De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Dementie in de Huisartspraktijk Peter Willems. Opzet praatje 1. Epidemiologie en Definitie 2. Tijdige signalering 3. Diagnostiek en typen dementie 4.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Dementie in de Huisartspraktijk Peter Willems. Opzet praatje 1. Epidemiologie en Definitie 2. Tijdige signalering 3. Diagnostiek en typen dementie 4."— Transcript van de presentatie:

1 Dementie in de Huisartspraktijk Peter Willems

2 Opzet praatje 1. Epidemiologie en Definitie 2. Tijdige signalering 3. Diagnostiek en typen dementie 4. Verwijsmogelijkheden 6. Behandeling 7. Boodschappen 8 Literatuur

3 De grijze golf: een bedreiging?

4

5 Prognose aantal mensen met dementie in Nederland, plus procentuele stijging ten opzichte van Nederland (+27%) (+117%) Noord Brabant (+38%) (+135%) Breda (+18%) (+76%) Etten Leur (+44%) (+148%) Oosterhout (+44%) (+154%)

6 Aantal dementerenden per praktijk Hoe groot is het aantal dementerenden in een gemiddelde huisartsenpraktijk? • Rond de 20 • Rond de 40 • Rond de 80

7 Aantal dementen Prevalentie is 1,7%= ongeveer 40 per normpraktijk Incidentie = 2 tot 5 per jaar per normpraktijk 2/3 van het aantal dementerenden woont zelfstandig Van alle thuiswonende dementerenden is ongeveer 50% niet bij de huisarts bekend

8 Oorzaken onderdiagnostiek  Patiënt factoren: het hoort bij de leeftijd, ontkenning, verbloemen van symptomen  Mantelzorgers: nemen onbewust taken over waardoor functioneren wordt overschat  Huisarts factoren: onvoldoende tijd, kennis, hulpmiddelen, gevoel van therapeutisch nihilisme, moeite om diagnose te vertellen

9 Risicofactoren Dementie  Leeftijd  Cardiovasculaire risicofactoren  Ziekte van Parkinson bij 50 tot 75% ontstaat dementie  Genetische factoren  Minder duidelijke factoren : depressie, schildklierfunctiestoornis, vit B12 deficiëntie, alcohol en oestrogeen gebruik

10 Leeftijd Kans dat iemand in zijn leven dementie krijgt is 20% Prevalentie mannen is nagenoeg gelijk aan vrouwen. Wel is aantal vrouwen met dementie groter >65 jaar 10 % dement >80 jaar 20% dement >90 jaar 40% dement

11 Cardiovasculaire risicofactoren  Meer kans op dementie bij atherosclerose, hypertensie, roken, dyslipidemie, hyperhomocysteinemie, obesitas, gebrek aan beweging en Diabetes Mellitus  Dementie geassocieerd met subcorticale witte stofafwijkingen op een MRI, lacunaire infarcten en/of microvasculaire bloedingen

12 Genetische Factoren  AD voor 65 ste jaar: in 60% familiair Hiervan in 8% stapeling van amyloid beta t.g.v. 3 genen o.a. het APP gen op chromosoom 21 (Down)  AD na 65 ste jaar : minder duidelijk erfelijk combinatie van omgevings- en erfelijke factoren  VAD zelden erfelijk  FTD in 20% autosomaal dominant, in 38% ook bij eerstegraads familielid

13 Genetische Factoren Dus:  Dementie voor het 65 ste jaar: grote kans op erfelijkheid  Na het 65 ste jaar slechts licht verhoogde kans op dementie

14 Dementie DSM IV-criteria • Geheugenstoornis • En een of meer andere cognitieve stoornissen - afasie (taalstoornis) - apraxie (klungelen) - agnosie (herkennen) - uitvoerende functies (plannen, organiseren) • En negatieve invloed op het dagelijks functioneren, werk, sociale activiteiten en relaties • En geen delier

15 De hersengebieden en hun functies Planning Probleem oplossen Aandacht Gedrag Spraakvorming Reuk Geheugen Leren Fijne beweging Willekeurige beweging Gevoel Taalbegrip Gezichtsvermogen Evenwicht Coordinatie

