De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Eten & Drinken Een project onder de vlag van de Annevillegroep MdH-V maart 2009.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Eten & Drinken Een project onder de vlag van de Annevillegroep MdH-V maart 2009."— Transcript van de presentatie:

1 Eten & Drinken Een project onder de vlag van de Annevillegroep MdH-V maart 2009

2 Productpresentatie Als afronding van het project Eten & Drinken is de hierna volgende productpresentatie ontwikkeld. Middels deze presentatie kan aan de hand van de door de Annevillegroep gepresenteerde producten in de verschillende instellingen kennisoverdracht plaatsvinden. Tevens is een handreiking t.b.v. de implementatie opgenomen. Deze presentatie is breed inzetbaar en is vooralsnog niet afgestemd op individuele instellingen. Het specifieke maatwerk kan door de instelling zelf, naar behoefte en wens, worden aangebracht.

3 (Vervolg productpresentatie) Bij een aantal dia’s zijn notities toegevoegd die relevante informatie bevatten voor de gebruiker van de presentatie. Deze notities zijn alleen zichtbaar in het beeld ”normaal” en/of ”notitiepagina”. In de betreffende dia’s is als reminder rechtsonder een ingevoegd.

4 Project Eten & Drinken Amphia Ziekenhuis Avoord Zorg & Wonen Holding Oranjehaeve-De IJpelaar-Aeneas Huispitaal Revalidatiecentrum Breda Aan dit project hebben de volgende instellingen deelgenomen: Op de website van de Annevillegroep: vindt u alle wetenswaardigheden over dit project. Stichting Zorgcentrum de Wijngaerd Stichting de Volckaert-SBO Thebe Mark en Maasmond Careyn Thuiszorg Breda Zorg- en behandelcentrum Elisabeth

5 Onderdelen productpresentatie Deze productpresentatie bestaat uit een 4-tal onderdelen, nl.: 1.Preventie en screening van ondervoeding 2.Taken en werkzaamheden van betrokken professionals 3.Implementatie van de ontwikkelde producten in het project 4.Aanbevelingen voor het gebruik van deze productpresentatie

6 Preventie en screening van ondervoeding

7 Inhoud:  Definitie ondervoeding  Preventie- en screeningprotocol Eten & Drinken  Ambiance  Medische drink- en sondevoeding  Overdracht rondom voeding Preventie en screening van ondervoeding

8 Definitie ondervoeding

9 Op dit moment bestaat er géén eenduidige definitie van ondervoeding. In het project is er voor gekozen om ondervoeding te definiëren als: Een lichamelijke toestand voortkomend uit een tekort aan voedingsstoffen leidend tot een verminderde biologische functie. Ondervoeding als gevolg van ziekte heet klinische depletie. Definitie ondervoeding

10 Klinische depletie Ondervoeding op basis van ziekte kan worden ingedeeld in: een chronische vorm (Marasmus) een acute vorm (Kwashiorkor). Marasmus is een lichamelijke toestand van weinig vet- en spiermassa, maar relatief normale waarden voor plasma- eiwitten. Kwashiorkor (=eiwitondervoeding) berust op een tekort aan eiwit, terwijl er voldoende koolhydraten en vetten als energiebron beschikbaar zijn. Deze vorm van ondervoeding ontstaat bij een acute ziekte of grote operatie.

11 Diagnostiek ondervoeding Klinische blik Het bepalen van de Body Mass Index (BMI) Gewichtsverandering in tijd Voedingsanamnese Functionele en biochemische parameters Parameters die gebruikt worden om de diagnose ondervoeding te stellen zijn :

12 Bepalen van de BMI Er is een ernstig risico op ondervoeding wanneer er minimaal aan een van de volgende criteria wordt voldaan: BMI < 18.5 BMI tussen 18,5 en 20 in combinatie met 3 dagen niet of nauwelijks eten of meer dan een week minder eten. Ongewenst gewichtsverlies van > 10% binnen 6 maanden. Ongewenst gewichtsverlies van 5% - 10% in de laatste maand.

