Variabele begrippen en analyse-eenheden

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
De gemiddelde leerling
Advertisements

H3 Tweedegraads Verbanden
Sociaal emotionele ontwikkeling en groepsgedrag
1 Resultaten marktonderzoek RPM Zeist, 16 januari 2002 Door: Olga van Veenendaal, medew. Rothkrans Projectmanagement.
November 2013 Opinieonderzoek Vlaanderen – oktober 2013 Opiniepeiling Vlaanderen uitgevoerd op het iVOXpanel.
Fasen van onderzoek Onderzoeksplan bureauwerk Dataverzameling
Ronde (Sport & Spel) Quiz Night !
Natuurlijke Werkloosheid en de Phillipscurve
prNBN D addendum 1 Deel 2: PLT
Start.
Elektriciteit 1 Les 12 Capaciteit.
Kwaliteit van meetinstrumenten
Inhoud bijeenkomst 1 Doel- en vraagstelling Conceptueel model
Onzekerheidsreductie
Blogs Annette Ficker Tim Oosterwijk Opdrachtgever: Matthieu Jonckheere
Inleiding in de statistiek voor de gedragswetenschappen Met ondersteuning van SPSS Guido Valkeneers.
toetsen voor het verband tussen variabelen met gelijk meetniveau
Overzicht presentatie
Internationale hogeschool Breda Wiskunde bij het ontwerpen en evalueren van verkeerslichtenregelingen Wachten voor een verkeerslicht duurt altijd te lang…..
Elke 7 seconden een nieuw getal
Jong geleerd, fout gedaan?
De grafiek van een lineair verband is ALTIJD een rechte lijn.
Differentieer regels De afgeleide van een functie f is volgens de limietdefinitie: Meestal bepaal je de afgeleide niet met deze limietdefinitie, maar.
Differentieer regels De afgeleide van een functie f is volgens de limietdefinitie: Meestal bepaal je de afgeleide niet met deze limietdefinitie, maar.
Gegevensverwerving en verwerking
Oefeningen F-toetsen ANOVA.
Deze les wordt verzorgd door de Kansrekening en statistiekgroep Faculteit W&I TU/e.
Neurale Netwerken Kunstmatige Intelligentie Rijksuniversiteit Groningen April 2005.
Claudia van Kruistum, Ilona de Milliano, Roel van Steensel
TUDelft Knowledge Based Systems Group Zuidplantsoen BZ Delft, The Netherlands Caspar Treijtel Multi-agent Stratego.
Bewegen Hoofdstuk 3 Beweging Ing. J. van de Worp.
Hoofdstuk 9 Verbanden, correlatie en regressie
variabelen vaststellen
Werken aan Intergenerationele Samenwerking en Expertise.
Inkomen les 7 27 t/m 37.
Inkomen Begrippen + 6 t/m 10 Werkboek 6. 2 Begrippen Arbeidsverdeling Verdeling van het werk in een land.
2009 Tevredenheidsenquête Resultaten Opleidingsinstellingen.
PLAYBOY Kalender 2006 Dit is wat mannen boeit!.
ribwis1 Toegepaste wiskunde Lesweek 2
SAMENWERKING WO EN HBO BIJ AANSLUITINGSONDERZOEK V0-HO Rob Andeweg DAIR 7 en 8 november 2007.
Hoe gaat dit spel te werk?! Klik op het antwoord dat juist is. Klik op de pijl om door te gaan!
ZijActief Koningslust 10 jaar Truusje Trap
Onderzoeksmethoden Blok 2, les 6/7 Mieke de Waal1 Collegeweek 7  Hoofdstuk 12: boek en vragen  Dr Stat  Observatieopdracht.
ECHT ONGELOOFLIJK. Lees alle getallen. langzaam en rij voor rij
Survey onderzoek Veldstudie waarin via een interviewmethode een stand van zaken wordt opgemaakt voor een representatieve steekproef enquêtes opiniepeilingen.
Onderzoeksmethoden en -Technieken II aanvullingen
17/08/2014 | pag. 1 Fractale en Wavelet Beeldcompressie Les 5.
Varianties bij replicatie (herhaald testen)
Onderzoeksmethoden en -Technieken
Betrouwbaarheid.
Validiteit.
Psychologische Test.
De financiële functie: Integrale bedrijfsanalyse©
1 Week /11/ Dalende beurzen Blijkbaar is de macht van de centrale banken in de wereld overroepen Men kan niet blijven de mensen.
22/11/ DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
Centrummaten en Boxplot
Professioneel persoonlijkheidsprofiel
Hoofdstuk X Het correlatievraagstuk & SPSS toepassing
1 Zie ook identiteit.pdf willen denkenvoelen 5 Zie ook identiteit.pdf.
1 Week /03/ is gestart in mineur De voorspellingen van alle groten der aarden dat de beurzen zouden stijgen is omgekeerd uitgedraaid.
welke hoef je niet te leren?
ZijActief Koningslust
1 DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
1 BUE Middenkader 2004 Een eerste verkenning van de resultaten.
Hogeschool Rotterdam, Opleiding Vastgoed & Makelaardij drs. ing. M.M.A. Scheepers Collegejaar college.
Begin- situatie Werk- vormen Leer- processen Leer- middelen Leerstof Evaluatie Leerdoelen.
Transcript van de presentatie:

Variabele begrippen en analyse-eenheden Er zijn 2 soorten begrippen voorbeelden individu groep individuen school ANALYSE EENHEDEN OBSERVEERBAAR voorbeelden intelligentie leeftijd geslacht VARIABELE BEGRIPPEN SYSTEMEN EIGENSCHAPPEN

Eigenschap = “variabel begrip” Eigenschappen kunnen verschillende waarden hebben in verschillende systemen voorbeelden “Jan is intelligenter dan Tom” “Sabine is een meisje, Tom een jongen” de waarden die een variabel begrip kan aannemen zijn niet noodzakelijk getallen

Van variabel begrip tot variabele METEN = vaststellen van de waarde van het variabel begrip in een bepaalde analyse-eenheid MEETINSTRUMENT: vragen, observaties MEETBAAR maken van variabel begrip = operationaliseren VARIABELE = geoperationaliseerd variabel begrip

Variabele = indicator voor variabel begrip Bij een variabel begrip kunnen meerdere variabelen horen VOORBEELD variabel begrip “INTELLIGENTIE” variabelen: schoolse kennis , taalvaardigheid, geheugen, sociaal inzicht, leervermogen, ruimtelijk inzicht, rekenvaardigheid, enz.

Discrete variabelen Variabel begrip Variabele DISCREET afronding CONTINU afronding DISCREET DISCREET

Toekennen van cijfers aan observatie-eenheden volgens bepaalde regels Meten Toekennen van cijfers aan observatie-eenheden volgens bepaalde regels X = verzameling analyse-eenheden (vb 5 kinderen) Y = verzameling cijfers f = regel (vb 1hoogste motivatie, 2 volgende, …) X f Y x1 x2 x3 x4 x5 1 2 3 4 5

Optimale meetprocedure Hoogst mogelijke meetniveau wordt bepaald door het variabel begrip vb. Geslacht = Nominaal De gebruikte regel bij het meten is bepalend voor het meetniveau (classificeren, ordenen of met vaste meeteenheid)

Betrouwbaarheid / Validiteit Betrouwbaarheid = overeenstemming tussen opeenvolgende metingen Validiteit = overeenstemming tussen variabel begrip en variabele Invaliditeit Onbetrouwbaarheid

Onderdelen van meetwaarde

Beschrijvende onderzoeksmethoden

Doel van beschrijvend onderzoek Accurate beschrijving van een bepaalde gebeurtenis, situatie of fenomeen Aanduiden van relevante variabelen en relaties tussen variabelen (NIET oorzaak-gevolg) Enquêtes, opiniepeilingen Onderzoek in “nieuwe” domeinen, met oog op hypothesevorming Evaluatie-onderzoek (is voorgestelde oplossing voor probleem effectief?)

Secundaire bronnen ALLE observaties/metingen of fysische sporen vastgelegd door anderen (derden) geboorteregister, data van de volkstelling bewakingsvideos, foto’s, ... vingerafdrukken, aantekeningen in boeken, ... Voordelen Reactivity Effect speelt niet (zich anders gedragen omdat men weet dan men deel uitmaakt van onderzoek, cfr Hawthorne-effect) Nadelen Selective Deposit (selectieve verzameling van data) Selective Survival (niet alles wordt bewaard= probleem archeologie)

Natuurlijke observatie Verzamelen van data over spontaan gedrag Onderzoeker blijft volkomen afzijdig Onderzoek in gewone habitat, echtheid Nagaan welke variabelen samen voorkomen, hypothesen ivm causaliteit kunnen later in experiment getoetst worden Voordelen Echtheid Accurate beschrijving Kan waar experiment soms niet kan Nadelen Oorzaken zijn moeilijk te isoleren Duurt vaak erg lang

