De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Woensdag 1 april 2015 PASSIE- EN PAASBIJEENKOMST van de 55-plus contactcommissie en de vrouwenbijbelstudiekring Eunice 1.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Woensdag 1 april 2015 PASSIE- EN PAASBIJEENKOMST van de 55-plus contactcommissie en de vrouwenbijbelstudiekring Eunice 1."— Transcript van de presentatie:

1 Woensdag 1 april 2015 PASSIE- EN PAASBIJEENKOMST van de 55-plus contactcommissie en de vrouwenbijbelstudiekring Eunice 1

2 Declamatorium ‘JEZUS CHRISTUS: PRIESTER – KONING’ ( samengesteld door mevr. M.M. van Bergeijk-Rozendaal uit Spijkenisse) 2

3 Opening van deze passie- en paasbijeenkomst * Welkom (inclusief internetluisteraars) 3

4 Psalm 65: 1 en 2 De stilte zingt U toe, o Here, in uw verheven oord. Wij zullen ons naar Sion keren waar Gij ons bidden hoort. Daar zal men, Heer, tot U zich wenden, tot U komt al wat leeft, tot U, o redder uit ellende, die alle schuld vergeeft. 4

5 Psalm 65: 1 en 2 Zalig wie door U uitverkoren mag wonen in uw hof, hoezeer hij door zijn schuld verloren terneerlag in het stof. Wij worden door U begenadigd die heilig zijt en goed. Gij die ons in uw huis verzadigt met alle overvloed. 5

6 Gebed * Toelichting op het thema van het declamatorium: ‘JEZUS CHRISTUS: PRIESTER - KONING’ De Priesterdienst Melchisedek – koning en priester Jezus Christus, Priester-Koning De lijdende Priester-Koning De Priester-Koning gekruisigd De opgestane Priester-Koning 6

7 De priesterdienst 7

8 De Here God stelde de offerdienst in tot verzoening van de zonden. Maar het offeren door de hogepriester Aäron en zijn zonen was niet genoeg. Heel de offerdienst wees heen naar de grote Hogepriester die door de Vader gezonden zou worden. 8

9 Exodus 28: 1 Laat je broer Aäron en zijn zonen Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar bij je komen. Hen heb ik uit de Israëlieten uitgekozen om mij als priester te dienen. 9

10 Melchisedek – koning en priester 10

11 Hebreeën 5: Wie uit het volk tot hogepriester wordt gekozen, wordt aangesteld om tussen God en de mensen te bemiddelen, om gaven en offers te brengen voor de zonden. 2 Doordat hij zelf aan zwakheden ten prooi kan vallen, is hij bij machte begrip op te brengen voor hen die uit onwetendheid dwalen, 3 en daarom moet hij niet alleen offers opdragen voor de zonden van het volk maar ook voor zijn eigen zonden. 11

12 Hebreeën 5: Niemand kan zich die waardigheid toe– eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde. 5 Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt.’ 6 Ergens anders zegt hij iets vergelijkbaars: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’ 12

13 Psalm 110: 4 De HEER heeft onherroepelijk gezworen, dat gij als Melchizedek zijt gewijd. Voorgoed zal u het priesterschap behoren. De Heer is met u, Hij beslecht het pleit. 13

14 Genesis 14: En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, 19 en sprak een zegen over Abram uit: ‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, schepper van hemel en aarde. 20 Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.’ Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd. 14

15 Hebreeën 7: Want deze Melchisedek, koning van Salem en priester van de allerhoogste God, ging Abraham tegemoet toen deze terugkeerde van zijn overwinning op de koningen, en zegende hem, 2 waarna Abraham hem een tiende van alle buit gaf. Zijn naam betekent ‘koning van de gerechtigheid’, en verder is hij ook koning van Salem, dat is ‘koning van de vrede’. 15

16 Hebreeën 7: Hij heeft geen vader of moeder, geen stamboom, geen oorsprong of levenseinde en lijkt op de Zoon van God. Hij is priester voor altijd. 16

17 Jezus Christus, Priester-Koning 17

18 De Here Jezus is de grote hogepriester, door God zelf aangesteld en Hij blijft in eeuwigheid. Hij is niet alleen priester, maar Hij is zelf het volkomen offer, Het Lam dat geslacht zal worden. 18