13 BMI & risicosituatie bij ouderen Er zijn nog te weinig gegevens om bij ouderen precies vast te kunnen stellen wanneer gezondheidsrisico’s beduidend toenemen. Grenswaarden voor de BMI dienen bij ouderen vanaf 60 jaar echter als volgt te worden gehanteerd:  < 20 is ondervoed  matig ondervoed  goed gewicht  > 28 is overgewicht

14 Preventie- en screeningprotocol Eten & Drinken

15 Preventie- en screeningprotocol Het protocol beschrijft de te volgen stappen voor het in beeld brengen van de voedingstoestand, de preventie en behandeling van ondervoeding, waarin afspraken staan over o.a.: Screening Verwijzing naar de diëtist

16 Screening van ondervoeding Bij de screening van ondervoeding is het van belang dat er gebruik wordt gemaakt van een gevalideerd screeningsinstrument wat eenduidig wordt gebruikt in de instelling ! Er bestaan meerdere gevalideerde screeningsinstrumenten van ondervoeding, zoals de SNAQ, de MUST en de SNAQ- RC. De projectgroep beveelt vooralsnog de SNAQ aan als zijnde te gebruiken screeningsinstrument. Recente validatie van de SNAQ-RC maakt dat deze methode door de landelijke stuurgroep ondervoeding wordt aanbevolen om te gebruiken in verpleeghuizen en verzorgingshuizen bij 60+ (zie ook

17 SNAQ SNAQ staat voor: Short Nutritional Assessment Questionary

18 ( Vervolg SNAQ ) De SNAQ bestaat uit drie vragen: 1. Bent u onbedoeld afgevallen? → meer dan 6 kg in de afgelopen 6 maanden; score 3 punten → meer dan 3 kg in de afgelopen maand; score 2 punten 2. Is de afgelopen maand uw eetlust verminderd? → score 1 punt 3. Heeft u afgelopen maand drink- of sondevoeding gebruikt? → score 1 punt

19 Interpretatie scorelijst SNAQ 0 of 1 punt: Er is geen sprake van ondervoeding en er hoeft geen voedingsinterventie gestart te worden. 2 punten: Er is sprake van matige ondervoeding en de patiënt krijgt advies voor energie- en eiwitrijke hoofd- maaltijden en energie- en eiwitrijke tussenmaaltijden. (Er wordt een aantekening gemaakt in de status.) 3 punten of meer: Er is sprake van ernstige ondervoeding en de patiënt wordt verwezen naar een diëtist. Consult diëtist via protocollaire afspraken of via verwijzing huisarts / specialist

20 Screeningprotocol Het screeningprotocol ziet er als volgt uit: Bij opname of het in zorg nemen van de patiënt wordt bij de intake bij elke patiënt respectievelijk risicocliënt het volgende genoteerd: lengte huidig gewicht invullen SNAQ-vragen optellen van de score

21 Werkwijze Alle patiënten c.q. cliënten worden bij intake of opname gescreend op ondervoeding middels de SNAQ. Op de SNAQ-lijst wordt tevens de lengte en het huidige gewicht genoteerd. Vanuit lengte en gewicht kan door de arts/diëtist de BMI worden berekend. In risicosituaties (score 2 en 3) wordt overgegaan op actie volgens het instellingsbeleid ( bijvoorbeeld vocht- en voedingsbeleid).

22 Ambiance

23 Waarom aandacht voor ambiance ? De afgelopen jaren is er vanuit de media veel aandacht geweest voor de problematiek rondom eten en drinken in verschillende gezondheidsorganisaties zoals ziekenhuizen en verpleeg- en verzorgingshuizen. De prevalentie van voedingsproblemen bij ouderen die woonachtig zijn in verpleeg- en verzorgingshuizen is groot : 1 op de 3 verpleeg- en verzorgingshuisbewoners lijdt aan ondervoeding en/of uitdroging! Er bestaat een duidelijke relatie tussen een slechte voedings- en vochttoestand en eerder overlijden. Uit onderzoek is gebleken dat de ambiance rondom de maaltijd een belangrijk aspect is om ondervoeding te voorkomen en terug te dringen !

