De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Hoofdstuk 3: Het geheugen van de consument

Verwante presentaties


Presentatie over: "Hoofdstuk 3: Het geheugen van de consument"— Transcript van de presentatie:

1 Hoofdstuk 3: Het geheugen van de consument
Kelly Geyskens Welcome to teh Lessius, Consumentengedrag

2 Hoofdstuk 3: Het geheugen van de consument
Korte termijn geheugen Lange termijn geheugen 3 principes: Organisatieprincipe Context-specifieke verwerking Associatieprincipe Impliciet geheugen

3 Voorbeeld: 7-Eleven Convenience store Image upgrading
vgl: zoals bij grote benzinestations bij ons Imago: snel, goedkoop, beperkt assortiment, altijd open Steeds meer concurrentie Image upgrading Consumenten moeten andere associaties oproepen ‘Good food’, gezellig, kwaliteit En niet te veel meer aan de prijs denken Belangrijk management probleem: hoe nieuwe associaties creëren , en andere doen verdwijnen? Vgl: Studio Brussel, winkelmerken bij Delhaize, SN Brussels Airlines, …

4 Productinformatie - Aankoop
Meestal ≠ moment Dit tijdsverschil tussen verkrijgen en gebruiken moet overbrugd worden door een geheugensysteem

5 Retentie van informatie
Info beschikbaar Info opslaan in geheugen Info ophalen uit geheugen Info gebruiken

6 Menselijk en computer geheugen
Hersenen PC Bewustzijn Korte termijn geheugen ‘Random Access Memory’ RAM Oproepen voor verwerken Lange termijn geheugen ‘Hard Disk Storage’

7 Korte termijn geheugen
Computer: RAM GEHEUGEN File oproepen uit het lange termijn geheugen Lezen van de informatie Aanpassen van informatie Informatie opslaan in lange termijngeheugen Eigenschappen Snelheid Beperkte capaciteit Gemakkelijk overbelast Nood aan selectie NEMEN VAN BESLISSINGEN VAAK MET BEPERKTE COGNITIEVE CAPACITEIT

8 Lange termijn geheugen
Computer: Hard drive Files opslaan Eigenschappen Organisatie Indexing systeem – om informatie terug te vinden Informatie terugroepen Uitvegen / overschrijven Grote capaciteit OPBOUWEN VAN KENNIS

9 Korte-termijn geheugen
Peterson & Peterson (1959) Drie pseudo-lettergrepen bv. ‘perkansan’ 3 sec. tonen Herinneren na sec. Luidop 3 sec. van bepaald getal terugtellen Niet herhalen Max 18 sec. ‘vergeten’ Falen van herhaling Miller´s magisch getal 7

10 Eigenschappen van korte en lange termijngeheugen

11 Korte-termijn geheugen
Acoustisch (geluids- gerelateerd) Baddeley (1966) Lijst van 5 OF 10 woorden Akoestisch (bat, hat, cat) – semantisch (tiny, small, little) – ongerelateerd (bat, desk, tiny) Slechtst herinnerd: Akoestisch 5  akoestische code KT Semantisch 10  semantische code LT ≠ Lange-termijn geheugen Serial position curve Primacy (LT) Recency (KT) Boodschappenlijstje

12 Derde Kapper Drank Boek Water Spiegel Leiding Sport Hemel Principe Rood Lokaal Agenda Warm Sleutel Computer Trein Donker Telefoon Verjaardag Kerk

13 Welke herinner je je nog?
Schrijf ze op zonder bij buurman/vrouw te kijken…

14 Derde Kapper Drank Boek Water Spiegel Leiding Sport Hemel Principe Rood Lokaal Agenda Warm Sleutel Computer Trein Donker Telefoon Verjaardag Kerk

15 Korte-termijn geheugen
≠ Lange-termijn geheugen Serial position curve Primacy (LT) Sneller tonen  Trager tonen  Semantisch=  Recency (KT) Interfererende taak  Akoestisch=  Boodschappenlijstje

16 Korte-termijn geheugen

17 Eigenschappen van korte en lange termijngeheugen
Vergeten?

18 LT geheugen: Vergeten? Gezochte informatie wordt niet teruggevonden
Vb. examen (niet) begrijpen (niet) georganiseerd Drie principes Organisatieprincipe Principe van de contextspecificiteit Associatieprincipe

