De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ben jij een onderzoeker 2.0?

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ben jij een onderzoeker 2.0?"— Transcript van de presentatie:

1 Ben jij een onderzoeker 2.0?
03/04/2017 Ben jij een onderzoeker 2.0? Workshop over rol sociale media in onderzoek Voor onderzoekers IPOP Informational Governance 15 november 2012

2 03/04/2017 Onderdelen Presentatie rol social media in netwerksamenleving en betekenis voor governance (Irini Salverda, Alterra) Presentatie over hoe social media in onderzoek gebruikt kunnen worden (Marjolein Pijnappels, Alterra) Praktische sessie met social media expert Rijk Willemse (LaVerbe) Discussie mogelijkheden Informational Governance (Roel During, Alterra)

3 Informational governance en sociale media
03/04/2017 Informational governance en sociale media Als studie object Presentatie Irini Gevolgen en mogelijkheden voor eigen rol en werkwijze als onderzoeker Presentatie Marjolein, sessie Rijk en discussie Roel Met het concept ‘informational governance’ verwijst Mol (xxxx) naar het idee dat de productie en het gebruik van informatie door netwerkpartners in de netwerksamenleving leidt tot een fundamentele herstructurering van processen, instituten en governance-praktijken, die essentieel verschillen van conventionele governance-modellen. Conventionele governance is gebaseerd op geloof in informatiecontrole en overheidsmacht, terwijl informational governance gebaseerd is op het idee van transformatieve macht van vele actoren zonder een partij die de informatie(processen) controlereert. Informatieprocessen worden vormende en transformerende factoren in governance, in plaats van een conditie voor het formuleren en implementeren van beleid. Even kort door de bocht onderzoek je als onderzoeker Informational governance op de een of andere manier de rol van informatie in governance processen. Op het gebied van informatie, kennis en communicatie is momenteel veel aan het veranderen. Ons studie object is hoe veranderende informatiestromen van invloed zijn op veranderende rollen en invloed van netwerkpartijen in sturingsprocessen. Hierbij spelen sociale media als nieuwe informatie en communicatiekanalen een hele belangrijke rol. En anderzijds heeft deze ontwikkeling ook invloed op onze eigen rol als wetenschapper / onderzoeker in de samenleving. Aangezien door de nieuwe digitale informatie en communicatiemogelijkheden wetenschappelijke kennis lang niet meer de enige en onaantastbare kennis – en informatiebron is in sturingsprocessen en andere partijen met toegang tot kennis en informatie meer mogelijkheden invloed gaan uitoefenen, is het ook van belang dat wij als onderzoekers nadenken over onze eigen nieuwe andere rol in deze constellatie. En over welke mogelijkheden internet en sociale media bieden om bijvoorbeeld beter onderzoek te doen, of onderzoek dat meer afgestemd is op wensen in de samenleving, of onderzoek dat in samenwerking met andere partijen tot stand komt.

4 Informational governance en sociale media
03/04/2017 Informational governance en sociale media Presentatie Irini Salverda op basis van lopend KB onderzoek ‘Sociale media: nieuwe wegen voor sociale innovatie’

5 Netwerksamenleving 03/04/2017
We zijn allemaal bekend met grote maatschappelijke trends als globalisering, individualisering, emancipatie en mondigheid van de burger, digitalisering, informatisering, informalisering, horizontalisering, de-instiitutionalisering etc.. Onder invloed van onder andere deze trends is er volgens velen (Castells etc.) sprake van een complexe en horizontale en onvoorspelbare netwerksamenleving. Netwerksamenleving: De hedendaagse samenleving kenmerkt zich door maatschappelijke arrangementen die de vorm hebben van verbonden netwerken. Een samenleving als een rizoom (netwerk van netwerken), is een dynamisch geheel van personen en organisaties die allemaal met elkaar verbonden zijn in netwerken, De netwerken leveren de structuur voor een continue stroom van informatie. De creatie, verspreiding en manipulatie van informatiestromen vormen de basis voor onze huidige maatschappij.

6 Samenleving als rizoom
03/04/2017 Samenleving als rizoom Lima beschrijft dit als de overgang van een boom-paradigma naar een rizoom. Het boom-model staat voor een liniair model waarin alles hierarchisch is geordend en de takken elkaar niet raken of langs elkaar heen kruisen. In plaats hiervan stelt Lima voor over te stappen naar een rizoom-model, netwerk model of relationeel model dat niet meer uitgaat van het idee van vooruitgang, doelgerichtheid en een duidelijk overzichtelijke structuur, maar dat de onvoorspelbaarheid en spontane verbondenheid van het dagelijks leven in de netwerkmaatschappij meer recht doet. Kortom: een model dat het ‘natuurlijke’ oncontroleerbare karakter van een cultureel systeem meer in ogenschouw neemt.

