De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Levensbeschouwelijke identiteit en levensbeschouwelijk onderwijs Hogeschool Windesheim.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Levensbeschouwelijke identiteit en levensbeschouwelijk onderwijs Hogeschool Windesheim."— Transcript van de presentatie:

1 Levensbeschouwelijke identiteit en levensbeschouwelijk onderwijs Hogeschool Windesheim

2 Wat er speelt… in de samenleving Ontkerkelijking Individualisering Pluralisering Ontzuiling

3 Wat er speelt…in levensbeschouwelijk onderwijs Samenwerkingsscholen Leerling- en studentgestuurd onderwijs Verlegenheid met verhouding tussen geloofstraditie en diversiteit leerlingen Openbaar onderwijs en levensbeschouwing Kerndoelen t.a.v. burgerschapsvorming

4

5 Janna ‘Ik geloof niet. Tenminste: ik geloof wel in mezelf! Maar ik denk niet dat er iemand is die ons gemaakt heeft of zo. Soms geloof ik wel dat er iets is. Maar dat weet ik niet zo goed. Sommige Bijbelverhalen ken ik wel. Van Noach, en van die herders enzo. Maar meestal vind ik het moeilijk. Ik vind het wel heel belangrijk om met kinderen na te denken over het leven. En de dood ook. Daar zijn ook heel veel verhalen over geschreven. Ik denk bv. dat er sprookjes zijn waar we veel van kunnen leren. Vind ik mooi.’

6 Emiel ‘Ik ben christelijk opgevoed. Ik geloof ook. Het komt er niet van om elke week naar de kerk te gaan. Ik vind het belangrijk dat de kinderen die ik lesgeef de Bijbelverhalen horen. Dat is toch de basis van alles. Als je leeft volgens de Bijbel ben je een goed mens. Ik lees zelf niet heel vaak in de Bijbel, maar ik vind het wel heel interessant om er meer over te weten te komen. Want dan kun je er met kinderen ook beter over praten. Ik vind ook dat een christelijke school bij een sollicitatie moet vragen naar het geloof van iemand.’

7

8 Het kind en de grote verhalen. 1.Religie en levensbeschouwing verdwijnen niet, maar veranderen van vorm en functie. 2.Ten tweede, en in samenhang daarmee, zien we een sterke toename van individualisering en pluralisering.

9 Missie Pabo Windesheim ‘In samenspraak en samenwerking met het werkveld worden studenten, leerkrachten en scholen ondersteund bij het vormgeven en uitvoeren van onderwijs dat speciaal is voor elk kind en elke student, zodat ieder op zijn of haar manier kan excelleren. De opleiding draagt bij aan landelijke, regionale en plaatselijke expertise- en beleidsontwikkeling op het gebied van onderwijs met pedagogische kwaliteit, dat uitnodigt en uitdaagt tot leren, dat vanzelfsprekend uitgaat van diversiteit en waarin de ontwikkeling van burgerschap en de eigen identiteit centraal staat.’

10 Uit het opleidingsplan ‘De opleiding kiest voor levensbeschouwelijk onderwijs waarin sprake is van een inter-levensbeschouwelijke dialoog en waarin studenten perspectief wordt geboden om een persoonlijke levensbeschouwelijke visie te ontwikkelen vanuit een kritische houding. Er is expliciet aandacht voor de identiteitsontwikkeling van studenten en de opleiding ziet de levensbeschouwelijke ontwikkeling als onderdeel daarvan. Wij beschouwen de vormgeving van de identiteit van onze opleiding niet enkel als gericht op activiteiten op het gebied van levensbeschouwelijke vorming (smalle identiteit), maar wij staan een identiteitsvisie voor waarbij de levensbeschouwelijke visie vanzelfsprekend deel uitmaakt van het onderwijs als geheel (brede identiteit).’

11 Levensbeschouwelijke identiteit Pabo Windesheim

12 Stage en levensbeschouwelijke identiteit 1.Voorwaarden aan denominatieve stage.Voorwaarden 2.Opdrachten voor vakdidactisch portfolio.Opdrachten