19 Hebreeën 7: Zij volgden elkaar generaties lang op, omdat de dood hun belette priester te blijven, 24 terwijl hij priester zonder opvolger is, omdat hij tot in eeuwigheid blijft. 25 Zo kan hij ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleiten. 19

20 Schriftberijming 25: 1, 2 en 3 Een grote hogepriester, de hemel doorgegaan, is voor de troon gaan staan. Gods Zoon biedt aan zijn liefde: Hij heeft zichzelf gegeven, Hij offert eigen bloed; gelooft het vast, houdt moed: zijn sterven is uw leven! 20

21 Schriftberijming 25: 1, 2 en 3 Hij is geen hogepriester die onze strijd niet streed; dit lam draagt al het leed der wereld met zich mede. Getrouw is Hij bevonden; in de woestijn geweest, verzocht, beproefd; de Geest behoedde Hem voor zonde. 21

22 Schriftberijming 25: 1, 2 en 3 Laat ons dan zeer vrijmoedig de weg gaan tot de troon. God is in Hem, de Zoon, genadig en lankmoedig: al wie zijn hulp verlangen zullen te zijner tijd, daar Hij als priester pleit, barmhartigheid ontvangen. 22

23 Hebreeën 7: Een hogepriester als hij hadden we ook nodig, iemand die heilig, schuldeloos en zuiver is, van de zondaars afgescheiden en ver boven de hemel verheven. 27 Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft hij immers voor eens en altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht. 23

24 Hebreeën 7: De wet stelt mensen aan als hogepriester, en mensen zijn behept met zwakheid, maar met de bekrachtiging onder ede die later werd uitgesproken dan de wet, is de Zoon aangesteld, die voor altijd de volmaaktheid heeft bereikt. 24

25 De priesterlijke bediening van Christus (Christien de Priester) (1 van 2) Dierbare Hogepriester, Die Uw bloed gegeven hebt tot losprijs voor de zonden. U hebt voor al Uw volk aan ‘t kruis geboet. Tot hun bevrijding, werd U Zelf gebonden... O, geef mij door Uw striemen en Uw wonden genezing van mijn onrein, dwaas gemoed. In mij wordt niets dan zond’ en schuld gevonden. Maar schenk mij het door U verworven goed. 25

26 De priesterlijke bediening van Christus (Christien de Priester) (2 van 2) U hebt aan d’ eis van God volmaakt voldaan. Nu is de Vader met Zijn volk tevreden. Hij ziet hen in Uw heilverdiensten aan. U bidt voor hen, U reinigt hun gebeden. O, leer mij door U tot de Vader gaan, gewassen van mijn ongerechtigheden. 26

27 Uit Aller Mond, lied 65: 1, 6 en 7 O Lam van God, door God gezonden, o dienstknecht die uw Heer behaagt, wij bidden: Maak ons rein van zonden, Gij, die der wereld zonden draagt. 27

28 Uit Aller Mond, lied 65: 1, 6 en 7 Zo tot uw offerplaats gekomen hebt Gij met goddelijk geduld de zware last op U genomen, de toorn van God om onze schuld. 28

29 Uit Aller Mond, lied 65: 1, 6 en 7 O Lam van God, door God gezonden, o offer dat de Heer behaagt, wij bidden: Maak ons rein van zonden, Gij, die der wereld zonden draagt. 29

30 De lijdende Priester-Koning 30

31 Marcus 8: Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan; 32 hij sprak hierover in alle openheid. Toen nam Petrus hem apart en begon hem fel terecht te wijzen. 31

32 Marcus 8: Maar hij draaide zich om, keek zijn leerlingen aan en wees Petrus streng terecht met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 32

33 De Heiland moest lijden door vijanden, Hij werd verraden door Judas, verlaten door de discipelen en verloochend door Petrus. 33

34 Marcus 14: De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. 2 Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand. 34

35 Psalm 41: 2 Ik zei: Genees mij, HEER, door uw gena. Ik zondigde voor U. Maar maak dat deze valsaard van mij ga, van wiens bezoek ik gruw. “Sterft hij niet haast, en gaat zijn naam voorbij?” Zo denkt hij in zijn hart, en veinst wel aan mijn sponde medelij, maar hoont mij op de markt. 35