7 Internet symbool van netwerksamenleving
03/04/2017 Internet symbool van netwerksamenleving Visualisatie van de verbindingen tussen internetgebruikers en het netwerk dat op die manier ontstaat

8 Netwerken via facebook
03/04/2017 Netwerken via facebook Twitter en facebook zijn de verpersoonlijking van het real-time web en many-to-many communicatie van en tussen mensen met gedeelde interesses en passies en een uitstekend luisterinstrument voor organisaties om te monitoren wat diensten, producten en merken doen

9 Sociale media: het sociale web
03/04/2017 Sociale media: het sociale web Verzameling hulpmiddelen op internet die bijdragen aan de vorming van sociale netwerken: Gebruikers kunnen content genereren Bestaande content kan worden aangepast Mogelijkheid voor interactie Iedereen kan in principe deelnemen en is gelijkwaardig Web 2.0 is de term om de ingrijpende veranderingen van het World Wide Web aan het einde van het vorige millennium te omschrijven. Het web was niet langer een top-down gecontroleerde informatiebron, waar gebruikers wel konden lezen, maar niets konden toevoegen (Web 1.0). Op een Web 2.0 website kunnen gebruikers niet alleen lezen, maar ook reageren, zelf inhoud genereren en met elkaar in contact komen. Het is lastig om het begrip ‘sociale media’ scherp te definiëren. Waar het om gaat, is dat er op het internet een verzameling van hulpmiddelen ontstaat die de nadruk leggen op interactie tussen gebruikers, het ontstaan van sociale netwerken. Daarom spreken we hier van het ‘ sociale web’. Dit in tegenstelling tot internetsites die alleen een boodschap uitzenden of dienst leveren. Voortbouwend op de definities van Frissen (2008) en van Berlo (2008), zien we de volgende kenmerken als meest vernieuwend en onderscheidend voor dat sociale web: Gebruikers genereren content. Bestaande content kan worden aangepast. Er is interactie, er ontstaan groepen of gemeenschappen. Iedereen kan in principe deelnemen. Door het gebruik van deze communicatiemiddelen ontstaan menselijke netwerken: die open, horizontaal en zelforganiserend en dynamisch zijn.

10 Sociale media platforms: web 2.0
03/04/2017 Sociale media platforms: web 2.0 Twitter (micro blogging) Facebook Hyves LinkedIn Foursquare Blogs You Tube Web 2.0 is de term om de ingrijpende veranderingen van het World Wide Web aan het einde van het vorige millennium te omschrijven. Het web was niet langer een top-down gecontroleerde informatiebron, waar gebruikers wel konden lezen, maar niets konden toevoegen (Web 1.0). Op een Web 2.0 website kunnen gebruikers niet alleen lezen, maar ook reageren, zelf inhoud genereren en met elkaar in contact komen. Twitter: op de tijdlijn van een twitter-account staan korte berichten die worden gedeeld met de volgers van dat account. Dit betreft bijvoorbeeld berichten over de eigen activiteiten, observaties, meningen et cetera. En het betreft de berichten die afkomstig van de accounts die het twitter-account volgt. Berichten kunnen verwijzingen bevatten naar foto’s, (artikelen op) websites en naar andere twitterberichten. Twitter wordt zowel door personen als door organisaties ingezet. Facebook: op de tijdlijn van een facebook-account staan berichten die gedeeld worden met de vrienden van dat account. Dit betreft veelal informatie over de eigen activiteiten, observaties en persoonlijke voorkeuren. En het betreft de berichten die afkomstig zijn van de vrienden van dat facebook-account. Berichten kunnen tekst, foto’s en filmpjes bevatten, uitnodigingen voor ‘events’ en verwijzingen naar websites en facebook-posts van anderen. Facebook wordt zowel door personen als door organisaties ingezet (organisaties gebruiken daarvoor zogenaamde facebook-pagina’s of -groups). Hyves: voorganger van Facebook, opgezet als Facebook. Voornamelijk voor jongeren, met post in een veelal zeer informele sfeer. LinkedIn: naast een tijdlijn waarop berichten van ‘connecties’ en de eigen berichten verschijnen, biedt linkedin-gebruikers voornamelijk de mogelijkheid om (veelal zakelijke) verbindingen aan te gaan met elkaar: gebruikers kunnen zichzelf en hun eigen netwerken met elkaar verbinden. In specifieke, thematische groepen zoeken linkedin-gebruikers elkaar op rond deze thema’s en stellen zij zaken en vragen aan de orde. Organisaties gebruiken LinkedIn voor profilering via een organisatie-pagina of -groep. Google+: het antwoord van Google op Facebook, met een toegevoegde functionaliteit om ‘kringen’ te vormen waarbinnen interacties zich kunnen afspelen. Facebook reageerde hierop met de zogenaamde ‘secret groups’, een besloten groep zoals LinkedIn die ook kent, waarin deelnemers na toelating kunnen meedoen. Foursquare: een toepassing met dezelfde structuur als Twitter, waarbij de locatie van de gebruiker centraal staat (‘ik ben nu hier’). Organisaties en bedrijven kunnen eigen locaties maken waarop gebruikers zich kunnen aanmelden en waarover ze kunnen rapporteren met korte berichten. Gebruikers kunnen elkaar ook gemakkelijk opzoeken als zij op de betreffende locatie zijn. Verder zijn er platforms die voornamelijk ingericht zijn om specifieke informatie te delen en te laten delen: foto’s (Flickr, Instagram, Picasa), filmpjes (Youtube, Vimeo), presentaties (Slideshare, Sliderocket), links (StumbleUpon, Symbaloo), afbeeldingen en tips die de eigen identiteit profileren (Pinterest, About.me). Alle gekoppeld aan de ‘gebruikelijke’ sociale media, om delen en conversatie over de betreffende posts te faciliteren. Op crowdsource-platforms als Wikipedia en blogs kunnen gebruikers kennis delen over specifieke onderwerpen, onder redactie van elkaar en van aangewezen beheerders van deze platforms.