16 De Hippocampus als het centrale schakelbord Hippocampus

17 Reproduced with permission from Feldman and Gracon, Verloop van de ziekte van Alzheimer (AD) Tijd (jaren) Eerste symptomen Diagnose Verlies van onafhankelijkheid Gedragsproblemen Opname verpleeghuis Overlijden Mini-Mental State Examination (MMSE) Vroege diagnoseMild tot gemiddeld Ernstig Kenmerkend voor klinisch verloop van AD: 8–10 jaar van diagnose tot overlijden

18 Screenen op Dementie?  Helft van dementerenden niet bekend bij de huisarts  Maar…… Screening heeft geen zin  Want voorkomen dementie niet mogelijk. Wel uitstel hersendegeneratie door lifestyle-interventie: hoge RR behandelen? En fysieke activiteit

19 Vroegsignalering: doen?..Normaal………. …………MCI…………….. ………..Dementie …….

20 Vroegsignalering : de winst van het weten • Schok, maar opluchting • Patiënt optimaal behandelen • Voorlichting • Begeleiding • Crisissituatie voor zijn • Beslissing over testament, euthanasie, mentorschap • Beoordeling rijvaardigheid

21 Vroeg signalering: doen of niet? Advies: Ogen en Oren goed openhouden Tijdige signalering bij klachten Nagaan of er een hulpvraag is bij patiënt of familie: dan verder onderzoek Indien nee goede registratie en vervolgen

22 Vroegsignalering Bij welke signalen denk je aan dementie? Dat gezicht ken ik maar die naam ben ik vergeten

23 Vroege signalen: vaak via naasten  Geheugenklachten  Loopstoornissen  Gewichtsverlies, verwaarlozing  Initiatief en interesseverlies  Relatieproblemen, gedragsstoornissen  Delier of verwardheid bij ziekenhuisopname Niet pluis gevoel: OLD en de IQCODE-N

24 OLD= observatielijst vroege symptomen van dementie >75jr Score 0=Geen dementie 1-3 Twijfelgeval, herhalen over 6 mnd >3 Aanwijzingen beginnende dementie, verder onderzoek

25 IQCODE=Informant questionnaire on cognitive decline in elderly Door naaste in te vullen -extra-materiaal.html

26 Kunnen huisartsen zelf diagnose stellen? Diagnose dementie op grond van NHG- standaard redelijk valide te stellen (Van Hout, ‘99) Diagnose bij de groep met MMSE tussen wordt in 50% niet gesteld, mn bij ouderen patienten (Perry, ’08)

27 Diagnostiek: door huisarts en POH  Anamnese, heteroanamnese - Geheugenklachten - Cognitieve stoornissen: afasie, apraxie, agnosie, uitvoerende functies - Hulpbehoevend bij IADL

28 Diagnostiek Sluit achteruitgang uit door een:  Delier  Depressie  Andere psychiatrische aandoening  Subduraal haematoom  Bijwerkingen medicatie

29 Diagnostiek: onderzoek en laboratorium Algemeen lichamelijk onderzoek Neurologisch onderzoek: - Looppatroon, - Reflexverschillen - Paresen - Oogbeweging en gezichtsvelden - Parkinsonisme (traag bewegen, rigiditeit, rusttremor en houdingsinstabiliteit Laboratorium

30 MMSE Maximaal 30 punten Score < 24 duidt op cognitieve stoornis Afkappunt is afhankelijk van opleidingsniveau: VMBO<25 MBO<26 HBO of VWO <27 Niet sensitief, lichte stoornissen worden gemist Geschikt om verloop in de tijd te bepalen MMSE sensitiviteit 80%, specificiteit 86%

31 Kloktekenen Teken de wijzerplaat van een klok, zet de cijfers op de goede plaats, zet de wijzers op 10 min. over 11. Test visuospatiële functie = ruimtelijk inzicht Bij een goede kloktekening is de kans op dementie erg klein Klok:sensitiviteit %, specificiteit 47-97%

32 IADL : Lawton index  Test onderdelen van het dagelijks functioneren: - telefoneren - koken - vervoer - boodschappen doen - huishouden - was - medicatie beheer - Financiën - Diagnostisch en voor vervolgen beloop

33 Diagnostiek Evaluatie Als huisarts stel je de diagnose dementie bij: 1. Stoornissen in het geheugen en 2. Een of meer andere cognitieve stoornissen en 3 Een verminderd sociaal of dagelijks functioneren Alleen 1 en 2: MCI= mild cognitive impairment lichte cognitieve stoornissen

