De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ZAKENRECHT 1. Wat zijn zakelijke rechten ? Wat is het verschil met vorderingsrechten ? (p. 231-233) 2. Welk soort goederen zijn er? Wat is het belang van.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ZAKENRECHT 1. Wat zijn zakelijke rechten ? Wat is het verschil met vorderingsrechten ? (p. 231-233) 2. Welk soort goederen zijn er? Wat is het belang van."— Transcript van de presentatie:

1 ZAKENRECHT 1. Wat zijn zakelijke rechten ? Wat is het verschil met vorderingsrechten ? (p ) 2. Welk soort goederen zijn er? Wat is het belang van de indelingen ? (p ) 3. Wat is eigendom ? Welke beperkingen van het eigendomsrecht bestaan er ? (p ) 4. Hoe verwerft men eigendom ? (p ) 5. Wat is mede-eigendom? (p ) 6. Welke zijn de andere zakelijke rechten naast eigendom ? (p ) Complex

2 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN Zakelijk recht: geeft een onmiddellijke macht op een goed. Schept dus een rechtsband tussen een persoon en een goed. Geen tussenkomst van een andere persoon nodig. GSM Vorderingsrecht: schept een rechtsband tussen ten minste twee personen (schuldeiser en schuldenaar). De schuldeiser heeft recht op een prestatie vanwege de schuldenaar, eventueel de levering van een goed. Zolang de prestatie niet is uitgevoerd, heeft de schuldeiser geen onmiddellijke macht op het goed. GSM Phone House.

3 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN Moet genuanceerd worden. 1. Zakelijk recht: in feite ook rechtsband tussen personen. Voorbeeld GSM. Iedereen moet je recht respecteren. 2. Vorderingsrecht: GSM-verkoper: enkel die moet de auto leveren. Derden moeten hun medewerking niet verlenen aan de uitvoering van een contract. MAAR: mag derde een overeenkomst sluiten als hij weet dat dit contractbreuk inhoudt voor één van de contractspartijen? Voorbeeld: Exclusiviteitscontract (art B.W.).

4 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN Praktische verschillen: 1. Een zakelijk recht heeft een absoluut karakter, een vorderingsrecht niet 2. Een zakelijk recht geeft volgrecht, een vorderingsrecht niet 3. Een zakelijk recht geeft voorrang op een goed, een vorderingsrecht niet 4. Het aantal zakelijke rechten is limitatief beperkt, dat van de vorderingsrechten niet

5 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 1.Een zakelijk recht heeft een absoluut karakter, een vorderingsrecht heeft een relatief karakter -Zakelijk recht is in principe tegenstelbaar tegenover iedereen. Kan je recht tegen iedereen uitoefenen. Voorbeeld eigenaar huis. -Vorderingsrecht kan men enkel uitoefenen tegen degene jegens wie men een vordering heeft. Voorbeeld: je huurt een huis en iemand beweert een zakelijk recht te hebben op het huis  verhuurder aanspreken.

6 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 1.Een zakelijk recht heeft een absoluut karakter, een vorderingsrecht heeft een relatief karakter -Tegenstelbaarheid ZR niet altijd automatisch: * roerende goederen: in principe automatisch. * onroerende goederen: publiciteit is vereist wanneer het ZR door een overdracht werd gevestigd (koop-verkoop, schenking). Overdracht moet genoteerd worden in het register van de hypotheekbewaarder.

7 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 1.Een zakelijk recht heeft een absoluut karakter, een vorderingsrecht heeft een relatief karakter: Voorbeeld 1: A koopt GSM van B en levert. Alle anderen moeten A als eigenaar beschouwen. Geen publiciteit nodig. Voorbeeld 2: A verkoopt huis aan B. Een dag later verkoopt hij het huis aan C. Moet C eigendomsrecht van B respecteren? Enkel indien B koop-verkoop heeft overgeschreven in het register van HW voordat C dit heeft gedaan (tenzij C te kwader trouw – had kennis van de vorige overdracht – moet bewezen worden) A B B koopt op 1 mei, schrijft over op 15 mei C koopt op 2 mei en schrijft over op 10 mei C

