De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ANALYSE VAN DE JAARREKENING = FINANCIËLE ANALYSE Prof. Dr. H. Vandenbussche Naamsestraat 69 Bureau: 04-111 Tel:016/32.69.20.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ANALYSE VAN DE JAARREKENING = FINANCIËLE ANALYSE Prof. Dr. H. Vandenbussche Naamsestraat 69 Bureau: 04-111 Tel:016/32.69.20."— Transcript van de presentatie:

1 ANALYSE VAN DE JAARREKENING = FINANCIËLE ANALYSE Prof. Dr. H. Vandenbussche Naamsestraat 69 Bureau: 04-111 Tel:016/32.69.20

2 1 Doelstelling cursus De bedoeling van deze cursus is om de deelnemers vertrouwd te maken met de belangrijkste begrippen en technieken waarvan financiële analysten gebruik maken. Doorheen de cursus zal een welbepaalde onderneming (XYZ) gevolgd worden als ‘case study’ om de gehanteerde methodes te illlustreren. Cursusmateriaal wordt uitgedeeld.

3 2 Referenties:  Cursusnota’s  Jaarrekening onderneming XYZ voor twee boekjaren  H. Ooghe en C. Van Wijmeersch (1999), Financiële analyse van ondernemingen, Stenfert-Kroese  R.H. Parker, Understanding Company Financial Statements, Pinguin (UK)  R. Lewis & D. Pendrill, Advanced Financial Accounting, Pitman Publishing, 4rth edition (UK)  D. Ordelheide, Transnational Accounting, 2 nd edition (a comparative study of accounting standards of 21 countries), 3200 p.

4 3 Inhoud Deel 1: Situering van de financiële analyse I. Introductie 1)Doel financiële analyse 2)Inhoud 3)Gebruikers 4)Financiële analyses versus technische analyse 5)Verschillende rechtsvormen en publicatieverplichting 6)Openbaarmaking jaarrekening 7)Documenten voor financiële analyse + Situering van de onderneming XYZ II. Herwerking van balans en resultatenrekening voor financiële analyse 1)Balans 2)Resultatenrekening + toepassing op de onderneming XYZ en bespreking

5 4 Deel 2: Analysetechnieken voor financiële analyse I. Horizontale of tijdsanalyse II. Vermogenstroomanalyse III. Verticale of structuuranalyse IV. Ratio-analyse V. Sector analyse + toepassing op de onderneming XYZAppendix  Jaarrekening van de onderneming XYZ  Verschillende rechtsvormen  De jaarrekening in Europese context

6 5 DEEL 1: Situering van de Financiële analyse I. Introductie 1. Wat is het doel van financiële analyse? Boekhouden Financiële analyse = registratie = interpretatie 2. Wat houdt financiële analyse o.a. in?  Liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit  Horizontale en verticale analyse  Bronnen en aanwendingen van vermogen  Verklaringen en oorzakelijke verbanden

7 6 3. Wie gebruikt er technieken van financiële analyse? Externe partijen: aandeelhouders, schuldeisers, concurrenten, potentiële overnemers, werknemers overheid, managers Aandeelhouders Schuldeisers Concurrenten Werknemers Overheid Overnemers Jaarrekening -Solvabiliteit en rente -Liquiditeit -Grootte: onderhandelingsmacht -Vennootschapsbelasting -BTW -Regulering -Rentabiliteit -Overnameprijs -Activa waardering -Marktaandeel -Winst -Capaciteit -Jobzekerheid -Participaties en stock options -Looneisen -Rentabiliteit -Risico-niveau: kapitaalstructuur -Dividendenbeleid Rechtspersoon  Natuurlijke persoon

8 7 4. Hoe verschilt financiële analyse van technische analyse?  Technische analyse = grafische analyse van aandelenkoersen over de tijd heen met de bedoeling patronen te kunnen afleiden die helpen bij beslissingen naar de toekomst toe (‘chartisme’)  Speculatief: hopend op korte termijn meerwaarde van aandelen  Vuistregels mbt koop/verkoopbeslissingen van aandelen  Financiële analyse = zoekt meer naar de ‘fundamentals’ door de boekhouding onder de loupe te nemen  Voor lange termijn deelname aan het kapitaal van een onderneming Vb. KBC: intrinsiek goede onderneming maar omstandigheden op een bepaald moment kunnen de koers sterk beïnvloeden.

