De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

PIV september/oktober 2015 Chris van Dijk. BGK  RB Midden-Nederland 22/7/2015, ECLI:NLRBMNE:2015:5492  Zaak loopt lang 2008-2015; aansprakelijkheid.

Verwante presentaties


Presentatie over: "PIV september/oktober 2015 Chris van Dijk. BGK  RB Midden-Nederland 22/7/2015, ECLI:NLRBMNE:2015:5492  Zaak loopt lang 2008-2015; aansprakelijkheid."— Transcript van de presentatie:

1 PIV september/oktober 2015 Chris van Dijk

2 BGK  RB Midden-Nederland 22/7/2015, ECLI:NLRBMNE:2015:5492  Zaak loopt lang ; aansprakelijkheid erkend; niet zeer gecompliceerd;  Gevorderd uurtarief EURO kantoorkosten (totaal )  NU KOMT HET: 579 studie-uren  Rb. brengt dit terug tot 70 studie-uren (30%); (totaal 200 uren a 200) 2

3  Fraude;  Werkgeversaansprakelijkheid  Wegbeheerdersaansprakelijkheid  Billijkheidscorrectie  Regres;  Deskundigenbericht;  Verhouding civiel/strafrecht  Rekenrente. 3

4 Fraude 4

5 5

6 Normen internet onderzoek  Toepassingsbereik Wbp  Uitzondering: persoonlijk / huishoudelijk gebruik  Geautomatiseerde verwerking / bestand  Wbp vtp op verzamelen gegevens op internet 6

7 Normen internet onderzoek verzekeraar  Fair processing (art. 6 Wbp en 4.1 GVP)  proportionaliteit /subsidiariteit  Doelbinding (art. 7-9 Wbp en , 5.2 en 5.5 GVP)  Fraudeonderzoek  Grondslag (art. 8 Wbp en 4.3 GVP)  Dataminimalisatie (art. 10 Wbp en GVP)  Informatieplicht & rechten betrokkene (art Wbp en 4.8 e.v en GVP) 7

8 Proportionaliteit / subsidiariteit  Noodzaak van het internet onderzoek? Kan informatie op andere wijze worden verkregen?  Niet alles wat op internet is gepubliceerd is waar!  Is de informatie afgeschermd?  Omvang onderzoek / duur onderzoek  Gegevens inzien, verzamelen, opslaan en reproduceren  (on)rechtmatig verkregen bewijs? 8

9 Feitelijk onderzoek/persoonlijk onderzoek  Ook internetonderzoek kan, afhankelijk van de intensiteit, kwalificeren als ‘persoonlijk onderzoek’, zodat GPO van toepassing is  Bijv. bij onafgebroken observeren, onderzoeker wordt ‘vriend’ en krijgt daarvoor informatie op selectieve informatie.  Los daarvan: WBP geldt, verzekeraar moet altijd verantwoording kunnen afleggen over rechtmatigheid of dit nu pers. onderzoek of feitenonderzoek is)

10 Surfende metselaar  Metselaar: aov-uitkeringen in 2011/2012 op grond van schouderklachten  Aegon: ‘steekproef’: Facebook, Hyves, websites sportverenigingen 10

11 Conclusie: 11

12  Aegon: schending mededelingsplicht, terugbetaling uitkering (art. 7:941 lid 2 jo. lid 5 BW)  X: art. 8 EVRM (recht op eerbiediging privé-leven) 12

13 Dat Aegon hierdoor gegevens en foto’s van X heeft verkregen, kan X haar niet tegenwerpen, aangezien deze gegevens en foto’s door X welbewust aan de openbaarheid zijn prijsgegeven. Er bestond immers voor X de mogelijkheid om deze gegevens af te schermen, in die zin dat hij deze foto’s en gegevens alleen met de door hem aan te wijzen personen zou delen en niet met iedereen die een account heeft bij de betreffende site (Facebook en Hyves). Onder die omstandigheden kan dan ook niet worden geconcludeerd dat Aegon inbreuk heeft gemaakt op het recht van privacy van X. De stukken zoals die als productie 4 in het geding zijn gebracht, zullen dan ook bij de beoordeling van het geschil worden betrokken. 13

14  Rechtbank Midden-Nederland 5 februari 2015, C/16/ / HA ZA (website PIV)  Kanttekening: kennelijk speelde Gedragscode Persoonlijk Onderzoek geen rol in procedure 14

