De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Moet ik er naast zitten? Huiswerk- en huiswerkbegeleiding.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Moet ik er naast zitten? Huiswerk- en huiswerkbegeleiding."— Transcript van de presentatie:

1 Moet ik er naast zitten? Huiswerk- en huiswerkbegeleiding

2 VCOV: voor een oudervriendelijke school
Ouderparticipatie Ouders een krachtige stem geven Kant-en-klare pakketten Begeleiding op maat Vorming en info

3 VCOV-avonden met bekende sprekers voor een groot publiek
Als ze maar gelukkig zijn! met Prof. De Wachter Op 24 oktober 2012 in Sint-Niklaas  Ondergesneeuwde gevoelens met Lut Celie Op 26 februari 2013 in Zottegem

4 Wat doen we vanavond? Zeg je gedacht: akkoord of niet?
4 sleutels - huiswerkenquete in deze school Waarom huiswerk Wat verwachten leerkrachten van ouders Differentiatie Zelfstandig leren werken Groepsdiscussies hoe motiveer ik mijn kind om te starten? ‘moet ik er naast zitten?’

5 Wat is huiswerk? Taken Lezen, tafels, woordpakket inoefenen…
Leren voor toets Opzoekwerk (internet, foto’s, bos, ...) Tekening afwerken…..

6 Een goede school is een school die veel huiswerk geeft
Akkoord of niet? Een goede school is een school die veel huiswerk geeft Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 6

7 20% van de ouders wil meer huiswerk
Vlaanderen 20% van de ouders wil meer huiswerk Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 7

8 Schoolprestaties zijn slechts voor 50% afhankelijk van intelligentie
Akkoord of niet? Schoolprestaties zijn slechts voor 50% afhankelijk van intelligentie Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 8

9 Schoolprestaties zijn afhankelijk van: Intelligentie (50%)
Andere factoren (50%) = plannen, studiemethode, motivatie, discipline, doorzettingsvermogen... Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. Doorzettingsvermogen: onze kinderen het krachtige geloof meegeven dat harder werken dé manier is om slechte prestaties te verbeteren 9

10 Huiswerk zorgt soms voor spanningen thuis
Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 10

11 Welke knelpunten ervaren jullie bij het begeleiden van huiswerk?
Inventariseren van knelpunten/ problemen/moeilijke huiswerksituaties Kies er één of meerdere situaties uit. Toepassen incidentmethode: Indien nodig laat je de deelnemer de situatie verder uitleggen zonder dat hij vertelt wat hij tot hiertoe heeft gedaan om het probleem op te lossen. In kleine groep denken ze na over een mogelijke aanpak Afhankelijk van het/de proble(e)m(en) laat je de betreffende o deelnemers in kleine groep ervaringen uitwisselen over een mogelijke aanpak. Nadien bespreek je de resultaten uit de groep. Laat interactie toe en kom zo tot een boeiend gesprek.

12 Waarom vinden jullie huiswerk belangrijk ?
Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 12

13 1. Waarom huiswerk? Enquête leerkrachten Uitbreiding van de leertijd: door schoolwerk mee naar huis te geven zijn de leerlingen meer tijd bezig met leeractiviteiten. Eigenlijk is dit geen goede reden om huiswerk te geven, want we moeten er vanuit gaan dat de kinderen op school al genoeg tijd aan leren besteden. Bijv. huiswerk geven om thuis verder af te maken van wat in de klas niet afraakte, is op zich geen goede reden. Zwakkere leerlingen hebben inderdaad meer leertijd nodig, ze doen er langer over om iets te vatten, maar we mogen niet verwachten dat hetgeen in de klas niet lukte, thuis ineens wel wordt opgelost. Toetsing: op basis van de huiswerkresultaten kan de leerkracht controleren of het onderwijs effect heeft gehad en of de leerling de leerinhoud beheerst. De voorwaarde is dan wel dat de leerling het huiswerk echt zelf maakt. Zeker als er punten op zouden staan, is het begrijpelijk dat ouders de fouten gaan verbeteren. In dat geval geven de huistaken natuurlijk een verkeerd beeld van de leervorderingen. “Beter een 6 op 10 voor mij, dan een 10 op 10 voor mama!” Verwerken en inoefenen van de leerinhoud: huiswerk is een deel van het leerproces. Persoonlijk verwerken en inoefenen van wat in de klas geleerd werd, is inderdaad belangrijk. Dit is dan ook een goede reden om huiswerk te geven. (Echte tegenstanders zeggen dat ook in de klas aandacht moet zijn voor de persoonlijke verwerking van de leerstof.) Heel wat leerkrachten in het basisonderwijs vermelden als doelstelling van huiswerk ‘gewoontevorming’ met het oog op het secundair onderwijs. Het gaat dan vooral om een goede werkhouding en discipline aankweken. Dit houdt verband met het volgende: Leren zelfstandig werken: (ouders kijken over de schouder mee) zelf doelen leren stellen, zelf een geschikte aanpak kiezen, zelf plannen, zelf problemen oplossen, zichzelf motiveren en blijvend concentreren … Dit is een heel belangrijke doelstelling van huiswerk, maar de basis van zelfstandig leren werken moet al in de klas gelegd worden. Kinderen kunnen dit niet van vandaag op morgen en de meeste kinderen kunnen het zeker niet uit zichzelf. We gaan hier later verder op in. Huiswerk als communicatiemiddel met de ouders betekent eigenlijk dat het huiswerk gezien wordt als een brug tussen de school en thuis. Door huiswerk mee naar huis te geven met de kinderen, worden ook de ouders betrokken bij wat er op school gebeurt. Voor kinderen is het belangrijk dat hun ouders betrokkenheid en interesse tonen voor het schoolleven. Huiswerk brengt een stukje school mee naar huis en beidt gelegenheid om in te gaan op wat het kind op school ervaren heeft. De betrokkenheid van ouders is essentieel voor de motivatie van kinderen. Bovendien biedt huiswerk de ouders informatie over wat er aan bod komt in de klas, over waar het kind mee bezig is en wat de leervorderingen zijn. VBS St Tillo Izegem: Waarom geef je huiswerk: 1e leerjaar: ook om de leesvaardigheid te verhogen Werking van het brein (SOS brein p 92) Bij een eerste opname (lezen) van nieuwe leerstof ontstaat een geheugenspoor = nieuwe, flinterdunne verbinding. Deze verbindingen blijven een paar uur actief en worden dan losgekoppeld en doorgestuurd naar het passieve geheugen (gigantische opslagplaats), daar kunnen we niet meer bij. Als we de leerstof herhalen dan heractiveren we de geheugensporen in onze hersenen. Hoe vaker we herhalen, hoe sterker de verbindingen worden, tot ze volledig vastgezet zijn. We weten het dan voor altijd = parate kennis We kunnen ons brein vergelijken met een savanne met hoog gras. Eén keer doorwandelen is niet voldoende om pad te maken, gras sluit zich achter je. Maar verschillende keren op zelfde plaats stappen, maakt wel een pad. Herhalen, automatiseren, inoefenen (lezen, tafels…) Zelfstandig leren werken (plannen, toetsen…) Werkhouding, attitude Controle Ouders betrekken bij klasgebeuren VCOV 13