8 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 2. Een zakelijk recht geeft volgrecht, een vorderingsrecht niet Volgrecht is consequentie van de tegenstelbaarheid van ZR: titularis van het zakelijk recht kan zijn recht laten gelden, in wiens handen het goed zich ook bevindt Dit is niet zo bij een vorderingsrecht (LCD-Projector) A: Eigenaar B: Huur C: Onderhuur A: Eigenaar B: huur (nog geen levering) C: koper

9 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 3. Een zakelijk recht geeft voorrang op een goed, een vorderingsrecht niet Volgt ook uit de tegenstelbaarheid van ZR, o.a. aan schuldeisers bij faillissement A: eigenaar televisie, leent het uit aan C B: verkoopt televisie aan C, C heeft nog niet betaald C gaat failliet  A krijgt televisie terug, B niet B komt in samenloop met de andere schuldeisers. Zal zijn vordering slechts ten dele of niet kunnen recupereren

10 ZAKELIJKE RECHTEN VERSUS VORDERINGSRECHTEN 4. Het aantal zakelijke rechten is limitatief beperkt, dat van de vorderingsrechten niet Vorderingsrechten: je mag er zoveel nieuwe creëren als je wil Zakelijke rechten: enkel degenen die in de wet bepaald zijn. Geen nieuwe creëren via overeenkomst (numerus clausus beginsel) Voorbeeld: horloge Reden

11 INDELINGEN VAN DE GOEDEREN A. Roerende en onroerende goederen B. Gebruiks- en verbruiksgoederen C. Vervangbare en niet-vervangbare goederen

12 A. Roerende versus onroerende goederen Roerende en onroerende goederen economisch bekeken: Niet verplaatsbaar (of ermee verbonden): onroerende goederen. Tot begin 19 de eeuw: belangrijkste productiemiddelen: gronden, gebouwen en aanhorigheden. Zeer veel waarde. Basis van de meeste vermogens. Bijzondere juridische bescherming: * hypotheek enkel op onroerende goederen * verplichte tussenkomst notaris verkoop * verkoop OG minderjarige openbaar * OG van voor het huwelijk bleven in het eigen vermogen van de huw.p. * andere beslagprocedure voor OG en RG * tegenstelbaarheid

13 A. Roerende versus onroerende goederen Roerende en onroerende goederen economisch bekeken: Sindsdien: RG steeds belangrijker Verklaring: industrialisatie  steeds meer kapitaal nodig  via techniek van de rechtspersoon (ihb NV). Rechtspersoon wordt eigenaar van de productiemiddelen (vooral OG), de kapitaalverschaffers worden eigenaar van aandelen (RG). OG  RG Gevolg: onderscheid RG-OG werd minder belangrijk. Voorbeelden: - verkoop OG minderjarige soepeler dan voorheen - alle goederen van voor het huwelijk blijven in het eigen vermogen onder het wettelijk huwelijksstelsel

14 A. Roerende versus onroerende goederen ONROEREND: 1. Onroerend uit hun aard: goederen die niet verplaatsbaar zijn zonder ze te schenden: grond, gebouwen, bomen, planten, wortel- of takvaste vruchten 2. Onroerend door bestemming: zijn uit hun aard roerend maar worden als onroerend beschouwd omdat er een bepaalde band bestaat met een onroerend goed uit hun aard: * materiële band: voorwerpen die blijvend zijn verbonden met een onroerend goed uit hun aard: voltapijt (indien van eigenaar), schilderij waarvan kader definitief verbonden is met muur, buizen cv, balkon, bliksemafleider * economische band: voorwerpen die de eigenaar op het erf heeft geplaatst voor de exploitatie ervan: landbouwmateriaal en vee op boerderij, machines fabriek etc. Belangrijk: Art B.W.: de verplichting om een verkochte zaak te leveren strekt zich uit tot haar toebehoren en tot alles wat voor haar blijvend gebruik bestemd is (behoudens andersluidende overeenkomst) Voorbeeld: koop hotel, meubels, piano’s, etc.

