De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

OOOC De Waai OOOC DE WAAI Cliëntenparticipatie donderdag 9 november 2006 donderdag 16 november 2006.

Verwante presentaties


Presentatie over: "OOOC De Waai OOOC DE WAAI Cliëntenparticipatie donderdag 9 november 2006 donderdag 16 november 2006."— Transcript van de presentatie:

1 OOOC De Waai OOOC DE WAAI Cliëntenparticipatie donderdag 9 november 2006 donderdag 16 november 2006

2 OOOC De Waai OOOC DE WAAI Voorstelling onderzoek donderdag 9 november 2006

3 OOOC De Waai Inleiding Onderzoek in kader van het breder geheel van een verbeteractie De vraag in hoeverre in De Waai participatie, een wij-verhouding met cliënten, mogelijk en wenselijk is Aan de hand van een onderzoek te weten komen hoe hulpverleners, jongens en ouders dat zelf ervaren

4 OOOC De Waai Inleiding Via het onderzoek zicht krijgen op de huidige visies van personeel, jongens en ouders ivm participatie Het is belangrijk om na te gaan wat de mogelijkheden zijn binnen een voorziening

5 OOOC De Waai Inleiding Onderdelen van de presentatie: – Kwalitatief bevragen – Vragenlijst OSBJ – Opzet & werkwijze – Resultaten: Jongens, personeel en ouders – Actiepunten & focusthema’s Opmerking: niet de bedoeling via het onderzoek rechtstreeks tot implementatie initiatieven te komen. Wel zaken opnemen in focusgesprekken en actiepunten voor het komende jaarplan.

6 OOOC De Waai Kwalitatief bevragen Kenmerken: Op zoek gaan betekenissen, verhalen van mensen, niet naar cijfers Een onderzoek ‘van binnen uit’ en niet ‘van buiten af’ Zoektocht naar verklaringen via betekenisverlening door de onderzochten Niet de bedoeling om een ‘hard’ wetenschappelijk onderzoek uit te voeren Niet zoeken naar dé waarheid over participatieve hulpverlening Wel gebruikt gemaakt van theorie Geen participatief actie onderzoek, de jongens waren wel subject in het onderzoek (ze werden als volwaardige informatiebronnen aangesproken)

7 OOOC De Waai Vragenlijst Opbouw: vragenlijst bestaande uit 7 ruimtes waar participatie in een voorziening mogelijk is. In tegenstelling tot het onderzoek van het OSBJ bevroegen wij ook jongens en ouders via een analoge vragenlijst. De drie groepen kregen een gelijkaardige vragenlijst om vergelijkingen mogelijk te maken.

8 OOOC De Waai Vragenlijst Vanuit het OSBJ: zij gebruikten de vragenlijst eerder bij personeel uit de bijzondere jeugdzorg voor een onderzoek omtrent participatie Hun instrument werd ontwikkeld om in team na te gaan hoe ver men staat met participatie. Het was vooral hun bedoeling om teams een stil te laten staan bij participatie De focus op participatie kwam er omdat uit vormingen bleek dat teams hieraan willen sleutelen. Bovendien het belangrijkste discussiepunt in onze context wanneer we het IVRK trachten te implementeren

9 OOOC De Waai De 7 ruimtes waarin participatie mogelijk is 1. materiële en verzorgingsruimte 2. leer-, activiteits- en ervaringsruimte 3. privé en intimiteitsspeelruimte 4. participatie in het eigen sociaal netwerk 5. participatie aan eigen hulpverlening 6. participatie in waarden en handelingen van de organisatie 7. participatie aan de maatschappelijke speelruimte

10 OOOC De Waai Vragenlijst Per ruimte kwamen vragen aan bod: – Inschatting van de ruimte – Vraag naar verruimende en beperkende factoren – Belang van participatie in die ruimte – (Autonomie als hulpverlener) – Organisatorisch nog haalbare dingen?

11 OOOC De Waai Vragenlijst Eerst werd het personeel bevraagd: Hoe schatten zij de participatie van de jongens in? Hoe zit het met hun attitudes en visies? In een tweede fase volgde een vertaling van de vragenlijst voor jongens en ouders. Vinden zij dat er op een gelijkwaardige wijze met hen wordt omgegaan? Wordt hun mening gevraagd/gehoord/betrokken?