14 Herhalen is de sleutel tot succes!
‘Ons brein is als een savanne met hoog gras’ de eerste keer onthoud je nog 40 % de twee keer onthoud je 65 % de derde keer onthoud je 85 % …………… Beter 3 keer 10 min dan 1 keer 30 min! moedig je kind aan de aandacht vooral op het belangrijkste te richten en niet te verliezen in details Eerst weten waarover het gaat! Eerst overzicht krijgen: titels, inhoudsopgave, foto’s en tekeningen Kernwoorden leren herkennen: vet, kader, samenvatting Aantekeningen maken: schema, markeren, mindmap…

15 1. Hoeveel huiswerk? 1e leerjaar: 3x week op ma, di, do
Enquete leerkrachten 1. Hoeveel huiswerk? 1e leerjaar: 3x week op ma, di, do 2e leerjaar: 3x week op ma, di, do 3e leerjaar: 3x week op ma, di, do 4e leerjaar: 3x week op ma, di, do 5e leerjaar: elke dag 6e leerjaar: elke dag Uitbreiding van de leertijd: door schoolwerk mee naar huis te geven zijn de leerlingen meer tijd bezig met leeractiviteiten. Eigenlijk is dit geen goede reden om huiswerk te geven, want we moeten er vanuit gaan dat de kinderen op school al genoeg tijd aan leren besteden. Bijv. huiswerk geven om thuis verder af te maken van wat in de klas niet afraakte, is op zich geen goede reden. Zwakkere leerlingen hebben inderdaad meer leertijd nodig, ze doen er langer over om iets te vatten, maar we mogen niet verwachten dat hetgeen in de klas niet lukte, thuis ineens wel wordt opgelost. Toetsing: op basis van de huiswerkresultaten kan de leerkracht controleren of het onderwijs effect heeft gehad en of de leerling de leerinhoud beheerst. De voorwaarde is dan wel dat de leerling het huiswerk echt zelf maakt. Zeker als er punten op zouden staan, is het begrijpelijk dat ouders de fouten gaan verbeteren. In dat geval geven de huistaken natuurlijk een verkeerd beeld van de leervorderingen. “Beter een 6 op 10 voor mij, dan een 10 op 10 voor mama!” Verwerken en inoefenen van de leerinhoud: huiswerk is een deel van het leerproces. Persoonlijk verwerken en inoefenen van wat in de klas geleerd werd, is inderdaad belangrijk. Dit is dan ook een goede reden om huiswerk te geven. (Echte tegenstanders zeggen dat ook in de klas aandacht moet zijn voor de persoonlijke verwerking van de leerstof.) Heel wat leerkrachten in het basisonderwijs vermelden als doelstelling van huiswerk ‘gewoontevorming’ met het oog op het secundair onderwijs. Het gaat dan vooral om een goede werkhouding en discipline aankweken. Dit houdt verband met het volgende: Leren zelfstandig werken: zelf doelen leren stellen, zelf een geschikte aanpak kiezen, zelf plannen, zelf problemen oplossen, zichzelf motiveren en blijvend concentreren … Dit is een heel belangrijke doelstelling van huiswerk, maar de basis van zelfstandig leren werken moet al in de klas gelegd worden. Kinderen kunnen dit niet van vandaag op morgen en de meeste kinderen kunnen het zeker niet uit zichzelf. We gaan hier later verder op in. Huiswerk als communicatiemiddel met de ouders betekent eigenlijk dat het huiswerk gezien wordt als een brug tussen de school en thuis. Door huiswerk mee naar huis te geven met de kinderen, worden ook de ouders betrokken bij wat er op school gebeurt. Voor kinderen is het belangrijk dat hun ouders betrokkenheid en interesse tonen voor het schoolleven. Huiswerk brengt een stukje school mee naar huis en beidt gelegenheid om in te gaan op wat het kind op school ervaren heeft. De betrokkenheid van ouders is essentieel voor de motivatie van kinderen. Bovendien biedt huiswerk de ouders informatie over wat er aan bod komt in de klas, over waar het kind mee bezig is en wat de leervorderingen zijn. Sint-tillo Izegem: 1e leerjaar: 3/4x per week, op maandag, dinsdag, donderdag, (vrijdag). We vragen om op woensdag en in het weekend wat te lezen! 2e leerjaar: 3x per week, op maandag, dinsdag en donderdag. Elke dag lezen en tafels inoefenen. 3e leerjaar: 3x per week, op vaste dagen 4e leerjaar: 3x per week, op maandag, dinsdag en donderdag 5e leerjaar: 3x per week, op maandag, dinsdag en donderdag 6e leerjaar: 3x per week, op maandag, dinsdag en donderdag VCOV 15