34 De verschillende vormen van Dementie • Alzheimer AD 40-60% • Vasculaire dementie VAD 15% • Mengbeelden : AD/VAD en VAD/AD 10-15% • Fronto temporaal dementie FTD <5% • Lewy body dementie, LBD, Parkinson PD 10% • Zeldzame vormen: Huntington, NPH, Jacob Creutzfeld <1%

35 Ziekte van Alzheimer AD  Geleidelijk progressieve geheugenstoornis en een of meer andere cognitieve functies  Normaal bewustzijn  Begin tussen 40 en 90, meestal na 65e jaar  Geen algemeen lichamelijke of neurologische ziekten die dit kunnen veroorzaken  Stoornis in dagelijkse activiteiten en gedragsveranderingen

36 Normaal Lichte dementie Hippocampus

37 Normaal AD

38 Vasculaire Dementie VAD  Geheugenstoornissen en een of meer andere cognitieve stoornissen  Plots begin of schoksgewijze verslechtering  Traagheid, initiatiefverlies  Focale neurologische symptomen (vasculaire schade)  Stoornissen in dagelijks leven niet t.g.v. CVA  Wisselend beloop  Vasculaire laesies CT / MRI

39

40 Lewy Body Dementie LBD ● Progressieve cognitieve stoornissen met sociaal disfunctioneren ● Geheugenstoornissen spelen aanvankelijk geen grote rol ● Fluctuerend niveau cognitief functioneren met variaties in aandacht en alertheid ● Recidiverend visuele hallucinaties  Parkinsonisme niet t.g.v medicatie

41 Parkinson Dementie PD  Vaak pas na jaren Parkinson  Progressieve geheugenstoornissen en een of meer andere cognitieve stoornissen  Vooral uitvoerende functies: plannen, organiseren, probleem oplossen  Passiviteit  Aandachtsstoornissen

42 Frontotemporale Dementie FTD  Begint op jongere leeftijd  Progressieve karakter- en gedragsveranderingen: ontremming  Frontale functiestoornissen: plannen, organiseren  Geheugenfuncties lang intact

43 FTD

44 De verschillende dementieen

45 OEFENING TYPEN DEMENTIE  Casus 1.  Man 76 jaar, diabetes, hypertensie  Cognitieve stoornissen sinds ca 2 jr, toenemend in ernst: geheugenproblemen en moeite met plannen  Periodes redelijk stabiel, dan weer verslechtering  Traag  Stemming licht depressief  Komt weinig meer onder de mensen  Casus 2.  Vrouw 62 jaar  Werkzaam als lerares Engels  Problemen op het werk, ruzies  Echtgenoot beschrijft verandering van muziekvoorkeur (klassiek -> marsmuziek)  Geheugen lijkt intakt  Stemming wisselt   Casus 3.  Vrouw 82 jaar  Verminderde interesse, zit veel op de bank  Vergeetachtig sinds 2-3 jaar  Functioneert minder mn tav IADL  Geen stemmingsstoornis  Geen bijzonderheden in de VG   Casus 4.  Man 72 jaar  Algehele achteruitgang, geestelijk en lichamelijk  Als zijn dochter er is gaat het redelijk, bij ander bezoek wordt hij onrustig  Loopt moeilijker: stijf, kleine pasjes  Vergeetachtig, angstig, ziet mensen in de kamer 

46 OEFENING TYPEN DEMENTIE  Casus 1.  Man 76 jaar, diabetes, hypertensie  Cognitieve stoornissen sinds ca 2 jr, toenemend in ernst: geheugenproblemen en moeite met plannen  Periodes redelijk stabiel, dan weer verslechtering  Traag  Stemming licht depressief  Komt weinig meer onder de mensen VAD  Casus 2.  Vrouw 62 jaar  Werkzaam als lerares Engels  Problemen op het werk, ruzies  Echtgenoot beschrijft verandering van muziekvoorkeur (klassiek -> marsmuziek)  Geheugen lijkt intakt  Stemming wisselt   Casus 3.  Vrouw 82 jaar  Verminderde interesse, zit veel op de bank  Vergeetachtig sinds 2-3 jaar  Functioneert minder mn tav IADL  Geen stemmingsstoornis  Geen bijzonderheden in de VG   Casus 4.  Man 72 jaar  Algehele achteruitgang, geestelijk en lichamelijk  Als zijn dochter er is gaat het redelijk, bij ander bezoek wordt hij onrustig  Loopt moeilijker: stijf, kleine pasjes  Vergeetachtig, angstig, ziet mensen in de kamer 