11 03/04/2017 Elk social media platform heeft zijn eigen karakteristieke functie, doelgroep en vorm. De verschijningsvorm, functionaliteit en gebruikersgroepen van de sociale media zijn aan snelle ontwikkelingen onderhevig. Er lijken dagelijks nieuwe sociale media bij te komen. De basis blijft echter hetzelfde.

12 Kracht van internet en sociale media
03/04/2017 Kracht van internet en sociale media Versnellen verspreiding Vergroten bereik Vergemakkelijken toegang voor iedereen (laagdrempelig) Many tot many communicatie Groepen en conversatie Luisteren & delen is invloed Influencers / knooppunten invloedrijk Sociale media kunnen ondersteunend aan ontwikkelingen die al gaande zijn: • Ze versnellen de verspreiding van informatie, kennis en meningen. • Ze bieden een groot bereik. • Ze dragen bij aan gemakkelijke toegang tot informatie en kennis, in principe voor iedereen (in principe grenzeloos, gaat dwars door bestaande organisaties en structuren heen). Is ook laagdrempelig en met hele lage communicatie- en participatiekosten • Ze maken contacten en interacties tussen mensen makkelijker en gelijkwaardiger. Daarbij gaat het niet om eenrichtingsverkeer, maar om een conversatie die over en weer gaat. Rol influencers pm

13 Sociale media versterken bottom up invloed
03/04/2017 Sociale media versterken bottom up invloed Kennis delen is invloed uit oefenen Rol influencers: Nicholas Christakis laat zien dat sommige knopen in het netwerk een centrale plek hebben en dat andere knopen meer aan de rand van het netwerk zitten. Die centrale knopen hebben meer bereik en zijn voor het verspreiden van bijvoorbeeld een buzz van aanzienlijke waarde. Dit zijn de zogenaamde 'influencers' van of voor een community. Het is niet voor niets dat communitymanagement veelal de influencers opsporen en hen activeren als ambassadeurs.

14 Kracht van internet en sociale media
03/04/2017 Kracht van internet en sociale media ‘Here comes everybody: the power of organizing without organizations’ (Clay Shirky 2008) Rol sociale media: De lage opkomst bij de inenting tegen baarmoederhalskanker (Stop de prik!-hyves), de Arabische lente, de Londense voetbalrellen en de crisis mapping tijdens de aardbeving en tsunami in Japan (Ushahidi), het zijn recente voorbeelden die allemaal één ding gemeen hebben: ze laten zien hoe burgers met behulp van internet en sociale media steeds meer in staat zijn om hun mening te geven, kennis uit te wisselen, samen te werken en zich te organiseren. En dat op een schaal en met een dynamiek die groter is dan ooit tevoren. Er ontstaat een nieuwe fluïde laag onder de bestaande institutionele structuren in de samenleving, waarin groepen mensen op autonome en informele wijze en als “vertrouwde onbekenden” (tijdelijke) betrokkenheid rondom een onderwerp, situatie of probleem met elkaar delen en tot gezamenlijke actie en innovatie kunnen komen. Door communicatie via social media platforms ontstaan informele sociale netwerken waarin mensen op open en horizontale wijze informatie, kennis en opinies met elkaar delen. Dit leidt tot discussies, interacties en zelfs samenwerkingen tussen mensen en organisaties, zowel online als offline. Het biedt mogelijkheden voor zelforganisatie. Ted Talk van Clay Shirky over hoe internet en sociale media onze wijze van communiceren drastisch en fundamenteel verandert en daarmee de organisatie van onze samenleving. Organisatie, sturing en innovatie kan daarmee overal en door iedereen plaatsvinden. En de ted talk over de informele wijze van samenwerken en organiseren via internet in tegenstelling tot de formele institutionele manier van organiseren die we gewend zijn in onze samenleving en het publieke domein.