13 Onderwijseenheden en vakinhouden Jaar 1 Geestelijke stromingen – 1 EC De student doet kennis op van levensbeschouwelijke stromingen, ontmoet vertegenwoordigers en ervaart kunstzinnige uitingsvormen. kunstzinnige uitingsvormen Aansluitend bij kennisbasis GS. Jaar 1 Levo en narrativiteit – 3 ECLevo en narrativiteit De student heeft kennis van theorie over het gebruik van verhalen in het levensbeschouwelijk onderwijs op de basisschool en kan zijn persoonlijke keuzes voor het gebruik van deze narratieve bronnen bij levensbeschouwelijk onderwijs op basis van bronnen beargumenteren. Differentiatie in colleges en afronding. Jaar 2 Identiteit – 2 EC Identiteit De student is zich bewust van de invloed van zijn persoonlijke identiteit op de identiteitsontwikkeling van kinderen in de basisschool, als van zijn invloed op de vormgeving van de identiteit van een basisschool. Differentiatie in colleges en afronding

14 Onderwijseenheden en vakinhouden Jaar 4 Eindonderzoek levo – 3 ECEindonderzoek levo De student laat zien dat hij een persoonlijke visie op identiteit heeft ontwikkeld, en vanuit levens- beschouwelijke pedagogiek, levensbeschouwelijke didactiek, exegese en/of (levensbeschouwelijke) vormgeving van de identiteit van een basisschool levensbeschouwelijk onderwijs kan ontwikkelen. Differentiatie in afronding. Jaar 4 (facultatief) Afstudeerproject – 9 EC De student doet theoretisch en empirisch onderzoek vanuit een onderzoeksvraag die relevant is voor de uitoefening van zijn educatieve werkzaamheden.

15 Het vizier ‘De student is startbekwaam als leerkracht die, vanuit een persoonlijke identiteit, in dialoog met levensbeschouwelijke inhouden en waarden bij kan dragen aan de vorming van kinderen met aandacht voor hun levensvragen. Daarnaast wordt de student opgeleid tot leerkracht die inhoudelijk kan bijdragen aan de vormgeving van de identiteit van de basisschool.’

16

17

18 En de basisschool…? Waartoe leiden we op?

19 1. De leerkracht sluit aan bij leerlingen en hun levensbeschouwelijke diversiteit.  Geen dominantie van één levensbeschouwelijke traditie.  Elke vraag en elk antwoord van de leerlingen is waardevol.  Levensbeschouwelijk onderwijs is niet langer zuilgebonden.  Voor de leerkracht is geen verbondenheid met een specifieke traditie vereist.  De leerkracht heeft een open en inclusieve houding.

20 2. De leerkracht stelt de identiteitsvorming van de leerling centraal.  Het levensbeschouwelijk onderwijs gaat niet voornamelijk om toetsbare vormingsprocessen en kennis, zoals die van levensbeschouwelijke tradities of maatschappelijke verschijnselen.  Bij de vorming van identiteit wordt meer van de leerling (en de leerkracht) gevraagd dan cognitieve vermogens en kennis.

21 3. De leerkracht integreert verschillende vormingsgebieden in één vormingsgebied.  Hierbij kunnen we denken aan geestelijke stromingen, actief burgerschap, ethiek, filosoferen, sociaal-emotionele vorming, seksuele diversiteit, yoga, vredeseducatie en levensbeschouwelijke vorming.  Deze vormingsgebieden zijn van belang of zelfs verplicht voor elke school, ongeacht de denominatie.  Een nieuw vormingsgebied dat bestemd is voor alle leerlingen.

22 4. De leerkracht kan levensvragen stellen met het oog op een hermeneutisch-communicatief proces: Het verhaal van de leerling Het verhaal van (een) levensbeschouwelijke traditie(s)/bron(nen) Het verhaal van andere leerlingen Het verhaal van de leerkracht

23 5. De leerkracht is deskundig.  Zij/hij heeft kennis van levensbeschouwelijke inhouden als verhalen, symbolen en rituelen.  Zij/hij bereidt de levensbeschouwelijke inhouden zorgvuldig voor en weet hij welke stappen er in de activiteit door de leerlingen en door hem ondernomen kunnen en moeten worden.  Zij/hij besteedt aandacht aan de levensbeschouwelijke geletterdheid van de leerlingen: de kennis van en begrip voor de achtergronden van deze verhalen, symbolen en rituelen.

24 Vergezicht? 1.Een school waar ruimte wordt gegeven aan de levensbeschouwelijke eigenheid en diversiteit van leerlingen. 2.Een school waar geput wordt uit een verscheidenheid van levensbeschouwelijke tradities en bronnen. 3.Een school waar vragen en verwondering centraal staan.

25 Vriendelijke groet… Meer info? - Zintuig


Download ppt "Levensbeschouwelijke identiteit en levensbeschouwelijk onderwijs Hogeschool Windesheim."

Verwante presentaties


Ads door Google