9 8 Een grote onderneming: ‘volledig schema’ van de jaarrekening:  Werknemers > 100  Jaaromzet (excl. BTW) > 200 MIO BF  Balanstotaal > 100 MIO BF Nota: Vanaf 1/1/1999 heeft een Belgische onderneming de keuze tussen BF en EURO voor het voeren van de boekhouding. 5.Verschillende rechtsvormen & publicatieverplichting

10 9 6.Openbaarmaking van de boekhouding 1) 6 maand na 31/12: goedkeuring van jaarrekening door AV 2) 1 maand na goedkeuring: neerlegging bij Nationale Bank 3) 8 dagen voor logische en rekenkundige controles door NB. Indien de goedkeuring volgt, stuurt de NB de jaarrekening door naar de griffie van de Rechtbank van Koophandel van de plaats waar de hoofdzetel van de onderneming gevestigd is. In het Belgisch Staatsblad verschijnt dan het bericht van de goedkeuring van de jaarrekening van de onderneming. 4) Indien de jaarrekening niet wordt goedgekeurd, wordt ze teruggestuurd naar de onderneming die dan 2 maanden de tijd krijgt om haar werk over te doen. Op het niet respecteren van deze termijnen staan strafrechtelijke en administratieve boetes 1)2)3)4)  31.12.19X1

11 10 7.Waarop baseert financiële analyse zich?  De gepubliceerde jaarrekening van grote ondernemingen ( > 100 werknemers, omzet > 200 MIO, balanstotaal > 100 MIO) I.De Balans II.De Resultatenrekening en resultaatverwerking III.De Toelichting IV.De Sociale Balans V.Waarderingsregels VI.Het jaarverslag VII.Het verslag van de Commissaris-Revisor In appendix 1 vinden we al deze documenten terug in de jaarrekening van de onderneming XYZ voor twee opeenvolgende boekjaren 19X1 en 19X2.

12 11 I.Balans Vaste activa I. Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa IV. Financiële vaste activa Vlottende activa V. Vorderingen op meer dan 1 jaar VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering VII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar VIII. Geldbeleggingen IX. Liquide middelen X. Overlopende rekeningen Eigen vermogen I. Kapitaal II. Uitgiftepremies III. Herwaarderingsmeerwaarde IV. Reserves V. Overgedragen winst/verlies VI. Kapitaalsubsidies Voorzieningen & uitgestelde belastingen VII. Voorzieningen voor risico’s en kostten Uitgestelde belastingen Schulden viii. Schulden op meer dan één jaar ix. Schulden op ten hoogste 1 jaar x. Overlopende rekeningen Activa = Passiva Bezittingen = Schulden Liquiditei opeisbaarheid

13 12 II.Resultatenrekening en resultaatverwerking Resultatenrekening (in staffelvorm) I. Bedrijfsopbrengsten II. Bedrijfskosten III. Bedrijfswinst/Bedrijfsverlies IV. Financiële opbrengsten V. Financiële kosten VI. Winst/Verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen VII. Uitzonderlijke opbrengsten VIII. Uitzonderlijke kosten IX. Winst/Verlies voor belastingen X. Belastingen op het resultaat XI. Winst/Verlies van het boekjaar XII. Onttrekkingen aan de belastingsvrije reserves Overboeking naar de belastingsvrije reserves XIII. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar

14 13 (vervolg) Resultaatverwerking A. Te bestemmen winstsaldo/verliessaldo A.1. Te bestemmen winst/verlies van het boekjaar A.2. Overgedragen winst/verlies van het boekjaar B. Ontrekking aan het eigen vermogen C. Toevoeging aan het eigen vermogen D. Over te dragen resultaat E. Tussenkomst van de vennoten in het verlies F. Uit te keren winst

15 14 III.Toelichting Hierin vinden we meer details over bepaalde onderdelen van Balans en Resultatenrekening Voorbeeld uit de toelichting (onderneming XYZ)  Balans: BW