16 Hoeveel tijd? 1e leerjaar: 10-30 min. 2e leerjaar: 20-30 min.
Enquete leerkrachten Hoeveel tijd? 1e leerjaar: min. 2e leerjaar: min. 3e leerjaar: min. 4° leerjaar: min. 5e leerjaar: min. 6e leerjaar: min. Artikel De Standaard 2 februari 04: in alle lagere scholen van het Gentse stadsonderwijs geldt sinds 1 september een uniform huiswerkbeleid. Onze zuiderburen hebben al sinds 1991 een huiswerkbeleid voor alle lagere scholen. De regeling geldt in de hele Franse Gemeenschap. 16

17 2. Wat verwachten de leerkrachten van de ouders?
Huiswerkbegeleiding De verwachtingen die leerkrachten hebben kunnen heel verschillend zijn: de ene wil dat het huiswerk verbeterd wordt door de ouders en netjes overgeschreven wordt, de andere wil zien hoe het kind heeft nagedacht en welke verbeteringen het zelf heeft aangebracht. Voor ouders met meer kinderen is het onbegonnen werk om bij te houden wie wat verwacht. Ze hebben nood aan duidelijkheid: eenduidige en rechtlijnige verwachtingen. Het is even belangrijk dat leerkrachten ook aangeven wat ze NIET verwachten. 17

18 Akkoord of niet? Ik kijk het huiswerk van mijn kind na, want er mogen geen fouten in staan Huiswerk wordt i/d klas verbeterd Leerkrachten leren uit de fouten 18

19 Zeker niet… OUDERS DENKEN FOUTIEF DAT LEERKRACHTEN HEEL VEEL VAN HEN VERWACHTEN! Huiswerk verbeteren (gebeurt in de klas) “Laat het kind zelf verbeteren” “Zorg ervoor dat lkr weet wat kind nog niet kan” Huiswerk niet in hun plaats maken 26% ouders geeft onmiddellijk zelf het antwoord als kind iets vraagt “zo zelfstandig mogelijk laten werken” “kinderen alleen laten proberen” Verantwoordelijkheid voor huiswerk niet overnemen Oppassen met zelf uitleg geven “zo kort mogelijk” Enquête leerkrachten Zelf uitleg geven: Is zeker en vast niet aan te raden. Als ouder weet je immers niet hoe de leerkracht de leerstof aangebracht heeft tijdens de les en dit zorgt enkel voor verwarring bij de kinderen. Verbeteren van huiswerk: op die manier kan de leerkracht niet zien als de leerling de leerstof wel begrepen heeft.

20 Huiswerkbegeleiding Het ABC voor huiswerkbegeleiding Afspreken voor
Bemoedigen tijdens Controleren na Vier sleutels: ‘waarom huiswerk’ was de eerste, ‘wat verwachten leerkrachten van de ouders’ is de tweede sleutel. We hoorden wat de leerkrachten van deze school van de ouders verwachten en we zagen twee uiterste vormen van begeleiding. Wat nu volgt, is het huiswerkalfabet of het ABC. Het is een model van huiswerkbegeleiding dat scholen kunnen gebruiken om de verwachtingen naar ouders duidelijk te stellen, maar ook voor de ouders thuis levert het nuttige inzichten en tips. 20

