De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics."— Transcript van de presentatie:

1 Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics

2 Het probleem: gestadige afbraak van de industriële tewerkstelling

3 De oorzaken van de teloorgang  De fundamentele oorzaak is de productiviteitsstijging  Deze laat toe elk jaar dezelfde productie te realiseren met gemiddeld 2,5% minder arbeiders.  Deze productiviteitsstijging vinden we niet in dezelfde mate in de dienstensector

4 Productiviteitsstijging: vooral geconcentreerd in industrie

5 Analogie met de landbouw  Honderdvijftig jaar geleden werkte ongeveer de helft van de actieve bevolking in de landbouw. Vandaag nog amper 2%.  De oorzaak is dezelfde als in de industrie. Technologische vooruitgang drijft de productiviteit naar omhoog met het gevolg dat arbeid uit de landbouw wordt gestoten.  Dit proces is nu reeds 150 jaar aan de gang en gaat nog altijd verder.

6 En de loonkosten dan?  Traditionele analyse: de fundamentele oorzaak ligt in te hoge loonkosten.  De hoge loonkosten leiden tot verlies aan competitiviteit en dus minder productie en tewerkstelling  Deze analyse is fout

7  Als de loonkosten in de industrie aan hetzelfde ritme stijgen als de productiviteit, dus 2,5% per jaar, is er met de competitiviteit niets aan de hand.  De reden is de volgende: als de loonstijging de stijging van de productiviteit volgt, dan is de loonkost die aanwezig is in een bepaald product onveranderd.

8  Soms gebeurt het wel dat de loonkosten sneller stijgen dan de productiviteit.  Dit was het geval in de jaren zeventig In die periode was er wel sprake van een competitiviteitverlies.  Afbraak van de tewerkstelling in de industrie toen veel hoger was dan nu.  Sinds het midden van de jaren negentig is er geen noemenswaardig probleem meer met de Belgische competitiviteit. De lonen stijgen aan ongeveer hetzelfde ritme als de productiviteit.

9

10

11 Bron: Europese Commissie, AMECO

12 Relatiieve loonkost per eenheid product

13  Waarom blijft de tewerkstelling in de industrie dan dalen ondanks dit goede nieuws?  Antwoord: technologische vooruitgang.  Ondernemingen in een markteconomie, met veel concurrenten dus, zoeken voortdurend naar de goedkoopst mogelijke productiewijze.  Ze proberen te besparen op alle kosten, arbeidskosten, materiaalkosten, energiekosten.

14  Hoe sterker de concurrentie hoe groter deze dwangmatige neiging van de ondernemers.  Dit betekent dat ze voortdurend op zoek zijn naar nieuwe technologieën die de productiekosten drukken.  Het gevolg is dat de productie steeds minder arbeid, maar ook minder energie, materialen, enz. nodig heeft.  Productiviteit stijgt en leidt tot uitstoot van arbeid

15  Degenen die hun job behouden hebben een hogere productiviteit en dus een hoger loon  De causaliteit gaat dus van productiviteit naar lonen  De oorzaak van de afbouw van de industriële tewerkstelling is dus de productiviteitsgroei  Dat is ook de reden waarom het aantal jobs in de automobielsector zal blijven dalen

16 En de globalisering dan  Leidt globalisering niet tot delocalisatie?  Is dat geen oorzaak van deindustrialisatie?  Niet noodzakelijk.  Globalisering leidt tot een afbouw van industriële activiteiten die veel gebruik maken van laaggeschoolde arbeid  Niet van hooggesschoolde arbeid  Globalisering stimuleert actviteiten die veel gebruik maken van hooggeschoolde arbeid

17 Is de industrie gedoemd te verdwijnen? NEEN

18 Is de industrie gedoemd te verdwijnen?  De productie hoeft niet te dalen; kan zelfs stijgen als we de juiste niches vinden van productie dat gebruik maakt van hooggeschoolde arbeid  Maar de globale industriële tewerkstelling zal jaar in jaar uit blijven dalen

19 Perspectieven voor de toekomst van de industriële tewerkstelling  Tendensen zullen zich verder zetten  de productiviteitsstijgingen zullen zich doorzetten  de technologie staat niet stil  en vooral nu niet in een geglobaliseerde wereld  Dit is in feite goed nieuws: de vrijgekomen arbeidskrachten kunnen ingezet worden in interessantere jobs  In sectoren die meedraaien internationaal

20 Het goede nieuws: de expansie van de dienstensector  Het vorige kan leiden tot groot pessimisme  Is ons tewerkstellingsprobleem niet onoplosbaar?  Antwoord : neen  Er worden meer jobs gecreëerd in de dienstensector dan er verloren gaan in de industrie  Deze laatste zijn meestal interessantere jobs

21

22

23 Opmerking  Dienstensector bevat een belangrijke component van service aan industrie.  Waarschijnlijk meer dan vroeger  Vergelijk pc van de jaren tachtig met laptop vandaag Pc jaren tachtig was hoofzakelijk hardware Pc nu is hoofzakelijk software

24 Zin en onzin van vermindering patronale bijdragen  Patroons willen al jaren een vermindering van patronale lasten gecompenseerd door BTW-verhoging  Dat zou de hoge loonkosten verminderen  En zo meer industrie in België houden  Zorgt een verlaging van patronale lasten voor een verlaging van de loonkosten wanneer alle effecten zijn uitgewerkt?  Antwoord: nee

25  Verschuiving van patronale lasten naar BTW leidt onvermijdelijk tot stijging van de Consumptieprijsindex  Nettolonen zullen zich daar aan aanpassen omdat werknemers hun koopkracht willen veilig stellen  De druk op nettolonen leidt tot een stijging van brutolonen.  Gevolg: het initieel gunstig effect van lastenverlaging op bruto loonkost wordt teniet gedaan.

26

27

28  Er is geen verband tussen niveau van werkgeversbijdrage en loonkosten  Landen met lage werkgeversbijdragen (Denemarken) hebben even hoge of nog hogere loonkosten als België  Een herschikking van de belastingstructuur brengt geen soelaas.  Wat dan wel?

29

30  Alleen een vermindering van het overheidsbeslag (en in het bijzonder sociale zekerheid) kan de loonkosten drukken.  Maar willen de mensen wel zo een vermindering van het overheidsbeslag?  In theorie: ja  In de praktijk: nee  Werkgevers moeten leren leven met hoge loonkosten

31 Dank u voor uw aandacht


Download ppt "Toekomst Industrie in België Paul De Grauwe KULeuven en London School of Economics."

Verwante presentaties


Ads door Google