16 15 IV.Sociale balans I. Staat van de tewerkgestelde personen A.Werknemers ingeschreven in het personeelsregister B.Uitzendkrachten en ter beschikking van de onderneming gestelde personen II. Tabel van de personeelsbewegingen tijdens het boekjaar A.Ingetreden B.Uitgetreden III. Staat over het gebruik van de maatregelen ten gunste van de werkgelegenheid tijdens het boekjaar IV. Inlichtingen over de opleidingen voor de werknemers tijdens het boekjaar

17 16 V.Waarderingsregels De wetgever laat keuzes toe i.v.m. waardering van Actief- en Passiefposten. Vb.:  Materiële vaste activa: gevolgde afschrijvingsmethode  Voorraden: LIFO, FIFO  Vorderingen: de gebruikte wisselkoers in geval van vreemde munten

18 17 VI.Jaarverslag Hierin geeft het management van een onderneming rekenschap over het gevoerde beleid:  Belangrijke ontwikkelingen  Commentaar op de jaarrekening  Voorstel tot winstverdeling

19 18 VII.Verslag van commissaris-revisor De Commissaris-revisor is een onafhankelijke externe expert die zich moet uitspreken over: –Getrouw beeld –Continuïteit Soorten verslagen van de Commissaris-Revisor: A.De goedkeurende verklaring  Zonder voorbehoud (‘unqualified audit report’)  Met voorbehoud (‘qualified audit report’) Voorbeeld: wel getrouw beeld maar voorbehoud mbt de continuiteit B.De niet-goedkeurende verklaring  Afkeurende verklaring (‘adverse audit opinion’) Voorbeeld: geen ‘getrouw beeld’  Onthoudende verklaring (‘disclaimer of opinion’) Voorbeeld: onvoldoende informatie Nota: belangenvermenging mogelijk? (zie krantenartikel)

20 19 8.Situering van de onderneming XYZ Onderneming XYZ is actief in de transportsector, meer bepaald in het ontwerpen en de constructie van rijwielen voor het spoor en de tram. In deze sector werkt men op bestelling. 1. GROEPSSTRUCTUUR Uit de toelichting: staat V.A. ‘Deelnemingen en Maatschappelijke rechten in andere ondernemingen’, leiden we af dat XYZ behoort tot een groep met volgende structuur in het jaar X2: Moedermaatschappij Canada XYZ EV = 1.872.596.000 BEF AFrankrijk EV = 338.740.000 FRF NR = 50.519.000 FRF99% BBelgië EV = 96.206.000 BEF NR = 117.213.000 BEF0.01% CEngeland EV = 9.201.000 GBP NR = -28.000 GBP100% DZwitserland EV = 83.673.000 ATS NR = -36.377.000 ATS99% HBelgië EV = 596.233.000 BEF NR = 15.826.000 BEF85.3% GDuitsland EV = 63.569.000 DEM NR = -4.087.000 DEM99% FBelgië EV = 17.907.000 BEF NR = -10.502.000 BEF99.99+0.01 % EBelgië EV = 71.898.000 BEF NR = -10.502.000 BEF40.9+59.1 %

21 20 Bespreking groepsstructuur XYZ Informatie hierover in de toelichting  Staat V.A. ‘Deelnemingen en Maatschappelijke Rechten in andere ondernemingen’ Moeder – Dochter (XYZ) relatie: - mogelijkheid tot inter-groep leningen en andere ondersteuning - meer mogelijkheid tot autofinanciering bij dochter Moeder (XYZ) – Dochter relatie: - positief/negatief indien dochters winstgevend/verlieslatend zijn - bij XYZ zijn 5 van de 8 dochterondernemingen verlieslatend in 19X2

22 21 2.VERSLAG VAN DE RAAD VAN BESTUUR  In 19X1: –Verlies van 1.866 mio BF: overgedragen naar jaar X2 –Kapitaalverhoging van 2.971 mio BF –Verkopen van een deel in een verbonden onderneming (B)  In 19X2: –Nettowinst van 589 mio BF maar negatief bedrijfsresultaat en financieel resultaat –Kapitaalvermindering waarbij overgedragen verliezen werden afgeboekt allicht om aan de alarmbelprocedure te ontlopen (indien het netto-actief kleiner is dan ¼ van het maatschappelijk kapitaal) –Overgedragen verliezen naar X3 (1.8 mia BF)