21 WAT VERWACHTEN LEERKRACHTEN VAN OUDERS ?
Enquête leerkrachten Positieve ingesteldheid Zelfstandig leren werken = doelstelling A. Afspraken - voor Goede omstandigheden aanbieden Zorgen voor structuur en regelmaat Aansporen om te beginnen Opdrachten in SCHOOLAGENDA overlopen, helpen met plannen B. Bemoedigen - tijdens In de buurt zijn als kind een vraag heeft Interesse tonen: meeluisteren, “wat heb je geleerd?” Begeleiden van het denkproces : vragen stellen , zelf laten opzoeken C. Controleren - na Controleren of huiswerk gemaakt is, aanzetten tot zelfcontrole, aanvinken in agenda Signaleren van problemen aan de leerkracht (boodschap in agenda) Goede omstandigheden aanbieden: vb: een stille en rustig ruimte waar je kind zich kan concentreren op zijn huistaken, niet voor de tv, Maar ook: Voldoende slaap, zodat ze eich de volgende dag op school en thuis kunnen concetreren. Ken je eigen kind!! Positieve instelling: Ouders hebben een voorbeeldfunctie. Een positieve en betrokken houding van de ouders is essentieel voor de motivatie van kinderen. Bovendien biedt huiswerk de ouders informatie over wat er aan bod komt in de klas, over waar het kind mee bezig is en wat de leervorderingen zijn. Opdracht in schoolagenda overlopen en de kinderen helpen om hun taken te plannen. Zeker in de lagere jaren, later vb 5 leerjaar eerder sporadisch Je kind aanmoedigen om ermee te beginnen... Opvragen van de les: vb: 1e graad: woordpakketjes en tafels opvragen. 3e graad: franse woordjes opvragen. Signaleren van problemen. Eerlijk zijn! Bij problemen naar de leerkracht stappen. Je kind aansporen om net en verzorgd te werken! D e vooropgestelde gemiddelde effectieve werktijd proberen te respecteren. Eventueel materiaal helpen zoeken vb: voor milie in bos paddestoelen zoeken of op internet helpen zoeken, bibliotheek.

22 Vaste structuur en regelmaat uitstelgedrag niet tolereren!
Voorbeeld dagplanning 7.00 opstaan + aankleden 7.30 ontbijt 8.00 naar school 16.00 naar huis 16.30 huiswerk 17.30 eten 18.00 muziekschool 19.00 tv 20.00 wassen + slapen Als een vast tijdstip moeilijk is, kan je een regelmaat inbouwen door samen met je kind een weekplanning op te stellen. Dit kan per dag: bijv. maandag om 16.00u naar huis, maar dinsdag direct na school naar tekenles. VCOV

23 Huiswerkroutine ! Gunstige Uitstelgedrag niet toleren!
Goede afspraken maken is belangrijk als startpunt voor een geslaagde huiswerkbegeleiding. Het gaat dan vooral om het bieden van gunstige omstandigheden: een huiswerkvriendelijke situatie en klimaat. De leeromstandigheden thuis behoort tot de verantwoordelijkheid van de ouders, bijv. niet leren in living als er tegelijk andere kinderen naar tekenfilm kijken. Voor een vlot verloop van het huiswerk heeft het kind een vaste structuur en regelmaat nodig. Een belangrijke afspraak is het creëren van een vast moment en een vaste plaats. Zorg daar dan voor de nodige rust zodat het kind zich kan concentreren. Vast moment is afhankelijk van het kind: sommige moeten zich eerst even kunnen ontspannen, andere zijn er liever meteen vanaf. Ook afhankelijk van het gezin: voor of na het eten. Maak afspraken en houd je eraan: kinderen hebben structuur nodig! Ook als ouder voel je je beter als bepaalde dingen duidelijk afgesproken zijn en niet elke dag opnieuw moeten worden bekeken. 23

24 Goede afspraken maken is belangrijk als startpunt voor een geslaagde huiswerkbegeleiding. Het gaat dan vooral om het bieden van gunstige omstandigheden: een huiswerkvriendelijke situatie en klimaat. De leeromstandigheden thuis behoort tot de verantwoordelijkheid van de ouders, bijv. niet leren in living als er tegelijk andere kinderen naar tekenfilm kijken. Voor een vlot verloop van het huiswerk heeft het kind een vaste structuur en regelmaat nodig. Een belangrijke afspraak is het creëren van een vast moment en een vaste plaats. Zorg daar dan voor de nodige rust zodat het kind zich kan concentreren. Vast moment is afhankelijk van het kind: sommige moeten zich eerst even kunnen ontspannen, andere zijn er liever meteen vanaf. Ook afhankelijk van het gezin: voor of na het eten. Maak afspraken en houd je eraan: kinderen hebben structuur nodig! Ook als ouder voel je je beter als bepaalde dingen duidelijk afgesproken zijn en niet elke dag opnieuw moeten worden bekeken. 24

25 Rustpauzes inlassen: 50/10 regel kordate start - afsluiten met korte herhaling
Bron: S.O.S. Brein, Bernard Lernout en Inge Provost Belangrijk voor leren en geheugenwerking: (zie SOS brein p88-89) -Begin- en eindeffect: bij een opdracht of tijdens het studeren, is de concentratie veel hoger in het begin en op het einde (zie curve) -Meteen en kordaat beginnen en kordaat ophouden met studeren is de boodschap! Door te treuzelen verliezen we veel kostbare begin- en eindminuten -Zoveel mogelijk alles op voorhand klaarleggen -50/10 regel: (zie SOSbrein p 41) 10 min ‘actieve’ pauze inlassen na 50 minuten: 50 min studeren, 10 min pauzeren: geeft heel wat concentratiewinst (zie schema)

