De basiskenmerken van de bve-sector Bijdrage aan de Leergang BVE 2011 ecbo Oegstgeest, 18 jan 2011 Dr Olaf McDaniel 4-4-2017
BVE sector (karakteristiek) BVE bestaat MBO (secundair beroepsonderwijs) en (volwassenen)educatie. De term BVE wordt sinds de BVE-Raad zichzelf omdoopte tot MBO-Raad weinig meer gebruikt Breed maatschappelijk veld: rond de 60% van alle beroepen heeft verbinding met BVE opleidingen; rond de 45% van de banen in Nederland sluit aan op een directe MBO kwalificatie Sluit aan op het Voortgezet Onderwijs (VMBO-HAVO) Bereidt voor op: arbeidsmarkt, vervolgonderwijs (bijvoorbeeld HBO) en/of maatschappelijk functioneren 4-4-2017
De plek van het BVE stelsel 4-4-2017
Belang van de sector Is de grootste sector in het post VO onderwijs: Totaal in 2011 3,4 miljard euro (= ongeveer 15% van de OCW begroting) Educatie rond de 200 miljoen euro (lastig te bepalen budget) Kenniscentra rond de 110 miljoen euro Bijna 530.000 deelnemers in het MBO (rond de 365.000 BOL, 165.000 BBL) Rond de 135.000 deelnemers in de (volwassenen)educatie De sector is voor velen een belangrijk schakelpunt 4-4-2017 4
Het MBO als belangrijk schakelstation VMBO Arbeidsmarkt MBO HAVO HBO 5
Arbeids-markt De VE als belangrijke kansen creator Inburgering VAVO Vervolg onderwijs Arbeids-markt VAVO Sociale redzaamheid Moedermavo (destijds) 6
Hoofdrichtingen opleidingen Economie (175.000 deelnemers) Techniek (162.000 deelnemers) Zorg en welzijn (166.000 deelnemers) Groen (30.000 deelnemers)
Het basismodel MBO sinds 1996 Niveau 5 (HBO) Niveau 4 Middenkaderopleiding en specialistenopleiding Niveau 3 Vakopleiding Niveau 2 Basisberoepsopleiding Niveau 1 Assistentopleiding 4-4-2017
Mogelijkheden tot doorstroming en stapeling Niveau 5 (HBO) Mogelijkheden tot doorstroming en stapeling Niveau 4 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 4-4-2017
Twee leerroutes Beroepsopleidende leerweg Beroepsbegeleidende leerweg Kwalificatie Kwalificatie Minimum 40 % theorie Qualification Minimum 20 % theorie Qualification Minimum 60, Maximum 80 % Praktijk als werk Minimum 20, maximum 60 % praktijk
De 5 hoofdthema’s van de educatie Breed maatschappelijk functioneren Sociale redzaamheid Inburgering NT-2 VAVO 4-4-2017 11
Jaren 70 en 80 Veelheid van regelgeving voor verschillende onderdelen Rond de 1600 instellingen, vrijwel alles mono-sectoraal en kleinschalig Naast MBO instellingen (voltijd) ook BBL (streekscholen), deeltijd MBO, vormingswerk, oriëntatie en schakeling, volwasseneneducatie
Jaren 90 (1) Grotere politieke aandacht voor het economische, maatschappelijke en emancipatorische. Start van de professionalisering van de sector Start schaalvergroting Nieuwe wetgeving: Wet Cursorisch Beroepsonderwijs (1992), Kaderwet Volwasseneneducatie (1991), Sectorvorming en Vernieuwing MBO (SVM-wetgeving 1990), VAVO-wetgeving (1992) Maar: duidelijk roep om een samenhangend stelsel van voorzieningen Motie in de Kamer (PvdA/CDA) samenhangend stelsel en amendement expiratiedatum “nieuwe” wetten tot 1996 (VVD)
Jaren 90 (2) Nieuwe wetgeving in de maak: uiteindelijk 1996: Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) Ingrijpende vernieuwingen (selectie): Herziening relatie tussen overheid en instellingen (high trust wetgeving) Schaalvergroting (ROC vorming); sanering soorten instellingen Nieuwe kwalificatiestructuur /onderwijsmodel Professionalisering bestuur Kwaliteitszorgsysteem Betere positie onderwijsdeelnemer Versterking prestaties stelsel Decentralisatie huisvesting / arbeidsvoorwaarden Deze wet is nog altijd de juridische ondergrond van de sector
Met de WEB kreeg de meest complexe sector uit ons onderwijsbestel enige ordening richting. En kon er aan dit ingewikkelde bouwwerk verder worden gewerkt.