15 Voorbeelden van online informele netwerken
03/04/2017 Voorbeelden van online informele netwerken LinkedIn groep ONDER-TUSSEN Voorbeelden van online informele netwerken rondom een bepaald inhoudelijke thema die los van bestaande organisaties zijn ontstaan, die onderling informatie en kennis delen, mensen mobiliseren en proberen invloed uit te oefenen ten aanzien van hun maatschappelijke thema.

16 Voorbeeld: LinkedIn groep ONDER-TUSSEN
03/04/2017 Voorbeeld: LinkedIn groep ONDER-TUSSEN #blt020 ONDER-TUSSEN is een platform op LinkedIn voor het delen van kennis en praktijkervaring over tijdelijk gebruik van braakliggende terreinen. Dit informele netwerk van voornamelijk bezorgde burgers en professionals is ontstaan vanuit de gedeelde zorg over terreinen in Amsterdam en Zaanstad die jarenlang braak liggen en niet worden benut. Een groep Amsterdammers, deelden hun ideeën via de LinkedIn groep en maakten een informele inventarisatie van de braakliggende terreinen via Google maps en streetview. In de groep werd na verloop van tijd gepleit voor een interactieve online plattegrond met een overzicht van de braakliggende terreinen op basis van exacte en actuele gegevens van de overheid, die deze data daarvoor publiekelijk open en toegankelijk zou moeten maken. Grond- en planeigenaren wiens plannen tijdelijk waren uitgesteld, werden gevraagd om informatie en specificaties voor op een digitale kaart. Er was echter niet direct veel medewerking. Via de linkedin discussiegroep, een twitter campagne onder #blt020, andere media-activiteiten en het aanspreken van andere actieve netwerken van kunstenaars en rondom stadslandbouw etc., werd informeel aandacht en informatie voor de kaart gevraagd. Zo ontstond een informele digitale kaart met gegevens die wel beschikbaar waren. Zo ontstond een digitale kaart met gegevens die wél beschikbaar waren. Dat stimuleerde eigenaren (waaronder gemeentelijke diensten) om toch ook officiële (en daarmee vaak meer accurate en volledige) gegevens aan te leveren. Met de informele kaart kon namelijk aan de gemeente worden aangetoond dat een maatschappelijke beweging op gang was gebracht (maatschappelijke druk/draagvlak). Op 1 juli 2011 werd een digitale kaart in samenwerking met de Dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Amsterdam gelanceerd. Op deze kaart staan de locatie van en nadere informatie over braakliggende terreinen in Amsterdam, Diemen en Zaanstad. Mensen kunnen selecteren op gebieden die per direct of op termijn beschikbaar zijn, of bekijken welke terreinen al een (tijdelijke) bestemming hebben gekregen. Om de kaart up-to-date te houden leveren planeigenaren van stadsdelen, projectbureaus en de gemeente gegevens aan over de toestand van de terreinen, de beschikbaarheid voor tijdelijke invulling en de contactpersoon waarmee mensen met ideeën voor tijdelijke invulling contact kunnen opnemen. Inmiddels zijn er 91 initiatieven ontstaan, variërend van een natuurspeeltuin tot tijdelijke horecagelegenheden en recreatieparken. Dus: Druk uitgeoefend op formele circuit door maatschappelijke discussie en informele kaart op LinkedIn voor invulling van braakliggende terreinen door bewoners

17 Beïnvloeding door informele netwerken via sociale media
03/04/2017 Beïnvloeding door informele netwerken via sociale media Activeren en mobiliseren Legitimeren (druk uitoefenen) Participeren / samenwerken Beïnvloeding via informatiestromen en interacties op sociale media Activerend en mobiliserend effect ICT beïnvloedt op verschillende manieren de dynamiek van sociale activering en mobilisatie. Zo maakt ICT een reductie van mobilisatie- en participatiekosten mogelijk. Daarnaast wordt het ‘tactisch repertoire’ van de organisator vergroot: naast ‘echte’ real live acties zijn er nu ook virtuele acties mogelijk. Een ander belangrijk element is dat sociale media het mogelijk maken om een collectieve identiteit te bevorderen onder een ruimtelijk verspreide populatie. Ook ontstaat door ICT de mogelijkheid om netwerken te creëren, waarbij gebruik wordt gemaakt van sociale inbedding, hetgeen een sleutelelement is voor mobilisatie. ICT heeft een extra werkelijkheid gecreëerd: naast formele en informele inbedding, is er ook virtuele inbedding ontstaan (Van Stekelenburg en Klandermans, forthcoming). Het gebruik van internet is echter niet altijd effectief. Vooral het mobiliseren van mensen voor confronterende directe acties zoals demonstraties en sabotage werkt niet zo goed via internet. Voor zachtere acties als het schrijven van brieven, lobbyen en het tekenen van een petitie is het wel effectief. Tenslotte blijken de drijfveren onder mensen die actie voeren via internet meer ingegeven te zijn door rationele overwegingen en minder door groepsidentificatie (Brunsting and Postmes 2002). Legitimerend effect Met sociale media kan draagvlak/commitment/steun voor thema’s meer zichtbaar worden gemaakt. Of zelfs als ‘drukmiddel’ worden gebruikt. Pm. Participerend effect Cindio en Peraboni (2011) schrijven over sociale interactie van web 2.0 als incubator voor publieke participatie. Daarin onderscheiden zij: Grassrooted sites die een platform bieden voor debat, bloggers, petities en andere vormen van activisme, vaak ongestructureerd, met veel deelnemers. Meer geïnstitutionaliseerde en gestructureerde sites van participatie. Een analyse van de participatiegraad van web 2.0 participatie initiatieven leidt tot hun conclusie dat web 2.0 de publieke sfeer interactiever kan maken, inclusiever en meer betrokken kan maken. Veel initiatieven promoten daadwerkelijk actievere vorm van burgerschap. Wel werd duidelijk dat de netwerken alleen werden gebruikt om informatie te zenden en er geen daadwerkelijke ruimte ontstaat voor publieke dialoog