26 Een gezonde geest in een gezond lichaam!
Voldoende rust en goede voeding 3-5 jaar: 12 uur slaap 6-12 jaar: uur 13-24 jaar: 8-10 uur slaap 25-45 jaar: 8 uur slaap Kinderen slapen gemiddeld 1u minder dan 30j geleden! Een gezond ontbijt! Slim tussendoortje Voldoende beweging Dit zijn gemiddelden: sommige kinderen hebben natuurlijk meer of minder slaap nodig. 26

27 “Het kost verschrikkelijk veel moeite om mijn 8-jarige zoon aan zijn huiswerk te zetten. Hoe ik ook zeur, hij wacht altijd tot het laatste moment ‘s avonds en dan is hij te moe om zich goed te kunnen concentreren. Volgens de leerkracht presteert hij onder zijn kunnen.” (bron: supernanny, Jo Frost ) Mama getuigt Herken je dit uitstelgedrag? Hoe stimuleer jij je kind om met zijn huiswerk te starten en door te werken?

28 ABC: Bemoedigen (tijdens) MOTIVEREN
Goede voorbeeld – zelf leergierig en gemotiveerd Toon interesse Hou rekening met wat je kind wil – keuzes Voorspelbare structuur Schouderklopje, compliment Huiswerk opsplitsen in kleine stukjes Belonen – maar niet te veel Realistische verwachtingen - “niet te veel eisen van je kind” Vergelijken met zijn eigen prestaties, niet met anderen Leren is meer dan ‘een goed rapport’ Uitstelgedrag niet tolereren! “Kinderen leren om motivatie gedurende langere periodes van uitgestelde bevrediging, vast te houden” (Prof. Depreeuw) Goede omstandigheden aanbieden: vb: een stille en rustig ruimte waar je kind zich kan concentreren op zijn huistaken, niet voor de tv, Maar ook: Voldoende slaap, zodat ze eich de volgende dag op school en thuis kunnen concetreren. Ken je eigen kind!! Positieve instelling: Ouders hebben een voorbeeldfunctie. Een positieve en betrokken houding van de ouders is essentieel voor de motivatie van kinderen. Bovendien biedt huiswerk de ouders informatie over wat er aan bod komt in de klas, over waar het kind mee bezig is en wat de leervorderingen zijn. Opdracht in schoolagenda overlopen en de kinderen helpen om hun taken te plannen. Zeker in de lagere jaren, later vb 5 leerjaar eerder sporadisch Je kind aanmoedigen om ermee te beginnen... Opvragen van de les: vb: 1e graad: woordpakketjes en tafels opvragen. 3e graad: franse woordjes opvragen. Signaleren van problemen. Eerlijk zijn! Bij problemen naar de leerkracht stappen. Je kind aansporen om net en verzorgd te werken! D e vooropgestelde gemiddelde effectieve werktijd proberen te respecteren. Eventueel materiaal helpen zoeken vb: voor milie in bos paddestoelen zoeken of op internet helpen zoeken, bibliotheek.

29 ABC: Bemoedigen (tijdens)
BELONEN ‘Puntensysteem’: - Agenda uit boekentas halen = 1 punt - Om 17u zonder zeuren starten = 2 punten - 15 min. aandachtig werken= 5 punten Punten inruilen (bijv. 30 punten = beloning: samen iets leuk doen, …) Taak niet uitgevoerd = geen punten voor die taak Geen punten afnemen Beloning afbouwen Intrinsieke motivatie Oppassen met materiële beloningen Interesse tonen en belang hechten aan het schoolwerk vatten we onder ‘emotioneel- affectieve’ steun. Het daadwerkelijk ondersteunen van het huiswerkproces is de cognitieve component. Dit kan op verschillende manieren. Schoolagenda overlopen: 1e, ev. 2e graad, daarna zou alleen moeten lukken. Wat moet ik doen? Kind laten verwoorden wat er moet gebeuren. Vele ouders denken in de plaats van hun kinderen. Het is belangrijk dat kinderen zelf nadenken en zelf het probleem verwoorden bijv. bij vraagstukken: ouders vertellen het zo dat het kind enkel de uitkomst moet zeggen, maar dan zit het kind weer vast bij het volgende vraagstuk. Autonomie waar het kan: ken je kind! 29

30 ABC: Bemoedigen (tijdens)
COMPLIMENTEN GEVEN Beter een compliment over inspanning dan over talent Specifiek “flink dat je op het afgesproken uur met je huiswerk begon” Oprecht Niet overdadig applausgeneratie Bespreek ook de slechte prestaties wat kan je daaruit leren? Interesse tonen en belang hechten aan het schoolwerk vatten we onder ‘emotioneel- affectieve’ steun. Het daadwerkelijk ondersteunen van het huiswerkproces is de cognitieve component. Dit kan op verschillende manieren. Schoolagenda overlopen: 1e, ev. 2e graad, daarna zou alleen moeten lukken. Wat moet ik doen? Kind laten verwoorden wat er moet gebeuren. Vele ouders denken in de plaats van hun kinderen. Het is belangrijk dat kinderen zelf nadenken en zelf het probleem verwoorden bijv. bij vraagstukken: ouders vertellen het zo dat het kind enkel de uitkomst moet zeggen, maar dan zit het kind weer vast bij het volgende vraagstuk. Autonomie waar het kan: ken je kind! 30