15 A. Roerende versus onroerende goederen ONROEREND: 3. Onroerend door het voorwerp waarop ze betrekking hebben: rechten die betrekking hebben op een onroerend goed: - zakelijke rechten die betrekking hebben op een onroerend goed (bvb. Vruchtgebruik op een huis, hypotheek, erfdienstbaarheid) - onroerende (schuld- en rechts)vorderingen: procedures of aanspraken mbt een onroerend zakelijk recht

16 A. Roerende versus onroerende goederen ROEREND: Alles wat niet onroerend is (want alles is roerend of onroerend) 1.Roerend uit hun aard: de verplaatsbare goederen 2.Roerend door wetsbepaling: onroerend volgens criteria OG maar de wet beschouwt ze als roerend: - aandelen vennootschappen (ook als die onroerende goederen bezit) - groenten en fruit 6 weken voor de oogst - aankoop van materialen uit gebouw die nog verbonden zijn met het gebouw (voor de afbraak) (anders authentieke akte + overschrijving hyp.kantoor nodig, ook fiscaal belangrijk:registratierechten versus BTW) Vervroegde roerendmaking

17 B. Gebruiks- versus verbruiksgoederen Voorbeeld: Je huurt een auto en sluit een lening van Euro af. Legt geld op de achterbank. Belang? Wat indien voorwerp teniet gaat door externe oorzaak zoals brand?

18 B. Gebruiks- versus verbruiksgoederen Gebruiksgoederen: - kan men meer dan één keer gebruiken - gaan enkel teniet door slijtage of externe oorzaak Verbruiksgoederen: - verdwijnen bij eerste gebruik (eetwaren, brandstof, geld, kogels etc.) Eigendom (incl. risico) gaat over bij verbruiklening Gevolg?

19 C. Vervangbare versus niet- vervangbare goederen Vervangbaar: kan zonder enig nadeel door een gelijksoortig goed van dezelfde hoedanigheid vervangen worden. Voorbeeld: geld, auto Niet: - unieke goederen (voorbeeld: ML, LB) - subjectief. Voorbeeld: horloge Belang: verbintenis tot levering van een vervangbaar goed kan in principe altijd uitgevoerd worden

20 3. Eigendom en beperkingen Art. 544 B.W.: “het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten of met de verordeningen” Omvat: 1. Recht om daden van bewaring te stellen. Voorbeeld 2. Recht van beheer. Voorbeeld 3. Recht van gebruik. Voorbeeld 4. Recht van genot: opbrengsten van de zaak innen. Materiële inkomsten en financiële opbrengsten. Voorbeeld. 5. Recht van beschikking: mag zijn recht over de zaak vervreemden (verkopen, wegschenken) en de zaak verbruiken of vernietigen. Alle andere zakelijke rechten zijn beperkter. Voorbeeld.

21 3. Eigendom en beperkingen 3.1. Privaatrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: A. Art B.W.: wie fout begaat moet schade vergoeden. Voorbeeld. - Hard slaan met deuren - Brand door onvoorzichtigheid B. Misbruik van recht: “een op het eerste gezicht rechtmatige handelwijze die dermate tegen de borst stuit dat ze als een misbruik van recht wordt beschouwd en uiteindelijk als een onrechtmatige handelwijze wordt gekwalificeerd”. Is gebaseerd op 1382 B.W.: foutbegrip. Maar vaak schade zonder fout. Wat dan? Voorbeeld. Muziek/student

22 3. Eigendom en beperkingen Privaatrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: C. De evenwichtsleer (Cass. 1960): de eigenaar mag bij de uitoefening van zijn recht geen stoornissen opleggen aan zijn buren, die de maat van de gewone buurschapsnadelen overschrijden. Anders is er sprake van burenhinder. Fout moet niet aangetoond worden, schadevergoeding of stopzetting activiteit kan gevraagd worden. Voorbeelden: - muren optrekken/ zonlicht weg - blokkende student/ muziekgroep - Omgevallen boom - aanhoudend geblaf waakhond overschrijdt grens normale hinder - zeer vroege en frequente knallen geluidskanon om vogels uit tuin te verjagen - geurhinder Niet enkel tegen aanpalende buren. Voorbeeld hinder door fabriek.