19 Organisatieprincipe “de noten verzuurden omdat de zak gescheurd was” (Bransford and Johnson 1972) ??? Controle vs. ‘tip’ Doedelzak Organisatie Groeperen van individuele stukken in grotere eenheden op basis van een bepaalde relatie

20 Organisatieprincipe 100% 50% 0% 1 2 3 4 herhaling
(Bower, Clark, Lesgold, and Winzenz (1969) Lijst van mineralen – ruw, veelvoorkomend, zeldzaam … 100% 50% 0% Gestructureerde lijst Random lijst 1 2 3 4 herhaling

21 Organistatieprincipe
Informatie in reclame Winkel Organisatie van producten

22 Merk-gebaseerde organisatie
Type-eig. personenwagens Ford Renault Opel BMW Types Merkeigen- schappen Megane Clio Scenic Laguna - Frans - vernieuwend - niet erg duurzaam kleine minivan -gezin -apart - …

23 Taxonomische organisatie
personenwagens Berlines Coupés 4 x 4 Minivans Eigensch. Exemplars 4 wiel aandr. Hoekig -Jeeps -Landrover - … Specifieke merkeig.: -Brits -sterk -duur

24 Ad-hoc situationele organisatie
Dingen die je eet en drinkt bij het ontbijt Kleren die je draagt voor een feestje Types Merken Kleuren

25 Principe van de contextspecificiteit
Context waarin je een object hebt verwerkt wordt mee opgeslagen Aanwezigheid van dezelfde context bij herinnering verhoogt de kans dat het object wordt herinnerd Godden and Baddeley (1975) Duikers: woorden leren Droog vs. Nat (6 meter onder water) Performantie: Droog vs. Nat Encoderen Herinneren Droog Nat =

26 Principe van de contextspecificiteit
Probabiliteit van herinnering 100% 0% Natte herinnerings- context Droge herinnerings- context = = Droge encoderins- context Natte encoderings- context

27 Principe van de contextspecificiteit
Geheugenperformantie meten? Meerkeuze Herkenning: correct? Cued recall Tip: bv. Leg het principe van contextspecificiteit uit? Ophalen  correct? Essay Vrije herinnering

28 Principe van de contextspecificiteit
Context effecten Cued recall makkelijker dan meerkeuze??? Trein-zwart  zwart instuderen, trein = contextwoord Meerkeuze-recognition Wit  zwart + 3 andere gerelateerd woorden ZWART herkennen Cued recall Trein  ???  associatiesterkte: zwart-wit versus zwart-trein Trein-zwart: trein > wit

29 Principe van de contextspecificiteit
Keller’s (1987) Mikey experiment Mikey en zijn broers Wie probeert het? Winkel?

30 Principe van de contextspecificiteit

31 Principe van de contextspecificiteit

32 Principe van de contextspecificiteit

33 Principe van de contextspecificiteit
Probleem: wanneer de context niet verschilt TUSSEN merken krijg je verwarring Ads voor mannenparfum Triviale differentiatie-experimenten Copy-cats

34 Warlop et al 2005 – Studie 1 Studie 1:
Deelnemers ondergaan een smaaktest van 5 ‘merken’ van vruchtensap Smaaktest is niet blind: Groep 1: 5 merken hebben semantisch gelijkende merknamen ARUBA, ANTIGUA, BAHAMA, DOMINICA, BERMUDA Groep 2: 5 merken hebben semantisch verschillende merknamen TAHITI, CITRO, AZTEC, TREASURE, FRESH-UP, SAMBA

35 Onderzoeksdesign De smaak is gemanipuleerd door toevoeging van water, zout en azijn: 5 objectief verschillende kwaliteiten De ervaring is ofwel diagnostisch > Alle drankjes gelijktijdig proeven ofwel niet-diagnostisch > Proeven met 5 minuten interval, waarbij men naar een televisieprogramma kijkt

36 Onderzoeksdesign 4 condities A B C D E – direct beoordelen
A B C D E – 5 min interval ARUBA, ANTIGUA, BAHAMA, DOMINICA, BERMUDA – 5 min interval TAHITI, CITRO, AZTEC, TREASURE, FRESH-UP, SAMBA – 5 min interval

37 Onderzoeksdesign Daarna zien de deelnemers een lijst met de vijf namen, en moeten ze die naar kwaliteit rangordenen We meten de rangorde correlatie tussen de objectieve smaak en de gemeten volgorde Zullen ze de drankjes beter rangordenen als de merknamen sterk verschillen ?