31 ABC: Bemoedigen (tijdens)
Motiveren – zelfwaardering Samen met kind naar juiste oorzaken zoeken voor lukken of mislukken mislukking intern (gebrek aan bekwaamheid) successen extern (geluk) leidt tot negatieve zelfwaardering en demotivatie Een correcte attributie is belangrijk voor het zelfwaardegevoel en voor de motivatie Attributie slaat op het toekennen van eigen lukken of mislukken aan bepaalde oorzaken. Sommige lln hebben de ‘slechte’ gewoonte om mislukkingen intern te attribueren, toe te wijzen aan factoren binnen zichzelf (vb gebrek aan bekwaamheid). Hun successen daarentegen gaan ze extern attribueren (ik heb geluk gehad). Een dergelijke attributiestijl is nefast voor de zelfwaardering. De laatste jaren wordt de belangrijke invloed van attributieve processen op de motivatie meer en meer benadrukt. 31

32 ABC: Bemoedigen (tijdens)
Niet in de plaats van je kind denken Vraagstuk: “Mama is jarig. Julie en Jasper willen een geschenk kopen. Julie heeft € 3 gespaard. Jasper heeft € 5 in zijn spaarpot. Hoeveel mag het geschenk voor mama kosten?”  NIET: “Hoeveel is 3 plus 5?”  WEL: “Waarover gaat het? Wat weet je? Wat is de vraag?” 26% ouders zegt wat er moet staan Enquête ouders Kind laten verwoorden wat er moet gebeuren. Vele ouders denken in de plaats van hun kinderen. Het is belangrijk dat kinderen zelf nadenken en zelf het probleem verwoorden bijv. bij vraagstukken: ouders vertellen het zo dat het kind enkel de uitkomst moet zeggen, maar dan zit het kind weer vast bij het volgende vraagstuk. 32

33 ABC: Controleren (achteraf)
Is het huiswerk gemaakt? Is het ‘goed’ gemaakt? Aanzetten tot zelfcontrole Al eens overhoren, op vraag “steekproef doen” Problemen: melden aan leerkracht De verantwoordelijkheid blijft bij het kind. Controleren is niet nadien de touwtjes in handen nemen en alles overdoen. Niet verbeteren: ouder is geen (hulp)leerkracht Aanzetten tot zelfcontrole: heb je je huiswerk nagekeken, heb je alles ingevuld, ben je niets vergeten … maar ook: zijn er geen sommen waarvan je op het eerste zicht kan zeggen dat ze verkeerd zijn (bijv = 7) Aanzetten tot evalueren: was het moeilijk, vond je het interessant … Ook hier: ken je kind. Sommige kinderen hebben meer controle nodig dan andere. 33

34 3. Differentiatie: moet elk kind hetzelfde huiswerk krijgen?
34

35 Hoe differentiëren? Huiswerk op maat van het kind Differentiëren
Enquête leerkrachten Huiswerk op maat van het kind Differentiëren qua niveau, moeilijkheidsgraad: moeilijkere opdracht, AVI niveau… qua hoeveelheid: minder oefeningen, extra taak, maximum te werken tijd, magjes… Niet alle kinderen zijn gelijk en met de individuele verschillen wil men ook rekening houden, door, waar het kan, differentiatie na te streven. Er is differentiatie in moeilijkheidsgraad en in hoeveelheid. Vormen van differentiatie: vb: een deel van de oefeningen is verplicht, een ander deel Mag. (1 leerjaar) de ene groep krijgt een afwerktaak/herhalingstaak, de andere groep krijgt een verdiepingstaak. Aantal oefeningen beperken: vb zwakkere leerlingen krijgen enkel basisoefeningen. VB 6 leerjaar: Bij dicteevoorbereidingen beslist het kind zelf als hij na het maken van de min. opdracht nog verder zal oefenen door overschrijven of niet.