23 3. Eigendom en beperkingen Privaatrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: 1.Eerste ingebruikname: niet altijd 2.Varieert in de tijd: verstoring TV-signaal 3.Afhankelijk van buurt tot buurt (koeien)

24 3. Eigendom en beperkingen Enkele bijzondere gevallen: 1.Gsm-masten en burenhinder: GSM-mast op dak. Burenhinder? Rechtbank: niet bewezen dat straling door GSM-masten onschadelijk is  vermoeden dat ze schadelijk zijn Subjectief gevoel van onveiligheid, vrees en bedreiging voor schade aan gezondheid. Psychologische hinder = abnormale burenhinder. Geen materiële beschadiging nodig.

25 3. Eigendom en beperkingen 2. Konijnenschade (wilde konijnen)? -Konijnen kunnen veel schade aan gewassen aanrichten. Jagers met jachtrecht aanspreken op basis van burenhinder. -Andere: huurder tegen eigenaar, eigenaar tegen huurder (vroeger: enkel eigenaar tegen eigenaar) - Verbreking evenwicht? Cassatie: bewijs is moeilijk: - krabsporen, uitgravingen, loopwegen: maar geen konijnen bij plaatsopneming - geen keutels…

26 3. Eigendom en beperkingen 3. BURENHINDER EN DE OVERHEID: -Overheid ook compensatie verschuldigd wanneer zij hinder veroorzaakt die de grenzen van het gewone nabuurschap overschrijdt? -1960: openbare werken kanaal Brussel- Charleroi veroorzaakte hinder: compensatie -Latere arresten: verstrenging: opgelegde lasten moeten meer bedragen dan de lasten die de burger moet dulden in het algemeen belang. -Verlies aan cliënteel tengevolge van wegeniswerken: moeilijker bereikbaar of helemaal niet, duur werken, voorzienbaarheid werken (onderhoud en herstellingswerken zijn voorzienbaar), bijzondere situatie gehinderde (benzinestation heeft nood aan voorbijgaand verkeer) - Jongen met gehoorstoornissen. F-16 straaljagers van het leger

27 3. Eigendom en beperkingen 3.2. Publiekrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: A. De onteigening: overheid kan eigenaars van onroerende goederen éénzijdig uit eigendomsrecht ontzetten (art. 16 G.W.). Voorwaarden: 1. In het algemeen belang (bvb. Gronden en huizen voor autosnelwegen). Niet voor private belangen 2. Een billijke en voorafgaande schadeloosstelling (probleem: marktprijs versus subjectieve waardering. Bij betwisting  rechtbank)

28 3. Eigendom en beperkingen Publiekrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: A. De onteigening (vervolg): Waarom onteigeningsbevoegdheid? 1. TAK 2. Hold-out probleem: als toestemming onomkeerbaar is  iedereen probeert als laatste toe te stemmen  surplus (project niet doorgaan-complementariteit) Voorbeeld: Stadsontwikkeling: “urban sprawl”, bvb. Santiago. Veel te grote steden, te veel landbouwgrond  bouwgrond, verloederde buurten in stadscentra…

29 3. Eigendom en beperkingen Ander voorbeeld holdout probleem: winkels leeg/ kiosken populair Moscou post-communistisch tijdperk. Lokale overheid, centrale overheid, regulators etc.

