De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Heere Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Heere Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en."— Transcript van de presentatie:

1

2

3 Heere Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en ziel en heel ons leven. Gezang 328

4 Ons gevoel en ons verstand zijn, o Heer’, zo zonder klaarheid, als uw Geest de nacht niet bant, ons niet stelt in 't licht der waarheid. 't Goede denken, doen en dichten moet Gij zelf in ons verrichten.

5 O Gij glans der heerlijkheid, licht uit licht, uit God geboren, maak ons voor uw heil bereid, open hart en mond en oren, dat ons bidden en ons zingen tot de hemel door mag dringen.

6

7 De roeping van Abram 12 1 De HEERE nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. 2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. 4 Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

8

9 Hebreen 11 vs. 8 – 10 8 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam geweest om weg te gaan naar de plaats die hij tot een erfdeel ontvangen zou. En hij is weggegaan zonder te weten waar hij komen zou. 9 Door het geloof is hij een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft hij in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede- erfgenamen waren van dezelfde belofte. 10 Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is.

10 Waarheen pelgrims, waarheen gaat gij- 't Oog omhoog en hand in hand? Wij gaan op des Konings roepstem, Naar ons huis en Vaderland, Over bergen en door dalen Gaan wij naar die blijde zalen (bis) Van Gods huis in 't Vaderland, (bis) Joh. De Heer 232 vs. 1, 3 en 4

11 "Zegt ons, pelgrims, wat verwacht gij Als uw deel aan 't beet're strand?" Koningskroon en priesterkleding Wacht ons uit des Heilands hand, God, de Heil'ge, Ongeziene, Zullen wij met d' eng'len dienen (bis) In der eng'len huis en land (bis)

12 "Pelgrims, zegt ons, mogen wij ook Met u trekken naar dat land?" Komt, weest welkom, volgt ons allen, 't Oog omhoog en hand aan hand. Bij der eng'len vreugdezangen, Zal ons Jezus Zelf ontvangen, (bis) In Gods huis in 't Vaderland. (bis)

13

14 Jakob gaat naar Egypte Genesis 46 1 Israël brak op met alles wat hij had, en hij kwam in Berseba; daar bracht hij offers aan de God van zijn vader Izak. 2 En God sprak 's nachts tot Israël door visioenen en zei: Jakob! Jakob! En hij zei: Zie, hier ben ik. 3 En Hij zei: Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken. 4 Ik zal met u meetrekken naar Egypte en Ik zal u ook zeker doen terugkeren; en Jozef zal uw ogen sluiten. 5 Toen stond Jakob op en vertrok uit Berseba, en de zonen van Israël vervoerden hun vader Jakob, hun kleine kinderen en hun vrouwen op de wagens die de farao gestuurd had om hem te vervoeren. 6 Hun vee en hun bezittingen die zij in het land Kanaän verworven hadden, namen zij mee; en zij kwamen in Egypte aan, Jakob en heel zijn nageslacht met hem. 7 Zijn zonen en zijn kleinzonen met hem, zijn dochters, zijn kleindochters en heel zijn nageslacht bracht hij met zich mee naar Egypte.

15

16 Beveel gerust uw wegen, Al wat u 't harte deert, der trouwe hoed' en zegen van Hem, die 't al regeert. Die wolken, lucht en winden wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden waarlangs uw voet kan gaan. Joh. De Heer 411 vs. 1 en 4 en 8

17 Laat Hem besturen, waken, 't is wijsheid wat Hij doet! Zo zal Hij alles maken, dat ge u verwond'ren moet, als Hij, die alle macht heeft, met wonderbaar beleid geheel het werk volbracht heeft, waarom gij thans nog schreit.

18 Hoor onze smeekgebeden; Heer, red uit alle nood! Sterk onze wank'le schreden en leer ons tot de dood vertrouwen op uw zegen en vaderlijk beleid, dan voeren onze wegen naar 't rijk der heerlijkheid.