12 OOOC De Waai Opzet Aantal personeelsleden:14 (begeleiders, staf, secretariaat, keuken, onderhoud) Aantal ouders: 8 waarvan 2 zijn uitgevallen (ondanks afspraak niet thuis) dus 6 ouders werden geïnterviewd Aantal jongens: 4 hinkstappers en 4 pionners

13 OOOC De Waai Werkwijze: Voorbeeld Ruimte 1: JONGENS: PERSONEEL:OUDERS: -Antw. V1 -Antw. V1-Antw. V1 -Antw. V2 -Antw. V2 -Antw. V1 -Antw. V3 -Antw. V3-Antw. V1 -Antw. V4 -Antw. V4-Antw. V1

14 OOOC De Waai Werkwijze: Voorbeeld ruimte 1: JONGENS: - Vinden dat ze al behoorlijk wat inspraak hebben. - Regels, gewoontes maar ook begeleiding zijn bepalend PERSONEEL: - Verwachten dat jongens meer zullen willen. - Schetsen hier beeld van de jongens: hoe ze zijn en wat ze belangrijk vinden. OUDERS: -Tevreden, grote appreciatie voor telefonische bereikbaarheid + rondleiding, als ze die krijgen - Vinden omgang met de jongens belangrijker.

15 OOOC De Waai Werkwijze: Na het samenbrengen van de antwoorden.... Mensen zeggen in de interviews iets over de ruimtes waar we naar vragen maar formuleren tussendoor ook vragen en bedenkingen bij participatie. Daarom maken we bij de voorstelling een onderscheid tussen: -Jongens/Personeel/Ouders zeggen over participatie… - Jongens/Personeel/Ouders zeggen over de ruimtes…

16 OOOC De Waai JONGENS OVER PARTICIPATIE EN OVER DE RUIMTES

17 OOOC De Waai Jongens zeggen over participatie dat ze moeten begrijpen waar hulpverleners het over hebben. ‘Ik moest mijn HP eens lezen, maar daar stonden moeilijke woorden in en dan had ik geen goesting om nog verder lezen.’ 2. dat ze belang hechten aan de regels, de begeleiding en groepssfeer. De manier waarop ze betrokken worden is even belangrijk als het onderwerp. ‘Het is leuk als de begeleiding mee in de groep zit, in plaats van in de bureau’ ‘Ik moet op mijn gemak zijn om mijn gedacht te zeggen’ >< ‘ik kreeg eens een vies antwoord en heb dan geen voorstellen meer gedaan’ Over (bepaalde) regels: zijn niet altijd nodig als het goed gaat in de groep + regels worden ervaren als vaststaand.

18 OOOC De Waai Jongens zeggen over participatie dat ze liefst participeren aan dingen waar ze direct mee te maken hebben. ‘Ik zou liefst iets te zeggen hebben als er dingen kapot zijn, dat die gemaakt worden.’ ‘Over het winkeltje.’ ‘Over de zetels.’ … 4. dat er liefst binnen redelijke termijn iets met hun mening wordt gedaan. ’ Soms moesten we lang wachten op een antwoord. ’ 5.dat ze met beperkingen rekening kunnen houden. ‘Als je 140 rijdt op de autostrade, zal ne flik u ook niet vragen wat je van die regel vindt’ ‘Ge moet ook rekening houden met de andere leefgroep’ ‘Dat studie-uur is goed dat dat verplicht is’

19 OOOC De Waai Jongens zeggen over participatie… 6. dat het zowel vergroot als verkleind wordt door de inspraakkanalen als bewonersvergadering en wij-uurtje. ‘De bewonersvergadering maar die was wel saai, altijd hetzelfde zo. Ik zou dat doen met koffie. ’ ‘De bewonersvergadering moet gezellig zijn, anders zit je daar maar.’ ‘Het wij-uurtje, wij moesten daarvoor gelijk in een klas zitten.’ ‘Die postbus hangt daar wel maar ge moet daarvoor een papier vragen tijdens het kamerleven en dan ben ik dat al weer vergeten.’ 7. Dat ze het zich herinneren als ze kunnen mee beslissen hebben over regels en activiteiten. ‘Mijn idee was om op woensdag een dvd te kunnen kijken als we die zelf meebrachten, en dat mocht’ ‘Ik heb eens een voorstel gedaan om de drankbonnetjes ook als koekbonnetjes te gebruiken en dat mocht.’

20 OOOC De Waai Jongens over materiële en verzorgingsruimte : 1. Ervaren behoorlijk wat inspraak over het materiële. Vinden het niet allemaal belangrijk om hier aan deel te nemen. Ze zien nog mogelijkheden op vlak van meebeslissen over multimedia (onmiddellijk mee te maken) en andere uitrusting. Niet allemaal even belangrijk, o.a. door korte verblijf. Verbouwingen moeten ‘gewoon een beetje modern’ zijn. Wel vraag naar inspraak over internet (‘een regeling zoals voor de PS’) en over dingen die stuk zijn geraakt.