24 Adviezen ter verbetering van ambiance  M.b.t. tafelaankleding: Altijd tafel dekken ! Tips: Gebruik zo mogelijk volledig bestek, glaswerk en gewone borden Kleedje op tafel Bloemetje Zacht muziekje Aangepaste servet tijdens de maaltijd

25 (Vervolg adviezen m.b.t. ambiance )  M.b.t. personeel: Zorg voor een rustige omgeving tijdens de maaltijd; dus geen televisie, artsenbezoek, en/of medicijnen geven. Verpleging “rent niet rond” maar zit bij patiënten aan tafel Indien er bezoek is blijven ze van begin tot het einde van de maaltijd. Haast patiënten niet om snel door te eten. Laat patiënten voor de maaltijd naar het toilet gaan, maar niet tijdens de maaltijd. Voer geen andere werkzaamheden in de huiskamer uit tijdens de maaltijd.

26 (Vervolg adviezen m.b.t. ambiance )  M.b.t. patiënten: Houd rekening met de wens van patiënten bij tafelschikking. Bied de mogelijkheid voor gebed aan het begin en einde van de maaltijd. Begin de maaltijd samen en eindig de maaltijd samen.

27 (Vervolg adviezen m.b.t. ambiance )  M.b.t. de maaltijden: Gebruik zo mogelijk dekschalen, haal deksel van tafel. Indien dekschalen geen optie is kan de maaltijd vanaf het plateau per gerecht worden geserveerd. Menu’s: geen grote porties, niet meteen alles door elkaar prakken, laat patiënt keuzes maken in eten (zowel warm eten als broodbeleg), bied variatiemogelijkheden, pas de maaltijd aan aan de smaak/ gewoonten van de patiënt. Probeer in te spelen op de voorkeur van de patiënt voor het tijdstip van de warme maaltijd.

28 Specifieke adviezen voor de thuiszorg  M.b.t. tafelaankleding: Tafel dekken, extra glas met water voor inname medicatie. Bij een patiënt in rolstoel: op een dienblad dekken met servet.

29 (Vervolg specifieke adviezen voor de thuiszorg)  M.b.t. de maaltijden: Broodmaaltijden aan tafel bij de cliënt klaar maken. Potje thee of koffie zetten. Warme maaltijden: –controle temperatuur –uitserveren op een bord –niet te grote porties Extra drinken aanbieden bij de maaltijden.

30 (Vervolg specifieke adviezen voor de thuiszorg)  M.b.t. hulpverleners: Rekening houden met de tijd van opstaan van de patiënt voor ontbijt. In overleg met de cliënt voor of na de verzorging ontbijt aanbieden. Patiënt voldoende tijd geven voor de maaltijden. Resten van de maaltijden verwijderen. Voldoende drinken klaarzetten voor de patiënt als je weggaat. Observeren van intake en zo nodig middels notities in zorgdossier en /of intakelijst, maaltijden en vocht bijhouden.

31 Overige aandachtspunten Het gebruik van een intakeformulier wordt aangeraden. Het bevat vragen rondom de eet- en drinkgewoontes van de patient, welke van nuttige informatie kunnen zijn.

32 (Vervolg overige aandachtspunten) Eventueel lunchtijden van het verplegend personeel aanpassen om meer hulp te kunnen bieden bij de gezamenlijke maaltijd van patiënten. Het delen van medicatie gebeurt nu vaak tijdens de maaltijd. De voorkeur gaat ernaar uit deze tijdstippen te veranderen naar net voor of juist net na de maaltijd.

33 Meten op ambiance

34 Medische drink- en sondevoeding

35 Toepassing medische drink- en sondevoeding Uit diëtistisch onderzoek is komen vast te staan dat de patiënt niet uit kan komen met gewone voeding of dieetproducten en besloten wordt in overleg met de patiënt en behandelend arts (eventueel protocollair geregeld) over te gaan op drink- of sondevoeding.

36 Criteria m.b.t. medische drink- & sondevoeding M.b.t. aanvullende drink- of sondevoeding: →Calorisch passend binnen de doelstelling van het dieet: gewichtsstabilisatie c.q. gewichtstoename, waarbij de gewone intake meegenomen moet worden. →Eiwitbehoefte dekkend voor persoonlijke behoefte, waarbij ook de eiwit- intake van de gewone voeding meegenomen moet worden. →Volwaardig m.b.t. vitaminen en mineralen, waarbij ook de hoeveelheid vitamine en mineralen uit de gewone voeding van belang zijn. →Indien geen contra- indicatie aanwezig is, dan gaat de voorkeur uit naar een vezelverrijkte drink- of sondevoeding, mits gewone voeding hieraan niet volwaardig is. →Voor zover mogelijk aansluitend bij de wensen en voorkeuren van de cliënt/patiënt en mogelijkheden binnen instelling.

