De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Landbouwproductie en Ecosysteemdiensten Herbekeken evalueren van ruimtelijke alternatieven Frederik LEROUGE*, Hubert GULINCK, Liesbet VRANKEN KU Leuven.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Landbouwproductie en Ecosysteemdiensten Herbekeken evalueren van ruimtelijke alternatieven Frederik LEROUGE*, Hubert GULINCK, Liesbet VRANKEN KU Leuven."— Transcript van de presentatie:

1 Landbouwproductie en Ecosysteemdiensten Herbekeken evalueren van ruimtelijke alternatieven Frederik LEROUGE*, Hubert GULINCK, Liesbet VRANKEN KU Leuven Steunpunt Ruimte - Workshop 5 5 mei 2014 Brussel *Frederik.lerouge@ees.kuleuven.be

2 Ruimtelijke context Vlaanderen Vlaanderen als ‘nevelstad’ Relatief kleinschalig, gefragmenteerd en verstedelijkt landschap (547 inw/km 2 ) Volgens het OECD criterium (<150 inw/km 2 ) zou slechts 10% van het VL grondgebied als ‘platteland’ beschouwd worden (wat niet overeenkomt met de gangbare perceptie 1 ) Polarisatie tussen verstedelijkte en ‘open’ ruimte Polarisatie binnen open ruimte, vb. natuur - landbouw Data sources: ANB, NGI 1 Lenders et al. 2006

3 Transitie van ruimtelijke planning in VL De manier waarop ruimtelijke planning met ruimte wil omgaan wijzigt Toenemende vraag naar ruimtelijke integratie van meerdere diensten  hogere niveaus van agro- en ecosysteemdiensten (vb. onder toenemende vraag naar ruimte voor recreatie) Ook zoeken ‘nieuwe’ functies (hernieuwbare energie, blauw-groene netwerken, locale voedselsystemen, …) hun ruimtelijke en sectorale niches  niet altijd vlot te vinden binnen het heersend ruimtelijk kader. Gevolg: multifunctionele bioproductive ruimte  hoge intrinsieke waarde Intussen: globale (r)evoluties  drijvers voor voedsel- en bio-energieproductie in Vlaanderen, terwijl beschikbare en toegankelijke bioproductieve ruimte verder afneemt

4 - Concept - Bioproductive space - Introduceren van bioproductieve ruimte als een fundamentele grondstof - Essentie: primaire productieprocessen (i.e. fotosynthese) voorzien in agro- en ecosysteemdiensten Bioproductieve ruimte T (°C) vs. vegetation (>3m) → regulating service

5 Provisionele dienst zkt. Ruimtelijke niche Historisch: nadruk op waar provisionele diensten het best zouden ontwikkeld worden, met het oog op maximale productiviteit Minder aandacht voor trade-offs en synergieën tussen agro- en ecosysteemdiensten die door bioproductive ruimte worden geleverd Daarnaast ook een lock-in in landbouwonderzoek, waarbij genetische innovaties meer aandacht krijgen dan afro-ecologische innovaties 1 Desondanks ontstaan uiteenlopende provisionele systemen in ‘marginale’ ruimtes: Wegbermen: biomassa (maar ook biodiversiteit) 2 Brownfields: biomassa mbv fytoremediëring 3 Steden, stadsrand: stadslandbouw en lokale voedselsystemen Private ruimte: tuinproductie 4 Natuurgebieden: provisionele diensten in het kader van natuurbeheer …  Productielandschappen 1 Vanloqueren & Baret 2008,2009 2 e.g. Van Meerbeek et al 2014 3 e.g. Schreurs et al 2011 4 e.g. Dewaelheyns et al

6 Onderzoeksvragen 1.Hoe maatschappelijke baten van agro- en ecosysteemdiensten welke door bioproductieve ruimte geleverd worden, optimaliseren? (rol van biofysische factoren, context en socio- economische drivers) 2.Welke ‘marginale’ ruimten spelen een mogelijke sleutelrol bij het leveren van deze diensten, en wat voor productiemodellen ontstaan in deze ruimten? (vb. land sharing en land sparing 1 ) 3.Hoe kunnen schaal en ruimtelijke configuratie een meerwaarde bieden? (vb. land use complementation en supplementation 2 )? 1 Phalan et al 2011; Tscharntke et al 2012 2 Colding 2007

7 Onderzoeksvragen 1 Phalan et al 2011; Tscharntke et al 2012 2 Colding 2007 1.Hoe maatschappelijke baten van agro- en ecosysteemdiensten welke door bioproductieve ruimte geleverd worden, optimaliseren? (rol van biofysische factoren, context en socio- economische drivers) 2.Welke ‘marginale’ ruimten spelen een mogelijke sleutelrol bij het leveren van deze diensten, en wat voor productiemodellen ontstaan in deze ruimten? (vb. land sharing en land sparing 1 ) 3.Hoe kunnen schaal en ruimtelijke configuratie een meerwaarde bieden? (vb. land use complementation en supplementation 2 )?

8 Onderzoeksvragen 1 Phalan et al 2011; Tscharntke et al 2012 2 Colding 2007 Complementation Supplementation 1.Hoe maatschappelijke baten van agro- en ecosysteemdiensten welke door bioproductieve ruimte geleverd worden, optimaliseren? (rol van biofysische factoren, context en socio- economische drivers) 2.Welke ‘marginale’ ruimten spelen een mogelijke sleutelrol bij het leveren van deze diensten, en wat voor productiemodellen ontstaan in deze ruimten? (vb. land sharing en land sparing 1 ) 3.Hoe kunnen schaal en ruimtelijke configuratie een meerwaarde bieden? (vb. land use complementation en supplementation 2 )?