38 Resultaten van studie 1

39 Copycats

40 Trade-dress - (verpakkings-) imitatie
Marketers manipuleren oppervlakkige gelijkenissen teneinde inferenties van vervangbaarheid op te wekken Trade-dress inbreuken Juridische kwestie: verwarring mbt de producent van het product Copycat strategie: werkt het? Is er een effect van gelijkenis van vorm als verwarring onwaarschijnlijk is ? Kan een merk parasiteren op de verpakking (trade-dress) van een gevestigd merk ? Gangbare praktijk voor winkelmerken en kleinere concurrenten in gevestigde markten

41 Warlop & Alba 2004 –studie 1 Gemiddelde keuze aandelen voor drie alternatieven Leider Visueel verschillende volger ‘Copy-cat’ volger Volgers zijn duurder 78.8 11.9 9.3 Volgers zijn even duur 74.8 11.5 13.7 Volgers zijn goedkoper 73.5 7.8 18.7

42 Conclusies Copy-cats werken vooral in de concurrentie met andere minder bekende merken. Concreet: winkelmerken met copy-cat verschijning slagen er beter in om andere ‘volgers’ uit de markt te drijven. De ‘leiders’ worden niet geraakt. De copy-cat (parasiet) hangt voor zijn levenskansen zelfs af van het succes van de leider.

43 Associatieprincipe Elk idee-concept-stukje informatie
‘node’ in het geheugen Directe en indirecte verbindingen met andere ‘nodes’  associatief netwerk Bv: Stella Artois

44 Associatie-principe (netwerk)
Stella Artois licht Pils Bier Café Drank Dorst Jupiler Leuven België Interbrew hoofdpijn Mijn thuis is … Bier van het land van … Noot: Responstijd-methoden

45 Mars geeft meer energie
moeder voedzaam suiker calorieën

46 Associatief netwerk vormen
Aan twee concepten tegelijk denken Sterker door Frequentie Intensiteit Sneller Sterker Direct vs. Indirect Priming effect Associatieve interferentie

47 Associatieprincipe: het priming effect
Informatie ophalen = activeren van een node Overbrengen van LT naar KT Activatie verspreidt ≈ irrigatiesloot: alle waterpoelen staan in verbinding met elkaar. Als 1 poel gevuld wordt loopt het water over in de dichtbij gelegen poelen via kanaaltjes. Zoveel te meer water in de poel, zoveel te verder de verspreiding gaat.

48 Associatieprincipe: het priming effect
Meyer and Schvaneveldt (1971) Woordenparen: bestaande woorden? verpleegster – boter plame – reab brood - boter Priming/facilitatie van activatie van het ene concept met verbonden concepten Lijst woorden lezen waaronder ‘tafel’ ‘Vul aan’: ta…

49 Associatieprincipe: het priming effect
Activatie van een concept kan onze indrukken van andere concepten beïnvloeden Vb. “Prince Start koekjes bevat meer voedselenergie dan andere ontbijtkoeken” Voedselenergie=ambigu Voedzaam  calorieën

50 Associatieprincipe: het priming effect (Herr, 1989)
Deelnemers beoordelen de prijs van een auto (is dit een eerder dure of goedkope auto?) De beschrijving van de auto is (niet) ambigu Matige prijs Merk/geen merk Net voordien lossen ze een woordpuzzel op met daarin ofwel Extreem dure automerken, bv, Rolls Royce Gematigd dure automerken, bv. BMW Gematigd goedkope automerken, bv. Ford Mondeo Heel goedkope automerken, bv. Lada Er is ogenschijnlijk geen verband tussen beide taken Hoe beoordelen ze de prijs van de target auto?