37 ( Vervolg criteria m.b.t. medische drink- & sondevoeding ) M.b.t. volledige drink- of sondevoeding: →Calorisch passend binnen de doelstelling van het dieet: gewichtsstabilisatie c.q. gewichtstoename. →Eiwitbehoefte dekkend voor persoonlijke behoefte. →Volwaardig m.b.t. vitaminen en mineralen. →Indien geen contra- indicatie aanwezig is, dan gaat de voorkeur uit naar een vezelverrijkte drink- of sondevoeding. →Voor zover mogelijk aansluitend bij de wensen en voorkeuren van de cliënt en mogelijkheden binnen instelling.

38 Toepassing van drink- & sondevoeding Algemene regels: →Energieverrijkt is 40 kcal per kg lichaamsgewicht. →Eiwitverrijkt is 1,5 gr per kg lichaamsgewicht. →Indien na 3 weken behandelen met aanvullende drink- voeding geen resultaat aanwezig is, moet de behandeling worden aangepast. →Wanneer er minder dan 50 % inname mogelijk is dient men over te gaan op sondevoeding.

39 (Vervolg Toepassing van drink- & sondevoeding ) Overige aandachtspunten: →Voedingssupplementen zijn vrij verkrijgbaar; Extra aandacht is nodig voor de totale inname van voedingsstoffen waarbij de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid niet wordt overschreden. →Aanvullende voedingen bevatten vaak bepaalde voedingsstoffen in grotere hoeveelheden, bijv. energie of eiwit en kunnen de normale voeding niet vervangen.

40 Drinkvoedingen Polymere drinkvoedingen bevatten eiwitten, vetten en koolhydraten in hoogmoleculaire vorm en moeten in het maag-darmkanaal verteerd worden. Volledige drinkvoeding bevat alle voedingsstoffen die een mens nodig heeft. In een bepaalde hoeveelheid kan deze voeding de normale voeding volledig vervangen. (Bij 5 tot 7 flesjes, pakjes of blikjes.) In de praktijk wordt volledige drinkvoeding vaak ter aanvulling op de normale voeding gebruikt.

41 (Vervolg drinkvoedingen) De drinkvoedingen zijn verkrijgbaar op basis van melk, yoghurt en vruchtensap. Er zijn drinkvoedingen met en zonder voedingsvezels. Indien er geen contra-indicatie is gaat de voorkeur gaat uit naar een drinkvoeding met voedingsvezel en hoogcalorisch, minimaal 1,5 kcal per ml of 2 kcal per ml. Naast de polymere drinkvoeding is ook aanvullende polymere drinkvoeding verkrijgbaar. Deze drinkvoeding bevat van bepaalde voedingsstoffen een grotere hoeveelheid en is bedoeld voor patiënten met een bepaalde ziekte of indicatie. Voorbeelden hiervan zijn decubitus, chronische longziekten en kanker.

42 Keuze van de drinkvoeding Keuze is afhankelijk van: → De ziekte of indicatie en daarmee samenhangend de voedingsbehoefte. → De smaakvoorkeur van de cliënt. → De verdraagzaamheid van de voeding door de cliënt. → Overige intake van de cliënt. → Het budget wat voorhanden is. Voor de instellingen komt hierbij dat de drinkvoeding moet passen binnen het assortiment waarvoor de instelling gekozen heeft.

43 Sondevoedingen Sondevoeding is een vloeibare volledige voeding die de nodige energie en voedingsstoffen bevat en per sonde of voedingsfistel (stoma) rechtstreeks in de maag of dunne darm wordt toegediend. Sondevoeding kan voeding per os volledig vervangen of dienen als aanvulling op de dagelijkse inname. Er zijn polymere, oligomere en monomere sondevoedingen.