Bierconsumptie

Gevalstudie (Case study) Intensieve beschrijving en analyse van een enkel individu, organisatie of gebeurtenis op grond van velerlei bronnen (interviews, documenten, tests, …) Voordelen Bron van ideeën en hypothesen Beschrijven van zeldzame gebeurtenissen Kan tegenvoorbeeld geven voor “aanvaarde hypothesen” Nadelen Oorzaak van een specifieke gebeurtenis kan niet met zekerheid aangeduid worden Veralgemening van bevindingen naar anderen is niet mogelijk

verband  voorspelling Correlatie studie verband nagaan tussen gemeten variabelen verband  voorspelling Voordelen Bron van hypothesen Eenvoudig Nadelen Probleem van de 3de variabele Buitenbeentjes

Analytisch of stochastisch verband ? 30 Analytisch verband Kennis van meetwaarde voor 1 variabele laat toe de meetwaarde voor de andere variabele perfect te voorspellen 25 20 Y1 15 10 5 5 10 15 20 25 30 X1 Voorbeeld: Y1 = X1 + 1 Stochastisch verband Kennis van meetwaarde voor 1 variabele laat slechts toe de meetwaarde voor de andere variabele min of meer correct te schatten 30 25 20 Y2 15 10 5 5 10 15 20 25 30 Voorbeeld: Y2  0.94X2 + 2.77 X2

Correlatiecoëfficiënt 5 10 15 20 25 30 X1 Y1 5 10 15 20 25 30 X2 Y2 5 10 15 20 25 30 X3 Y3 Analytisch lineair verband Volkomen positieve correlatie r = 1 Stochastisch lineair verband Hoge positieve correlatie r = .91 Stochastisch lineair verband Lage positieve correlatie r = .35 5 10 15 20 25 30 X4 Y4 5 10 15 20 25 30 X7 Y7 5 10 15 20 25 30 X6 Y6 Stochastisch lineair verband Hoge negatieve correlatie r = -.90 Analytisch lineair verband Volkomen negatieve correlatie r = -1 Analytisch niet-lineair verband Kromlijnige correlatie r = .70

Product-moment correlatiecoëfficiënt r (Bravais-Pearson) Lineaire regressievergelijking Y’ = a + bX

Teken van de co-variantie + 30 25 20 15 10 + - 5 5 10 15 20 25 30

Berekenen van correlatiecoëfficiënt

Kenmerken van de correlatiecoëfficiënt r = 0 GEEN LINEAIR VERBAND Regressierechten Y/X en X/Y staan loodrecht op elkaar Beste voorspelling: Y’ = Y en X’ = X rmax = +1 VOLKOMEN POSITIEF LINEAIR VERBAND Regressierechten vallen samen en stijgen rmax = -1 VOLKOMEN NEGATIEF LINEAIR VERBAND Regressierechten vallen samen en dalen MAAK ALTIJD EERST EEN SPREIDINGSDIAGRAM OM EVENTUEEL NIET-LINEAIR VERBAND UIT TE SLUITEN

Correlatiecoëfficiënt en regressierechten 5 10 15 20 25 30 Y / X X / Y 5 10 15 20 25 30 Y / X X / Y r = .91 r = 1 5 10 15 20 25 30 Y / X X / Y 5 10 15 20 25 30 Y / X X / Y r = 0 r = .35

Associatie en oorzakelijk verband Associatie impliceert NIET noodzakelijk causaliteit of nog: Een verband is niet altijd een oorzakelijk verband Mogelijke oorzaken van een associatie tussen X en Y X Y X Y Steekproef niet a-select Z Y X # kerken Y X # overvallen

Onechte correlatie (Spurious correlation) de 3de variabele Bevolkings-dichtheid Delinquentie Inkomen buitenbeentjes r = 0.40 5 10 15 20 25 30 r = 0.96 20 40 60 80 100 120 50 150

Ex Post Facto onderzoek Onderzoeker kan zelf bepaalde variabelen niet manipuleren en selecteert daarom eenheden die bepaalde waarden van die variabelen van nature vertonen Voordelen Vaak enig mogelijke methode Nadelen Selectie: interne validiteit, mogelijk is niet (enkel) onafhankelijke variabele verschillend

Longitudinaal onderzoek TIJD Generaties Duur van onderzoek

Cross-sectioneel onderzoek TIJD Generaties Duur van onderzoek

Cohorte-sequentieel onderzoek TIJD Generaties Duur van onderzoek

Longitudinaal <> Cross-sectioneel onderzoek Intelligentie en leeftijd Longitudinaal Gemiddeld IQ Cross-sectioneel Leeftijd