47 OEFENING TYPEN DEMENTIE  Casus 1.  Man 76 jaar, diabetes, hypertensie  Cognitieve stoornissen sinds ca 2 jr, toenemend in ernst: geheugenproblemen en moeite met plannen  Periodes redelijk stabiel, dan weer verslechtering  Traag  Stemming licht depressief  Komt weinig meer onder de mensen VAD  Casus 2.  Vrouw 62 jaar  Werkzaam als lerares Engels  Problemen op het werk, ruzies  Echtgenoot beschrijft verandering van muziekvoorkeur (klassiek -> marsmuziek)  Geheugen lijkt intakt  Stemming wisselt FTD   Casus 3.  Vrouw 82 jaar  Verminderde interesse, zit veel op de bank  Vergeetachtig sinds 2-3 jaar  Functioneert minder mn tav IADL  Geen stemmingsstoornis  Geen bijzonderheden in de VG   Casus 4.  Man 72 jaar  Algehele achteruitgang, geestelijk en lichamelijk  Als zijn dochter er is gaat het redelijk, bij ander bezoek wordt hij onrustig  Loopt moeilijker: stijf, kleine pasjes  Vergeetachtig, angstig, ziet mensen in de kamer 

48 OEFENING TYPEN DEMENTIE  Casus 1.  Man 76 jaar, diabetes, hypertensie  Cognitieve stoornissen sinds ca 2 jr, toenemend in ernst: geheugenproblemen en moeite met plannen  Periodes redelijk stabiel, dan weer verslechtering  Traag  Stemming licht depressief  Komt weinig meer onder de mensen VAD  Casus 2.  Vrouw 62 jaar  Werkzaam als lerares Engels  Problemen op het werk, ruzies  Echtgenoot beschrijft verandering van muziekvoorkeur (klassiek -> marsmuziek)  Geheugen lijkt intakt  Stemming wisselt FTD   Casus 3.  Vrouw 82 jaar  Verminderde interesse, zit veel op de bank  Vergeetachtig sinds 2-3 jaar  Functioneert minder mn tav IADL  Geen stemmingsstoornis  Geen bijzonderheden in de VG AD   Casus 4.  Man 72 jaar  Algehele achteruitgang, geestelijk en lichamelijk  Als zijn dochter er is gaat het redelijk, bij ander bezoek wordt hij onrustig  Loopt moeilijker: stijf, kleine pasjes  Vergeetachtig, angstig, ziet mensen in de kamer 

49 OEFENING TYPEN DEMENTIE  Casus 1.  Man 76 jaar, diabetes, hypertensie  Cognitieve stoornissen sinds ca 2 jr, toenemend in ernst: geheugenproblemen en moeite met plannen  Periodes redelijk stabiel, dan weer verslechtering  Traag  Stemming licht depressief  Komt weinig meer onder de mensen VAD  Casus 2.  Vrouw 62 jaar  Werkzaam als lerares Engels  Problemen op het werk, ruzies  Echtgenoot beschrijft verandering van muziekvoorkeur (klassiek -> marsmuziek)  Geheugen lijkt intakt  Stemming wisselt FTD   Casus 3.  Vrouw 82 jaar  Verminderde interesse, zit veel op de bank  Vergeetachtig sinds 2-3 jaar  Functioneert minder mn tav IADL  Geen stemmingsstoornis  Geen bijzonderheden in de VG AD   Casus 4.  Man 72 jaar  Algehele achteruitgang, geestelijk en lichamelijk  Als zijn dochter er is gaat het redelijk, bij ander bezoek wordt hij onrustig  Loopt moeilijker: stijf, kleine pasjes  Vergeetachtig, angstig, ziet mensen in de kamer LBD 

50 Verwijzen NHG 2012  Twijfel aan diagnose  Leeftijd < 65 jaar  Snelle progressie  Recent neurotrauma  maligniteit in anamnese  Recente urine-incontinentie en/of loopstoornissen  Nieuwe focale neurologische uitval  Vermoeden van FTD, PD en LBD