44 De indicaties voor vergoeding van drink- en/of sondevoeding zijn: →Verzekerde kan niet uitkomen met aangepaste normale voeding →en verzekerde kan niet uitkomen met andere producten van bijzondere voeding. →Verzekerde lijdt aan: →Verzekerde is aangewezen op een polymeer, oligomeer, monomeer of modulair dieetpreparaat. Richtlijn voor vergoeding van medische drink- en sondevoeding - Resorptiestoornis of - Stofwisselingsstoornis of - Voedselallergie of - Een via gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde ziektegerelateerde ondervoeding of risico daarop.

45 Verstrekking van drink- en sondevoeding Drink- en sondevoeding kunnen verstrekt worden via apotheek of facilitair bedrijf. Voordelen facilitair bedrijf: →Patiënt kan drinkvoedingen van alle aanbieders gebruiken mits deze passen binnen het voorgeschreven pakket. →Alle binnen het pakket vallende drinkvoeding kunnen besteld worden in de door de patiënt gewenste hoeveelheden. →Goedkoper voor zorgverzekeraar.

46 ( Vervolg voordelen facilitair bedrijf) → Voor 14 uur besteld wordt de volgende dag thuis bezorgd. → Bij sondevoeding: uitleg door verpleegkundige en 24-uurs ondersteuning bij verpleegtechnische vragen/problemen. → Geen nieuwe aanvraag + nieuw recept nodig bij wijziging voeding. → Geen apart receptbriefje nodig zoals bij aanvraag via apotheek.

47 Knelpunten bij inzet van drink- en sondevoeding

48 (Knelpunten bij inzet van drink- en sondevoeding)

49 Overdracht rondom voeding

50 Procedure rondom de overdracht De instelling waar de patiënt zich op dat moment bevindt, is verantwoordelijk voor de overdracht naar de volgende ketenpartner. Bij ontslag of overname dient men telefonisch contact op te nemen met de betrokken verzorgende/verpleegkundige/ diëtist/specialist binnen de instelling waar de patiënt op dat moment is opgenomen. Het overdrachtsformulier Voeding dient binnen 3 werkdagen verstuurd te zijn naar de desbetreffende persoon binnen de instelling.

51 ( Vervolg procedure rondom de overdracht) Bij ontslag uit het ziekenhuis dient de diëtist in samenwerking met de verpleegkundige middels het overdrachtsformulier een overdracht te verzorgen naar de instelling waar de patiënt verblijft of in zorg genomen is. Indien de patiënt terug gaat naar huis of verblijft in een verzorgingshuis zal tevens de huisarts op de hoogte gesteld moeten worden m.b.v. het overdrachtsformulier.

52 Stroomschema overdracht

53 Overdrachtsformulier Analoog formulier beschikbaar

54 Taken en werkzaamheden van betrokken professionals

55 Inhoud:  Stroomdiagram signalering/screening  Specifieke taken en werkzaamheden van betrokken professionals: Arts Verpleegkundige & verzorgende Voedingsassistent Diëtist Logopedist Ergotherapeut Taken en werkzaamheden van betrokken professionals

56 Stroomschema signalering/screening

57 Taken en werkzaamheden van de arts De specialist c.q. huisarts schakelt de diëtist in bij de behandeling van matig en ernstig ondervoede patiënten. Verder rapporteert hij/zij de slechte voedingstoestand aan de medebehandelaars.

58 Taken en werkzaamheden van de V & V Het is de taak van de verpleegkundige/verzorgende om informatie in te winnen over de voedingstoestand van de client m.b.v. de intake vragenlijst en het SNAQ-protocol. De verpleegkundige/verzorgende schakelt de voedingsassistent in bij patiënten met matige en ernstige ondervoeding en geeft aan de arts door welke patiënten ernstig ondervoed zijn. Bij deze laatste groep dient de diëtist in consult te worden geroepen. Gedurende de opname volgt de verpleegkundige de voedings- inname en het gewichtsbeloop.

59 (Vervolg taken en werkzaamheden V & V) In de thuissituatie heeft de verzorgende de taak contact op te nemen met de huisarts en door te geven wanneer de cliënt matig of ernstig ondervoed is, zodat de diëtist kan worden ingeschakeld. Verder stimuleert en motiveert ze de cliënt om te eten en volgt ze de intake van de voedingsinname van de ondervoede cliënt. Aan de hand van het gewichtsverloop wordt bekeken of de intake voldoende is. Bij twijfel over de intake wordt contact opgenomen met de diëtist.

