Hoofdstuk 6: waarden, normen en instituties

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
De 5 dimensies van cultuur
Advertisements

Rekenproblemen en Dyscalculie
Massamedia en cultuur Normen Specifieke regels in groep / samenleving
Interculturele Communicatie
3. Het sociaal-economisch systeem
Levensbeschouwing en Maatschappijleer
MENSEN LEVEN MET MENSEN
Bevrijdende waarden en normen in de publiek moraal
1.
Hoofdstuk 2 Socialisatie.
Kenmerken van de concept contextbenadering
Dans van Vos Weg van Wolf
Cultuur en Identiteit 4.1 Wat is cultuur?
(godsdienst)sociologie Tiltenberg-St. Bonifatius Jaar I-II, major Code VIII.3.
Hoofdstuk 1 De verantwoordelijkheid van ingenieurs
Sociale kaders: Hoofdstuk 14 Sociale structuur
Politiek.
Hoofdstuk 9: Tussenmenselijke relaties
Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict
Ethiek.
Dienstverlening voor integere en geweldloze communicatie Presentatie door R.R. Annema.
Het discriminatieverbod en redelijke aanpassingen Annelies D’Espallier
Belangrijke begrippen (selectie H3, H4)
Dossier Empowerment.
Hoofdstuk 7: Vormen van sociale dwang
Leidinggeven H6 Betrokkenheid en werkdruk Logistiek supervisor.
Algemene Sociologie PA – B1
Docent: Anco R.O. Ringeling
JONGEREN Pagina 24 t/m 50.
Analyse maatschappelijk vraagstuk
Sociologie en Diversiteit hoorcollege 1
Ontwikkeling en de basisschool
1 Sociologie en Diversiteit hoorcollege 3 Harrie Manders
sociologie en diversiteit
Ontwikkeling en de basisschool
Opgroeien in de stad les 3
Levensbeschouwing Christendom (Ikos). Levensbeschouwelijke lijn Actieve pluriformiteit HumanismeIslamChristendomFilosofie.
§2: politieke stromingen en partijen:
Mirjam van Puijfelik Ethiek Ethische aspecten en professioneel handelen door de maatschappelijk werker.
1 Analyse maatschappelijk vraagstuk. 2 Formele macht: Deze macht is officieel vastgelegd in wetten en regels (gezag) Voorbeeld: de burgemeester verbied.
Leidinggeven Hoofdstuk 6 Betrokkenheid en werkdruk.
Koffieochtend 3 november 2016 REGELS EN GRENZEN IN DE OPVOEDING
…..LET OP…………. Deze powerpoint gaat over de “Politieke Stromingen”.
Recht in Gedwongen Kader
Sociale kaders: Hoofdstuk 14 Sociale structuur
Maatschappelijk vraagstuk
Belangrijke begrippen (selectie H3, H4)
Pluriforme samenleving paragraaf 2
Hoofdstuk 7: Vormen van sociale dwang
Groepsdruk Sarah Benabdallah 2015/2016.
H2 Een leven lang leren.
§ 1.1 Identiteit Identiteit is het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt.
Consumenten-gedrag Sociologische blik
Sociale kaders: Hoofdstuk 16 Cultuur
Hoofdstuk 8: Afwijkend gedrag en conflict
Sociologische paradigma’s
Politieke socialisatie Politieke institutie Sociale institutie
Hoofstuk 16 Interculturele communicatie
MAW §1.3.
Kenmerken van de concept contextbenadering
Consumentengedrag Les 2: Consumentengedrag (paragraaf 1.1 – 1.3)
Aangeboren of aangeleerd?
Aangeboren of aangeleerd?
Politieke veranderingen in het bindingsvraagstuk
Sociale veranderingen in het bindingsvraagstuk
Havo lesboek deel 1 ~ Hoofdstuk 1
Vormingsvraagstuk HAVO ~ Deel 2 ~ H12.
In de vuurlinie van een pos
Duurzaamheid C en D Hoofdstuk 2 People.
§ 10.1 Industriële revolutie
Transcript van de presentatie:

Hoofdstuk 6: waarden, normen en instituties Begrippen hoofdstuk 6: Normen Sancties Socialisatie Waarden Belangen Instituties Anticiperen Internalisatie Vertraging

vervolg Taboe Folkways en mores Universals – specialties – alternatives Consensus Dissensus Anomie

Wat doen mensen om het samenleven soepel te laten verlopen? Afspraken!! - Beleefdheid - Met 2 woorden spreken - Respect - Opstaan voor Surinaams Trouw volkslied Eerlijkheid Een gegeven woord niet verbreken WAARDEN NORMEN

Normen min of meer bindende verwachtingen van de leden van de samenleving omtrent het handelen of niet-handelen door de leden van een samenleving of groepering. opvattingen van de samenleving of groepering geboden en verboden.

Surinaamse normen? Links houden in het verkeer Opstaan als de Surinaamse vlag wordt gehesen Op je beurt wachten ……

Belang normen: Richtinggevend Ordening van menselijk gedrag in de samenleving Gedrag wordt tot o zekere hoogte geordend, voorspelbaar

Essentieel kenmerk van normen: Mogelijkheid tot sancties Sancties: Middelen tot sociale controle of machts- uitoefening in de vorm van beloning (positieve sociale sanctie) of straf (negatieve sociale sanctie)

Normen: Niet: het gedrag zelf (je houdt links in het verkeer) Wel: de verwachtingen/opvattingen omtrent het gedrag (er wordt van je verwacht dat je links moet houden)

Naleving normen: Socialisatie! Overdragen van waarden, normen, rollen aan ‘nieuwelingen’. In de omgang met anderen maken mensen zich de (sub)cultuur eigen

Waarden abstracte (vrij vaag) collectieve voorstellingen [die leven onder de leden van een samenleving of groepering] omtrent wat mensen als goed en juist en dus nastrevenswaardig beschouwen

Waarden en normen nader bekeken Waarde – uitgangspunt Normen – afgeleide Normen komen uit waarden voor

Waarden vs Normen Waarde: beleefdheid Normen (afgeleid van waarde Beleefdheid): Volwassenen met U aanspreken Groeten bij het betreden van een ruimte Bedanken bij het ontvangen van een presentje ………. Keuze uit verschillende gedragsalternatieven!! Uit 1 waarde kan men verschillende normen afleiden!!

Waarden kunnen veranderen: Per periode Qua inhoud Waarden zijn richtinggevend!!

Vraag: Kun je een concrete situatie bedenken waar de waarde ‘rechtvaardigheid’ betekent dat sommigen meer krijgen dan anderen?

Voor bepaalde situaties bestaan vaststaande, vaak min of meer gestandaardiseerde gedragingen: Vaste regels/afspraken bij tentamens Vaststaande gedragingen bij het gaan naar de kerk ….

Instituties vast, collectief bepaald gedragspatroon (gebaseerd op een belangrijk geachte waarde) oftewel een geijkte procedure (voor een bepaalde situatie) volgens welke men bepaalde dingen in een samenleving of groepering pleegt te doen, omdat het nu eenmaal zo en niet anders behoort te worden gedaan (tradities, gewoonten, gebruiken)

Instituties: Geheel van regelingen op een bepaald gebied (zoals voortplanting, belijden van het geloof, omgang met elkaar, productie, orde handhaving ..) geheel van regelingen vormt institutie

Instituties (vervolg): Georganiseerd rondom centrale situatie/ sociale behoefte (belangrijk probleem van de mens in de samenleving) Vb: Zorg voor kinderen Voorzien in levensonderhoud Zorgen voor orde en harmonie

Belangrijke instituties: Verwantschap: gezin Onderwijs/scholing: school, het examen Overheidsmacht: politieke instituties, rechtbank, assemblee Economie: economische instituties za fabriek, veebedrijf Religie: kerk Gezondheidszorg: consultatiebureau, ziekenhuis

Functie instituties: Enerzijds: om in bepaalde individuele ‘behoeften’ te voorzien. Z.a. sexuele behoeften op sociaal aanvaardbare wijze bevredigen – huwelijk/partnerschap Anderzijds: voorzien in maatschappelijke behoeften. Z.a: behoefte aan meer leden realiseren – huwelijk/partnerschap

