Gemaakt door Rens, Rick, Joris en Gijs. 

Slides:



Advertisements
Verwante presentaties
Transport en Infrastructuur
Advertisements

Handel en marketing hoofdstuk 9
Stadserf over Erfpacht Eigen grond voor iedereen Thom van der Boon Schiedams ondernemer.
Machtige internationale bedrijven
Hypotheekvormen Er zijn diverse hypotheekvormen mogelijk. Elke vorm met z'n eigen kenmerken en z'n eigen voordelen. Het hangt dus van uw omstandigheden.
Samen kun je meer Jelle Zijlstra, Animal Sciences Group Divisie Veehouderij.
Martijn van den Berg Speciality Dairy
Landelijke onderwijsdag Productschap Zuivel
Productiefactor Arbeid
Internationale handel
Randstad Werkmonitor state of mind arbeidsmarkt (werknemer perspectief) juli – augustus 2007 B
Paragraaf 3.3 Indonesië in de wereld.
Veehouderij en gezondheid
Brian Madsen “Melken uit hooi en gras van een natuurterrein met een mobiele melkrobot”
Hoofdstuk 1 Genoeg voor iedereen?
H1. Europese landbouw in beweging
Hst 2: ZOA: Een regio in beweging Ifugao, een inheems volk op de Filipijnen. Kolossale rijstterrassen die dreigen te vervallen doordat boeren wegtrekken.
Hoofdstuk 6. Een duurzame aarde..
Indonesië.
Schroeven en schrobben De industrie en de dienstverlening
§3.1 Aanbod van arbeid blz. 24 Aanbod van arbeid 1. Aanbod van Werknemers 2. Aanbod van Zelfstandigen 3. Geregistreerde Werklozen Aanbod van arbeid.
Powerpoint template Gemeente Maasdriel.
Stop eens een turbo in je portefeuille. Lansceringsslogan ABN -AMRO.
Megastallen en Milieu Megastallen en IPPC 1.
Ontwikkeling en schaalvergroting binnen de melkveehouderij
Hoofdstuk 4 Aardrijkskunde, economie en maatschappij
Werken naar Vermogen In de Drechtsteden G.A. ten Dolle, directeur Dordrecht Projectgroep Wwnv 1 December 2011.
Toekomstverkenning agrarische sector Landelijk Noord
Evolutie melkprijs en zuivelmarkt
20/08/ DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
Oefening 17 p. 97 – les 5.
Robotisering en de arbeidsmarkt
Specialisatie Grote Huisdieren Docent: A. Bertram.
Nederland terug naar de gulden?
Visie op Duurzaamheid  .
© GfK 2015 | Supermarktkengetallen | april 2015
Portefeuillehouders- bijeenkomst 2014
Landbouw-Economisch Bericht 2015
2 vmbo-T/havo 5 draagkracht, §2 en 3
Kracht van Koeien Springplank naar een duurzame (melk)veehouderij
Kracht van Koeien Springplank naar een duurzame (melk)veehouderij Oplossingen beoordelen Wageningen UR Livestock Research.
Antwoorden mobieltje- uit lagelonenlanden dus goedkoper.
Antwoorden herhalingsopgaven
13 november 2015 Pierre Berntsen Toekomstbestendige melkveesector Kennis- en innovatiedag Melkveehouderij Oost-Nederland.
1 DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
1 DE ADVIEZEN VAN BEURSMAKELAAR BERNARD BUSSCHAERT Week
Veehouden in de toekomst: Dierwelzijn Jantien Lijftogt Ak27.
30 jaar Nederlands mestbeleid
 Geen kunstmest, alleen natuurlijke mest. Of een groenbemesterVlinderbloemigen gebruiken voor stikstof Ruige strorijke mest compost.
H o o f d s t u k 3 H e t W e l v a a r t s p e i l § 3.1 Werken en waar? Drie bestaansmiddelen of economische sectoren Primaire, secundaire en tertiaire.
PW Wisselkoersen Vraag 1: De uitvoer van Zwitserland naar de EU steeg, maar minder snel dan de invoer uit de EU-landen (= de uitvoer van de EU naar Zwitserland.
Groeien in rendement Meer info: Jelle Zijlstra, Wageningen UR Livestock Research Financiering: Productschap Zuivel.
In- en uitkuilmanagement. dé specialist voor land- en tuinbouw Uitgangspunten berekening Uitgangspunten: Kg melk per koe8500 kg melk % vet4,30% % eiwit3,50%
Opiniërende Raadsbijeenkomst Dinsdag 18 januari 2011 Thema: “Duurzame ontwikkelingsruimte grondgebonden melkrundveehouderij”
Dordt aan Zet. De gebruikswaarde van een voorziening maximaliseren door de behoefte van alle belanghebbenden centraal te stellen. Gemeentelijk Eigendom.
Hoofdstuk 6 Productie.
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen.
19 april *1985 Brochure Veehouderij en Hinderwet *1985 Rapport 46 uit de publicatiereeks lucht *1996 Richtlijn Veehouderij en Stankhinder *2005.
Actuele ontwikkeling van resultaten en inkomens in de land- en tuinbouw 20 december 2011 Kees de Bont, Harold van der Meulen.
Instructie hoofdstuk 8 Internationale ontwikkelingen
Profiel Netbeheer en diensten klanten
Hst 4 Hoe wordt er gewerkt?
Opstart Het project Waar vind ik wat (wikiwijs)
Voorbeeld Weging Indexcijfers 2011 Weging x indexcijfer Voeding
19 april 2007.
Verzorging droge koe Q16VH
Welkom Havo 5..
Internationalisering
Bodem en bemesting Grond.
Plaats, datum bijeenkomst
Transcript van de presentatie:

Gemaakt door Rens, Rick, Joris en Gijs

  Hierboven een discussie over dierenwelzijn/ diergezondheid.  Nederland een wereldspeler in dierenwelzijn in de veehouderij.  De discussie over: ‘de rat’ een huisdier, proefdier of een knaagdier.

 Megastal is een stal voor 250 koeien of meer.  In 2000 – 104  In 2005 – 184  Voordelen: - beter voor milieu - minder transport - efficiënter werken - meer werkgelegenheid  Nadelen: - meer antibiotica op een plek - lucht/waterkwaliteit

 Hoe denkt de politiek erover?  De VVD, PvdA, D66 en het CDA. Zijn voor en de rest tegen.  In 2009 werd voorstel afgewezen doordat mensen een burgerinitiatief steunden van milieu defensie en dierbescherming.  Hoe denkt Nederland erover?  Meerderheid is tegen 49 %  Minderheid is voor 42%

 ¼ van de melkveebedrijven is maximaal gefinancierd. En 45% eigen vermogen.  15 procent van de melkveehouders is nauwelijks gefinancierd, met 88 % eigen vermogen.  Gemiddeld zijn agrarische bedrijven in Nederland minder zwaar gefinancierd dan de melkveehouderij. Over alle sectoren, dus van pluimvee tot vollegrondtelers, is zelfs een kwart van de bedrijven niet of nauwelijks gefinancierd.  Ruim 20 procent is (bijna) maximaal gefinancierd. Daarnaast zegt meer dan de helft van de melkveehouders behoorlijk gefinancierd te zijn, met gemiddeld 61 procent eigen vermogen. Zij hebben nog mogelijkheden om extra financiering aan te vragen. Dat geldt voor ‘slechts’ 43 procent van de gehele agrarische sector.

 Het productieproces verleend relatief veel werk met nadruk in de dienstensector.  Als er geïnvesteerd word in de sector gaat het meestal over een kapitaal intensieve investering omdat er meestal een nieuwe stal word gezet of een nieuwe tractor word gekocht.  Vooral kun je dat zien aan dat het tegenwoordig 6000 euro kost per ligbox om een stal te bouwen.  Maar het komt ook deels door hoge grondprijzen, nieuwe regelingen zoals fosfaatrechten en hoge mestafzetkosten.

