De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

ONTWIKKELING VAN HET JONGE KIND College 5; morele ontwikkeling.

Verwante presentaties


Presentatie over: "ONTWIKKELING VAN HET JONGE KIND College 5; morele ontwikkeling."— Transcript van de presentatie:

1 ONTWIKKELING VAN HET JONGE KIND College 5; morele ontwikkeling

2 Programma  College Morele ontwikkeling; h

3 H11 Gewetensvorming Geweten Stelsel van normen en waarden waarin men zelf gelooft en waarop men het gedrag probeert af te stemmen

4 Ontstaan van het geweten Volgens: 1. Behaviorisme 2. Psycho-analyse 3. Sociale leertheorie 4. Cognitieve theorie

5 Theorieën  Behaviorisme - zelfbeheersing  Psychoanalyse - identificatie en internalisatie  Sociaal leertheorie - modeling; geen woorden maar daden  Cognitieve theorie - rijping

6 Een moreel dilemma

7 Theorie van Kohlberg Kind heeft aangeboren gevoel van rechtvaardigheid, dat afhankelijk is van de cultuur. Maar de manier van morele ontwikkeling is in alle culturen gelijk en verloopt in 3 stadia met elk 2 fasen.

8 Kohlberg’s fasen van morele ontwikkeling  Stadium 1. Preconventionele moraal directe consequenties, gericht op zelf, straf vermijden, waar heb ik er zelf aan?  Stadium 2. Conventionele moraal Wat vindt de maatschappij goed? Wat is in het algemeen aanvaard. In stand houden van maatschappelijke orde.  Stadium 3. Postconventionele moraal Goed en slecht zijn universele en individuele principes, er zijn geen duidelijke regels, per situatie en per persoon afhankelijk. Wat is goed voor de mensheid, de aarde, het universum?

9 Wie is er stout?  Een vrouw is de weg kwijt. Ze vraagt aan Tessa wat de juiste weg naar de supermarkt is. Tessa stuurt haar expres de verkeerde kant op. Maar de vrouw neemt een verkeerde afslag en komt toch bij de supermarkt terecht.  Een vrouw is de weg kwijt. Ze vraagt aan Mark wat de juiste weg naar de supermarkt is. Mark legt het haar uit. Maar de vrouw neemt een verkeerde afslag en verdwaalt in een woonwijk. Wie is ‘goed’ en wie is ‘fout’?

10 Stelling Jongens zijn agressiever dan meisjes Gewelddadige films/computerspellen zorgen voor meer agressie bij kinderen

11 H12 Agressie Agressie Gedrag dat erop gericht is om schade te berokkenen aan derden 2 stromingen over ontstaan:  Mens is van nature slecht; Agressieve neigingen zijn aangeboren, catharsis  Mens is van nature goed; omgeving belemmert kind wat leidt tot agressie

12 Aanleg en agressie Bepalen delen van de hersenen zijn gespecialiseerd in agressie. Oa midbrein structuren; hypothalamus (gevoel), amygdala (gedrag) Hormonen spelen een rol; testosteron, dopamine Daardoor: Hersenen worden snel geprikkeld Moeilijk temperament Extraversie Hyperactiviteit en impulsiviteit

13 Omgevingsfactoren  Agressie door frustratie; behoeften worden niet bevredigd  Agressie ontstaat door voorbeeld (modeling)  Gezinsfactoren  Invloed leeftijdgenoten  Invloed media  Opvoeding; streng, niet consequent, leefstijl 2007/page/Schelden_en_knijpen/episode.esp?episode= http://www.eo.nl/programma/schatjes/ /page/Schelden_en_knijpen/episode.esp?episode= Thuis kijken

14 H13 Kinderangsten Bang Een teken dat er van buitenaf iets dreigt Biologisch Gevaar – amygdala – hypothalamus + zenuwstelsel – adrenaline – hart sneller kloppen, zweten, andere lichamelijke reacties

15  Er zijn kliertjes in de hersenen, de amygdala, die als een soort filter fungeren voor informatie. Zij bepalen of die informatie over gevaar wordt doorgestuurd naar de hersenen. Bij verwijdering of beschadiging van de amygdala ontstaat er een abnormaal gebrek aan angst en agressie. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat mensen, waarbij de amygdala is beschadigd, door bijvoorbeeld een ongeval, hele sociale persoonlijkheden worden (Damasio 1999). Zij kennen geen angst en dus ook geen agressie, omdat zij geen gevaar zien. De Amygdala die dit gevaar signaleert ontbreekt. Mannelijke hersenen zien eerder gevaar aankomen dan vrouwelijke hersenen. Daardoor reageren mannen ook sneller op gevaar en blijven zij mogelijk langer in deze staat hangen. Bij autistische mensen blijkt de amygdala afwijkend te functionerenamygdala

16 Oerangsten bij peuters  Onweer en storm  Donker  Open vlakten  Watervlakten  Bepaalde dieren

17 Angst bij kleuters Angst komt voort uit besef van kwetsbaarheid.  Castratieangst  Angst om dood te gaan  Eigen fantasieën

18 Angst in de schoolleeftijd Angst ontstaat uit realiteitsbesef.  Slapeloosheid en nachtmerries  Stel je eens voor dat..  Sociaal - evaluatieve angsten  Beginnersangst

19 Ouders en angst  Ouders die alles goedvinden: neurotische angst  Strenge ouders en te hoge eisen: morele angst  Overbeschermende ouders: angstgevoelig kind

20 Begrippen in relatie tot angst  Inhibitie..beheersing/remming  Coping…omgaan met vanuit jezelf  Sensitisering..overgevoelig worden  Habituatie..afvlakken

21 Belangrijke begrippen Morele ontwikkeling  Ontstaan geweten  Kohlberg; stadia morele ontwikkeling  Agressie  Angst

22 Volgende week  Creatieve ontwikkeling; H


Download ppt "ONTWIKKELING VAN HET JONGE KIND College 5; morele ontwikkeling."

Verwante presentaties


Ads door Google