Door instituties: Mogelijkheid om in zekere mate op elkaars gedrag te anticiperen Vb: Igv tentamens – zowel docent als studenten weten wat van hen wordt verwacht

Waarden – Normen - Instituties Geen concrete dingen Slechts namen voor geconstateerde verschijnselen Pas op voor reïficatie

Reïficatie: Het toekennen van de mogelijkheid tot handelen aan een begrip

Verband waarden – normen – instituties? Waarde: voorstellingen omtrent hetgeen goed/juist is (waarden). Vb: rechtvaardigheid Hierbij: wederzijdse verwachtingen om het gedrag daarnaar te richten (normen). Vb: inspraak hebben in gang van zaken mbt land Geijkte procedures om dat in vele gevallen te doen (instituties). Vb. verkiezing, referendum

Sommige instituties zijn wettelijk vastgelegd Andere instituties zijn informeel Sommige instituties gelden slechts voor de leden van bepaalde groepen/organisaties

Waarde: trouw Institutie: ? Ongebruikelijk: ? Vraag: Geef voorbeeld van een waarde die je op een geijkte manier (institutie!) en op een ongebruikelijke manier kunt realiseren? Waarde: trouw Institutie: ? Ongebruikelijk: ?

Ontstaan waarden, normen en instituties? Ontstaan zodra mensen duurzaam samenleven en samenwerken Belangrijk: internalisatie Het zich zodanig eigen maken van de groepswaarden en groepsnormen dat ze niet meer als van buitenaf opgelegd worden ervaren

Filosofische stromingen en waarden,normen & instituties Idealisme: sociale werkelijkheid (maatschappelijke verschijnselen en sociale verandering) wordt primair bepaald door ideeën en opvattingen van mensen en groepen

Filosofische stromingen (vervolg) Materialisme: ideeën en opvattingen van mensen worden bepaald door de materiële omstandigheden (=economische factoren, bezits- en machtsverhoudingen, arbeids- en leefsituatie)

Filosofische stromingen (vervolg) Max Weber en Calvinisten: waarden en normen (speciaal die van het Calvinisme) zijn niet alleen producten van maatschappelijke omstandigheden, MAAR ze kunnen ze ook beïnvloeden.

Verandering waarden en normen: Vertraging Onbewust (geestelijke) traagheid Psychische zekerheid Belangen ! Vertraging of juist Voorlopen?

Hiërarchie Waardenhiërarchie Folkways en mores taboe (als verbod) Gewoonten en instituties

Normen: folkways en mores Minder belangrijk geachte normen. Geen zware sancties bij overtreding Mores Belangrijk geachte normen Zware sancties bij overtreding Taboe Verbod waarbij niet alleen bepaalde handelingen verboden zijn, maar waarover men zelfs niet mag praten

Consensus en dissensus binnen 1 samenleving is er slechts 1 stelsel van waarden, normen en instituties waarover alle mensen het in principe met elkaar eens zijn en zich daaraan gebonden voelen (zowel rationeel als gevoelsmatig)

Consensus realiseerbaar? Universals: cultuurelementen die door alle leden van de samenleving worden gedeeld Specialties: cultuurelementen die typerend zijn voor leden van bepaalde groeperingen Alternatives cultuurelementen die gelden voor degenen die ervoor kiezen

Hoe minder universals, hoe minder consensus. m. a. w Hoe minder universals, hoe minder consensus. m.a.w. Dissensus: Toestand waar gebrek aan overeenstemming bestaat over belangrijke waarden en normen. Mogelijk gevolg: anomie

Consensus en dissensus: anomie Anomie letterlijke betekenis normloosheid

Anomie (vervolg) Anomie volgens Durkheim zeer bepaalde waarden en normen afwezig (w+n die onbeperkte individuele verlangens van de mens aan banden leggen)

Anomie (vervolg) Anomie volgens Merton geen overeenstemming tussen de waarden die door de cultuur zijn opgelegd en de door de structuur beperkte (financiële) middelen en mogelijkheden van mensen om die waarden te realiseren