 Renteschommeling is heel gevaarlijk in de melkveehouderij.  Nu de rente laag dus weinig betalen over de leningen.  Hoge rente zou veel boeren de kop kunnen kosten die hoog gefinancierd zijn.

 Inflexibiliteit houd in dat de vaste kosten niet veranderen.  Dus nieuwe stal stijgen de vaste kosten.  Als de melkprijs laag is en vaste kosten hoog. Kom je in de problemen.  Hogere vaste kosten door meer automatisering.

 Veel groei in de sector.  Gemiddeld van kg melk naar melk.  Maar met 9% gestegen in de laatste 4 jaar.  Van 11.9 cent naar 13,1 cent per kg melk.  euro stijging per bedrijf.

 Verplicht sinds dit jaar.  Geeft inzicht in de mineralenloop op een melkveebedrijf.  Monitort de in en output van mineralen.  Moet voor 1 maart ingeleverd zijn.  Efficiënt omgaan met mest en voer.

 Weidegang zal niet verplicht worden volgens Van Dam.  SP, Groenlinks en D66 stemmen daar niet mee in.  Veel onnodige kosten voor controle.  Huidige beleid zal leiden tot meer weidegang volgens Van Dam.

 De minas-verliesnorm voor 2003: 17 kg N uitstoot verminderen per kg melk  Voor 2016 geld: 65 kg N per kg melk.  Zonder weidegang: 79 kg N per kg melk.  Emissiearme stal: 88 kg N per kg melk.

 binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 3,0 odour units per kubieke meter lucht;  binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 14,0 odour units per kubieke meter lucht;  buiten een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom meer bedraagt dan 2,0 odour units per kubieke meter lucht;  buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom meer bedraagt dan 8,0 odour units per kubieke meter lucht.  In afwijking van het eerste lid bedraagt de afstand tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij:  ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en

 De zuivelmarkt is een groeimarkt;  De Nederlandse melkveehouderij is innovatief en loopt daarin voorop;  Sterke positie Nederlandse zuivelindustrie met een uitgebreid productenpalet;  De structuur van de melkveebedrijven is goed. Door toenemende liberalisering is er toegang tot meer markten;  De melkveehouderij heeft een goed imago; de koe in de wei is onlosmakelijk verbonden met het beeld van Nederland;  Er is een beperkte beschikbaarheid van grond en productiemiddelen;  De melkveehouderij krijgt te maken met hogere mestafzetkosten;  Uitstellen van invoering van fosfaatrechten zorgt voor grotere noodzaak van afroming.  Afhankelijkheid van toeslagrechten;  Dynamische wet- en regelgeving;  Inflexibiliteit door hoog aandeel van vaste kosten Nederlandse melkveehouderij;  Maatschappelijke discussies over diergezondheid, dierwelzijn en megastallen;  De melkveehouderij heeft uitdagende doelen op het gebied van mineralen, broeikasgassen, weidegang en ammoniak.

 Uitstellen van invoering van fosfaatrechten zorgt voor grotere noodzaak van afroming.  Afhankelijkheid van toeslagrechten;  Dynamische wet- en regelgeving;  Inflexibiliteit door hoog aandeel van vaste kosten Nederlandse melkveehouderij;  Maatschappelijke discussies over diergezondheid, dierwelzijn en megastallen;  De melkveehouderij heeft uitdagende doelen op het gebied van mineralen, broeikasgassen, weidegang en ammoniak.

 De Nederlandse melkveehouderij is, samen met de toeleverende en verwerkende industrie, een onderdeel van onze economie dat ertoe doet. Van oudsher hebben Nederlandse zuivelproducten in de hele wereld een goede naam; de sector heeft de weg naar export altijd goed weten te vinden. Nederland is de vierde speler op de wereldmarkt, na Nieuw-Zeeland, de VS en Australië. Door een groeiende vraag in Azië, Rusland, Midden Oosten en Noord-Afrika stijgt de mondiale zuivelvraag met ruim 2% per jaar.