19 1 Er was een man uit Ramathaïm-Zofim, uit het bergland van Efraïm, en zijn naam was Elkana, een zoon van Jeroham, de zoon van Elihu, de zoon van Tochu, de zoon van Zuf, een Efrathiet. 2 En hij had twee vrouwen. De naam van de ene was Hanna en de naam van de andere Peninna. Nu had Peninna kinderen, maar Hanna had geen kinderen. 3 Deze man ging van jaar tot jaar zijn stad uit om zich in Silo voor de HEERE van de legermachten neer te buigen en offers te brengen. Daar waren de twee zonen van Eli, Hofni en Pinehas, priesters van de HEERE. 1 Samuel 1 vs. 1 t/m 3

20 k Ben reizend naar die stad, waar Christus 't licht zal zijn, om eeuwig daar te zijn bij hem, bevrijd van zorg en pijn. Geen smart meer daar omhoog, geen smart meer daar omhoog, God zelf wist daar de tranen droog, geen smart meer daar omhoog. Joh. De Heer 19 vs. 1, 3 en 4

21 Geen smart meer daar omhoog, geen smart meer daar omhoog, God zelf wist daar de tranen droog, geen smart meer daar omhoog. Daar is geen dood, geen rouw, geen leed, geen zielsangst meer, maar eeuw'ge blijdschap wacht de ziel, daarboven bij de Heer.

22 Geen smart meer daar omhoog, geen smart meer daar omhoog, God zelf wist daar de tranen droog, geen smart meer daar omhoog. Daar is de strijd voorbij, daar wacht de gloriekroon, daar vindt de ware strijder rust en God Zelf is zijn loon.

23 De uitzending van de twaalf Lucas 9 vs Hij riep Zijn twaalf discipelen bijeen en gaf aan hen kracht en macht over alle demonen, en om ziekten te genezen, 2 en Hij zond hen op weg om het Koninkrijk van God te prediken en de zieken te genezen. 3 En Hij zei tegen hen: Neem niets mee voor onderweg: geen staf, geen reiszak, geen brood, geen geld. Ook mag niemand van u twee stel onderkleren bij zich hebben. 4 En welk huis u ook zult binnengaan, blijf daar en vertrek vandaaruit. 5 En als ze u niet zullen ontvangen, vertrek dan uit die stad en schud ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen. 6 Zij vertrokken en reisden door alle dorpen, en zij verkondigden het Evangelie en genazen overal de zieken.

24 De uitzending van de zeventig Lucas 10 vs 1 – 11 1 Hierna wees de Heere nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor Zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij komen zou. 2 Hij zei dan tegen hen: De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt. 3 Ga heen, zie, Ik zend u als lammeren te midden van de wolven. 4 Neem geen beurs, geen reiszak en geen sandalen mee, en groet niemand onderweg. 5 En welk huis u ook maar binnengaat, zeg eerst: Vrede zij dit huis!

25 6 En als daar een zoon van vrede is, zal uw vrede op hem rusten. Zo niet, dan zal uw vrede tot u terugkeren. 7 Blijf in dat huis en eet en drink wat u door hen voorgezet wordt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere huis. 8 En welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u, eet wat u voorgezet wordt, 9 genees de zieken die daar zijn, en zeg tegen hen: Het Koninkrijk van God is dicht bij u gekomen. 10 Maar welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u niet, ga naar buiten, de straat op, en zeg: 11 Zelfs het stof uit uw stad dat aan ons kleeft, schudden wij tegen u af. Maar weet dit, dat het Koninkrijk van God dicht bij u is gekomen.

26 Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan, schouder aan schouder in uw wijngaard te staan, samen te dienen, te zien wie U bent, want uw woord maakt uw wegen bekend. Samen op weg gaan, dat is ons gebed, als een volk, dat juist daarvoor door U apart is gezet, vol van uw liefde, genade en kracht, als een lamp, die nog schijnt in de nacht. Joh. De Heer 983 vs. 1, 2 en 3

27 Samen te strijden in woord en in werk, één zijn in U, dat alleen maakt ons sterk, delen in vreugde, in zorgen, in pijn, als uw kerk, die waarachtig wil zijn. Samen op weg gaan, dat is ons gebed, als een volk, dat juist daarvoor door U apart is gezet, vol van uw liefde, genade en kracht, als een lamp, die nog schijnt in de nacht.

28 Samen op weg gaan, dat is ons gebed, als een volk, dat juist daarvoor door U apart is gezet, vol van uw liefde, genade en kracht, als een lamp, die nog schijnt in de nacht. Samen op weg gaan, dat is ons gebed, als een volk, dat juist daarvoor door U apart is gezet, vol van uw liefde, genade en kracht, als een lamp, die nog schijnt in de nacht.