36 Marcus 14: Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. 11 Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren. 36

37 Marcus 14: Terwijl ze aanlagen voor de maaltijd, zei Jezus: ‘Ik verzeker jullie: een van jullie, die met mij eet, zal mij uitleveren.’ 19 Ze werden bedroefd en vroegen een voor een aan hem: ‘Ik ben het toch niet?’ 20 Maar hij zei tegen hen: ‘Het is een van jullie twaalf, die met mij uit dezelfde kom eet. 37

38 Psalm 41: 3 Zij fluistren saam, de horde die mij haat: “Hij ligt, hij ligt voorgoed! Op hem is uitgestort onzalig kwaad, hij heeft de dood in ’t bloed!” De vriend zelfs, die ik spijsde met mijn brood, de gunstling van mijn ziel, heult reeds met hen die loeren op mijn dood, hief tegen mij de hiel. 38

39 Marcus 14: Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: “Ik zal de herder doden, en de schapen zullen uiteengedreven worden.” 28 Maar nadat ik uit de dood ben opgewekt, zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ 29 Petrus zei tegen hem: ‘Misschien zal iedereen ten val komen, maar ik niet!’ 30 Jezus antwoordde: ‘Ik verzeker je: juist jij zult me vannacht, nog voor de haan tweemaal gekraaid heeft, driemaal verloochenen.’ 39

40 Marcus 14: Maar Petrus hield met grote stelligheid vol: ‘Al zou ik met u moeten sterven, ik zal u nooit verloochenen.’ Alle anderen zeiden iets dergelijks. 40

41 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (1 van 8) Simon, Ik gaf jou een nieuwe naam een rots waarop men sterk zou staan als ieder Mij zou haten jij zou Mij niet verlaten. 41

42 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (2 van 8) Simon, jij was in de hof je ogen waren moe je zag niet hoe Ik bad Ik streed Ik leed geknield lag in het stof. 42

43 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (3 van 8) Simon, daarna voltrok zich het verraad jij trok voor Mij het zwaard je was vol goede moed bedoelde het zo goed. 43

44 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (4 van 8) Simon, je kon niet zonder Mij je zocht Mij op en was nabij je zag en hoorde alles aan en toch verloochende je Mijn naam. 44

45 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (5 van 8) Simon, Ik zie je gaan in Mijn hart noem Ik je naam nog even kruisen onze ogen Ik zie jouw pijn en jij Mijn mededogen. 45

46 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (6 van 8) Simon, gevangen door de duistere macht verliezer van je eigen kracht ga je bitter huilend heen Simon, weet Ik laat je nooit alleen. 46

47 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (7 van 8) Simon, in het duister van jouw leven zal Ik Mijn leven voor jou geven als het klinkt ‘het is volbracht’ verdwijnt het duister van de nacht 47

48 Simon (Rieteke Hoogendoorn) (8 van 8) Simon, bij de eerste stralen van de derde dag zal Ik opstaan uit het graf dan zal Ik bij je zijn in jouw berouw en pijn kijk Ik jou aan en… noem zacht jouw nieuwe naam. 48

49 De Priester-Koning gekruisigd 49

50 Marcus 15: ‘s Ochtends in alle vroegte kwamen de hogepriesters, de oudsten en de schriftgeleerden en het hele Sanhedrin in vergadering bijeen. Na Jezus geboeid te hebben, brachten ze hem weg en leverden hem over aan Pilatus. 2 Pilatus vroeg hem: ‘Bent u de koning van de Joden?’ Hij antwoordde: ‘U zegt het.’ 50

51 Marcus 15: Ze brachten hem naar Golgota, wat in onze taal ‘schedelplaats’ betekent. 23 Ze wilden hem met mirre vermengde wijn geven, maar hij nam die niet aan. 24 Ze kruisigden hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen. 25 Het was in het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden. 51

52 Gezang 183: 1, 2 en 3 O hoofd vol bloed en wonden, bedekt met smaad en hoon, o hoofd zo wreed geschonden, uw kroon een doornenkroon, o hoofd eens schoon en heerlijk en stralend als de dag, hoe lijdt Gij nu zo deerlijk! Ik groet U vol ontzag. 52