60 Taken en werkzaamheden van de voedingsassistent De voedingsassistent verstrekt tussenmaaltijden aan de matig en ernstig ondervoede patiënten en geeft aan de keuken door wie er in aanmerking komen voor verrijkte hoofdmaaltijden. Verder stimuleert en motiveert de voedingsassistent patiënten om te eten en volgt de intake van de voedingsinname van de ondervoede patiënten. De voedingsassistent geeft aan de verpleegkundige of aan de diëtist door, indien deze in mede behandeling is, wanneer de voedingsinname beduidend minder is dan wordt aangeboden.

61 Taken en werkzaamheden van de diëtist De diëtist objectiveert (het verloop van) de voedingstoestand (diagnose ondervoeding), optimaliseert de voedingsinname gedurende het verblijf in ziekenhuis of verpleeg-/ verzorgingshuis en geeft eventueel adviezen aan de patiënt voor de periode na opname. In de thuissituatie geeft de diëtist adviezen aan de patiënt ter verbetering van de voedingsinname en rapporteert hierover naar de huisarts.

62 Werkwijze van de diëtist Onderstaand puntsgewijs de werkwijze van de diëtist: De diëtist neemt het ingevulde SNAQ formulier in ontvangst. De diëtist neemt een sociale anamnese af. De diëtist neemt een voedingsanamnese af. De diëtist stelt een diëtistische diagnose. De diëtist stelt dieetbehandeling op. Wanneer de patiënt drinkvoeding nodig heeft, dan kan dit bij een geldige indicatie aangevraagd worden bij de zorgverzekeraar.

63 (Vervolg werkwijze van de diëtist ) De diëtist weegt in poliklinische situatie de patiënt/cliënt en meet de lengte indien deze nog niet bekend is. De diëtist registreert volgens POR en handelt conform de dieetbehandelingsrichtlijn Elsevier.  De diëtist wordt middels verwijzing door de arts ingeschakeld.

64 Taken en werkzaamheden van de Logopedist De logopedist stelt op basis van het logopedisch onderzoek, de gegevens van de arts en de observaties van de verpleegkundige vast of er kauw- en slikstoornissen zijn, in welke ernst, en welke factoren hierop van invloed zijn. De logopedist adviseert over de veiligheid van het slikken; → adviseert of oraal voeden veilig is of niet. → adviseert welke voedingsconsistenties de voorkeur verdienen. → geeft informatie over goed en veilig slikken en over de werking/functie van eventuele neussonde/ tracheacanule.

65 (Vervolg logopedist) De logopedist biedt training van de mondmotoriek, tonusregulatietherapie, sliktechnieken en oefening van de slikfunctie. Gezamenlijk met andere disciplines (ergotherapeut, fysiotherapeut, verpleegkundige) stelt de logopedist vast wat de best haalbare voedingswijze en houding is. De logopedist doet verslag aan de arts en de verpleegkundige.  De logopedist wordt middels verwijzing door de arts ingeschakeld.

66 Taken en werkzaamheden van de Ergotherapeut De ergotherapeut observeert en analyseert de zelfstandigheid en functionele mogelijkheden van de patiënt, gericht op het eten en drinken. De ergotherapeut adviseert m.b.t. benaderingswijze, uitgangshouding en/of het inzetten van hulpmiddelen, bijv. aangepast bestek, aangepaste drinkbeker en/of anti- slipmateriaal. De ergotherapeut traint de gekozen benaderingswijze, uitgangshouding en/of te gebruiken hulpmiddelen.

67 (Vervolg ergotherapeut) De ergotherapeut biedt training van de arm/handfunctie, gericht op coördinatie en spierkracht, benodigd om bestek en drinkgerei functioneel te kunnen hanteren. De ergotherapeut instrueert hulpverleners, familie en /of mantelzorgers. De ergotherapeut doet verslag aan de verpleegkundige, voedingsassistent en arts.  De ergotherapeut wordt middels verwijzing door de arts ingeschakeld.