23 22 3.VERSLAG VAN DE COMMISSARIS-REVISOR Voor beide jaren: goedkeurend verslag zonder voorbehoud: ‘getrouw beeld en continuïteit’ (mede dank zij de steun van de moeder) 19X1: continuïteit?  beraadslaging 19X2: - afboeken van verliezen - daling van de schulden

24 23 II.Herwerking van Balans en Resulatenrekening 1. De Balans Vóór herwerking: Vaste activa I. Oprichtingskosten II. Immateriële vaste activa III. Materiële vaste activa IV. Financiële vaste activa Vlottende activa V. Vorderingen op meer dan 1 jaar VI. Voorraden en bestellingen in uitvoering VII. Vorderingen op ten hoogste 1 jaar VIII. Geldbeleggingen IX. Liquide middelen X. Overlopende rekeningen Eigen vermogen I. Kapitaal II. Uitgiftepremies III. Herwaarderingsmeerwaarde IV. Reserves V. Overgedragen winst/verlies VI. Kapitaalsubsidies Voorzieningen & uitgestelde belastingen VII. Voorzieningen voor risico’s en kostten Uitgestelde belastingen Schulden viii. Schulden op meer dan één jaar ix. Schulden op ten hoogste 1 jaar x. Overlopende rekeningen ACTIVAPASSIVA DE BALANS

25 24  Uitgebreide vaste activa I.Oprichtingskosten II.IMVA III.MVA IV.FVA V.Vorderingen > 1 jaar  Beperkte vlottende activa VI.Voorraden VII.Vorderingen < 1 jaar VIII.Geldbeleggingen IX.Overlopende rekeningen X.Liquide middelen  Eigen vermogen I.Kapitaal II.Uitgiftepremies III.HWMW IV.Reserves V.Overgedragen winst VI.Kapitaalsubsidies  Vreemd vermogen LT VI.Voorzieningen en uitgestelde belastingen VII.Schulden > 1 jaar  Vreemd vermogen KT IX.Schulden < 1 jaar X.Overlopende rekeningen Na herwerking: Realiseerbare activa Permanent vermogen

26 25 Toepassing op onderneming XYZ Herwerkte balans + bespreking van 2 opeenvolgende boekjaren X1 en X2

27 26

28 27

29 28

30 29 Bespreking herwerkte balans XYZ:  Gezonde structuur? ( = LT-financieringsmiddelen voor LT-Activa) Maw permanent vermogen in evenwicht tov uitgebreid vast actief? 19X2: UVA: 8.098.335 BF PV: 5.510.067 BF  PV < UVA: niet in evenwicht dwz dat sommige UVA gefinancierd worden met KT schuld  risico!  Reden: de grote verliezen uit het verleden kalven EV af

31 30  Actief:  UVA > Beperkt Vlot. Activa: dit is normaal, gegeven dat het hier om een industriële onderneming (productie-) gaat. Bij een handelsonderneming verwacht je het omgekeerde.  FVA is een belangrijke post op het actief. Deze post bestaat uit ‘Vorderingen’ en ‘Deelnemingen’. Gegeven de besproken groepsstructuur gaat het hier om deelnemingen in andere ondernemingen.  Binnen de voorraden merken we duidelijk dat hier op bestelling gewerkt wordt. Er is geen voorraad handelsgoederen (distributie!).  Vorderingen < 1 jaar zijn gedaald tussen X1 en X2. Gerelateerd tot de omzet? (zie later)  Geldbeleggingen zijn volledig van de balans verdwenen in X2. Uit de toelichting blijkt dat een termijnrekening bij een kredietinstelling is afgelopen.

32 31  Passief  Opvallend  veel VVKT: 9.111.060 BF  onverantwoord gegeven de structuur van het actief  De beperkt vlottende activa zijn niet voldoende om de KT schuld te voldoen (zie bespreking Netto Bedrijfskapitaal)  Het permanent vermogen bestaat in hoofdzaak uit VVLT eerder dan EV  Het eigen vermogen is flink gedaald: er is een kapitaalvermindering gebeurd ter compensatie van een deel van het overgedragen verlies.  Schuld > 1 jaar: ongeveer met de helft teruggevallen tussen X1 en X2.  Schuld < 1 jaar: constant gebleven.