15 Paardrijdende dierenarts  Rb Noord-Nederland 26 november 2014, RBNNE:2014:6661  28 augustus 2007: kopstaartbotsing  Hoofdpijn en migraine  EUR voorschotten, EUR uit AOV  Alle activiteiten problematisch en beperkt 15

16 Praktijkvoorbeeld Nationale Nederlanden: wantrouwen Raadplegen interne gegevens: beroepsaansprakelijkheidsverzekering Facebook Paardrijden, dressuurwedstrijden, bijscholing, actief gezins- en sociaal leven 16

17 Praktijkvoorbeeld Inzet deelgeschil: observatieonderzoek is onrechtmatig, verkregen bewijs mag niet worden gebruikt Causaal verband “Het stond NN alleszins vrij…” Interne gegevens raadplegen Facebook: “gegevens en foto’s op dat medium werden immers door X welbewust aan de openbaarheid prijsgegeven” Art. 1 gedragscode opende mogelijkheid persoonlijk onderzoek. Geen oordeel over causaliteit 17

18  Rb Rotterdam 28 mei 2014, RBROT:2014:6171: PO i.h.k.v. AOV mocht  Rb Noord-Holland 26 juni 2014, RBNHO:2014:5555: Casino at Pokerhuis: relevante overweging over voorwenden lichamelijke klachten  Rb Rotterdam 17 september 2014, RBROT:2014:7637: PO is strijdig met GPO 18

19 Wat gebeurt er met bewijs dat is verkregen door een schending van de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek? 19

20 (Uitsluiting) Onrechtmatig verkregen bewijs  HR 18 april 2014, HR:2014:942:  Feitelijk was de aanleiding om een onderzoek in te stellen in de zin van de Gedragscode niet aan de orde: verzekeraar heeft subsidiariteitsbeginsel geschonden. Ook geen structureel gebrek aan medewerking.  Nu rechtvaardigingsgrond ontbreekt is sprake van onrechtmatig verkregen bewijs;  Geen alg. regel dat rechter geen acht mag slaan op onrechtmatig verkregen bewijs, daarvoor bijkomende omstandigheden nodig (art. 152 Rv).  Ic.: strookt niet met doel Code om in dit geval (geen redelijk vermoeden) bewijs te gebruiken.  NB Code product van zelfregulering. (door ander onrechtmatig.verkregen HR 11/7/2014, HR:2014:1632) 20

21 Hof Den Bosch 23/7/2015, GHSHE:2015:

22 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 22

23 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 23

24 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 24

25 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 25

26 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 26

27 Handreiking & Checklist Verbond van Verzekeraars 27

28 Verbond van Verzekeraars  Handreiking online onderzoek naar klanten of relaties door verzekeraars  Informatiefase: vermeld in privacybeleid / polisvoorwaarden etc dat digitaal onderzoek onderdeel kan zijn van de procedure bij aangaan of uitvoeren van overeenkomsten  Voorbereidingsfase: leg reden onderzoek & onderzoeksvragen vast (doel, gegronde reden, subsidiariteit, belangenafweging)  Uitvoeringsfase: doelbinding! Dataminimalisatie, let op kwaliteit gegevens  Evaluatiefase: transparantie richting betrokkene (deel uitkomsten en gevolgen van het onderzoek) 28

29 Ter overdenking Relatie verzekeraar-verzekerde  7:941 lid 5 BW; partiële fraude, zware sanctie: geheel verval van recht op uitkering (ratio red. en bil.) Relatie verzekeraar-benadeelde -Analoge toepassing? (zie bijv. BA 11 oktober 2013, nr ), waarschijnlijk niet (verzekeraar biedt alleen maar dekking, maar bij geen dekking wendt benadeelde o.d zich tot dader) -Maar bij partiële fraude geen vordering meer jegens ook dader? (red. en bil., zie ook A-G bij HR 4 maart 2005, Jol 20015, 143; Alternatief: zwaardere stelplicht en bewijslast 29

30 Werkgeversaansprakelijkheid 30

31 Captain Hindsight  Jack "Captain Hindsight" Brollin is a superhero who "helps" people in need by appearing at the scene to lecture them about what they did wrong to get into a certain accident and what methods they could have used to avoid it, instead of actually rescuing them. Despite this, civilians still feel much better afterwards.  Friends: Would, Should en Could 31

