De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Training Observeren Kijken naar kinderen en leerkrachten

Verwante presentaties


Presentatie over: "Training Observeren Kijken naar kinderen en leerkrachten"— Transcript van de presentatie:

1 Training Observeren Kijken naar kinderen en leerkrachten
pabo 1 periode 1 Filmpje Alie: en in map trainingen-> observeren

2 Ter ondersteuning van Leerwerktaak 1 periode 1
Naast een gesprek is observatie de belangrijkste methode die een leerkracht heeft om zijn kinderen te leren kennen. Vandaar dat er verder wordt gesproken over het observeren van kinderen. Jij gaat echter in deze leerwerktaak oefenen met observeren door je praktijkbegeleider te observeren. Je bent tenslotte nu vooral aan het kijken naar hoe jouw praktijkbegeleider lesgeeft.

3 Wat zie je?

4 Het begint bij kijken en luisteren….
…. naar kinderen als ze spelen, onderzoeken, fantaseren, samenwerken, werken, communiceren, leren …. om kinderen te leren kennen met al hun interesses, bijzonderheden en mogelijkheden en te ontdekken wat hun vragen zijn, wat ze willen ontdekken en waar ze nieuwsgierig naar zijn …. en het gaat verder zodra leerkrachten ingaan op wat kinderen allemaal laten zien en horen en zo keuzes maken voor een nieuw aanbod van activiteiten en materialen (Baeyens, 2011)

5 De leerkracht De leerkracht doet ertoe
Gedrag van een leerkracht is van grote invloed op het functioneren van de kinderen

6 Wat zie je? Wat denk je?

7 Observeren Bewust, doelgericht en planmatig waarnemen van gedrag.
Je probeert dit zo objectief mogelijk te doen. Probeer alleen waar te nemen en te beschrijven wat je ziet, niet wat je denkt.

8 Observeren is een manier van waarnemen
Met je zintuigen: horen, zien, proeven ruiken, voelen Bewust: “ Luister eens naar die koekoek.” Onbewust: De route nemen van school naar huis Je selecteert vanuit wat je zelf vanzelfsprekend vindt: teksten op een pakje sigaretten…

9 Opdracht Geef van 3 kinderen uit jouw praktijkklas in 1 zin een beschrijving

10 Lees jouw beschrijving van de 3 kinderen nog eens goed door.
Kloppen de beschrijvingen of is dit jouw beeld van de kinderen? Hoe weet je dit? Overleg in tweetallen. Hoe weet je of jouw beeld van deze kinderen goed is?

11 Factoren die waarneming beïnvloeden
selectie van prikkels vooroordelen subjectiviteit ervaring, deskundigheid projectie

12 Het pygmalion- effect Je waarneming is gekleurd. Je hebt een eigen ‘ referentiekader’ . Is dat kind een leuk meisje, een ijverige leerling, een stoere jongen? Is dat gedrag storend, irritant, uitdagend of grappig? De zwakke leerling… De slimme leerling …

13 Je ziet een opname van Manon. Zij zit in groep 5
Je ziet een opname van Manon. Zij zit in groep 5. Zij is in de klas aan het werk met een rekentaak. 1. Bekijk het fragment en noteer achteraf wat je hebt gezien. Bekijk het fragment opnieuw en vergelijk je beschrijving met de beelden. Welke aspecten van de situatie / haar gedrag heb je niet genoemd? 2. Welke emoties roepen deze beelden bij je op? (sympathie of irritatie of ....) Ga eens na waardoor dat komt? Welke reactie zou je geven als je dit bij jou in de groep zag gebeuren? Welke relatie is er tussen die reactie en je emoties?

14 De leerkracht De leerkracht doet ertoe
Gedrag van een leerkracht is van grote invloed op het functioneren van de kinderen vragen stellen reageren op kinderen corrigeren van kinderen luisteren naar kinderen

15 Video opdracht Kijk naar het beeldfragment ‘eruit’en
student 1: observeer het gedrag van de leerkracht student 2: observeer Ali Vergelijk jullie observaties Beschrijf het gedrag van de leerkracht zo objectief mogelijk

16 Open observatie Open observatie/vrije observatie: het is een beschrijvend verslag Er zijn geen strakke regels of afspraken over hoe de observatie vorm krijgt Geen schema’s of van tevoren vastgestelde categorieën Vaak maak je korte notities, die achteraf in een verslag worden uitgewerkt

17 Gesloten of gestructureerde observatie
Vooraf stel je regels op, je stelt categorieën op Je werkt met observatielijsten, observatieschema’s of turfschema’s: Bijvoorbeeld Hoe vaak en hoe geeft je praktijkbegeleider complimenten? Gesloten observatie Complimenten geven Verbaal Non-verbaal Aantal (Hoe vaak geturft) Aan individu Aan groepje Aan hele klas Totaal Tijdens de instructie bij elk compliment turven.

18 Welke methode gebruik je wanneer?
Bij een ongestructureerde observatie kun je alles wat je van belang vindt vastleggen Hierna heb je zoveel gegevens, dat je gerichter kunt gaan observeren m.b.v. een observatieschema.

19 Observatielijsten Effectieve leerkrachtcommunicatie
Betrokkenheidshogende factoren Vragen stellen Reageren Corrigeren (positief of negatief) Luisteren Observeren kun je leren (Janson& Memelink, 2005) Expertisecentrum EGO

20 Video opdracht Bekijk nog eens een stukje van de leerkrachtinteractie in het fragment ‘Eruit!’ Noteer voor jezelf (turven): P= prijzen K= kritiek geven A= aanmoedigen G= gevoelens uiten

21 Jij bent vast de slimste niet!

22 Doornemen leerwerktaak
Doornemen van 3 verschillende opdrachten van de leerwerktaak, student maakt samen docent training of met praktijkbegeleider keuze voor één bepaalde opdracht.


Download ppt "Training Observeren Kijken naar kinderen en leerkrachten"

Verwante presentaties


Ads door Google