33 32 2.Resultatenrekening Vóór herwerking: Resultatenrekening (in scontrovorm) KostenOpbrengsten BedrijfskostenBedrijfsopbrengsten Financiële kosten Financiële opbrengsten Uitzonderlijke kostenUitzonderlijke opbrengsten Herwerking:  Opsplitsing tussen kaskosten (personeelskosten,…) en niet-kaskosten (afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen, …) om beter inzicht te krijgen in de geldstromen van de onderneming. Dit doen we voor elke component van de resultatenrekening (bedrijfs-, financieel-, en uitzondelijk resultaat) D C + - D C - +

34 33 Na herwerking: Bedrijfsresultaat: Bedrijfsopbrengsten (excl. Subsidies) - Bedrijfs-kaskosten ( excl. Personeelskosten) = Bruto toegevoegde waarde - Personeelskosten (excl. Niet-kaskosten) = Bruto bedrijfsresultaat vóór niet-kaskosten (a) - Niet-kaskosten (afschrijvingen, waardeverminderingen, voorzieningen) = Netto bedrijfsresultaat na niet-kaskosten Financieel resultaat: Financiële opbrengsten - Financiële kosten (excl. Kosten verbonden aan schulden) = Bruto Financieel Resultaat (b) - Niet-kaskosten = Netto-Financieel Resultaat na niet-kaskosten

35 34 Uitzondelijk resultaat: Uitzonderlijke opbrengsten - Uitzonderlijke kaskosten = Bruto Uitzonderlijk Resultaat (c) - Uitzonderlijke niet-kaskosten = Netto Uitzonderlijk Resultaat voor niet-kaskosten Totaal resultaat: Bruto Resultaat vóór niet-kaskosten (a+b+c) - Niet-kaskosten = Netto resultaat vóór financiële kosten - Financiële kosten verbonden aan schulden = Winst of verlies van het boekjaar voor belasting - Belastingen op het boekjaar = Winst na belastingen Voorbeeld: 2 ondernemingen met gelijke winst maar andere structuur

36 35 Toepassing op onderneming XYZ Herwerkte resultatenrekening en resultaatverwerking

37 36

38 37 Bespreking resultatenrekening van XYZ  Totaal resultaat:  Van verlies in X1 (-1.867 MIO) naar winst in X2 (587 MIO)  Netto resultaat: dezelfde tendens  2 mogelijke verklaringen: minder Niet-kaskosten in X2 en/of meer bruto resultaat  Er zijn méér niet-kaskosten in X2 maar de stijging van het bruto- resultaat is sterker! (door uitz. res.)  Bruto resultaat = kasopbrengsten – kaskosten (= Cash flow)  is negatief in X1 en positief in X2 dwz dat er terug voldoende grote kasopbrengsten zijn ter dekking van de uitgaven. Welke van de drie deelcomponenten van het resultaat is verantwoordelijk voor het totaal resultaat?

39 38  Bedrijfsresultaat:  Bruto bedrijfsresultaat: negatief in X1 en lichtjes positief in X2  Met name de bruto toegevoegde waarde is gestegen in X2 terwijl personeelskosten nagenoeg gelijk gebleven zijn.  Maar negatief Netto Bedrijfsresultaat  Financieel resultaat:  Dezelfde tendens als het bedrijfsresultaat  Verbetering maar nog niet uit de rode cijfers  In X2 zijn er zeer grote financiële niet-kaskosten: waardeverminderingen op de dochterondernemingen.  Uitzonderlijk resultaat:  Uitzonderlijke opbrengsten: in X2 is dit de sterkste stijger van de drie deelcomponenten. Uit het verslag van de Raad van Bestuur kan afgeleid worden dat het hier gaat om een meerwaarde op verkoop van een verbonden onderneming. Dus: De onderneming heeft in X2 terug een positieve cash flow dankzij een uitzonderlijke opbrengst. Dit is echter geen stabiele situatie naar de toekomst toe. Het bedrijfsresultaat is nog steeds te laag.