51 Associatieprincipe: het priming effect
Hoe duur is de target auto? 0 (goedkoop) – 10 (duur) Goedkope prime Dure prime Gematigde Extreme Prime Prime Ambigu target Gematigde Extreme Prime Prime Niet ambigu target Assimilatie Contrast

52 Associatieprincipe: het priming effect
Invloed op gedrag (Bargh, Chen & Burrows 1996) Studie 1 Taaltest Onbeleefde woorden (onbeleefd, onvriendelijk, …) Beleefde woorden (beleefd, respect, vriendelijk, …) Controle Kans om een conversatie te onderbreken (om verder te gaan) Onbeleefd: 67% Beleefd: 16% Controle: 38%

53 Associatieprincipe: het priming effect
Invloed op gedrag (Bargh, Chen & Burrows 1996) Studie 2 Taaltest Ouderdom (sentimenteel, rimpel, Benidorm, …) Controle Invloed op de snelheid waarmee ze wandelen na het experiment Andere studie Ook voor vergetelheid

54 Associatieprincipe: het priming effect
(Bargh, Chen & Burrows 1996)

55 Associatieve interferentie
Meer verbonden nodes Meer kans op activatie MAAR Groot-complex netwerk Langer vooraleer een bepaalde node gevonden wordt Tegen geruchten Tegen media clutter

56 Geruchten: McDonalds wormen McDonalds Bweuk! wormen McDonalds Bweuk!
wordt ontkend

57 Geruchten: McDonalds vriendelijk oranje/geel McDonalds wormen
Bweuk! gemakkelijk

58 Geruchten: Associatieve interferentie
(Tybout, Calder, & Sternthal 1981) Evaluaties + - Enkel Gerucht plus Gerucht plus Controle gerucht ontkenning interferentie groep

59 Clutter: Associatieve interferentie
Heel grote blootstelling aan commerciële informatie ‘Vergeten’ =mislukking van herinnering-terugvinden door associatieve interferentie Retroactief 8 uur Slapen < wakker ‘Nu’ interfereert met ‘vroeger’ Proactief ‘Vroeger’ interfereert met ‘nu’

60 Clutter: associatieve interferentie Burke & Srull 1988
Studie 1: Retroactief Fase 1: drie advertenties: target Grasmachine Autoradio Tent Fase 2: advertenties: context Andere productcategorieën Andere merken in = productcategorieën = merken, ≠ advertenties Meer gelijkend  performantie 

61 Clutter: associatieve interferentie Burke & Srull 1988
Studie 2: Proactief = studie 1 Omgekeerde volgorde: context VOOR target Zelfde resultaten Studie 3: 1, 2 of 3 keer Zeer competitief vs. Gemiddeld competitief vs. weinig competitief Herhaling werkt alleen bij ‘weinig competitief’ Gelijkenis verminderen!

62 Onderzoeksdesign (Warlop et al. 2005) Retroactief
4 condities A B C D E – direct beoordelen A B C D E – 5 min interval ARUBA, ANTIGUA, BAHAMA, DOMINICA, BERMUDA – 5 min interval TAHITI, CITRO, AZTEC, TREASURE, FRESH-UP, SAMBA – 5 min interval

63 Onderzoeksdesign Daarna zien de deelnemers een lijst met de vijf namen, en moeten ze die naar kwaliteit rangordenen We meten de rangorde correlatie tussen de objectieve smaak en de gemeten volgorde Wat na twee weken ? Na verloop van tijd zou accuraatheid moeten verminderen door retroactieve interferentie

64 Resultaten van studie 1

65 Impliciet geheugen Subliminale boodschappen Onbewust
Bv. ‘eet popcorn’ ‘drink cola’ Onbewust Gecontroleerd: expliciet geheugen Automatisch: impliciet geheugen Invloed op beslissingen-beoordelingen

66 Impliciet geheugen

67

68 Impliciet geheugen

69 Impliciet geheugen Jacoby et al. (1989) Becoming famous overnight
Fase 1: Lijst met namen Fase 2: Lijst met namen (uit fase 1 en nieuwe) Bekendheid beoordelen

70 Misinterpretatie van familiariteit
Impliciet geheugen: Misinterpretatie van familiariteit Proportie onbekende namen die men als bekend beoordeelt Al gezien Nieuw Al gezien Nieuw Geconcentreerde aandacht Verdeelde aandacht


Download ppt "Hoofdstuk 3: Het geheugen van de consument"

Verwante presentaties


Ads door Google