ontwikkeling en toepassing van nieuwe laboratoriumbepalingen om beter het optreden van de ziekte en haar complicaties te kunnen voorspellen.   Onderzoek naar risicofactoren uit de omgeving in het optreden van de ziekte.   Voorkomen van type 1 diabetes bij verwanten met hoog risico.   Bijdragen tot het verbeteren van de behandeling van type 1 diabetes.   Verstrekken van informatie aan de overheid, de geneesheren en de patiënten.


Download ppt "Etiologie - classificatie. Onopgeloste problemen, Onbeantwoorde vragen, Onvervulde wensen Diabetici willen genezen. Zij willen verlost worden van de dagelijkse."

Verwante presentaties


Ads door Google