40 39 Bespreking Resultaatverwerking XYZ Winst of verlies kan:  Gereserveerd worden  Uitgekeerd worden  Overgedragen worden naar de toekomst Onder A. Te Bestemmen winstsaldo vinden we nog de volgende opsplitsing (zie achteraan in appendix): 1.Te bestemmen winst / verlies van het boekjaar 2.Overgedragen winst / verlies van vorig boekjaar Vandaar dat het saldo dat onder A. staat veel groter is dan enkel wat te bestemmen is van het boekjaar. In beide jaren X1 en X2 is er een totaal te bestemmen verlies dat overgedragen wordt. In X2 wordt een deel van dit gecumuleerde verlies teniet gedaan door afboeking op het eigen vermogen.

41 40 DEEL 2: Analysetechnieken voor financiële analyse I. Horizontale of tijdsanalyse Ter illustratie : Resultatenrekening over 19X1 19X2 19X1 19X2 IAOmzet100000120000100120 IIAHandelsgoederen6000072600100121 BDiensten en diverse goederen750014380100192 C Bezoldigingen133001187010089 DAfschrijvingen75008250100110 IIIBedrijfswinst1170012900100110 VFinanciële kosten1700150010088 XA Belastingen40004560100114 XIWinst boekjaar60006840100114

42 41 BALANS PER.. 31.12.X1 31.12.X2 31.12.X1 31.12.X2 ACTIEF III Materiële vaste activa700006915010099 VI Voorraden600005400010090 VIIAHandelsvorderingen70008400100120 IX Liquide middelen900013000100144 XOverlopende rekeningen4000200010050 TOTAAL15000014655010098 PASSIEF IKapitaal (85 aandelen)8500085000100100 IVReserves1500019000100127 VIIISchulden > 1 jaar10000715010072 IX Schulden < 1 jaar400003540010089 TOTAAL15000014655010098

43 42 II.Vermogenstroomanalyse De horizontale analyse kan ook gebeuren door de identificatie van bronnen en aanwendingen van vermogen.  Bronnen Passiefstijging •Aantrekken van meer kapitaal •Het reserveren van winst •Aantrekken van meer vreemd vermogen Actiefdaling •De liquidatie van actiefbestanddelen  Aanwendingen Actiefstijging •Nieuwe investeringen zowel in vlottend als in vast actief Passiefdaling •Uitbetaling van winst aan de aandeelhouders •Een schuldreductie Bronnen- en aanwendingstabel (= vermogenstroomanalyse) ook wel ‘mutatiebalans’ genoemd.

44 43 Een voorbeeld volgt: Uit deze mutatiebalans zou worden afgeleid dat de onderneming zich in de afgelopen periode financierde via kortlopende schulden, reserveringen en de afbouw van vorderingen <= 1 jaar. Zij besteedde deze middelen aan een toename van de materiële vaste activa en voorraden, aan de reductie van langlopende schulden en in mindere mate aan de verhoging van de kaspositie.

45 44 Toepassing op onderneming XYZ Horizontale analyse van 2 boekjaren Een vereenvoudigde stromenanalyse heeft tot doel vast te stellen of de groei (of inkrimping van de balans) op een efficiënte manier is gebeurd.

46 45

47 46 Toepassing op XYZ Horizontale analyse op de balans (mutatiebalans)  Bronnen: –Afbouwen van uitgebreide vaste activa (1,5 MIA) –Afbouwen van vlottende activa (1,1 MIA) –Optrekken van EV (587 MIO)  Aanwendingen –Afbouwen van het kapitaal (3,2 MIA) –De schulden op LT af te bouwen (2,9 MIA) –De schulden op KT af te bouwen (286 MIO)

48 47 III.Verticale of Structuuranalyse Hierbij worden diverse posten van de resultatenrekening uitgedrukt als een percentage van de omzet, en de diverse posten van de balans als een percentage van het balanstotaal. Hierbij kan op een eenvoudige wijze de structuur der financiële staten worden belicht waarbij vrij vaak de noodzaak om verder onderzoek wordt gereveleerd. Ter illustratie: (de absolute bedragen zijn dezelfde als deze vermeld bij de horizontale analyse)