36 4. Kinderen moeten leren zelfstandig werken

37 Hoe werk je in de klas aan het zelfstandig leren werken?
Enquête leerkrachten Stappenkaarten voor het huiswerk Leren plannen: beertjes van Meichenbaum, toetsenplanning Stappenwijzer voor zelfstandig lezen Groepswerk Contractwerk, werkblaadjes,… Bakje per kind met differentiatiemateriaal (differentiatieslakjes) Zelfcorrectie met verbetersleutel Computer: ambrosoft, bingel (1° lj) Tutoring Sommige kinderen slagen er niet in een voor hen haalbare huistaak tot een goed einde te brengen, omdat ze nog onvoldoende zelfstandig kunnen werken. Ze lezen de opdracht niet goed en vliegen er zomaar in. Weinig kinderen maken hun taak en dat is het: ze kijken het niet meer na. Ze missen planning, doen zomaar wat zonder zich te concentreren en hebben een minder goede leerhouding. Ze hebben problemen om zelfstandig te werken en hebben behoefte aan steun van buitenaf om tot een goede probleemoplossing te komen. Bij deze kinderen is specifieke aandacht voorhun werkgedrag noodzakelijk. Zelfstandigheid is een belangrijk opvoedingsdoel. Kinderen moeten worden voorbereid om zelf keuzes te kunnen maken, om zelf verantwoordelijkheid te nemen, om zelf richting te geven aan hun leven. Naast kennisoverdracht heeft het onderwijs vooral de taak leerlingen te leren zelfstandig problemen op te lossen. ‘Hoe’ leerlingen leren si belangrijker dan ‘wat’ ze leren. Zelfstandig werken gaat niet zomaar vanzelf door kinderen alleen aan het werk te zetten. Het vergt heel wat vaardigheden die expliciet moeten worden aangeleerd. 37

38 Het 5 stappenplan Schoolagenda nakijken: kind laten verwoorden: opdracht goed gelezen? wat ? tegen wanneer? hoeveel tijd nodig? wat eerst? wat later? Huiswerk maken: begin met doe-werk (bv. woordjes schrijven) Lessen leren en controleren: ken ik mijn les? Werk voor later maken: volgende week grote toets W.O., wat kan ik vandaag al leren? Afsluiten: schoolagenda controleren en afpunten - boekentas maken - werktafel opruimen TIJD VOOR ONTSPANNING Sommige kinderen slagen er niet in een voor hen haalbare huistaak tot een goed einde te brengen, omdat ze nog onvoldoende zelfstandig kunnen werken. Ze lezen de opdracht niet goed en vliegen er zomaar in. Weinig kinderen maken hun taak en dat is het: ze kijken het niet meer na. Ze missen planning, doen zomaar wat zonder zich te concentreren en hebben een minder goede leerhouding. Ze hebben problemen om zelfstandig te werken en hebben behoefte aan steun van buitenaf om tot een goede probleemoplossing te komen. Bij deze kinderen is specifieke aandacht voorhun werkgedrag noodzakelijk. Zelfstandigheid is een belangrijk opvoedingsdoel. Kinderen moeten worden voorbereid om zelf keuzes te kunnen maken, om zelf verantwoordelijkheid te nemen, om zelf richting te geven aan hun leven. Naast kennisoverdracht heeft het onderwijs vooral de taak leerlingen te leren zelfstandig problemen op te lossen. ‘Hoe’ leerlingen leren si belangrijker dan ‘wat’ ze leren. Zelfstandig werken gaat niet zomaar vanzelf door kinderen alleen aan het werk te zetten. Het vergt heel wat vaardigheden die expliciet moeten worden aangeleerd. 38

39 Hoe zorg jij ervoor dat je kind zelfstandig leert werken?
Groepsdiscussie Moet ik er naast zitten? Hoe zorg jij ervoor dat je kind zelfstandig leert werken? Groepswerk: De deelnemers wisselen in kleine groep van gedachten. Plenum: Nadien bespreek je de bevindingen in grote groep. Een antwoord vind je ook in de tekst/mededeling over het thema Huiswerk en motivatie. (geschreven door Ludo)

40 Moet ik er naast zitten? Evenwicht tussen sturen en loslaten
Over schouder meekijken “in de gaten houden, maar er niet gaan naast zitten” Goede hulp is erop gericht zichzelf overbodig te maken! voordoen, samen doen, alleen doen..... Vooral emotionele ondersteuning

41 Werken met schema’s helpt !
Boomschema Geraamte , hoofdtitel, ondertitels, kernwoorden - De rest met eigen woorden er bij vertellen of Mindmap... (ga naar EDU) Verbanden zoeken is belangrijk: het brein werkt met associaties: nieuwe info wordt aan andere info aangehangen Markeren: kinderen markeren meestal te veel. (kleurboek) Leer ze enkel de basisideeën, hoofdzaken markeren Kantlijninfo: voor lln die niet graag schema’s maken, of die alles in hun schema zetten, met kantlijninfo moeten ze zich wel beperken Schema: 3 soorten: klassiek, vergelijkingsschema (verwoorden waarin 2 zaken zich van elkaar onderscheiden), analyseschema met uitleg waarom, wie , wat, wanneer, waar, waarom en hoe Signaalwoorden: dagen uit om verbanden, structuur in de tekst te zoeken: vb denk maar aan, ook , tenslotte, nog….. =onderdeel van ET Nederlands 1° graad

42 Zie SOS brein p 64-65 Mindmap of Breinweb: -kaart van gedachten, met kleurrijke sleutelwoorden en symbolen -vertrekkend vanuit midden (van 1 papier horizontaal), met uitwaaierende hoofd- en zijtakken met kernwoorden -hoofdtakken zijn soms genummerd, telkens een andere kleur, max 7 -lees van midden naar rand en van boven naar beneden -door naast woorden ook kleuren (rechter hersenhelft), symbolen, tekening stimuleren we beide hersenhelften en wekken we de interesse -principe is: leren door concentratie gekoppeld aan motivatie omdat het leuk is Meer info: (ga naar EDU) of (om electronische mindmaps te maken) Op school wordt er ook geleerd om zelfstandig te werken: vb: 4 e leerjaar: zelfstandig leren werken met de computer contractwerk: zelf binnen een bepaalde tijd leren afwerken.