53 Gezang 183: 1, 2 en 3 O hoofd zo hoog verheven, o goddelijk gelaat, waar werelden voor beven, hoe bitter is uw smaad! Gij, eens in 't licht gedragen, door engelen omstuwd, wie heeft U zo geslagen gelasterd en gespuwd? 53

54 Gezang 183: 1, 2 en 3 O Heer uw smaad en wonden, ja alles wat Gij duldt, om mij is het, mijn zonden, mijn schuld, mijn grote schuld. O God ik ga verloren om wat ik heb gedaan, als Gij mij niet wilt horen. Zie mij in liefde aan. 54

55 Marcus 15: 26 Het opschrift met de aanklacht tegen hem luidde: ‘De koning van de Joden’. 55

56 Voor deze Koning was er geen plaats. 56

57 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (1 van 10) Omdat voor Hem geen plaats was in de herberg….. Bethlehem Efratha jij kleine stad waar Micha over gesproken had jou werd een koning beloofd toen Hij kwam werd het niet geloofd voor jou geen engelenbericht Bethlehem voor deze koning bleven jouw deuren dicht. 57

58 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (2 van 10) Wij knielen voor U neer, ‘vergeef ons Heer’. 58

59 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (3 van 10) En week uit naar Egypte….. Herodus jij wrede vorst macht en glorie was jouw grote dorst Zijn geboortebericht had je gehoord in Mara bracht jij de kindermoord gunde Hem geen levenslicht Herodus voor deze koning gingen Israëls deuren dicht. 59

60 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (4 van 10) Wij knielen voor U neer, ‘vergeef ons Heer’. 60

61 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (5 van 10) En wierpen Hem de stad uit….. Nazareth zo klein en veracht je had een machtig koning verwacht één die de Romeinen zou verjagen zo’n koning kon jou wel behagen maar een timmerman heel gewoon dat gaf wrevel gejoel en gehoon je wilde niet horen van het verlossende licht Nazareth voor deze koning gingen jouw stadsdeuren dicht. 61

62 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (6 van 10) Wij knielen voor U neer ‘vergeef ons Heer’. 62

63 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (7 van 10) Eloï, Eloï, lema sabachtani….. Golgotha op jou hebben drie kruizen gestaan de koning der Joden is aan het vloekhout gegaan Hij hing daar en hoorde gespot ‘koning Jezus waar is nu Uw God’ met een stem vol pijn en smart riep Hij tot het Vaderhart de duisternis verborg Gods aangezicht Golgotha voor deze koning gingen boven jouw kruizen de hemeldeuren dicht 63

64 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (8 van 10) Wij knielen voor U neer, ‘vergeef ons Heer’. 64

65 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (9 van 10) Ik ga heen om u plaats te bereiden….. Mensenkind, door de Vader geliefd en bemind voor jou heb Ik gebeden voor jou heb Ik gestreden voor jou hing Ik aan een kruis voor jou is er plaats in het Vaderhuis voor jou is de deur niet dicht voor jou is er hemels licht. Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd houden en hij met Mij….. 65

66 Voor jou is er plaats (Rieteke Hoogendoorn) (10 van 10) Ik kniel eerbiedig voor U neer en wil U danken Heer voor alles wat U heeft gedaan. Wilt U bij mij binnen gaan? 66

67 Marcus 15: Aan het einde daarvan, in het negende uur, riep Jezus met luide stem: ‘Eloï, Eloï, lema sabachtani?‘, wat in onze taal betekent: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ 35 Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hoor, hij roept Elia!’ 67

68 Marcus 15: Iemand ging snel een spons halen, doordrenkte die met zure wijn, stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken, terwijl hij zei: ‘Laten we eens kijken of Elia komt om hem eraf te halen.’ 37 Maar Jezus slaakte een luide kreet en blies de laatste adem uit. 68

69 Meditatie 69

70 De opgestane Priester-Koning 70

71 Marcus 16: Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 71

72 Marcus 16: Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 72

73 Uit Aller Mond, lied 81: 1 en 2 In het vroege morgenlicht komt Gods boodschap tot de zijnen. Englenmond brengt het bericht dat de droefheid doet verdwijnen. Wat beloofd werd, is voldaan! Onze Heer is opgestaan! 73