18 Maatschappelijke samenwerkingsvormen
03/04/2017 Maatschappelijke samenwerkingsvormen Sociale media vergemakkelijken en versnellen drie maatschappelijke samenwerkingsvormen: crowdsourcen co-creatie zelforganisatie Krijveld (2012) benoemt drie vormen van collectieve intelligentie. Sociale media vergemakkelijken en versnellen deze samenwerkingen tussen groepen mensen: 1. crowdsourcen, 2. co-creatie en 3. zelforganisatie. Deze drie samenwerkingsvormen zijn uitgezet op twee assen: de intensiteit waarmee mensen bijdragen (actief of passief) en de mate van onderlinge interactie (interactief of los van elkaar). Bij crowdsourcing worden kennis, informatie, handelingen of hulpbronnen als locatie en rekenkracht van computers van een grote groep losse onafhankelijke individuen gebruikt om bepaalde situaties inzichtelijk te maken, diensten te verlenen of problemen op te lossen. Deze groep mensen heeft verder geen beslissende invloed op het proces. VOORBEELD: PM Bij co-creatie participeert de betreffende groep mensen wel in het creatie- of besluitvormingsproces. Mensen en organisaties werken samen om problemen op te lossen of vraagstukken op te pakken. VOORBEELD: PM Bij zelforganisatie ontstaan ad hoc-structuren en processen die passen bij een bepaalde taak of opdracht en die fluïde of adaptief qua samenstelling of vorm zijn. Gezamenlijk beslist de groep over een bepaalde opgave. VOORBEELD: PM

19 Sociale media in de netwerksamenleving
03/04/2017 Sociale media in de netwerksamenleving Versnellen/vergroten/versterken bestaande én nieuwe mogelijkheden voor maatschappelijke discussie, uitwisseling, interactie, mobilisatie, participatie, samenwerking, financiering etc. Versterken invloed nieuwe informele bottom up coalities en netwerken in publieke domein Het handelingsperspectief van mensen en organisaties is door het internet enorm vergroot. Dankzij het internet kunnen mensen informatie vergaren, communiceren, netwerken en samenwerken op een schaal en met een snelheid die tot voor kort onmogelijk was. Social media spelen hier een belangrijke katalyserende rol. Door communicatie via social media platforms zoals Twitter, Facebook, LinkedIn, Google+, YouTube, Pinterest, etc. ontstaan sociale netwerken waarin mensen op open en horizontale wijze informatie, kennis en opinies met elkaar delen. Dit leidt tot discussies, interacties en zelfs samenwerkingen tussen mensen en organisaties, zowel online als offline. Ook bestaande instituties zoals overheid en wetenschap hebben te maken met de gevolgen van de kanteling naar een horizontale informatie- en netwerksamenleving. Wat betekent het voor hun positie en rol? Wat zijn nieuwe mogelijkheden om aan te haken, af te stemmen of samente werken met groepen uit de samenleving? In hoeverre maakt overheid en wetenschap gebruik van internet en sociale media om aan te haken op of gebruik te maken van vernieuwing, initiatief en capaciteit uit de samenleving? Wat zijn voorbeelden van overheid 2.0 en wetenschap 2.0 en wat zijn mogelijke perspectieven?