21 OOOC De Waai Jongens over activiteiten 2. Jongens erkennen hier inspraak en dat zit op niveau van: voorstellen mogen doen. Geven hierbij ook aan dat activiteiten 'een beetje van twee kanten' moet komen. Zijn het niet allemaal eens over belang er van maar: ‘Soms, als ge dingen nog nooit gedaan hebt weet je niet of dat sjiek is of niet.’

22 OOOC De Waai Jongens over privé en intimiteit 3. Het belang van inspraak in privacy hangt voor hen af van hoe erg ze gesteld zijn op privacy. Als ze daar belang aan hechten ervaren ze privacy in De Waai als bepaald door regels (gordijntjes!) en begeleiding. Slechts één keer wordt hulpverlening als inbreuk daarop gezien. ‘Ik kon hierover genoeg mee bepalen. Er was 2u per dag om op uw kamer te zijn, dat was genoeg.’ >< ‘ Ik had daar weinig over te zeggen want als ze kloppen dan komen ze direct binnen in plaats van te wachten ’

23 OOOC De Waai Jongens over eigen sociaal netwerk 4. De ruimte van participatie aan het eigen sociaal netwerk is voor hen, net als voor ouders en hulpverleners, een belangrijk gebied. Toch is het moeilijk te zeggen hoe ze participatie daaraan concreet zien, misschien moeten we kijken naar de privacy-antwoorden daarvoor:’je mag hier niet alleen zijn met vrienden’, bellen met anderen erbij, geld afgeven, GSM afgeven…

24 OOOC De Waai Jongens over hulpverlening 5. De hulpverlening is een ruimte waar jongens niet altijd evenveel van weten en begrijpen. Soms ervaren ze hier dat hun mening wordt gevraagd maar niet echt meetelt. Sommigen ervaren deze ruimte belangrijk, anderen weer minder. Waarschijnlijk is dit te begrijpen door de relatieve plaats die hulpverlening voor hen inneemt. Inspraak in advies ligt op niveau van mening vragen. IB-schap is belangrijk voor de jongens!

25 OOOC De Waai Jongens over waarden 6. Bezinningen worden niet ervaren als waarden-opdringend. Sommigen vinden inspraak hierin wel mogelijk: ‘Soms kan je een regel voorstellen en dan kan die er door komen.’

26 OOOC De Waai Jongens over maatschappelijke speelruimte 7.Geen eensgezindheid over de mogelijkheden om hier in te participeren. Ze vinden wel dat ze voldoende verantwoordelijkheid krijgen. In de club en op school zeggen ze soms liever zelf dat ze in De Waai verblijven. Willen graag mee praten over de contacten die er eventueel gelegd worden binnen een club of hobby.

27 OOOC De Waai PERSONEEL OVER PARTICIPATIE EN OVER DE RUIMTES

28 OOOC De Waai Personeel over participatie: 1. ervaart soms weinig vraag en interesse in participatie. 2. ziet voorwaarden aan participatie: het vereist uitdaging en er moet rekening gehouden met capaciteiten van de jongens. Participatie komt niet vanzelf, moet soms uitgelokt worden. Het vergt ook begeleiding 3. visie op participatie wordt bepaald door het beeld dat personeel heeft van de jongens. ‘Ze hebben te veel verwachtingen van participatie en kunnen niet met gezag over weg.’ ‘Soms moeten ze een voorbeeld krijgen, dan geven ze vlugger zelf suggesties.’

29 OOOC De Waai Personeel over participatie: 4. Visie op participatie wordt bepaald door pedagogische opvattingen. ‘Gasten moeten vaak leren met gezag omgaan.’, ‘Structuur brengt rust.’, ‘Het is belangrijk dat we de jongens ook een stuk vertrouwen geven, De Waai is geen gevangenis.’ ‘Jongens krijgen voorrang om dingen thuis zelf uit te gaan leggen.’ Spanningsveld tussen toezicht en vertrouwen. 5. Is het er niet over eens of participatie afhankelijk mag zijn van gedrag. 6. Er zit veel participatie in gewoontes en ad hoc beslissingen. ‘Ze mogen afspreken met vrienden maar we moedigen dat niet aan.’ ‘De opstelling van De Waai is heel soepel.’ ‘De telefoonregeling kan je strikt hanteren maar ook menselijk.’ 7. Ziet vooral mogelijkheden in meer individualisering en leefgroepgebeuren. Vbn: zakgeld, kamermomenten, jongens meer informeren en bevragen

30 OOOC De Waai Personeel over materiële en verzorgingsruimte: 1.Vinden participatie van cliënten aan het materiële en de verzorging belangrijk en die participatie wordt bepaald door organisatorische aspecten, gewoontes en beeld van de jongens. Organisatorische aspecten: budget, rekening houden met 2 teams en met 8 jongens… Gewoontes: bepaalde dingen worden niet aangemoedigd bij de jongens, niet bij iedere begeleider mag hetzelfde Beeld van de jongens: ‘ze hebben beperkte oplossingsvaardigheden’, ‘het blijft een doelgroep in een probleemsituatie’, ‘als ze een voorbeeld krijgen doen ze vlugger suggesties’.

