De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Paragraaf 1.1 = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Paragraaf 1.1 = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen."— Transcript van de presentatie:

1

2 Paragraaf 1.1

3 = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen 4. De verkeerssituatie 5. De veiligheid en sfeer - Wat vind jij van de leefbaarheid van jouw wijk?

4  De meeste steden hebben een oud centrum, hoe verder je naar de rand van de stad loopt hoe nieuwer de wijken worden

5 Vaak mooie historische panden

6 Meestal kleine huizen, met weinig ramen

7 Vaak saai met weinig parkeerruimte

8 Vaak grote flats

9 Goed bereikbaar aan de rand van de stad

10 Niet meer alles hetzelfde in de wijk

11  De oudere wijken met veel lager opgeleiden worden vaak achterstandswijken  Waarom wonen veel lager opgeleiden in oude wijken?  Waarom zijn er vaak meer problemen in zulke wijken?

12  Hoe kun je de leefbaarheid in de achterstand verbeteren?

13  Sloop of renovatie?

14 Paragraaf 1.2

15  Waar hebben we het de vorige les over gehad?  Hoe is de leefbaarheid in de stad te verbeteren?

16  Landelijke gebieden lopen leeg  Vooral jonge mensen willen niet meer in een klein dorp wonen  Waarom?

17  Door de leegloop van het platteland kunnen veel voorzieningen hun drempelwaarde niet meer halen  Drempelwaarde = het minimum aantal klanten dat nodig is om te kunnen bestaan  Steeds meer voorzieningen sluiten  Waarom betekent dit niet per se dat de leefbaarheid in dorpen slecht is?

18  Vooral mensen met kleine kinderen en gepensioneerden gaan op het platteland wonen  Waarom juist gezinnen met kleine kinderen?

19  Sociaal-economische kenmerken van het platteland  Het inkomen gemiddeld lager  Het opleidingsniveau gemiddeld lager  Werken er meer mensen in de landbouw en industrie  Demografische verschillen = Verschillen in bevolkingsopbouw  zoals de hoeveelheid ouderen en kinderen of geboorte- en sterfte cijfers

20  Bevolkingsgroei in procenten, gemiddeld over 7 jaar (CBS)

21 Paragraaf 1.3

22  Wat is leefbaarheid ook alweer?  De geschiktheid om ergens te leven  Wat zijn positieve en negatieve kanten aan de leefbaarheid op het platteland?  Noem een demografisch verschil tussen steden en dorpen  Noem een sociaal economisch verschil tussen steden en dorpen

23  Laat je werk aftekenen in de studiewijzer  Aftekenen van het werk kan tot uiterlijk een week nadat je het hebt moeten maken (zie studiewijzer)  De bladzijde van aardrijkskunde uit de studiewijzer scheur je voor de repetitie uit en lever je bij de toets in  Ga nu verder met het maken van paragraaf 1.3 (maar maak eerst 1.1 en 1.2 af)

24 Paragraaf 1.4

25  Levensverwachting: hoe oud iemand naar verwachting wordt die nu geboren is  Levensverwachting in Nederland in 2008  Meisjes 82,3 jaar  jongens 78,3 jaar  Wat is er van invloed op jouw eigen levensverwachting?  Is het op het platteland of in de stad beter?

26

27  Een groot gezondheidsprobleem in Westerse landen zijn welvaartsziekten  Deze komen nauwelijks voor in arme landen  Wat zijn voorbeelden van welvaartsziekten?  Hart- en vaatziekten, nierproblemen, diabetes etc.

28 Paragraaf 1.5

29  Er zijn veel factoren die van invloed zijn op de gezondheid van mensen  Denk hierbij aan leefstijl  veel sporten, goed eten, of juist veel roken of drinken  Ook opleidingsniveau en de plek waar je woont heeft invloed op jouw levensverwachting

30  Gelijk aan het meeroken van 17 sigaretten per dag  Hogere kans om te overlijden aan hart en luchtwegen  Meer stress en slaaptekort

31  Zorgverzekering  in NL is iedereen verplicht verzekerd  Waarom?  Je hebt (bijna altijd) een eigen risico  je moet een deel van de kosten zelf betalen  Privé-klinieken  kosten vaak extra veel geld, maar hebben vaak minder lange wachttijden

32  Bespreken opdracht 5c (bladzijde 17 van het werkboek).  Maak het eerst zelf

33 Paragraaf 1.7

34  Wat zijn andere namen voor ontwikkelingslanden?  Waarom zal de leefbaarheid daar anders zijn dan hier?

35  In bijna alle ontwikkelingslanden zijn krottenwijken  Deze zijn te vinden aan de rand van een grote stad  Ze zijn meestal illegaal en zijn door de mensen zelf gebouwd  Het is er vaak onveilig en veel basisvoorzieningen zijn niet aanwezig

