De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Agressie en gewelddadige criminaliteit. 2 Introductie •Weergave van gebeurtenissen die gepaard gaan met gewelddadig gedrag stellen de mate van voorspelbaarheid.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Agressie en gewelddadige criminaliteit. 2 Introductie •Weergave van gebeurtenissen die gepaard gaan met gewelddadig gedrag stellen de mate van voorspelbaarheid."— Transcript van de presentatie:

1 1 Agressie en gewelddadige criminaliteit

2 2 Introductie •Weergave van gebeurtenissen die gepaard gaan met gewelddadig gedrag stellen de mate van voorspelbaarheid van de omgeving in vraag (veel gedrag wordt gesteld in functie van het behoud van een voorspelbare (klassieke conditionering) en controleerbare (operante conditionering) wereld

3 3 Definities •Geweld: krachtdadig toebrengen van een lichamelijk letsel •Crimineel geweld: het niet legitiem gebruik van kracht zoals o.m. in moord en doodslag (na provocatie, zonder de intentie om te doden of door nalatigheid), aanranding, (roof)overval, verkrachting (bepaald crimineel gedrag kan tevens letsels veroorzaken maar wordt niet gezien als gewelddadige criminaliteit (bv. brandstichting, doden uit zelfverdediging)

4 4 Definities (vervolg) •Agressie: het intentioneel toebrengen van schade (psychologisch dan wel lichamelijk) aan personen, goederen of dieren. •schade ? F (waarden & de sociale context) / sociaal gelegitimeerde straf en zelfverdediging wordt zelden als agressief gedrag bestempeld •agressie is dus het toebrengen van schade die niet gerechtvaardigd is vanuit het perspectief van de observator (bv. slachtoffer in de tekst vooraf toegestuurd) •bijgevolg geen concencus inzake definitie

5 5 Definities vervolg •de nadruk op: – schadelijke gevolgen – aard van het gedrag (dreigen of pogingen om letsel toe te brengen) – al dan niet inclusie van intentie en of functie

6 6 Definities (vervolg) –bv. behaviorisme: agressief gedrag: a response that delivers noxious stimuli to another organism (Buss, 1961): tandartsen, magistraten? –Bv. cognitieve stromingen: inclusie van intentie (aanwezig in de meeste definities): agressief gedrag: actions which aim to inflict harm to a person that is motivated to avoid the harm (gelegitimeerd & illegaal gedrag maar onderscheid tussen goedbedoeld en slecht bedoeld; Baumeister niet bedoelde agressie voortkomend uit verveling); fysiek, verbaal of verhinderen en waaier van gevolgen psychologisch of lichamelijk) – vanuit standpunt observator: instrumentele agressie versus expressieve agressie (toebrengen van schade op zichzelf vermindert een aversieve negatieve toestand; bv. Zgn. Overkill) gevoel van woede is dus geen noodzakelijke voorwaarde om van agressie te kunnen spreken)

7 7 Definities (vervolg) •vanuit standpunt actor: intrinsiek (cfr Baumeister) en extrinsiek. op zoek naar functies en verklaringen voor expressief geweld (vanuit perspectief van observator); intrinsiek geweld (motivatie van de actor) •Vijandigheid: negatieve overtuigingen over anderen of attitudes van wrevel, wrok, wantrouwen of haat (vergelijk met agressie als neiging om anderen aan te vallen wanneer boos)

8 8 Definities (vervolg) •Om te ontsnappen aan de waardengeladenheid: Dwingende macht (Tedeschi, 1983): een vorm van sociale beïnvloeding die het gebruik van dreigingen of straf impliceert om inwilliging/meegaandheid te bekomen •daaruit volgt dat wat als agressie benoemd wordt, versterkt wordt door macht en controle

9 9 Definities (vervolg) •benadrukt de interpersoonlijke context waarin agressie tot uiting komt •maakt onderscheid mogelijk tussen agressie, dominantie en assertiviteit: allen betreffen het beïvloeding door het uitoefenen van macht maar zijn verbonden met verschillende niveau’s van vijandigheid (cfr. Leary: dwang F(dominantie en vijandigheid).