32 32

33 Rekening houden onvoorzichtigheid en wat kan aan maatregelen worden gevergd? HR 5 december 2014, NJ 2015, 182 (x/BTS en Vernooy):  Enkele instructie niet te helpen bij laden/lossen onvoldoende (vgl Bayar); Grensgevallen laden/lossen onduidelijk;  Gezien aard van werd (vervoer zware machines) en werkn. niet altijd even voorzichtig had werkg. ook veiligheidsschoenen moeten verstrekken; -Ook toezicht? (Chauffeur voor veiligheid afh. van anderen) Vgl. HR 1/7/1993, NJ 1993/687 en HR 9/11/2001, NJ 2002, 80 (vreemde eend HR 16/5/2003, NJ 2004, 176) HR: nee, plaats werk in de weg aan direct toezicht, dan wel aanvullende veiligheidsmaatregelen. 33

34 Vervolg  Van werkg. kon geen controle op meenemen schoenen worden gevergd (als geen specifieke aanwijzingen);  Plaats staat in de weg aan direct toezicht naleving veiligheidsinstructies (vgl. HR 12/12/2008, NJ 2009, 332 ib. Arbeidsplaats, soms verdergaand: HR 20/2/2009, NJ 2009,335) (Welke zorg kan werkg. waarmaken? Rechtspraak iha terughoudend zie o.a. NJ 2005, 260, NJ 2009, 335, NJ 2010, 635)  Niet kon verlangd worden dat werkg. zou zorgen voor toezicht door klant. (afhankelijk van vraag welke maatregelen en risico’s toch strengere controle, zie HR 24/6/2011, NJ 2011, 281, zie ook Rb. Roermond 2013, JA 2013, 98) 34

35 Vervolg  Geen hogere stelplicht en bewijslast werkgever zoals in RW.  Schending verzekeringsplicht uit cao. 35

36 HR 26 juni 2015 (81 RO), HR (PHR:2015:962) 36

37 Diverse aansprakelijkheden 37

38 38 Hof Arnhem-Leeuwarden 18/11/2014, GHARL:2014:8902

39 Vergrendeling open of los geschoten  Eiser is werknemer.  Niet bestond op moment in verkeer brengen? (art. 185 lid 1 BW): bij falen vergrendelmechanisme ernstige gevolgen,  uitgangspunt dat product gedurende de gehele levensduur voldoende veiligheid biedt.  `het verminderd functioneren van het systeem bijv. door slijtage dient ondervangen te worden door de producent.  Producent mag niet verwachten dat gebruiker steeds maximaal oplettend is en steeds alle voorzorgsmaatregelen in acht zal nemen.  Niet vereist is dat product (de gehele soort) iha ondeugdelijk of gebrekkig is. 39

40 Gebrekkige opstallen – artikel 6:174 BW  Wie: de bezitter  Waarvoor: gebrekkig opstal  ‘voldoet niet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen’  Daardoor een gevaar voor personen/zaken oplevert dat zich verwezenlijkt  (ongeacht oorzaak gebrek, bekendheid gebrek)  Tenzij-clausule [beoogt aansprakelijkheid te voorkomen wanneer het ontstaan van gebrek en de schade gelijktijdig of kort na elkaar plaats hebben]  openbare wegen (ook weg- lichaam en uitrusting) overheidslichaam ipv bezitter; onverharde weg geen opstal (Hof Leeuwarden 13/12/2011, LJN BU8213) (niet openbare verharde weg wel opstal) 40

41 HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236, NJ 2012/155, gezichtspunten  De aard en bestemming van de weg;  de (waarborg)functie van de weg;  de fysieke toestand van de weg ten tijde van de verwezenlijking van het gevaar;  het te verwachten gebruik door derden van de weg;  de grootte van de kans op verwezenlijking van het aan de weg verbonden gevaar;  de aard en de ernst van de mogelijke gevolgen van de verwezenlijking van dit gevaar; 41

42 Vervolg  De mogelijkheid en bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen;  indien het gaat om mogelijke aansprakelijkheid van een overheidslichaam: de aan dit overheidslichaam toekomende beleidsvrijheid en ter beschikking staande financiën.  Vgl. HR 26/9/2003, NJ 2003,660) 42