68 Implementatie van het voedingsbeleid

69 Inhoud:  Flyer preventie- en screeningprotocol  Toolkit  Voorlichtingsfolders  Scholingsprogramma´s in de regio  Te nemen stappen bij de implementatie

70 Flyer preventie en screening protocol

71 ( Vervolg flyer)

72

73 Toolkit Eten & Drinken

74 Voorlichtingsfolder

75 Raamwerk scholing

76 Scholingsprogramma’s in de regio

77 (Vervolg scholingsprogramma’s)

78 10 vragen m.b.t. implementatie 1. Waarom moeten we met deze protocollen aan de slag? 2. Hoe krijgen we de directie mee? 3. Hoe maken we tijd vrij om het beleid in te voeren? 4. Hoe zorgen we ervoor dat we niet uitlopen in tijd? 5. Wie moeten we informeren? 6. Hoe zorgen we ervoor dat de bijeenkomst gestructureerd verloopt? 7. Hoe krijgen we de mensen aan de gang? 8. Hoe voorkomen we dat de inhoud steeds weer ter discussie wordt gesteld? 9. Ze doen niet wat we zeggen; Hoe gaan we om met weerstand ? 10. Hoe zorgen we ervoor dat we de veranderingen vasthouden?

79 Implementatie van het protocol Om het regionale protocol in de instellingen te implementeren dienen de instellingen aan de volgende voorwaarden tegemoet te komen: →Omzetten/omschakelen van het huidige protocol binnen de instelling naar het regionale protocol. →Investeren in bijscholing/voorlichting aan de zorgverleners over het gebruik van het regionale protocol. →Financiële investering voor aangepaste screeningslijsten die gebruikt worden in het regionale protocol. →Afhankelijk van de instelling: het protocol en de screeningslijst standaard opnemen in het zorgdossier/status van de client.

80 (Vervolg implementatie van het protocol ) →Op instellings-/organisatieniveau opstellen van een procedure waarin de volgende actiepunten worden opgenomen:  Binnen welke termijn dient screening te worden afgenomen?  Welke stappen dienen te worden ondernomen voor verwijzing naar de diëtist?  Waar worden de afspraken ondervoeding in het zorgplan/status beschreven?  Wie is verantwoordelijk voor het op de hoogte stellen van de huisarts m.b.t. de verkregen informatie van de cliënt aan de hand van de intake vragenlijst?

81 Aanbevelingen voor het gebruik van de productpresentatie

82 Aanbevelingen Deze productpresentatie is breed inzetbaar en is niet specifiek afgestemd op individuele instellingen. Deze productpresentatie kan door iedere instelling aan de eigen organisatie en werkwijzen worden aangepast. In dit document staat de patiënt centraal. Hiervoor kan uiteraard ook de cliënt of bewoner worden benoemd. Presenteer de productpresentatie aan groepen professionals met een vergelijkbare achtergrond c.q. expertise. Stem het accent van de presentatie af op de behoefte van de groep; inventariseer dit op voorhand.

83 (Vervolg aanbevelingen) Gebruik ter verduidelijking van de presentatie praktijkvoorbeelden. Vergeet niet dat zaken die helder en vanzelfsprekend lijken, voor anderen nog relatief onbekend kunnen zijn! Vraag aan de disciplines die in de eigen instelling werkzaam zijn om een toelichting te verzorgen van hun werkzaamheden. Maak daarbij gebruik van het hoofdstuk taken en verantwoordelijkheden van betrokken professionals. Betrek je publiek bij de presentatie, zorg voor interactie. Maak gebruik van voor de groep herkenbare casuïstiek. Eventueel kan deze worden besproken in subgroepen.

84 Laat het materiaal dat in de presentatie wordt genoemd ook daadwerkelijk zien. Denk hierbij aan de flyer, de voorlichtingsfolder die in de eigen instelling wordt gebruikt en het overdrachtsformulier. Verstrek hand-outs van de presentatie. Relevante aantekeningen kunnen hierbij worden gemaakt door de toehoorders, terwijl een ieder een duidelijk overzicht heeft van hetgeen is verteld. Op deze wijze beklijft hetgeen is gepresenteerd beter! Voor vragen c.q. aan- of opmerkingen m.b.t. de inhoud of het gebruik van deze productpresentatie kan contact opgenomen worden met de Annevillegroep. Ook kunt u de website van de Annevillegroep raadplegen: (Vervolg aanbevelingen)


Download ppt "Eten & Drinken Een project onder de vlag van de Annevillegroep MdH-V maart 2009."

Verwante presentaties


Ads door Google