10 10 Definities (vervolg) •Hiaat tussen conceptuele en operationele definitie in experimenteel onderzoek (probleem van de externe validiteit). In exp ondz vaak oz naar agressie die legitiem is binnen de context (bv. agressie machine), belicht meer het gedrag van de rechter dan van de verdachte •suggestie; vraag naar de betekenis die de subjecten toekennen aan hun gedrag in exp oz

11 11 Patronen van geweld Crimineel geweld - moord - verkrachting

12 12 Crimineel geweld: moord •Cijfers uit het European Source book (politie-, gerechts-, gevangenisstatistieken) •opletten met vergelijking tussen landen en bij bepalen van trends binnen een land –verandering van wetgeving (incl van infanticide,euthanasie) –verschillende wettelijke definities (doodslag als so sterft binnen de 6 dagen vs tot na 30 dagen) –verandering van registratieprocedures (verschillen tussen politiediensten bv. Italië enz.) –verandering in context (bv. val van de muur in 89; vanaf 90 eerdere moorden verricht door Staszi opgenomen die men dan pas ontdekte)

13 13 Politiecijfers: moord

14 14 Politiecijfers: completed

15 15 Crimineel geweld: moord •Substantiële toename sinds 1960 •moord blijft (gelukkig) zeldzaam •meest moorden tussen vrijdagochtend 8 uur en zondag •meeste daders en so jonger dan 30 jaar •dader en so bekenden in ongeveer 50% van de gevallen met mannelijk so (hoger percentage bij vrouwelijke so)

16 16 Crimineel geweld: moord •Mannen meer gedood buitenshuis/vrouwen binnenshuis (in ongeveer 40% door partner/ mannen in ongeveer 10%) •meest messsteken, gevolgd door schieten •redenen: vage aantijgingen, huiselijke twist, jaloersheid, discussie over geld •toename in het doden van vreemden (toename van moord bij overval) •bij 4 à 8% volgt zelfmoord op moord

17 17 Crimineel geweld: moord •Massa moord (meerdere slachtoffers bij één gebeurtenis) / seriële moord (herhaalde dodingen in de tijd) •seriële moord: schattingen: 35 moordenaars voor 400 slachtoffers: UK: 12 tussen 1940 & 1985) •meer literatuur: –Skodol (1998). Psychopathology and violent crime. New York: American Psychiatric Press

18 18 Crimineel geweld: verkrachting

19 19 Crimineel geweld: verkrachting •Cijfers European Sourcebook •waarschuwingen bij interpretatie van gegevens (cfr. bij moord; bv. verkrachting binnen huwelijk) en hier grote discrepantie tussen politiecijfers en slachtofferenquêtes (aantallen < 1/5 gemeld, verhouding gekenden/ongekenden 1/3 vs 3/4) –aangiftebereidheid (o.m. vertrouwen in politiediensten voor diefstal afhankelijk van verzekeringssysteem; intimidatie door dader, jong so, bekende, stress van juridische procedure met onzekere uitkomst 10% veroordeling, UK 1989)

20 20 Crimineel geweld: verkrachting •Typologie (Knight & Prentky, 1990) –opportunistische –seksualiserende (door dwang toch relatie) –wraakzuchtige (gericht tegen vrouwen) –boosheids (woede meer algemeen en meer geweld) –sadistische (deviante seksuele opwinding; agressie extreem en bizar

21 21 Verschuivingen in de wetgeving •Meer aandacht voor psychische gevolgen •meer aandacht voor intrafamiliaal geweld (kindermisbruik vanaf 1960; in VS 1200 doden tgv fysiek misbruik of verwaarlozing in 1986, partnermisbruik vanaf ‘70; VS % incident, slaan of duwen, 6.3% ernstig geweld voorbije jaar ) toch blijvend grote tolerantie voor intrafamiliaal geweld in Mij.