30 3. Eigendom en beperkingen Publiekrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: A. De onteigening (vervolg): Indien hold-out probleem, waarom niet voor ondernemingen? Geh.h - lobbying V.S.Publiek belang: meer jobs en inkomsten

31 3. Eigendom en beperkingen Publiekrechtelijke beperkingen op het eigendomsrecht: B. Opeising: noodtoestand/ roerend en onroerend/ geen voorafgaande schadevergoeding C. Wetgeving op de stedebouw en de ruimtelijke ordening: bestemming goed en uiterlijke vormgeving van gebouwen D. Vergunningen voor gevaarlijke of hinderlijke inrichtingen/ milieuwetgeving E. Erfdienstbaarheden van openbaar nut op onroerende goederen van particulieren

32 4. Hoe verwerft men eigendom? 1. Afgeleide eigendomsverwerving: Een gevestigd en niet-betwist eigendomsrecht op een goed gaat over van de ene op de andere persoon. - vrijwillig: koop, schenking - éénzijdig door overheidsingrijpen: onteigening, opeising, confiscatie - door een rechtsfeit: overlijden en vererving 2. Oorspronkelijke eigendomsverwerving: Goederen die voor de verwerving: - van niemand waren - door de vorige eigenaar verloren, achtergelaten of weggeworpen

33 A. TOE-EIGENING Daad van inbezitneming met de bedoeling eigenaar te worden van een zaak die aan niemand toebehoort. Wie het eerst toe-eigent, wordt eigenaar. Wilde dieren, schelpen op het strand, goederen die door hun eigenaar vrijwillig werden verlaten (bvb. werpen op vuilnisbelt) Niet voor: goederen die behoren tot het openbaar domein (water in de zee, rivieren etc.), verloren voorwerpen en achtergelaten goederen.

34 A.TOE-EIGENING Individuen die privaat goed verwerven worden stuk rijker  zetten middelen in om het goed te verwerven. Kan verspilling zijn. “Rule of first posession”. Te veel investeringen zoeken vis (bvb. Sonar). Goedkopere methodes leiden tot zelfde visvangst. Haring in Alaska

35 A. TOE-EIGENING Homestead Act, te vroeg maken van kosten (afpaling 10 jaar voor gebruik). Squatters/veilingen

36 B. VINDING (VERLOREN VOORWERPEN) Men kan eigendom verkrijgen van toevallig ontdekte voorwerpen waarvan de eigenaar niet bekend is, maar die wel een eigenaar hebben Openbare ruimte (straat etc.): vinder moet de zaak afgeven aan de gemeente. Na 6 maand wordt de gemeente eigenaar Op private grond: vinder mag de zaak in bezit houden, wordt eigenaar wanneer werkelijke eigenaar niet komt opdagen. Eigenaar kan gedurende 30 jaar de zaak terugvorderen van de vinder. Art Alle zakelijke rechtsvorderingen verjaren door verloop van dertig jaar, zonder dat hij die zich op deze verjaring beroept, verplicht is daarvan enige titel te vertonen of dat men hem de exceptie van kwade trouw kan tegenwerpen. Dief!!

37 B. VINDING (VERLOREN VOORWERPEN) Wet 1975: Art. 1 Ieder die buiten de particuliere eigendommen een goed vindt waarvan hij de eigenaar niet kent en er zich meester van maakt, moet het zonder verwijl afgeven aan een gemeentebestuur, bij voorkeur dat van de plaats waar dat goed gevonden is. Deze verplichting geldt evenwel niet voor de goederen die buiten een woning zijn geplaatst om te worden opgehaald of op een vuilnisbelt zijn geworpen. Art. 2 De gemeentebesturen bewaren de goederen die overeenkomstig artikel 1 zijn afgegeven, gedurende zes maanden na de afgifte, ter beschikking van de eigenaar of zijn rechtverkrijgenden. Art. 4 In afwijking van artikel 2279, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek worden de goederen die na het verstrijken van de in artikel 2 gestelde termijnen niet door hun eigenaar of diens rechtverkrijgenden zijn opgeëist, eigendom van de gemeente.artikel 2279artikel 2 Art. 508 Sw. Met gevangenisstraf van acht dagen tot twee jaar en met geldboete van zesentwintig frank tot vijfhonderd frank worden gestraft : Zij die een roerende zaak die aan een ander toebehoort en die zij hebben gevonden of die bij toeval in hun bezit is gekomen, bedrieglijk verbergen of aan derden afgeven; Zij die zich een door hen ontdekte schat toeëigenen ten nadele van de personen aan wie de wet een deel daarvan toekent.Art.508