51 Verwijzen Naar wie verwijzen jullie bij vermoeden op dementie ?

52 Patient met cognitieve stoornis Voorkeur huisarts ja Betreffende voorkeur nee: 1 1. <65 jaar jaNee: 2 2. Snel progressief, vasculaire component, verdenking FTD, PD en LBD, neurotrauma, maligniteit in anamnese, loopstoornissem ja Neurologie geheugenpoli Nee: 3 3. Complexe comorbiditeit en/of polyfarmacie en/of reeds bekend bij geriater ja Geriatrie geheugenpoli Nee:4 4. Ernstige gedragsproblemen, psychiatrische comorbiditeit (alcoholisme, zorgmijders, psychose) ja GGZ (geheugenpoli ) Nee: 5 via NPO objectiveren cognitieve functiestootnis, beoordeling wilsbekwaamheid ja Specialist Ouderengeneeskunde SOG In GCB Thebe, Elisabeth, Volckaert, Avoord

53 Evaluatiegesprek Diagnose en prognose bespreken met - de mantelzorger? - de patiënt? Wat zijn de verwachtingen van patiënt en mantelzorger Zorgdiagnostiek m.b.t het steunsysteem

54 Begeleiding: Informatie - Omgangsadviezen - Mogelijkheden voor hulp en ondersteuning : geheugenwinkel lotgenotencontact (Alzheimercafe), inschakelen van hulp: thuiszorg, vrijwilligers, fysiotherapie, ergotherapie, GGZ begeleiding, dagbehandeling, zorgboerderij, lichamelijke activiteit (wandelgroep), muziek casemanager - Rijvaardigheid - Wilsverklaring/Wilsonbekwaamheid - Stichting Alzheimer Nederland: Informatie, Steun,oa. 24 uurs telefoon (gratis):

55 Cognitieve stoornissen en rijgeschiktheid

56  Bij zeer lichte dementie na NPO max 3 jr rijgeschikt  Bij lichte dementie na rijtest max 1 jr rijgeschikt  bij matige en ernstige dementie ongeschikt  Rijgeschiktheid wordt getoetst door Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).  Bij gevaarlijk rijgedrag is doorbreken van de zwijgplicht mogelijk en evt. bellen CBR aangewezen.

57 Medicamenteuze behandeling: NHG 2012  Behandeling cardiovasculaire risicofactoren geen invloed op beloop dementie. Bewegen wel zinvol  Bij patiënten met eerder een CVA / TIA wel secundaire medicamenteuze preventie  Gingko Biloba en Vitamine E afgeraden  Geen pleidooi voor Cholinesteraseremmers bij AD  Gedragsproblemen : Antipsychotica niet bij LBD/PD, wel evt. choline-esteraseremmers zie verder Verenso richtlijnen probleemgedrag

58 Controle HA / PO Huisarts verantwoordelijk voor de somatiek, de thuissituatie, en draagkracht mantelzorg, het vermijden nutteloze interventies, bespreken van advance care planning Dementie casemanger of POH kan situatie thuis volgen: beoordeelt draaglast / draagkracht, geeft ondersteuning, en schakelt tijdig andere hulpverleners in.

59 Take Home messages  Tijdige diagnostiek van Dementie heeft voordelen voor de patiënt, mantelzorger en de huisarts  De huisarts kan in veel gevallen zelf de diagnose Dementie stellen  Het inzetten van een casemanger bij dementie geeft een enorme ondersteuning van het thuissysteem  Bewegen is niet alleen voor dementerenden maar voor alle ouderen de beste preventieve interventie

60 Literatuur  NHG standaard Dementie 2012 (onder embargo)  CBO richtlijn Diagnostiek en medicamenteuze behandeling van dementie  NVVA handreiking Diagnostiek en dementie  LESA Dementie (huisartsen en wijkverpleegkundigen).  NHG standpunt Huisartsgeneeskunde voor ouderen 2007  NVVA beleidsplan  Verenso richtlijnen Probleemgedrag

61 Bewegen: niet zo….

62 Of zo…

63 Dit wordt al beter…


Download ppt "Dementie in de Huisartspraktijk Peter Willems. Opzet praatje 1. Epidemiologie en Definitie 2. Tijdige signalering 3. Diagnostiek en typen dementie 4."

Verwante presentaties


Ads door Google