22 22 Theorieën over agressie - Biologische - Psychodynamische - Leerpsychologische en sociaal cognitieve - Sociaal psychologische

23 23 Biologisch perspectief •Ethologische studies: universeel agressief instinct (spontaan gegenereerde energiebron die ontlaadt op een welbepaalde wijze ifv bepaalde stimuli; eruptie van spontaan opgewekte energie) ten dienste van o.m. survival of the fittest, voedselbescherming: geen evidentie •Sociaal biologisch (phylogenetische continuïteit van gedrag): agressie als universele emotionele predispositie maar onderworpen aan culturele aanpassing en individueel leren (selectie van targets en inhibitie van gedrag (agressief gedrag als aangepaste reactie op dreiging van het voortbestaan; agressie als intern fysiologisch mechanisme die vrijwillige controle kan overnemen)

24 24 Biologisch perspectief: vervolg •Sociaal biologisch perspectief: drie kritieken –een zeer brede opvatting over het concept agressie (conflicten inzake status, geritualiseerde territoriale verdediging en reacties op gevaar als identiek) en steunen op oppervlakkige analogie tussen menselijk en dierlijk gedrag –geen eenduidige evidentie voor fysiologische systemen die specifiek zijn voor agressie –onvermijdelijkheid van menselijke agressie (evolutie: meer over aangepaste copingstrategieën dan over specifieke gedragsuitkomsten)

25 25 Biologisch perspectief: vervolg •Biopsychologie: theorie –Eysenck (1977): •conditioneerbaarheid: criminelen relatief ongevoelig voor klassieke conditionering: hypothese: die gevoeligheid heeft een genetische basis verbonden aan activatieniveau van de hersenen (adrenaline) •sociaal milieu versus antisociale omgeving –Grey (1982): twee gedragssystemen •activatie •inhibitie (antisoc gedr is falende inhibitie onvermogen tot het afleren van gedrag na straf

26 26 Biologisch perspectief: vervolg –Two pathway model: Moffitt (1993) •adolescent-limited (maturity gap: sociale criminogene factor) •life course persistent (kleine groep [5 à 10%] meeste delicten 50%]; begin op jonge leeftijd, blijft duren): identificatie van factoren die neuropsychologische ontwikkeling bemoeilijken)

27 27 Biologisch perspectief: vervolg •Biologische psychologie –biochemisch •neurotransmitters oz sinds 1988 (agressie: lage serotonine[slaap]/hoge noradrenaline [activatiesysteem] en dopamine [bewegen, leren en geheugen]) •hormonen: waarschijnlijk verband tussen testosteron en gewelddadigheid maar meer oz noodzakelijk –geen onderscheid tussen types van agressief gedrag –geen rekening met testosteronspiegel niet constant –geen onderscheid tussen ongebonden en aan eiwitten gebonden testosteron –geen oz naar gevoeligheid voor testosteron van receptoren

28 28 Biologisch perspectief: vervolg –psychofysiologisch •fysiologie: parallel in tijd met gedrag (itt biochemisch): oz vanaf jaren 40 –huidgeleiding: geleiding hoger; hand vochtiger; activiteit sympathisch zenuwstelsel (vrees, vluchten, vechten) hypothese verbonden met inhibitiesysteem: lage huidgeleiding minder opwinding en angst: recent oz geen significante verschillen –hartslag: verbonden met activatiesysteem: geïnstitutionaliseerde psychopaten niet verschillend van controle: mild antisociaal gedrag bij jongeren lagere hartslag in rust(tonische hartslag): robuust

29 29 Biologisch perspectief: vervolg •neuro(psycho)logie (prefrontale cortex: cogn.fncties, inhibitie van gedrag en regulatie van emoties; lymbisch systeem [subcorticaal] meest aandacht voor limbisch systeem: leren en geheugen en emotioneel gedrag) –neuropsychologie: in ontwikkeling –beeldtechnieken: in ontwikkeling maar veelbelovend (cfr. Canvas reeks Brain Story op dinsdagavond) •Erfelijkheid –misverstanden •voor elke eigenschap een apart gen •drager is gelijk aan ontwikkeling van eigenschap

30 30 Biologisch perspectief: vervolg –Tweeling (Tellegen e.a., 1988): mono en dizygotes/ samen en apart: aanwijzing voor rol van erfelijkheid in ontwikkeling van antisociaal gedrag) –adoptie noodzaak aan cross-fostering opzet (zowel biolog als adoptieouders) en enkel bij afstand op zeer jonge leeftijd •gemiddelde effectgrootte wijkt niet significant af van nul –chromosomale anomalieën (bvKlinefelter XXY karyotype) geen effecten, interesse weg (sinds eind jaren 70)