38 C. EIGENDOMSTOEWIJZING (VAN ACHTERGELATEN ZAKEN) Voorwerp wordt afgegeven voor herstelling of reiniging en wordt niet meer afgehaald (garage, wasserij). Vergelijk weggeworpen zaken/ verloren zaken. Na aangetekend schrijven en verloop van bepaalde termijn is openbare verkoop mogelijk Geld voor achterstallige vordering, rest voor eigenaar

39 D. NATREKKING Eigenaar van een zaak wordt eigenaar van: 1. Alles wat de zaak voortbrengt 2. Alles wat als bijzaak natuurlijk met de zaak verenigd wordt 3. Alles wat als bijzaak kunstmatig met de zaak verenigd wordt

40 D. NATREKKING Voorbeelden: -Voortbrengselen: periodiek en niet- periodiek: erts uit mijn, fruit van boom, intrest -Vereniging tot één lichaam: kunstmatig: eigendom grond  alles wat erop wordt gezet (vb. huurder) -Vereniging tot één lichaam: natuurlijk: aanslijkingen van stromen en rivieren

41 E. BEZIT 1. Bezit van roerende goederen: Kan je eigenaar worden o.b.v. bezit, zelfs al is goed van iemand anders? Oorspr. Eig Huurder Koper ??

42 E. BEZIT Art BW, eerste lid: de bezitter ter goede trouw van een roerende zaak verwerft door zijn bezit de eigendom. Wat is bezit? Twee elementen: 1.Feitelijk, materieel bestanddeel: bezitter heeft de zaak in zijn macht en oefent een feitelijk meesterschap uit 2.Intentioneel bestanddeel: de bezitter beschouwt de zaak als de zijne, hij denkt dat hij eigenaar is. Heeft het inzicht de feitelijke macht voor zichzelf en voor eigen rekening uit te oefenen. Goede trouw/kwade trouw: je wist of moest weten dat je het goed niet verkreeg van de ware eigenaar

43 E. BEZIT TOEPASSINGEN: Oorspr. eigenaar Huurder Koper ? Oorspr. eigenaar Huurder ?

44 E. BEZIT Uitzondering: Art. 2279, 2 de lid B.W.: de eigenaar van een gestolen of verloren zaak kan de zaak terugvorderen van de bezitter ter goeder trouw binnen een termijn van 3 jaar. Eigenaar moet bezitter niet vergoeden bij terugvordering. Bezitter TGT kan wel prijs terugvorderen van verkoper. Oorspr. eig. Dief/vinder Koper Indien binnen 3 jaar

45 E. BEZIT Twee uitzonderingen op de algemene uitzondering: 1.Bankbriefjes: werkelijke eigenaar kan niet terugvorderen (ook als verkregen van dief of vinder) Eigenaar geld Dief/koper Verkoper Ook niet binnen de drie jaar

46 E. BEZIT Twee uitzonderingen op de algemene uitzondering: 2.Bezitter TGT kan prijs terugeisen van eigenaar die terugvordert wanneer hij de zaak gekocht heeft op een openbare markt, openbare veiling of van een handelaar in soortgelijke zaken Oorspr. eig Dief Koper openb. markt… 3 jaar

47 E. BEZIT 2. WAT BIJ ONROERENDE GOEDEREN? (bvb. Bouwen op stuk grond buur) Je kan eigenaar ogv bezit (twee elementen!) worden door verkrijgende verjaring: - 30 jaar voor bezitter ter kwader trouw - 10 of 20 jaar voor bezitter ter goeder trouw (woont de werkelijke eigenaar binnen het rechtsgebied van het Hof van Beroep waarin het goed gelegen is of niet?) Bezit moet aan een aantal voorwaarden voldoen: 1. Bezit moet voortdurend zijn: bezitter moet de feitelijke macht uitoefenen zonder onderbreking 2. Moet vreedzaam zijn: daden van geweld kunnen geen grondslag zijn voor de verkrijgende verjaring. Bezit moet op vreedzame wijze verworven zijn. 3. Bezit moet openbaar zijn: moet zich veruitwendigen door zichtbare handelingen, zodat alle belanghebbenden de nodige maatregelen kunnen nemen om de verjaring te stuiten. Bezit niet verbergen. Voorbeeld kelder. 4. Bezit moet ondubbelzinnig zijn: de gedragingen van de bezitter moeten zonder twijfel op werkelijke bezitsuitoefening wijzen. Niet: handelingen kunnen geïnterpreteerd worden als uitvoering lastgeving.