49 48

50 49 Toepassing op onderneming XYZ Verticale analyse van de balans

51 50

52 51 Toepassing op onderneming XYZ Verticale analyse op de balans Totaal der activa ( = totaal der passiva) = 100%  FVA maken groot deel uit van de UVA dwz XYZ is zeer sterk afhankelijk van dochters voor resultaat  UVA en BVA zijn nagenoeg constant gebleven.  PV is aanzienlijk gedaald ondanks een stijging van het EV maar door de grote daling van de VVLT  VVKT is sterk gestegen in gewicht op de balans ondanks een daling in absolute cijfers. Balansstructuur X1 UVA 55,71% EV 7,45% BVA 44,29% VVLT 38,10% VVKT 54,45% 100% 100% Balansstructuur X2 UVA 55,39% EV 12,81% BVA 44,61% VVLT 24,88% VVKT 62,31% 100% 100% opeisbaarheid Realiseerbaarheid NBK

53 52 Toepassing op onderneming XYZ Verticale analyse van de resultatenrekening en verwerking (Verkopen = 100%)

54 53

55 54 Toepassing op onderneming XYZ Verticale analyse op de resultatenrekening Totaal der verkopen (RR) = 100%  Grote stijging van Bruto TW tov Verkopen  In X2 is Bruto bedrijfsresultaat 0.04% dwz dat per 100 BF dat de onderneming verkoopt, ze slechts 0.04 BF aan bedrijfsopbrengst realiseert.  Op bedrijfsactiviteiten wordt per 100 BF, 1,52 BF verlies gemaakt  Groot gewicht van het uitzonderlijk resultaat in X2 Verticale analyse op de resultaatverwerking Te bestemmen winst = 100 % • In X2 een grote onttrekking aan het EV

56 55 IV.Ratio-analyse  Liquiditeit –Netto Bedrijfskapitaal = Permanent vermogen – Uitgebreid Vast Actief = Beperkt Vlottend Actief – VVKT NBK > 0  gezond –Current Ratio = Beperkt Vlottend Actief / VVKT CR > 1 (‘kritische waarde’)  NBK > 0 –Acid Ratio = (Beperkt Vlottend Actief - Voorraden – Overlopende Rekeningen)/ schuld < 1 jaar –Voorraadrotatie = Kostprijs van de verkopen / voorraden en bestellingen in uitvoering  Hoeveel maal de gemiddelde voorraad verkocht wordt.

57 56 Gezonde situatie: NBK = PV – UVA NBK = BVA - VVKT Permanent Vermogen (PV) Vreemd Vermogen KT (VVKT) Uitgebreide Vast activa (UVA) Beperkte vlottende Activa (BVA) NBK NBK > o  ‘gezond’ (genuanceerd)

58 57 –Aantal dagen voorraad = Voorraden en Bestellingen in uitvoer / (kostprijs van de verkopen / 365) –Aantal dagen klantenkrediet = Handelsvorderingen / [(verkopen + BTW) / 365] –Handelsschulden = (Aankopen + BTW) / 365 Aankoop Leverancier Betaling Leverancier Verkoop aan klant Betaling klant Aantal dagen leverancierkredietKlantenkrediet Aantal dagen voorraad Te financieren periode

59 58  Solvabiliteit –Algemene schuldgraad = VV / EV of VV / TV –Financiële onafhankelijkheid = EV / VV of EV / TV –Zelffinancieringsgraad = (Reserves + Overgedragen Resultaat) / TV  Rentabiliteit –Verkoopmarge = Bedrijfsresultaat / Verkopen –Rendabiliteit TV = (Winst + Financiële lasten) / TV –Rendabiliteit EV = Winst / EV –Financiële hefboom = Rentabiliteit EV / Rentabiliteit TV De Hefboom wordt groter naarmate er minder met EV en meer met VV gefinancierd wordt. Financiële hefboom > 1: positieve hefboomwerking

60 59  Toegevoegde Waarde en personeelskosten Productiviteit personeel = Toegevoegde waarde (herwerkte RR) / Aantal personeelsleden (sociale balans) Aandeel van de personeelskosten in de toegevoegde waarde  Hiervoor enkel de post ‘Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen’ nemen.

61 60 Toepassing op onderneming XYZ Liquiditeit  Netto Bedrijfskapitaal Zowel in X 1 als in X 2 is het NBK negatief, wat suggereert dat het permanent vermogen kleiner is dan de uitgebreide vaste activa. Dit betekent dat vaste activa ten dele gefinancierd worden met kortlopende schuld wat risico’s inhoud voor wat betreft de aflossing van die schuld.