43  Bezitter overheidslichaam: betekenis beleidsvrijheid en ter beschikking staande financiële middelen  Uitgangspunt: de weg mag bij normaal gebruik en binnen de algemeen van verkeersdeelnemers te vergen voorzichtigheid geen groter gevaar in het leven roepen dan waarop een ‘normaal’ mens bedacht op is. (Vgl. Hof A’dam 3/1/2008, NJ 2008, 303)  Wegbeheerder moet er rekening mee houden dat niet alle weggebruikers steeds de nodige voorzichtigheid en oplettendheid in acht nemen (HR 20/3/1992, NJ 1993, 547; Hof Arnhem 20/7/2010, JA 2010, 119). 43

44 Spleet – HR 4 april 2014  Eiser bewijslast gebrek; enkele aanwezigheid spleet is onvoldoende  gaat om eisen die men aan weg mocht stellen  Indien overheidslichaam daarop verweer voert dat financiële middelen te beperkt waren, dient overheidslichaam dit voldoende te onderbouwen (feiten in zijn domein), teneinde eiser aanknopingspunten te verschaffen voor specifiekere stellingen  Enkele stelling ‘middelen ontoereikend’ in de regel onvoldoende  Ontbreekt onvoldoende onderbouwing, dan kan rechter gebrek voorshands aannemen of zelfs bewijslast omkeren  Onbegrijpelijk oordeel hof dat Gemeente haar financiële middelen-verweer voldoende had onderbouwd  NB Het vervolg Hof Den Bosch 5 juni 2015, GHSHE:2015:

45 Rb. Limburg 10/2/2015, JA, 2015, 66  Een voetgangster, uitgerust met wandelstok en vergezeld van een aangelijnde viervoeter, liep over de Sint Bernardusstraat in Maastricht. De Sint Bernardusstraat is historische grond en sfeervol gelegd met kasseien, ook wel “kinderkopjes” genoemd. De voetgangster bleef met een schoen achter een omhoogstekende kassei haken waarbij zij voorover is gevallen. Deskundige concludeerde dat op basis van het CROW Handboek Globale Visuele Inspectie 2011 de dwarsonvlakheid van het wegdek “ernstig” en omvangrijk was (soms enkele mm soms 4 of 5 cm).  De voetgangster sprak daarop de gemeente Maastricht als wegbeheerder van de Sint Bernardusstraat aan ter vergoeding van haar schade. 45

46 Vervolg  CROW heeft slechts ondersteunende of adviserende functie en geen beslissende rol, kunnen een rol spelen naast de Kelderluikcriteria  Verzoeker heeft verschillende locaties val aangegeven. Juiste plek kennen is echter relevant om vordering te beoordelen, niet relevant algemene totaalindruk wegdek 46

47 CROW-richtlijnen (wel relevant, geen wet) CROW: praktische kennis over infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. Handboek visuele inspectie: oneffenheid op een trottoir is “ernstig” als er een verticale vervorming is van 30 mm of meer. In de rechtspraak wordt hier veelal aansluiting bij gezocht: zie o.m. Rb. A’dam 15 april 2009, JA 2009, 107, Ktg. R’dam 21 juli 2011, RBROT:2011:BU9562, Rb. R’dam 16 april 2014, RBROT:2014:2705. Niet altijd: Hof Den Bosch 3/7/2012, JA 2012, 168, m.nt. Oldenhuis en Harryvan CROW factor maar niet beslissend 47

48 Billijkheidscorrectie 48

49 Billijkheidscorrectie voor regresnemers? HR 5 december 1997, NJ 1998, 400  voor een dergelijke (50/100%) “standaardisering” van de billijkheidscorrectie is in regressituaties geen plaats i  regresnemende verzekeraars in beginsel terugvallen op het normale regime van art. 6:101 lid 1 BW.  na de causaliteitsafweging kan ook de daarin opgenomen billijkheidscorrectie nog aan de orde komen”.  Daarbij moet volgens de Hoge Raad rekening moet worden gehouden met “alle relevante omstandigheden zowel aan de zijde van de bestuurder als aan de zijde van het verkeerslachtoffer”, met dien verstande dat de billijkheidscorrectie in regresverhoudingen “doorgaans slechts tot een bijstelling van beperkte omvang van het resultaat van de causaliteitsafweging [zal] kunnen leiden” 49