74 Uit Aller Mond, lied 81: 1 en 2 Uitverkoren kerk van God, wil voor satans macht niet beven. Veilig, zeker blijft uw lot, Christus heeft de dood verdreven. Ook uw morgenstond breekt aan, Sions Vorst is opgestaan! 74

75 De dageraad kleurt rood (vertaling J.W. Schulte Nordholt) (1 van 2) De dag rijst rood in het verschiet, de hemel zingt het hoogste lied, de aarde juicht uit alle macht, de hel barst los in jammerklacht. Omdat de Koning komt en stoot de deuren open van de dood, bevrijdend uit de lange nacht, het volk dat in het duister wacht. 75

76 De dageraad kleurt rood (vertaling J.W. Schulte Nordholt) (2 van 2) Die lag besloten met een steen, een wacht soldaten erom heen, stijgt uit het graf en triomfeert in al zijn pracht. De Heer regeert. Nu zijn de tranen en de pijn voorbij. De dood zal niet meer zijn. Een stralende engel kondigt aan: de Heer is waarlijk opgestaan. 76

77 Jezus Christus, de opgestane Koning regeert tot in eeuwigheid met priesterlijke bewogenheid, tot Hij weerkomt. Laten we daar met een groot verlangen naar uitzien. 77

78 Hebreeën 1:5-9 5 Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt’? Of: ‘Ik zal een vader voor hem zijn, en hij voor mij een zoon’? 6 Maar wanneer hij de eerstgeborene de wereld weer binnenleidt, zegt hij: ‘Laten al Gods engelen hem eer bewijzen.’ 78

79 Hebreeën 1:5-9 7 Over de engelen zegt hij: ‘Die zijn engelen inzet als windvlagen, en zijn dienaren als een vlammend vuur.’ 8 Maar tegen de Zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. 79

80 Hebreeën 1:5-9 9 Gerechtigheid hebt u liefgehad en onrecht gehaat; daarom, God, heeft uw God u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.’ 80

81 Psalm 21: 1, 3 en 4 O HEER, de koning is verheugd! Hij wil uw almacht prijzen, U juichend dank bewijzen. Gij schonkt hem dapperheid en deugd. Gij hebt op zijn gebed hem door uw hulp gered. 81

82 Psalm 21: 1, 3 en 4 Al wat de koning had begeerd van U, o God, was leven; en Gij hebt hem gegeven een leven dat de tijd trotseert, een leven voor altijd in onverganklijkheid. 82

83 Psalm 21: 1, 3 en 4 Groot wordt zijn roem, zo Gij hem helpt. Hij zal naar alle zijden het heilzaam licht verspreiden waarmede Gij hem overstelpt. Vertrouwend op zijn HEER wankelt hij nimmermeer. 83

84 Psalm 72: Van Salomo. Geef, o God, uw wetten aan de koning, uw gerechtigheid aan de koningszoon. 2 Moge hij uw volk rechtvaardig besturen, uw arme volk naar recht en wet. 3 Mogen de bergen vrede brengen aan het volk en de heuvels gerechtigheid. 4 Moge hij recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan. 84

85 Glorierijke namen (Joke van Sliedregt) (1 van 3) O grote Koning met Uw glorierijke namen, U die gebroken mensenharten kent en heelt… wij knielen voor Uw troon, opdat wij daar tezamen verzadigd worden met Uw goddelijke beeld. U bent de Wonderlijke Raadsman van ons leven. U kent van binnenuit de pijn en het verdriet. U kunt Uw licht en leiding in ons duister geven, omdat Uw oog ons hart tot op de bodem ziet. 85

86 Glorierijke namen (Joke van Sliedregt) (2 van 3) Uw macht is sterker dan de macht van onze zonden. U openbaart Uw kracht in ons, o Sterke God en wilt ons hart, verzwakt en door zoveel gebonden, reddend bevrijden op Uw goddelijk gebod. Uw zorg omringt ons en U draagt Uw onderdanen. U geeft ons veiligheid te midden van de strijd. U die voor ons een weg door dood en graf moest banen, bent als een Vader voor ons tot in eeuwigheid. 86