48 5. MEDE-EIGENDOM = twee of meer personen zijn tegelijkertijd eigenaar van eenzelfde goed Het recht is verdeeld, het goed niet “Toestand van onverdeeldheid” Voorbeeld: twee kinderen erven twee identieke appartementen. Ander voorbeeld: appartementsmede-eigendom. Private delen/ collectieve delen Problemen: 1. Beslissingen moeten samen worden genomen door de mede-eigenaars  vaak problemen  verlamming goederen  mogelijkheid om uit de onverdeeldheid te treden (er zijn uitzonderingen) 2. Meerderheid kan minderheid uitbuiten (voorbeeld GSM- mast) 3. Tragedy of the Commons

49 5. MEDE-EIGENDOM Tragedy of the Commons

50 MEDE-EIGENDOM Tragedy of the Commons Voorheen: visbestand onuitputbaar. Toename bevolking, nieuwe technieken  ToC (stock/flow)  eigendomsrechten Exclusieve Economische Zone, 200 mijl vanaf kustlijn

51 5. MEDE-EIGENDOM Tragedy of the Commons

52 5. MEDE-EIGENDOM Private eigendom: nadelen Afbakeningskosten: slot, afpaling, omheining etc. Afdwingingskosten: bvb. proceskosten Informatiekosten: welke eigendomsrechten respecteren? Uitbouw grootgrondbezit en ranches in V.S.: ontwikkeling en verspreiding van prikkeldraad  lagere uitsluitings- en afdwingingskost.

53 5. MEDE-EIGENDOM Private eigendom: nadelen Rent seeking kosten Individuen die privaat goed verwerven worden stuk rijker  zetten middelen in om het goed te verwerven. Kan verspilling zijn (zie toe-eigening) Grond, patenten, oliebronnen etc.

54 6. Andere zakelijke rechten A. Vruchtgebruik B. Recht van gebruik C. Recht van bewoning D. Erfdienstbaarheden E. Recht van opstal F. Erfpacht ALLEN ZAKELIJKE RECHTEN: TEGENSTELBAARHEID, VOLGRECHT EN VOORRANG.

55 A. Vruchtgebruik Voorbeeld: vruchtgebruik langstlevende echtgenoot bij wettelijke erfopvolging op geheel of deel van de nalatenschap. Voorbeelden. VG = het zakelijk recht om levenslang het volle genot te hebben van een goed dat aan iemand anders in eigendom toebehoort. Vergelijk met eigendomsrecht: gebruiken, van de vruchten te genieten, maar niet over het goed te beschikken (blijft bij de “blote” of “naakte” eigenaar) Naakte eigendom + vruchtgebruik = volle eigendom Zakelijk recht: behoudt het recht van genot, ook als naakte eigendom wordt overgedragen aan iemand anders

56 A. Vruchtgebruik Hoe ontstaat vruchtgebruik? 1. Door overeenkomst (voorbeeld) 2. Door testament 3. Door de wet. Niet kennen: verplichtingen VG Einde van VG: steeds bij overlijden van de vruchtgebruiker (niet van naakte eigenaar!) Soms voordien (indien kortere termijn bedongen werd). Bij (ten gunste van) rechtspersoon: eindigt steeds na 30 jaar