31 31 Psychodynamisch Hoe wordt de agressieve drift gecontroleerd en gekanaliseerd in de loop van de ontwikkeling en hoe wordt die gereguleerd door de interne mechanismen van ego en super-ego (cfr. Prof. dr. Corveleyn)

32 32 Leer- en sociaal cognitieve theoretische modellen •Agressief gedrag is aangeleerd. Voldoende evidentie dat kans op agressie groter wordt na ervaring van positieve gevolgen van agressie gedrag of het observeren van agressieve succesvolle modellen •wel nog niet altijd duidelijk welke de bekrachtigers zijn: voor instrumentele agressie duidelijk; voor woede gestuurde agressie minder: nu hypotheses Baumeister

33 33 Leer en sociaal cognitief perspectief: vervolg •Antecedenten en mediërende factoren –frustratie-agressie hypothese: hield geen stand (frustratie lokt ook ander soort gedrag uit en agressie wordt ook uitgelokt door andere triggers zoals bedreiging, pijn –negatief affect als basis voor voor woede agressie gemedieerd door appraisal

34 34 •Cognitieve theorie over agressie (Bandura, 1983) –bekrachtigingscontingenties leveren info over effecten van gedrag gevolgd door verwachtingen over de waarschijnlijke effecten van verschillende gedragingen bij het bereiken van doelen. De verwachtingen bevatten info over het zelf en gedrag dat aangepast is om te voldoen aan de persoonlijke en sociale normen verworven door zelfbeloning en -bestraffing. Normen kunnen geneutraliseerd worden door cognitieve distorties

35 35 –alle agressief gedrag is instrumenteel –aversieve ervaringen en positieve bekrachtiging verhogen de emotionele arousal. Deze genereert de responsen die het sterkst zijn in het gedragsrepertorium. Bij het omgaan met aversieve ervaringen is agressief gedrag maar één mogelijkheid naast vermijding of constructieve probleemoplossing –aanhoudende agressie niet alleen resultaat van bekrachtiging maar ook van falen van het leren van gedragsalternatieven om doelen te bereiken

36 36 •Aandacht voor woede gestuurde agressie(itt Bandura): mediërende rol van cognitieve attributies in woede arousal

37 37 Sociaal psychologische perspectieven (cfr. Prof. dr. Horens) - Sociale oorzaken voor gebruik van dwingende macht: agressie als één van laatste middelen als andere middelen tot sociale beïnvloeding niet succesvol zijn. Reciprociteits en billijkheidsnorm - Subcultuur van geweld: machocultuur (geen steun) - Fenomenologische benadering van jeugdsubcultuur

38 38 Antecedenten voor agressie Distaal (kindertijd) voor de neiging - proximaal voor de agressieve act - Situationele - Media - Alcohol & drugs - Fysische en sociale veranderingen in de omgeving

39 39 Situationele antecedenten •Slachtoffer als mede uitlokkende factor (bij moord neemt het so soms eerst zijn toevlucht tot agressief gedrag) •gewelddadige uitkomst vaak niet initieel doel van de conflicterende partijen

40 40 Mediainvloed •TV programma’s worden geproduceerd binnen een sociale context •mensen met een agressieve neiging verkiezen en selecteren meer geweldadige programma’s die op hun beurt het agressieniveau beïnvloeden •veel TV later enkel tot geweld wanneer ook kindermishandeling •proces: modelling, toegenomen arousal en herhaalde exposure kan inhibities verzwakken

41 41 Alcohol & Drugs •Psychofarmacologisch geweld (effect van drug zelf), economisch obsessief geweld (behoefte aan geld om drug te kopen leidt tot instrumentele agressie), systemisch geweld (systeem van drugdistributie leidt tot conflicten die soms met geweld worden opgelost •Alcohol (psychofarmacologisch): faciliteert geweld maar niet oorzakelijk