87 Glorierijke namen (Joke van Sliedregt) (3 van 3) U wilt niet liever dan in onze harten wonen. Uw liefde brengt ons leven weer in evenwicht. Als Vredevorst wilt U in deze wereld tronen, opdat het duister voor Uw held’re lichtglans zwicht. O grote Koning met Uw glorierijke namen, U die gebroken mensenharten kent en heelt… wij knielen voor Uw troon, opdat wij daar tezamen verzadigd worden met Uw goddelijke beeld! 87

88 Psalm 72: Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam zal voortleven zolang de zon zal schijnen. Men zal wensen gezegend te worden als hij, en alle volken prijzen hem gelukkig. 18 Geprezen zij God, de HEER, de God van Israël. Hij doet wonderen, hij alleen. 19 Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig. Moge zijn luister heel de aarde vervullen. Amen, amen! 88

89 Schriftberijming 24: 1, 2, 5 en 6 Wij roepen Koning Christus aan, van God, de Vader, uitgegaan: in menslijk vlees en menslijk bloed heeft ons Gods eigen Zoon ontmoet. 89

90 Schriftberijming 24: 1, 2, 5 en 6 De Geest van God, die op Hem is, rechtvaardigt zijn getuigenis: die machtig was in woord en werk, Hij bleek het dodenrijk te sterk! 90

91 Schriftberijming 24: 1, 2, 5 en 6 De Vader zelf sprak tot zijn Zoon: Zit aan mijn zijde op mijn troon, tot zich uw laatste vijand buigt en aller tong U eer betuigt. 91

92 Schriftberijming 24: 1, 2, 5 en 6 Wij roepen Koning Christus aan, die, van de Vader uitgegaan en tot de Vader weergekeerd, in heel zijn schepping wordt geëerd. 92

93 Filippenzen 2: Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,‘ tot eer van God, de Vader. 93

94 “Lied van de Toekomst”: 1, 2, 3 en 4 Wat de toekomst houdt verborgen, ligt onwetend in de tijd. Zeker is, dat God zal zorgen en dat Hij ons leven leidt. Gaan wij daarom met elkander reizen naar Jeruzalem. Want het doel is onveranderd en reeds lang ons voorbestemd. 94

95 “Lied van de Toekomst”: 1, 2, 3 en 4 Wat de toekomst brengen moge, wat Gods plan is met de mens, laten wij hier neergebogen zuchten om zijn wil en wens. Laat ons leren te aanvaarden dat, wat Hem voor ogen staat, winnen zal aan kracht en waarde als het eens gestrooide zaad. 95

96 “Lied van de Toekomst”: 1, 2, 3 en 4 Wat voor ons nog ligt verborgen, is voor Hem reeds zekerheid. Maar straks, op de grote morgen, ligt Zijn plan voor ons ontspreid. Wat de Zaaier eenmaal zaaide, heeft de wasdom dan bereikt. Als Gods Geest erover waaide, bloeit het in Zijn Koninkrijk. 96

97 “Lied van de Toekomst”: 1, 2, 3 en 4 Wat de toekomst houdt verborgen, ligt onwetend in de tijd. Vreugd, verdriet, of pijn en zorgen, angsten of onzekerheid. Eenmaal, op de dag der dagen is vergeten elk gemis. Geen waarom meer en geen vragen, daar God Zelf het Antwoord is. 97

98  Bedanken medewerkenden  Reeds verzonden naar enkele gemeenteleden een groet als teken van verbondenheid  Collecte voor dak- en thuislozen in Utrecht 98

99 Collecte voor dak- en thuislozen in Utrecht: SLEEP INN (Snurkhuis) voor goedkope slaapplaatsen. SMULHUIS voor goedkope maaltijden. Beide activiteiten zijn onderdelen van de Stichting De Tussenvoorziening (met ANBI-erkenning). De (ook bij ons bekende) heer Henk Griffioen is al vele jaren als vrijwilliger bij dit werk betrokken. Eretitel: “Ambassadeur voor de daklozen in Utrecht”. 99

100 Dankgebed 100

101 Sluiting van deze passie- en paasbijeenkomst (inclusief afscheid internetluisteraars) 101

102 102 De HEER is waarlijk opgestaan! Gezegende paasdagen


Download ppt "Woensdag 1 april 2015 PASSIE- EN PAASBIJEENKOMST van de 55-plus contactcommissie en de vrouwenbijbelstudiekring Eunice 1."

Verwante presentaties


Ads door Google