9 Casestudiegebied en dataverzameling Extensieve vleesproductie in een halfnatuurlijk landschap

10

11 Ruimtelijk expliciete dataset op perceelsniveau Landgebruik: Bedrijfsboekhouding en -aangifte, Groenkaart 2011&2013 (ANB) Ecologische waarde: BWK v2 (geverifieerd en gecorrigeerd), Habitatkaart v5.2, aanwezigheid van doelsoorten (regionaal & EU directieven) Fysisch systeem: Bodemtextuur en vochtklasse (AGIV 2001), overstromingsgevoeligheid (VMM 2006), grondwaterstand (DOV) Productiedata: begrazing (GVE/dag,perceel), maaien (balen/perceel) Kosten en inkomens: Bedrijfsboekhouding

12 Begrazing intensiteit

13 Maaien intensiteit

14 Landgebruik: normatieve scenarios Geaggregeerde agro- en ecosysteemdiensten geleverd door bioproductieve ruimte: vergelijking bestaand extensief productiemodel met intensieve productiescenarios 1 Berekening van benodigde ruimte-inname in een GIS omgeving Aggregatie voorlopig gebaseerd op Natuurwaardeverkenner 2 IntensiveMIN scenario houdt rekening met locatie-specifieke beperkingen (vb. overstromingsrisico, gebiedsbeschermingen, …), IntensiveMAX niet (=corner solution). IntensiveMIN IntensiveMAX Extensive 1 based on Gavilan et al. 2012; Raes et al 2011 2 Broekx et al. 2013

15 Resultaten: vergelijking scenarios Wanneer we de geselecteerde ecosysteemdiensten in beschouwing nemen (minimale inschattingen), levert het extensieve scenario meer maatschappelijke baten, maar enkel wanneer bestaande biofysische beperkingen in rekening gebracht worden

16 Discussie & conclusies Verschillende positieve agro- and ecosysteemdiensten zijn externaliteiten, hoe internaliseren? Agro-tourisme → Relatief hoge bevolkingsdichtheid: (half)natuurlijke landschappen worden sterk gewaardeerd (maar ook sterk schaal-afhankelijk!) → Plekken met hoge landschappelijke waarde verbinden: meerdaagse trektochten Ontwikkeling alternatieve lokale markt (met afwijkende kwaliteitscriteria) → Vlees van rustieke rassen niet altijd geschikt voor conventionele markt – vergt alternatieve markt met andere kwaliteitscriteria 1 → Associaties voorzien in productdiversiteit (en verhogen efficiëntie, vb. delen van zwaar gereedschap) Subsidies 1 Bedoin & Kristensen 2013; Fraser et al. 2013

17 Discussie & conclusies Co-adaptatie op bedrijfsniveau (productie – biodiversiteit) Strategisch belang aangepaste rustieke rassen: vb. toename levend gewicht van Kempisch Roodbont (ca. 800 g/dag) merkelijk hoger dan verschillende andere rassen die kunnen grazen op halfnatuurlijke graslanden (vb. 260 – 650 g/dag voor Galloway) 1 Feitelijke productiewaarde van extensieve productie (27 000€/j) is een stuk hoger dan wat de Natuurwaardeverkenner zou voorspellen (7 000€/j) Complementariteit van begrazingstypen 1 Bedoin & Kristensen 2013; Fraser et al. 2013

18 Co-adaptatie op het deelbekken niveau (extensieve – intensieve productie) Biodiversiteitsdoelen lijken in strijd met productiedoelen: is er een ‘paradox van provisie’ in (half)natuurlijke productielandschappen? Ja? Vb. Natuurdecreet  Natura2000 instandhoudingsdoelen hinderen (her)vergunning voor sommige veeteeltbedrijven met hoge emissies (cf. De standaard 25 April 2014: “Veeteelt moet wijken voor beschermde natuur”) Nee? Onze resultaten illustreren hoe een alternatief, extensief veeteeltmodel kan bufferen tegen meer intensieve vormen van landgebruik in hetzelfde bekken.  Ruimtelijke complementariteit voorziet in win-win configuraties Discussie & conclusies

19 Waardering ecosysteemdiensten Waardering ESD is een veelbelovende techniek voor de aggregatie van geselecteerde agro- en ecosysteemdiensten, en voor relatieve evaluatie van landgebruiksalternatieven. Maar nauwkeurigheid van inschattingen is soms onduidelijk / ontoerijkend: eenvoud van sommige functies in schril contrast met intrinsieke complexiteit van de geëvalueerde systemen (e.g. provisionele diensten, culturele diensten) In rekening brengen van potentiële ‘emergente’ eigenschappen: potentieel van land use complementations potentieel van ‘alternatieve’ productiesystemen Discussie & conclusies

20 Dank! Steunpunt Ruimte - Workshop 5 5 mei 2014 Brussel Frederik.lerouge@ees.kuleuven.be


Download ppt "Landbouwproductie en Ecosysteemdiensten Herbekeken evalueren van ruimtelijke alternatieven Frederik LEROUGE*, Hubert GULINCK, Liesbet VRANKEN KU Leuven."

Verwante presentaties


Ads door Google