42 42 Alcohol & drugs: vervolg •Verklaringen –directe relatie: disinhibitie theorieën (te simplistisch) –indirect: alcohol medieert veranderingen inzake arousal en cognitief functioneren (aandachtsverschuivingen minder mogelijk, minder mogelijkheden om aandacht te verdelen over cues) –motief: angstreductie, verhogen van gevoel van macht (overschatten van moed) –situationeel (meer agressie in minder verzorgde etablissementen) of predisposities (drinken en agressief gedrag verbonden met bepaalde persoonlijkheidskenmerken)

43 43 Alcohol & drugs: vervolg •Geïntoxiceerd bij crimineel gedrag is niet gelijk aan chronische drinkers •drugs: weinig bekend

44 44 Veranderingen in fysieke en sociale omgeving •Temperatuur & luchtvervuiling (ozonconcentraties) : warmere regio’s, jaren, seizoenen, maanden en dagen meer moord, aanranding, verkrachting en klachten van slagen en verwondingen door vrouwen (gemedieerd door mogelijkheden tot contact maar consistent met misattributie van arousal) •storingen in interpersoonlijke ruimte (territoriale invasie, schendingen van persoonlijke ruimte, bevolkingsdensiteit): behoud van de persoonlijke ruimte (behoefte aan grotere interpers. afstand bij gewelddadige criminelen): geen stabiel kenmerk •anonimiteit (deindividuatie, Zimbardo, 1970) betwist concept

45 45 Persoonlijkheid en agressie •Consistentie •oorsprong van consitentie •individuele verschillen •persoonlijkheidstypes

46 46 Consistentie •Agressieve neigingen zijn relatief stabiele neigingen die reeds vroeg verschillen tussen individuen. •Eerdere uitingen van agressiviteit als trek verhogen de kans op later geweld maar een criminele outcome is afhankelijk van andere persoonlijke en omgevingsfactoren

47 47 Ontstaan van consistentie •Substantiële erfelijkheidsfactor in zelf gerapporteerde agressie •niet inconsistent met leertheorie maar benadrukt de rol van het kind als actieve actor in het leren van agressie (impulsiviteit, activiteitsniveau, intensiteit van emotionele reacties en onafhankelijkheid dragen bij in het leren van agressie; meer kansen voor aversieve communicatie met verzorgers en leeftijdsgenoten) •modelling in familie en bekrachtiging

48 48 Ontstaan van consistentie: vervolg •Familie invloed verklaart slechts beperkt deel van variantie in later geweldadig gedrag (sterkere correlatie met delinquente vriendschappen) •agressieve scripts kunnen versterkt en onderhouden worden door een cyclus van herhaling, verwachtingsconfirmatie en selectie van de omgeving •rigide wijze van reageren

49 49 Individuele verschillen •Onstabiele zelf-waardering (cfr. ook Baumeister) •deficiënties in sociale vaardigheden •intellectuele deficits beïnvloeden vroege sociaal cognitieve ontwikkeling (systematisch signficant neg cor tussen intelligentie en agressie) •individuele verschillen inzake gemak van woede arousal gerelateerd aan verwachtings en oordeelsprocessen die de inschatting van interpersoonlijke gebeurtenissen verstoren

50 50 Individuele verschillen: vervolg •Agressieve kinderen stoornissen in encoderen, interpreteren, zoeken naar een respons, responsselectie (niet in uitvoeringsfase) •weinig onderzoek naar de inhoud van sociale cognitie

51 51 Persoonlijkheidstypes binnen mensen die agressief gedrag stellen •Interviews met gevangen: algemeen neiging om menselijke relaties te zien in termen van uitoefening van macht –kwetsbaar voor manipulatie en agressie als zelfbehoud –anderen als object om hun doelen te bereiken –geen cross validering

52 52 Persoonlijkheidstypes: vervolg •Overgecontroleerde vijandigheid –ontkennen van woede of vijandige neiging en beschrijft zz als sociaal, niet angstig en conformerend –beschrijven ervaringen van sterke woede, sociale vermijding en lage zelfwaardering •Ondergecontroleerde vijandigheid –primaire psychopathen (agressie als manipulatie) –secundaire psychopathen (agressie als zelfbehoud


Download ppt "1 Agressie en gewelddadige criminaliteit. 2 Introductie •Weergave van gebeurtenissen die gepaard gaan met gewelddadig gedrag stellen de mate van voorspelbaarheid."

Verwante presentaties


Ads door Google