50 Hof Den Bosch 2 februari 2014, GHSHE:2014:206  Het Hof heeft Achmea met toepassing van art. 6:101 BW veroordeeld tot vergoeding van 65% van de door Menzis betaalde ziektekosten. In dat percentage was een billijkheidscorrectie van 25% verdisconteerd wegens (onder meer) de ernst van het letsel en de jeugdige leeftijd van het betrokken verkeersslachtoffer.  Achmea in cassatie: het hof heeft ten onrechte “subjectieve omstandigheden” aan zijn toepassing van de billijkheidscorrectie ten grondslag heeft gelegd, namelijk omstandigheden betreffende de persoon van het slachtoffer (diens leeftijd en letsel) in plaats van de aan hem verweten gedraging. 50

51 HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1873 ‘” 3.4 De klachten falen. Art. 7:962 lid 1 BW bepaalt dat vorderingen tot vergoeding van schade van de verzekerde overgaan op de verzekeraar voor zover deze laatste die schade vergoedt. Uitgangspunt moet dan zijn dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW doorwerkt in de (regres)verhouding tussen verzekeraars op gelijke wijze als deze zou gelden in de verhoudingen tussen de verzekerden (vgl. HR 5 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2517, NJ 1998/400 (Terminus/ZAO), rov. 3.7). Dat geldt ook indien de billijkheidcorrectie verband houdt met subjectieve omstandigheden aan de zijde van de verzekerde.” - Geen referentie aan echte zieligheid Spier. Laten woorden uitgangspunt ruimte? 51

52 Subrogatie  Art. 7:962 BW: door de verzekeringsuitkering gaan de vorderingsrechten van de verzekerde op een derde over op de verzekeraar  Alle vorderingen op derden?  Art. 6:197 BW: uitsluiting specifieke vorderingsrechten van subrogatie  Bedrijfsregeling brandregres  Art. 7:962 BW: subrogatieverbod ten aanzien van bepaalde ‘derden’

53 Art. 7:962 lid 3 BW: subrogatieverbod “De verzekeraar krijgt geen vordering op de verzekeringnemer, mede-verzekerde, de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of de geregistreerde partner van een verzekerde, de andere levensgezel van de verzekerde, noch op de bloedverwanten in de rechte lijn van een verzekerde, op een werknemer of de werkgever van de verzekerde of op degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever als de verzekerde. (…)”

54 Ratio subrogatieverbod  Het gaat om personen in wiens belang de verzekering mede is gesloten  Relatie van duurzame aard met verzekerde, voortvloeiend uit familierecht, arbeidsverhouding of woonsituatie  Regres kan relatie verstoren

55 HR 28 november 2014, JA 2015/12  Reikwijdte collega–verweer  Peilmoment Feiten:  Eenzijdig verkeersongeval  Automobilist is een door Y ingeleende werknemer (materiële arbeidsverhouding)  Inzittende is in dienst van Y (formele arbeidsverhouding)  Ziektekostenverzekeraar van inzittende heeft medische behandelingen vergoed en neemt regres op de automobilist

56 Reikwijdte collega-verweer  Geldt het subrogatieverbod van art. 7:962 lid 3 BW ook ten aanzien van de ingeleende collega?  Rechtbank en hof: ja  O.a. verwijzing naar de flexibilisering van de arbeidsmarkt, art. 6:107a, 6:170 en 7:658 BW zien ook op materiële arbeidsverhoudingen

57 Hoge Raad Uitgangspunten wetsgeschiedenis voor subrogatieverbod: 1.Strekking is voorkoming verstoring van duurzame relatie tussen verzekerde en derde. 2.Subrogatieverbod is een uitzondering, daarom beperkt tot een klein aantal, limitatief in de wet genoemde categorieën. 3.Beoogd is om scherpomlijnde en bij voorkeur bij bestaande juridische begrippen aansluitendende categorieën op te nemen, waarvan in de regel subrogatie de onderlinge relatie zou verstoren. 4.Niet voor alle relaties van duurzame aard kan subrogatie worden uitgesloten.