57 B. Recht van gebruik = een beperkt vruchtgebruik C. Recht van bewoning = specifieke vorm van recht van gebruik

58 D. Erfdienstbaarheden (servitudes) = last die op een lijdend erf is gelegd tot gebruik en tot nut van een heersend erf van een andere eigenaar of tot algemeen nut Voorbeelden: doorgang door erf, dakdrop, bouwbeperkingen (bvb. Niet hoger bouwen dan x), erfdienstbaarheid van steun, … = zakelijk recht  iedereen die een recht uitoefent op het lijdend erf (eigendomsrecht, vruchtgebruik etc.) moet de last dulden tov iedereen die een recht uitoefent op het heersend erf (persoonlijke verbintenis heeft, andere gevolgen, bvb bij verkoop – enkel vordering tegen vorige eigenaar) ABC DEF GHI

59 D. Erfdienstbaarheden Kenmerken erfdienstbaarheden: 1. Onroerend: alleen op erven (gronden, gebouwen) 2. Bijkomstig: kan niet afzonderlijk verkocht of gehypothekeerd worden. Is accessorium van een heersend erf. 3. Eeuwigdurend: bestaat even lang als het heersend erf. Nieuwe titularissen heersend of lijdend erf hebben geen invloed.

60 D. Erfdienstbaarheden Ontstaan van erfdienstbaarheden: 1. Door natuurlijke ligging (van de erven): Lager gelegen erven moeten het water ontvangen van hoger gelegen erven 2. Door een wettelijke bepaling: Wetgever creëert specifieke erfdienstbaarheden: - in functie van het openbaar nut: lasten noodzakelijk voor het functioneren van de openbare dienstverlening. Geen heersend erf. Kabels voor electriciteit en telefonie etc. - in functie van specifieke private belangen: vereisten van het nabuurschap: recht van uitweg, dakdrop, verbod voor uitzichten op andermans erf

61 D. Erfdienstbaarheden 3. Door een rechtshandeling: Door overeenkomst of testament (erven met verschillende eigenaars) Rechtsgevolgen ook voor volgende titularissen Tegenstelbaarheid aan derden bij contractuele vestiging: overschrijving op hypotheekkantoor 4. Door verjaring: Als de gebruikers van een erf gedurende 30 jaar een last uitoefenen op een ander erf  erfdienstbaarheid door verkrijgende verjaring. Voorwaarden: - erfdienstbaarheid moet zichtbaar zijn: er bestaat een uitwendig teken dat de last ondubbelzinnig aanduidt. Niet: bouwverbod, wel: erfdienstbaarheid van steun, een poort of een deur (recht van doorgang), … - erfdienstbaarheid moet voortdurend zijn: er zijn geen bestendige menselijke handelingen nodig om de last uit te oefenen. Wel: recht van waterleiding, erfdienstbaarheid van steun gebouw, niet: recht van overgang

62 D. Erfdienstbaarheden 5. Door bestemming van de huisvader: Eigenaar van twee verschillende erven legt een last op het ene erf ten voordele van het andere erf. Daarna komen de erven in handen van twee verschillende eigenaars (koop, vererving)  last moet als erfdienstbaarheid worden erkend Voorwaarden: - last moet zichtbaar zijn - last moet voortdurend zijn Uitdrukkelijke tegenstrijdige bepaling in de overeenkomst sluit de vestiging uit.

63 D. Erfdienstbaarheden EINDE VAN DE ERFDIENSTBAARHEDEN: -Rechter kan erfdienstbaarheid afschaffen wanneer zij haar nut verloren heeft voor het heersend erf -Eigenaar heersend erf wordt eigenaar lijdend erf  vermenging -Onbruikbaarheid: erven bevinden zich in zodanige staat dat de last niet meer kan worden uitgeoefend -Door verjaring: de last wordt gedurende 30 jaar niet uitgeoefend.

64 E. Recht van opstal F. Erfpacht


Download ppt "ZAKENRECHT 1. Wat zijn zakelijke rechten ? Wat is het verschil met vorderingsrechten ? (p. 231-233) 2. Welk soort goederen zijn er? Wat is het belang van."

Verwante presentaties


Ads door Google