29

30

31 Ik ben verblijd, wanneer men mij Godvruchtig opwekt: "Zie wij staan Gereed, om naar Gods huis te gaan. Kom, ga met ons, en doe als wij." Jeruzalem, dat ik bemin; Wij treden uwe poorten in; Daar staan, o Godsstad, onze voeten. Jeruzalem is wel gebouwd, Wel saamgevoegd: wie haar beschouwt, Zal haar voor 's Bouwheers kunstwerk groeten. Joh. De Heer 353 vs. 1 en 2

32 De stammen, naar Gods Naam genoemd, Gaan derwaarts op; waar elk zich buigt Naar d' ark, die van Gods gunst getuigt, Waar elk Zijn Naam belijdt en roemt; Want d' achtbre zetel van 't gericht, Is daar voor Davids huis gesticht, De rechterstoelen staan daar binnen. Bidt, met een algemene stem, Om vrede voor Jeruzalem. Het ga hun wel, die u beminnen.

33

34 1 'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen, Vanwaar ik dag en nacht Des Hoogsten bijstand wacht. Mijn hulp is van den Heer' alleen, Die hemel, zee en aarde, Eerst schiep, en sinds bewaarde. Joh. De Heer 343 vs. 1, 2 en 4 (Psalm 121)

35 2 Hij is al treft u 't felst verdriet, Uw Wachter, die uw voet Voor wankelen behoedt; Hij, Isrels Wachter, sluimert niet; Geen kwaad zal u genaken; De Heer' zal u bewaken.

36 4 De Heer' zal u steeds gadeslaan, Opdat Hij in gevaar, Uw ziel voor ramp bewaar'. De Heer', 't zij g' in of uit moogt gaan, En waar g' u heen moogt spoeden, Zal eeuwig u behoeden.

37

38 3 Ik blijf den Heer' verwachten; Mijn ziel wacht ongestoord; Ik hoop, in al mijn klachten, Op Zijn onfeilbaar woord; Mijn ziel, vol angst en zorgen, Wacht sterker op den Heer', Dan wachters op den morgen; Den morgen, ach, wanneer? Johan de Heer 401 vs 3 en 4 ( Psalm 130) )

39 4 Hoopt op den Heer', gij vromen; Is Israël in nood, Er zal verlossing komen; Zijn goedheid is zeer groot. Hij maakt, op hun gebeden, Gans Israel eens vrij Van ongerechtigheden; Zo doe Hij ook aan mij.

40

41 1 Geduchte God, hoor mijn gebeden; Strijd voor mijn recht, en maak mij vrij Van hen, die, vol arglistigheden, Gerechtigheid en trouw vertreden, Opdat mijn ziel Uw naam belij' En U geheiligd zij Johan de Heer 353 vs. 1, 3 en 4 ( Psalm 43)

42 3 Zend Heer', Uw licht en waarheid neder, En breng mij, door dien glans geleid, Tot Uw gewijde tente weder Dan klimt mijn bange ziel gereder Ten berge van Uw heiligheid, Daar mij Uw gunst verbeidt.

43 4 Dan ga ik op tot Gods altaren, Tot God, mijn God, de bron van vreugd; Dan zal ik, juichend, stem en snaren Ten roem van Zijne goedheid paren, Die, na kortstondig ongeneugt Mij eindeloos verheugt.

44

45 1 Rust mijn ziel, uw God is Koning, heel de wereld zijn gebied. Alles wisselt op zijn wenken, maar Hij zelf verandert niet. Joh. De Heer 847 vs. 1, 2 en 3 ( Gez. 179 )

46 2 Ieder woelt hier om verand'ring en betreurt ze dag aan dag, hunkert naar hetgeen hij zien zal, wenst terug 't geen hij eens zag. 3 Rust mijn ziel, uw God is Koning! Wees tevreden met uw lot! Zie, hoe alles hier verandert, en verlang alleen naar God!


Download ppt "Heere Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeengekomen. Laat in 't hart dat naar U hoort uw genade binnenstromen. Heilig ons, dat wij U geven hart en."

Verwante presentaties


Ads door Google