Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen Voorwaarden voor gebruik

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Immunoprecipitatie Immuno geeft aan dat je antilichamen gebruikt
Advertisements

Transfusie van bloedproducten bij neonati
3. Stoichiometrie Hoeveelheden berekenen van stoffen bij een chemische reactie Natuurwetenschappen Gezondheid en voeding.
Enzymen I Eiwitten maken voor meer dan 50% uit van het gewicht aan drooggewicht van de meeste cellen. Meest belangrijke eiwitten zijn enzymen Enzymen.
Praktische Oefeningen deel II
2. Hoe zuur is azijn? 2.1 Wat is azijn?
H16. Berekeningen aan zuren en basen
Immunoglobulines immunochemie.
Afweersysteem (1): Complex systeem dat pathogenen (ziekteverwekkers) kan buiten houden en opruimen Het lichaam heeft drie verdedigingslinies. Allereerst.
Zuivere stoffen en mengsels
Klinische Chemie Leereenheid 4 Evelien Zonneveld 15 december 2005.
WELKOM op de 2e SKML-IZS deelnemersmiddag
Hoofdstuk 6 Neutronen activeringsanalyse
Hoofdstuk 3 Kinetiek van het radioactief verval
Meetapparatuur voor radioactiviteit
Een methode om stoffen te scheiden
§5.2 - Neerslagreacties.
Chemische reacties De mol.
Scheikunde DE MOL.
Wetenschappelijk onderzoek naar chemische formules
21 oktober Inhoudsopgave Waar is alles uit opgebouwd? Hoe testen we deze theoriën? Het LHCb experiment Wat heb ik gedaan? Wat zijn mijn conclusies?
7. CHEMISCHE EVENWICHTEN
Les 9 Gelijkstroomschakelingen
RADIO ACTIEF IODIUM THERAPIE
enzymen: katalysator Enzymen
V5 Chemische evenwicht H11.
5 VWO Hst 8 – zuren en basen.
Berekeningen aan redoxtitraties
Overzichtsles hoofdstuk 14
Newton - VWO Ioniserende straling Samenvatting.
Newton - HAVO Ioniserende straling Samenvatting.
Eigenschappen buffer pH blijft nagenoeg constant bij:
Paragraaf 3.1.
Hoofdstuk 3 §1 en §2 Stoffen en hun eigenschappen.
Ine Vansteenkiste EINDWERK
Automatisatie van immunofluorescentie op
3.6 Rekenen aan reacties 4T Nask2 3 Verbrandingen.
4.5 Samenstelling van mengsels
Chemisch rekenen: overzicht
Overleg Meetporten - 20 juni Daan Van Der Meersch1/9 ALARMDREMPEL Te streng of behouden? Overleg Meetpoorten / Concertation Portiques 20/06/2014.
van medische oorsprong
Radioactiviteitsmetingen
Cursus Niveau 3 Inwendige besmetting
Scheikunde 4 W&L.
Chemisch rekenen voor oplossingen
Verdunningen berekenen
Spectrometrie Marco Houtekamer; Afd. Laboratorium techniek; 15 oktober 2015.
Enzymen Hoofdstuk 6.
Wet van Lambert en Beer.
Samen met de website van:
All you need is love Teefje Bindi Cyclus teef Loopsheid +/- 18 dagen Pro oestrus +/- 9 dagen: zwelling vulva, bloederige uitvloeiing, aantrekkelijk.
Basisstof 2 Enzymen Chemische reacties verlopen traag Bij een hogere temperatuur - bewegen de moleculen sneller - daardoor botsen ze harder op elkaar -
Ruud van Iterson1REDOX Wat is redox ? Tegelijkertijd reductie oxidatie reactie Met overdracht van elektronen ; het oxidatiegetal verandert. Oxideren van.
Student: Sieglinde Pattyn Stagementor: Dr. N. De Wever
FeO.
Reinigen en ontsmetten
AFWEER/IMMUNITEIT.
Scheikunde Chemie overal
4 De wetenschap & het vraagstuk van het ontstaan van leven
Carbon Black.
Radioactiviteitsmetingen
Organische meststoffen
Wetenschappelijk onderzoek naar chemische formules
Enzymen Hoofdstuk 6.
Scheikunde leerjaar 2.
Samen met de website van:
Brugge-Heidehuis 18 november 2017
Zouten 6.4.
REDOX Toepassingen Wat is redox ?
Berekeningen aan redoxtitraties
Transcript van de presentatie:

Hoofdstuk 7 Radioactieve merkers Algemeen Voorwaarden voor gebruik Selectie van radiotracers Productie Voor- en nadelen van gebruik Isotoopverdunning (IDA) Radio-immuno assay (RIA) en analoge methoden (ELISA)

Algemene beschouwingen 1913 (Von Hevesy) 210Pb als merker voor bodem  plant migratie-studies Merkers verloop van chemische reactie/fysisch proces volgen plaats van chemische verbinding/modificatie aanduiden (bvb. in een specifiek orgaan van een levend wezen) Radioactieve merkers bevatten radionuclide  eenvoudige activiteitsmeting kwalitatieve informatie: bv. toestand van een systeem kwantitatieve informatie: concentratiebepaling

Voorwaarden voor gebruik Hoofdveronderstellingen radioactief bestanddeel gedraagt zich op exact dezelfde wijze als niet-actief bestanddeel geen verstoring van het te bestuderen systeem bvb. door uitgezonden straling, … tracer meestal in kleine hoeveelheden aanwezig Isotoop-effect meestal weinig belangrijk, maar vele uitzonderingen radio-isotoop  massa-verschil t.o.v. stabiel isotoop  soms andere reactiesnelheid Soms ander vibratiegedrag: nfund,A-B hangt af van entropieveranderingen  andere evenwichtskonstanten combinatie van kinetische/entropische/energetische verschillen