62 61  Current and acid ratio << 1 < 1  Vergelijk met de sector

63 62  Voorraadrotatie, klantenkrediet en leverancierskrediet

64 63  Situatie in X 1:  Situatie in X 2: Aankoop bij de leverancier Betaling van de leverancier Verkoop aan de klant Betaling door de klant Aankoop bij de leverancier Betaling van de leverancier Verkoop aan de klant Betaling door de klant 75 d53 d42 d 128 d voorraad Te financieren periode: 95 dagen 89 d67 d49 d 156 d voorraad Te financieren periode: 116 dagen

65 64 Solvabiliteit De graad van financiële onafhankelijkheid is duidelijk te laag (13% in X2). Dit is ook te zien als men vergelijkt met de resultaten van de andere bedrijven in deze sector (gemiddelde van de sector is 17.2). Hierdoor is de bescherming van de schuldeisers zeer laag. Positief is dan echter wel dat de graad van financiële onafhankelijkheid stijgt. Dit komt door de relatieve en absolute stijging van het eigen vermogen (zie verticale analyse). Dit is zeker niet te danken aan een kapitaalverhoging, vermits het kapitaal daalt met +/- 3221046. De onderneming heeft tijdens X2 wel een deel van de verliezen afgeboekt op het kapitaal (kapitaalsvermindering van 3221045700, zie jaarverslag), maar dit heeft geen effect op de totale som aan eigen vermogen. Wel heeft de onderneming dit jaar winst geboekt en heeft ze dit bedrag overgedragen naar volgend boekjaar. Dit heeft wel een effect op het eigen vermogen, met name een stijging. Nochtans moet opgemerkt worden dat voor een productie onderneming een dergelijk lage solvabiliteitsgraad zeker negatief werkt op de continuïteit van de onderneming en mogelijke terugbetalingsproblemen van de schulden kan meebrengen indien de rentabiliteit onvoldoende hoog is.

66 65 De zelffinancieringsgraad is een indicator van: 1.de gecumuleerde rentabiliteit uit voorgaande boekjaren en het boekjaar zelf 2.van de dividend- en reserveringspolitiek 3.van de leeftijd van de onderneming (bij jonge ondernemingen is deze ratio namelijk eerder laag). Voor beide jaren is deze ratio negatief (-0.12 en -0.32) en dit omwille van de overgedragen verliezen die niet door reserves opgehaald kunnen worden. De zelffinancieringsgraad wordt in X2 artificieel verhoogd doordat het overgedragen verlies aangezuiverd werd in X2 door het verminderen van het kapitaal. De onderneming is dus duidelijk niet in staat zelf een eventuele expansie te financieren; ze is volledig afhankelijk van de kredietverleners. M.a.w. financieel kan de onderneming totaal geen weerstand bieden.

67 66 Rentabiliteit

68 67

69 68 Toegevoegde waarde en personeelskosten  Toegevoegde Waarde per personeelslid = Bruto toegevoegde waarde / aantal personeelsleden Voor onderneming XYZ in het jaar X1 geeft deze ratio: 1.187.007/1319,3 = 900 BF Hiermee zit de onderneming bij de 25% laagsten van de sector (zie sectoranalyse)  Aandeel van de personeelskosten (enkel de post ‘Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen’) in de toegevoegde waarde Voor X 1 wordt deze ratio:2.303.389/1.187.007 = 194% De personeelskosten zijn maw dubbel zo groot als de toegevoegde waarde terwijl het gemiddelde in de sector 88.7% is. In dit licht lijken de afvloeiingen die de onderneming in X2 doorvoerde, gerechtvaardigd. Als we nu deze ratio bekijken voor het jaar X2 dan zien we het volgende: Aandeel van personeelskosten in de toegevoegde waarde: 2.413.326/2.447.106 = 99% Na de ontslagen ziet deze ratio er al heel wat beter uit!


Download ppt "ANALYSE VAN DE JAARREKENING = FINANCIËLE ANALYSE Prof. Dr. H. Vandenbussche Naamsestraat 69 Bureau: 04-111 Tel:016/32.69.20."

Verwante presentaties


Ads door Google