20 Sociale media in de netwerksamenleving
03/04/2017 Sociale media in de netwerksamenleving Maar het zijn en blijven middelen Het gaat met name om gedachte / houding erachter Het gaat samen met offline activiteiten, ontmoetingen etc. Nieuwe rol en mogelijkheden gevestigde instituties (bv. Overheid 2.0 en Wetenschap 2.0) Sociale media stimuleren sociale innovatie Sociale media worden in een groot aantal bronnen als een belangrijke stimulator van sociale innovatie beschreven. Sociale media beïnvloeden op verschillende manieren de dynamiek van sociale activering en mobilisatie. Heel basaal zorgen sociale media natuurlijk voor een mogelijkheid tot het delen van berichten en daarover met elkaar van gedachten te wisselen. Ook zijn de kosten van mobilisatie- en participatie gereduceerd door sociale media, en zijn er minder geografische en temporele barrières (Fisher & Boekkooi, 2010). Door deze lagere communicatie en coördinatiekosten zorgt het internet voor groepsformatie, recruitment, blijvend lidmaatschap en efficiëntie van het proces (Garrett, 2006). Deze goedkope, globale many-to-many communicatievormen zijn een uitstekend platform voor sociale bewegingen. Sociale media en internet spelen dus een belangrijke rol in het mogelijk maken van landoverstijgende sociale bewegingen. Zelfs ondanks de oneerlijke verdeling van toegang tot internet en communicatiemogelijkheden over en binnen landen (Mehra et al., 2004; Warschauer, 2003; Dijk, 2005; Hargittai, 2008). Sociale media en het internet zorgen voor nieuwe en innovatieve verbindingen tussen mensen (Fisher & Boekkooi, 2010). Dit biedt een aantal verschillende mogelijkheden voor sociale bewegingen en sociale innovatie. Sociale media stimuleert informele communicatie en communicatie en interactie tussen grote groepen mensen. Dit maakt dit medium laagdrempelig en een prima medium voor het doen ontstaan van sociale bewegingen. Segerberg en Bennett (2011) zeggen dat sociale media het daarnaast mogelijk maken om nieuwe netwerken op te zetten. Bestaande netwerken, sociale lagen, culturele achtergronden, instituten en geografische afstand zijn daarmee minder belangrijk geworden in het ontstaan van (online) sociale bewegingen en sociale innovaties. Er ontstaan nu interpersonele netwerken onafhankelijk van bestaande institutionele organisaties en sociale netwerken. Castells (2004) geeft aan dat ook de organisatievorm van sociale bewegingen door het gebruik van sociale media is veranderd. Sociale media faciliteren waarden als diversiteit, decentralisatie, informatie en ‘grassroots democracy’ in plaats van centralisatie en hiërarchie die perfect aansluiten bij de ideologie van sociale bewegingen. Zelfs het concept van collectieve actie is aan het veranderen. Het is nu veel gemakkelijker om grote groepen mensen te bereiken en deze zijn losser, vrijwilliger, en minder hiërarchisch georganiseerd (Graber et al., 2004) dan traditioneel georganiseerde collectieve acties.

21 Voorbeelden Overheid 2.0 www.veranderleusden.nl www.destadvanmorgen.nl
03/04/2017 Voorbeelden Overheid 2.0

22 Voorbeeld: GelderlandAnders
03/04/2017 Voorbeeld: GelderlandAnders Social media strategie Gelderland Anders Onder de noemer Gelderland Anders maakt de Provincie Gelderland een omgevingsvisie die gericht op input door de samenleving en die rekening wil houden met de snelle veranderingen in de maatschappij. De omgevingsvisie is van een statisch document veranderd naar dynamische permanente dialoog. De omgevingsvisie wordt een digitaal document dat te allen tijde op basis van actualiteit kan worden aangepast en bijgesteld. Meer flexibiliteit en open planning wordt hierdoor makkelijker gemaakt. Er is meer maatwerk in beleid mogelijke, bijvoorbeeld per regio. Allereerst worden de communicatielijnen opengesteld om beter te kunnen informeren maar ook beter te kunnen luisteren naar omgevingswensen. De provincie zet een intensieve sociale media strategie in om de samenwerking met andere partijen (en nadrukkelijk ook de unusual suspects) op te pakken. De site bevat relevante informatie over het proces, inhoud en planning en er is volop ruimte om te reageren. De provincie is zich buitengewoon bewust van de nieuwe mogelijkheden van het sociale media landschap en ontwerpen daarop zeer recent een nieuw beleid. Doelstelling van het beleid is om een bredere doelgroep te bereiken en meer openingen te bieden voor dialoog. Er worden online meer mogelijkheden gecreëerd om mee te praten en mee te doen. Zoals een LinkedIn groep (http://www.linkedin.com/groups/Gelderland-anders), een twitteraccount (#GldAnders) en een facebook pagina (http://www.facebook.com/Gelderlandanders?ref=hl#%21%2FGelderlandanders). Daarmee hoopt Gelderland naast de gebruikelijke doelgroepen ook andere doelgroepen te triggeren om beleid mede vorm te geven. Tegelijkertijd kan er een online community ontstaan die gemakkelijk te benaderen valt bij actuele discussies. De volgende stappen die de provincie wil gaan zetten is om deze mediavormen in te zetten in bestaande projecten en activiteiten. Bij het wooncongres op 25 oktober 2012 bijvoorbeeld wordt aangehaakt op de nieuwe zend- , dialoog- en luisterfaciliteiten en is een eerste mogelijkheid om te bezien of het ‘werkt’. De initiatiefnemers versturen boodschappen via Twitter, Facebook en LinkedIn en hopen dat er voorafgaand aan het congres al discussie ontstaat over woonproblematiek in de regio’s en dat nieuwe partijen zich aansluiten. Men is zich bewust van het feit dat een online community niet direct uit een blik te trekken valt en houdt rekening met een zekere opstarttijd. Tegelijkertijd rijst de vraag of de provincie zich door het openstellen van de luisterkanalen ook andere vragen krijgt dan daarvoor en daarom andere expertise behoeft om daarop in te spelen. Het is nog te vroeg om de eerste ervaringen te kunnen delen.