58 Vervolg  Daarom: wetgever heeft een formeel-juridisch begrip ‘werkgever’ voor ogen gestaan, nu dit begrip scherp is omlijnd en ziet op relaties die in het algemeen duurzaam zijn.  De vrees voor verstoring van de arbeidsverhouding rechtvaardigt geen ruime uitlegging

59 “Anders dan het [hof] vervolgens heeft overwogen, zou het als ‘werknemer’ aanmerken van ingeleend personeel (…) echter niet passen bij de strekking van art. 7:962 lid 3 BW. Aangenomen moet immers worden dat ondernemingen kiezen voor een zodanig inlenen van personeel – en voor verwante figuren zoals het inschakelen van zogenoemde zzp’ers – in plaats van het aangaan van arbeidsovereenkomsten, omdat zij juist geen duurzame relatie met het personeel willen aangaan. Bij dergelijke rechtsfiguren past daarom niet om ze voor de toepassing van art. 7:962 lid 3 BW op één lijn stellen met de op een arbeidsovereenkomst berustende verhouding tussen werkgever en werknemer.”

60 Verhouding tot art. 6:107a, 6:170 en 7:658 BW “zij regelen vanuit een oogpunt van werknemersbescherming de aansprakelijkheid van de werkgever voor arbeidsgerelateerde ongevallen van zijn personeel en – bij schade van derden – de draagplicht in de onderlinge verhouding tussen de werkgever en de werknemer. Art. 7:962 lid 3 BW betreft de verhouding tussen enerzijds de verzekeraar van degene die schade heeft geleden en anderzijds degene die deze schade heeft veroorzaakt, en beoogt niet de bescherming van de vermogenspositie van degene op wie verhaal zou kunnen worden genomen (…).”

61 Peilmoment  Wat is het peilmoment waarop moet worden beoordeeld of sprake is van het subrogatieverbod? “De vraag of het subrogratieverbod geldt (…) dient te worden [beantwoord] naar het tijdstip waarop de schade toebrengende gebeurtenis zich heeft voorgedaan.”

62 Conclusie  Subrogatieverbod geldt alleen in formele arbeidsverhoudingen  Het peilmoment is het moment waarop de schade toebrengende gebeurtenis zich heeft voorgedaan.

63 Het deskundigenbericht HR 19/12/2014, HR:2014:3654, JA 2015, 28: Tezamen adviseur voor arbeidsvermogensschade aangesteld (niet bindend adviseur); Zeer uitvoerig gerapporteerd; Het staat de rechter vrij een dergelijk rapport als uitgangspunt te nemen, ook als door partijen bezwaren zijn geuit over de wijze van totstandkoming of inhoud rapport, ook als partij voorafgaand aan rapport te kennen heeft gegeven zich niet gebonden te achten; Het staat de rechter vrij om in het licht van de bezwaren tegen rapport al dan niet deskundige voorlichting te vragen. 63

64 Verhouding civiel/strafrecht 64

65 Verhouding strafrecht/civiel recht HR 27 maart 2015, HR:2015:760, JA 2015, 76 -Stafrecht, Poging tot doodslag bewezen, maar noodweer, civiel recht? -HR: De aanvaarding van een beroep op noodweer door de strafrechter laat de vrijheid in de bewijswaardering van de burgerlijke rechter onverlet. Art. 161 Rv. op tegenspraak gewezen Sr. Vonnis levert dwingend bewijs op van het feit. Noodweer valt hier niet onder, want oordeel maakt geen deel uit van de bewezenverklaring. NB Bij verklaring voor recht aansprakelijkheid voor schade moet rechter van belang uitgaan, als mogelijkheid aannemelijk is. Ook als geen veroordeling gevraagd tot schadevergoeding/staat. 65

66 Rekenrente 66

67 Rekenrente:  Hof Den Bosch 5/11/2013: GHSHE:2013:5188, 20 jr. CBP- advies rekenrente 2,2%;  Rb. Noord-Holland 13/10/2014: RBNHO:2014:9243: 20 jr. 2% daarna 3%;  Hof Arnhem-Leeuwarden 10/4/2015: GHARL:2015:2350: 3 jr. 1%, daarna 3%;  Rb. Midden-Nederland 11/8/2015: RBMNE:2015:5492: niet steeds discussie bij langere looptijden, dus 6% rendement en 3% inflatie. (vgl. o.a. Van Dort, TvP 2014, nr. 1, Tiemersma, VR 2013, 67, Elzas, VA juli 2015) 67


Download ppt "PIV september/oktober 2015 Chris van Dijk. BGK  RB Midden-Nederland 22/7/2015, ECLI:NLRBMNE:2015:5492  Zaak loopt lang 2008-2015; aansprakelijkheid."

Verwante presentaties


Ads door Google