36  Als het er zo ongezond en onveilig is, waarom wil men er dan toch wonen?

37  In het centrum hoopt men werk te vinden  Waarom gaat men dan niet met de auto of het openbaar vervoer naar het werk?

38  Op het platteland is de situatie uitzichtloos  Men woont er al vele generaties, maar verdient steeds minder  Er zijn nog minder basisvoorzieningen dan in de stad (geen school, geen stromend water, geen ziekenhuis)

39  Migratie van het platteland naar de stad  Meestal voor werk Percentage mensen dat in de stad woont

40 Paragraaf 1.8

41   Het niveau van de gezondheidzorg is in veel landen veel slechter dan in Nederland  Deze website laat zien hoeveel mensen er dit jaar zijn geboren en gestorven en waaraan ze gestorven zijn

42  Weinig welvaartsziekten  Wel ziekten als HIV/AIDS, tuberculose, lepra en malaria, dengue (knokkelkoorts)  Vaak slechte medische zorg en weinig ziekenhuizen, weinig artsen, weinig medicijnen  Een hoge zuigelingensterfte

43  Ziekten als malaria en dengue hebben te maken met het klimaat  Veel andere ziekten verspreiden zich via het drinkwater

44  Waar trekken veel mensen in ontwikkelingslanden naar toe?  Vaak gaat het om een primate city, er is dan slechts één grote stad in een land  Als dat ook niet werkt dan emigreert men naar het buitenland  Vaak zijn dit de rijkere, hoger opgeleide mensen  gevolg = braindrain

45 2.1: Het aanbod van zorg in Nederland en Turkije

46  De repetitie van volgende week gaat ook over deze verrijkingsstof!

47  Preventie  voorkomen dat je ziek wordt  Waarom is voorkomen beter dan genezen?  Hoe kan de overheid mensen sturen?  Wat vind je hiervan?

48  Nuldelijnshulp  zorg door vrienden en familie (mantelzorg)  Eerstelijnshulp  alle zorg die direct toegankelijk is voor de patiënt (bijv. huisarts of spoedeisende hulp)  Tweedelijnshulp  hiervoor is een verwijzing nodig  Derdelijnshulp  alle zorg waarbij de cliënt word opgenomen in een instelling (bijv. verzorgingshuis)

49  Weinig verschillen  Ondanks dat Turkije veel armer is dan Nederland is ook daar de zorg goed  Verschil:  Turkije heeft veel jongeren, Nederland veel ouderen  dit zijn demografische factoren  Wat is het effect van vergrijzing op de uitgaven aan de zorgsector?

50  In het oosten van Turkije is de zorg slechter dan in het westen  Er zijn veel gezondheidsposten, maar weinig ziekenhuizen  In het westen is men rijker en beter geschoold  In het westen zijn meer steden

51 Paragraaf 2.2

52  Waarom zijn er wachtlijsten in de zorg?  Waarom is men zo blij met mantelzorg?

53  Waarom gaan steeds meer Nederlanders naar het buitenland voor een operatie? (twee redenen)  Geen wachtlijsten  Goedkoper

54 Leefbaarheid en zorg in stedelijke en landelijke gebieden

55 = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen 4. De verkeerssituatie 5. De veiligheid en sfeer

56  Vaak met veel mensen met een lage opleiding en vaak slecht onderhouden  In welke periode zijn deze wijken vaak gebouwd?  Waar in de stad kun je deze wijken vinden?  Wat kun je er aan doen?

57  In Nederland trok met van de landelijke gebieden naar de stad (urbanisatie), maar nu trekken er veel mensen weer weg naar het verstedelijkte platteland  Waarom neemt de leefbaarheid in de landelijke gebieden af?  Wat heeft dit met de drempelwaarde te maken?  De demografische samenstelling van de landelijke gebieden verandert. Wie willen er nog wel wonen?  Welke sociaal-economische positie heeft de bevolking in landelijke gebieden?

58  In landelijke gebieden is de zorg in Nederland iets minder goed doordat de bereikbaarheid van ziekenhuizen (en huisartsen) slechter is  Wat zijn welvaartzieken?  Wat is ervaren gezondheid?  Wat is een privékliniek?  Hoe is de ruimtelijk omgeving van invloed op de gezondheid?

59  In ontwikkelingslanden is er een heel sterke urbanisatie, vooral naar de primate cities  Waarom trekt men weg van het platteland?  Waarom komen veel mensen in krottenwijken te wonen?  In ontwikkelingslanden is de gezondheidzorg in stede veel beter, maar dan vooral voor de rijkere mensen.

60  Van nuldelijnshulp tot derdelijnshulp  De poortwachterfunctie wil zeggen dat je niet meteen bij de tweede en derdelijnshulp terecht kan zonder verwijzing  Waarom doet men dit?  Hoe kan mantelzorg helpen?  Waarom zijn er vaak wachtlijsten in de zorg?


Download ppt "Paragraaf 1.1 = De geschiktheid om ergens te leven 1. Woningsoort en kwaliteit 2. De verzorging van de buurt 3. De hoeveelheid en soort voorzieningen."

Verwante presentaties


Ads door Google