23 Activiteiten 2.0 Zenden: Monitoren / luisteren:
03/04/2017 Activiteiten 2.0 Zenden: Verspreiden en bediscussieren van visie/ beleid Monitoren / luisteren: Luisteren en weten wat er speelt rondom thema’s Conversatie / uitwisselen: Deelnemen aan maatschappelijke discussies Vragen naar ideeen, meningen en visies in netwerken

24 Activiteiten 2.0 Community vormen Samenwerking Zelforganisatie
03/04/2017 Activiteiten 2.0 Community vormen Zelf community rond thema organiseren Communities waar nodig faciliteren (infrastructuur) Samenwerking Participatie in beleid (crowdsourcen en co-creatie) Zelforganisatie Maatschappelijke initiatieven volgen en waar nodig faciliteren

25 Social Media Piramide: 2.0 activiteiten
03/04/2017 Social Media Piramide: 2.0 activiteiten De Social Media Piramide ordent de activiteiten van een organisatie op sociale media. (Bron: Bart van der Kooi,

26 03/04/2017 Wat is een onderzoeker 2.0? Gebruikt in verschillende onderzoeksfases sociale media Maar het gaat vooral om een open, luisterende, delende en interactieve houding! Zowel richting mede onderzoekers en experts, als richting groepen in de samenleving. De term Wetenschap 2.0 is afgeleid van Web 2.0. Een wetenschapper 2.0 gebruikt in verschillende onderzoeksfases sociale media (digitale sociale communicatiemiddelen), maar het gaat daarbij vooral om een open, luisterende, delende, en interactieve houding! Zowel richting mede onderzoekers en experts, als richting groepen in de samenleving. Wat dit laatste betreft is het dus geen wetenschapper die top-down kennis verspreidt richting de samenleving (bestuurders, beleidsmakers, burgers, bedrijven etc.), maar de interactie aangaat met betrokkenen en eindgebruikers. Wetenschappers kunnen open science, on line tools en social media inzetten richting andere onderzoekers en deskundigen om onderlinge uitwisseling en samenwerking te vergroten. Maar het kan dus ook gebruikt worden richting andere partijen in de netwerksamenleving (burgers, ondernemers, maatschappelijk organisaties etc.). In dat geval wordt ook gesproken van citizens science of van ’publiek onderzoek’ (Basten, 2011). ”Waar voorheen onderzoek vooral voorbehouden was aan wetenschappers en instituties, verbinden nu nieuwe groepen onderzoekers de productie van kennis met het oplossen van vraagstukken in de samenleving. Dat heet sinds kort publiek onderzoek”. Citizen science is scientific research conducted by crowdsourcing, in whole or in part, by amateur or nonprofessional scientists. Formally, citizen science has been defined as "the systematic collection and analysis of data; development of technology; testing of natural phenomena; and the dissemination of these activities by researchers on a primarily avocational basis". Citizen science is sometimes called "public participation in scientific research."

27 Citizens science of publiek onderzoek
03/04/2017 Citizens science of publiek onderzoek ”Waar voorheen onderzoek vooral voorbehouden was aan wetenschappers en instituties, verbinden nu nieuwe groepen onderzoekers de productie van kennis met het oplossen van vraagstukken in de samenleving. Dat heet sinds kort publiek onderzoek” (Basten, 2011).