43 Nog enkele tips op een rijtje
Samen met broer/zus/vriend huiswerk maken? (overhoren, controleren, schooltje spelen) Huiswerk opsplitsen in kleine stukjes Niet discussiëren met kinderen, wel inspraak geven Tafels op de trap plakken Tafels oefenen op het internet: Voor de structuurkaarten en boekentasplanner: Leuke leerspelletjes – leerboekjes voor thuis: Cursussen studiemethode:

44 Ook mijn kinderen (7 en 9 jaar) oefenen niet graag hun sommen en tafels, maar spelen wel graag op de computer. Sinds we de website hebben ontdekt, oefenen ze elke dag zonder morren 10 minuten op een leuke manier, vaak zelfs langer om zo hoog mogelijk in de top 100 van de tafelen sommenkampioen te komen. (Claudia V.) Mama getuigt

45 Privé bijlessen zijn big business geworden !!! Uit de Standaard 02/11/2010
325 euro voor tien uur Standpunt ouderkoepels (Jan Stevens, KOOGO) ‘Zij spelen in op de angst van ouders. De oplossing moet op school worden aangereikt: in overleg met de zorgcoördinator en het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Intussen moeten ouders leren te aanvaarden dat hun kinderen soms minder presteren.'

46 Interessante literatuur
Tekst ‘uitstelgedrag als verslaving’ van Professor Depreeuw: Lerarendirect Hoger Onderwijs, 3 december 2003 S.O.S. Brein ‘Help je tiener slimmer studeren’ van Bernard Lernout en Inge Provost (Standaard uitg.) ‘Help, mijn kind moet studeren’ van Stef Desodt (Roularta books) ‘Studiemotivatie en faalangst nader bekeken’ van Willy Lens en Eric Depreeuw (Universitaire pers Leuven) ‘Leerbeest’, leren leren 12+ van Marcella Deneve (uitg. Averbode) Goede omstandigheden aanbieden: vb: een stille en rustig ruimte waar je kind zich kan concentreren op zijn huistaken, niet voor de tv, Maar ook: Voldoende slaap, zodat ze eich de volgende dag op school en thuis kunnen concetreren. Ken je eigen kind!! Positieve instelling: Ouders hebben een voorbeeldfunctie. Een positieve en betrokken houding van de ouders is essentieel voor de motivatie van kinderen. Bovendien biedt huiswerk de ouders informatie over wat er aan bod komt in de klas, over waar het kind mee bezig is en wat de leervorderingen zijn. Opdracht in schoolagenda overlopen en de kinderen helpen om hun taken te plannen. Zeker in de lagere jaren, later vb 5 leerjaar eerder sporadisch Je kind aanmoedigen om ermee te beginnen... Opvragen van de les: vb: 1e graad: woordpakketjes en tafels opvragen. 3e graad: franse woordjes opvragen. Signaleren van problemen. Eerlijk zijn! Bij problemen naar de leerkracht stappen. Je kind aansporen om net en verzorgd te werken! D e vooropgestelde gemiddelde effectieve werktijd proberen te respecteren. Eventueel materiaal helpen zoeken vb: voor milie in bos paddestoelen zoeken of op internet helpen zoeken, bibliotheek.

47 Stelling van in begin ontkrachten, nl
Stelling van in begin ontkrachten, nl. dat er niet over huiswerk gepraat wordt. In groepjes praten over huiswerk: mag 1 van de uitspraken kiezen of zelf iets in de groep gooien. Nadien in de grote groep eens horen waar er zo al over gepraat werd.

48 VCOV 48

49 Jouw kind heeft de laatste tijd altijd maar slechte punten op school
Jouw kind heeft de laatste tijd altijd maar slechte punten op school. Volgens de leerkracht is dat omdat hij/zij te weinig tijd steekt in zijn/haar huiswerk. Je kind leert volgens de leerkracht niet genoeg voor de toetsen. Wat doe je? Je beslist om vanaf nu altijd bij je kind aan tafel te zitten en samen huiswerk te maken. Je wil je kind zoveel mogelijk helpen en controleren hoe hij/zij huiswerk maakt en leert voor de toetsen. (groen) Je zegt tegen je kind dat hij/zij beter zijn of haar best moet doen op school. Je vindt dat hij/zij het beste zal leren door alles zelf te doen. Je kan zijn/haar handje toch niet altijd blijven vasthouden. (geel) Je vindt dat die leerkracht zich teveel bemoeit. Het is niet de schuld van jouw kind en ook niet van jou dat die punten achteruit gegaan zijn. Het is de school die ervoor moet zorgen dat je kind bij leert. (rood) Je doet iets anders. Stellingen: nog niet onmiddellijk op ingaan  komt later, eerst peilen Wel al vermelden dat scholen niet verplicht zijn om huiswerk te geven. 49


Download ppt "Moet ik er naast zitten? Huiswerk- en huiswerkbegeleiding."

Verwante presentaties


Ads door Google