Selectie van radiotracers Rekening houden met fysische/chemische compatibiliteit bv. 125I of 131I bij studie van schildklieractiviteit halfwaardetijd (toediening bij mensen) kort genoeg: meetbare activiteit tijdens experiment lang genoeg: minstens even lang als total duur exp. stralingstype: vermijden van storingen (a,b) praktische overwegingen: kostprijs, beschikbaarheid (merker, detector)

Productie van radiotracers natuurlijk voorkomende: 3H, 14C, Th-, U-isotopen artificiële aanmaak in nucleaire reactoren /diverse versnellers (n,g) reacties  b -, g-actieve radionucliden fissieproducten uitgebreide reeks commerciële radionucliden

Voor- en nadelen Voordelen Nadelen verbeteren van de gevoeligheid gebruik van lage merkerconcentraties (toxiciteit) minder dure detectieapparatuur (bv. MS) autoradiografische detectie (bvb. bij gelelectroforese) vervalproces: niet beïnvloed door T, licht, ci, pH Nadelen laboratoria: gepaste uitrusting/toelatingen radioactief afval inbouw soms duur/tijdrovend

Isotoop verdunning (IDA) Principe specifieke activiteit verandert niet tijdens chemische processen Direct IDA gekende hoeveelheid (massa) radiotracer y + onbekende hoeveelheid x (inactief) Na afscheiden, zuiver en wegen:

Isotoop verdunning (IDA) Voorbeeld: onbekende Co oplossing toegevoegd: y = 7,5 mg 60Co in 10 mL, A = 340 cpm na mengen: Co-neerslag via electrodepositie, massa Co: mx+y = 10,3 mg, activiteit: ax+y= 178 cpm Specifieke activiteit van Co: 178 cpm/10,3 mg = 17,3 cpm/mg massa Co+60Co in neerslag: 340 cpm/17,3 cpm/mg = 19,6 mg massa Co in neerslag: 19,6 – 7,5 mg = 12,1 mg

Toepassingen van IDA Kwantitatieve isolatie is moeilijk/onmogelijk bvb. bepaling van I- in halogenide-mengsel 128I als merker toevoegen neerslag van halogeniden: I- (H2SO4, MnO2) oxideren tot I2  I2-damp zuivere I2-damp condenseert op koud oppervlak I- bepaling op basis van massa/activiteit condensaat Kwantitatieve isolatie mogelijk maar tijdrovend bvb. Co in staal (snelle procedure tijdens staalproductie) oplossen van vloeibaar staal in zuur + toevoegen 60Co Electrodepositie  massa/activiteit van Co

Toepassingen van IDA Sporenniveau/grote verliezen tijdens analyse o.a. bij neerslagvorming aan wanden van recipiënten bvb. 10-100 ppm Sr in mineraalkorrels toevoegen van Sr-radioisotoop na oplossen/scheiding maakt kwantitatieve bepaling van al het Sr overbodig Enkel gedeeltelijke analyse mogelijk bvb. bepaling totaal bloedcelvolume patiënt/proefdier injectie met 52Fe (t½ = 8,3 h) of 59Fe (t½ = 44,5 d) na 1 h (evenwichtinstelling): afname 1 mL bloed  Schatting totale Fe-hoeveelheid, totaal bloedcelvolume

Stabiele-isotoop IDA Massaspectrometrische isotoopverhouding oplossing met onbekende hoeveelheid Sr (m) Natuurlijke abundanties: 88Sr: 82.58%, 84Sr: 0.56% toevoegen van 1.0 pg 84Sr + bepaling van de isotoopverhouding Algemeen geval: binair isotoopmengsel AX/BX oorspronkelijk: qA, qB isotoopfracties spike: QA, QB; met massa y

Radio-immuno assay (RIA) Antigenen en antilichamen lichaamsvreemde stoffen: antigenen reactie van immunologisch systeem: anti-lichamen Antilichamen Immunoglobulinen: IgA, IgM, IgD, IgE, IgG (gamma) Y-vormige structuur Specifieke antigen- antilichaam reactie

Merking van antilichamen Inbouw van 125I (g-straler, t½ = 59,4 d) ook 3H, 14C: vloeibare scintillatiemeting inbouw in aromatische ringen van aminozuren Tyrosine Histidine chloramine-T iodinatie Zachte oxidatie van 125I- naar 125I+ Electrofiele additie op aromatische ringen andere methoden

Competitieve RIA Procedure Competitie tussen samenbrengen van (serum)staal + reagentia incubatieperiode (Ag-Al +Ag*-Al binding) afscheiding van de Ag-Al + Ag*-Al complexen activiteitsmeting Competitie tussen te doseren anti-gen: Ag gemerkte equivalent: Ag*

Competitieve RIA Onbekende serum oplossing – te doseren hoeveelheid: CAg toegevoegd: CAg* en CAl (substoichiometrisch) zelfde affiniteit tussen antilichaam en gewone/gemerkte antigenen Verhouding gewone/gemerkte complexen

RIA calibratiecurven Reeks standaardoplossingen (CAg) met identieke hoeveelheid CAg*, CAl toegevoegd substoichiometrische hoeveelheid Al: CAl  [Ag* - Al]+[Ag - Al] [Ag*]+[Ag] = (CAg* – [Ag* - Al]) - (CAg – [Ag - Al])  CAg* – CAg + CAl

RIA calibratiecurven Schema: verband tussen CAg en (B/F)

Linearisatie v/d calibratiecurve (B/F) vs. log CAg Logit transformatie: logit(y) = ln[y/(1 - y)]