28 Voorbeelden GUUS.net Natuurkalender Blikwisseling
03/04/2017 Voorbeelden GUUS.net (luisteren, discussie, informatieverzamelen) Natuurkalender (dataverzameling) Blikwisseling (discussie / ideeontwikkeling) Our Common Future 2.0 (samenwerking / visievormning) Natuurkalender De Natuurkalender is een nationaal wetenschappelijk en educatief waarnemingsprogramma dat zich richt op het in kaart brengen van de effecten van klimaatverandering op de jaarlijks terugkerende verschijnselen in de natuur. Voorbeelden van die jaarlijks terugkerende verschijnselen zijn het moment van bloei, bladontplooiing en bladval bij planten, maar ook de start van de vogeltrek en het verschijnen van vlinders en andere insecten. Dit zijn gebeurtenissen die sterk van het weer afhankelijk zijn en die door iedereen elke dag 'in de achtertuin' bekeken kunnen worden. De Natuurkalender is in 2001 van start gegaan op initiatief van Wageningen Universiteit en VARA's Vroege Vogels. Waarnemingen kunnen door iedereen aangeleverd worden. Blikwisseling Blikwisseling organiseert de ontmoeting tussen de werelden van de kunst, de wetenschap en de techniek. Doel: vanuit een ander perspectief naar hetzelfde kijken. Het vermogen om van perspectief te wisselen is een kwaliteit die kunstenaars, wetenschappers en technologen inzetten om nieuwe creaties en producten te ontwikkelen en voor het oplossen van complexe problemen. Het programma wordt verzorgd door docenten, promovendi en afgestudeerden van het Media Lab van het Massachusettes Institute of Technology te Boston. Deze serie blikwisselingen is een initiatief van ArtEZ hogeschool van de kunsten en wordt georganiseerd door ArtEZ en de Universiteit Twente. Our common future 2.0 De wereld is in beweging. We kunnen niet doorgaan op de oude voet. Meer dan ooit moeten we met elkaar werken aan een duurzame maatschappij. Maar we missen daarvoor een visie op de toekomst, een droom waar we over vijfentwintig jaar willen zijn. De kern van het OCF 2.0 Project is om met een groep van tussen de twee- en driehonderd mensen in korte tijd een inspirerende visie te ontwikkelen op de maatschappij van morgen. Welke droom staat ons dan voor ogen en op welk terrein? En als we dat helder hebben, waar moeten we dan nu aan gaan werken? Uitgangspunt is het idee dat mensen anders gaan denken en doen als ze een nieuw perspectief hebben om naar toe te werken. De visie Our Common Future die in het Brundlandt rapport 25 jaar geleden is neergezet, is niet meer van deze tijd. Zij sluit niet meer aan bij wat we nu weten en wat er nu moet gebeuren. De toekomst vraagt om vernieuwend en inspirerend denken. Om een ‘verhaal’, een ‘droom’ waar wij mensen in kunnen geloven. Eén die ons aanzet om bij te dragen aan de noodzakelijke veranderingen. Eén waar wij in kunnen en willen investeren om zo te bouwen aan de toekomst. Een passende visie ontwikkelen vraagt om het identificeren van thema’s die er voor de komende jaren echt toe doen. Die thema’s dienen we samen creatief en radicaal anders uit te werken. Deze thema’s gaan ons allen aan, samen komen we tot betere oplossingen dan wanneer we op eilandjes gaan werken. De opzet van het OCF 2.0 Project is om bestaande kennis en inzichten te combineren en te integreren tot inspirerende en vernieuwende ‘roadmaps’. Dat gaan we met een grote groep mensen doen die elkaar vooraf niet kennen. Om mee te doen hoef je geen specialist te zijn. Mensen die mee willen denken en hun tijd, energie en creativiteit willen investeren in plannen voor de toekomst, zijn van harte welkom. Het samen ontwikkelen van nieuwe ideeën leidt tot een serie nieuwe en uitdagende visies rond thema’s van duurzaamheid. Dit is de kern van het project dat heet: ‘Our Common Future 2.0: Roadmaps for Our Future Society’. In het project worden tussen de 15 en 20 thema’s uitgewerkt door teams van 15 tot 20 mensen. Elk team wordt ‘gehost’ door een organisatie of bedrijf. Teams worden gevormd door vrijwilligers die, in beginsel, twee weken van hun tijd doneren (verspreid over de looptijd van 10 weken). Deelnemers kunnen zich via deze website aanmelden voor een specifiek thema. Elk team ontwikkelt een deelrapport met haar visie op een specifiek thema. Deze rapporten worden geschreven in het najaar van 2010 in een periode van ongeveer 10 weken. De visie uit deze rapporten wordt ook verwoord in een beknopt ‘populair’ artikel. Samen vormen deze artikelen de basis voor een eindrapport in de vorm van een boek. Dit boek en de onderliggende deelrapporten zijn de basis voor een grootschalige eindconferentie op 20 mei 2011 in Nederland. Vanuit de Radboud Universiteit werkt een team aan de organisatie van het OCF 2.0 Project. De rol van dit team is om het initiatief in gang te zetten en te zorgen dat het proces van groepsvorming tot eindproduct zo goed mogelijk verloopt door te coördineren over de thema’s heen. De organisatie is niet sturend en heeft geen directe invloed op de richting binnen de thema’s. Dit is volledig in de handen van de teamleden en de trekker. De organisatie zorgt ervoor dat er een duidelijk, verzorgd en productief platform aanwezig is waarbinnen mensen met verschillende achtergronden en ideeën samengebracht kunnen worden om op gelijke voet te kunnen werken aan innovatie voor de toekomst.


Download ppt "Ben jij een onderzoeker 2.0?"

Verwante presentaties


Ads door Google