31 OOOC De Waai Personeel over activiteiten 2. Meeste mensen vinden participatie hier belangrijk maar soms met de vraag naar hanteer- en werkbaarheid van die participatie. Bekommernis ook om de studieopvolging in de Pion. Werkbaarheid: organisatorische aspecten als werkdruk, uurroosters, vaste dagstructuur Hanteerbaarheid: beeld van de jongens, pedagogische opvattingen. >Veel vragen omtrent definitie van inspraak en participatie. >’Gezamenlijke denkwijze’ of ‘stijl’ in een team kan beperkend zijn voor autonomie

32 OOOC De Waai Personeel over privé en intimiteit Privacy wordt in het algemeen erkend als belangrijk maar zeer beperkt door hulpverleningsopdracht en regels. Er wordt gewezen op het belang van informatie aan jongens hierover. Vb: ‘Gordijntjesregel’: beveiliging of controle?

33 OOOC De Waai Personeel over participatie aan sociaal netwerk 4. Voor deze ruimte worden veel verbetervoorstellen gedaan. De vraag naar combinatie met toezicht. Vaststelling dat vrienden hier maar weinig op bezoek komen. Voorstellen: tweede weekend in De Waai, bezoekuren aanpassen, drempelvrees van vrienden verlagen, externen betrekken in activiteiten, condooms in het winkeltje, meer individualiseren, andere houding… Ook vragen over hoe we moeten omgaan met beslissingen van ouders over hun kind.

34 OOOC De Waai Personeel over hulpverlening 5. Ervaren weinig vraag en interesse van de jongens maar hechten er veel belang aan. Sterke vraag naar verhoogde inbreng van ouders. Tegenvraag: ‘Eigenlijk kunnen hulpverleners tóch het best voorspellen of een terugkeer naar huis al dan niet mogelijk is.’ Veel methodische suggesties: orientatiewerkboek, adviesbrieven, tevredenheidsmeting voor ouders, meer contact met verwijzers …

35 OOOC De Waai Personeel over waarden 6. Hulpverleners hebben veel vragen naar hoe ze met andere waarden kunnen of moeten omgaan. Moeten hier ook geen grenzen aan participatie zijn want aan bepaalde waarden kan je toch niet voorbij? Opnieuw wordt gewezen op het belang van informatie. Lage inschatting van participatie van ouders aan deze ruimte.

36 OOOC De Waai Personeel over maatschappelijke speelruimte 7. Geen consensus over het belang van maatschappelijke speelruimte. Jongens krijgen voldoende verantwoordelijkheid.

37 OOOC De Waai OUDERS OVER PARTICIPATIE EN OVER DE RUIMTES

38 OOOC De Waai Resultaten: Ouders over participatie 1.Ouders kunnen niet erg precies antwoorden op vragen die gesteld worden over participatie. Vragen zijn te specifiek. 2. Hebben in de eerste plaats vragen over de werking in De Waai. Tonen veel appreciatie dat ze steeds konden bellen.

39 OOOC De Waai Resultaten: Ouders over participatie 3. Hebben een mening over hoe er met hun kinderen moet worden omgegaan. ‘Het is niet omdat mijn zoon in De Waai zit dat ik er niets meer over te zeggen heb.’ 4. Hebben, net als de hulpverleners, ook een bekommernis over toezicht op hun kinderen. ‘Ik vind dat goed dat ze er daar nauw op toekijken.’ 5. Hebben en geven veel vertrouwen aan De Waai.

40 OOOC De Waai Ouders over materiële en verzorgingsruimte Beslissingen worden hier vooral aan De Waai overgelaten. Een rondleiding, die ouders belangrijk vinden, maakt dat ze zicht krijgen op het materieel aanbod in huis. ‘Ze hadden daar precies toch alles.’ ‘Het is daar precies beter als thuis: playstation, televisie…’. Ouders vinden vaak de omgang met de jongens belangrijker. Geen vraag naar meer betrokkenheid. Wel appreciatie dat ze over bepaalde dingen als televisie op kamer mogen beslissen.

41 OOOC De Waai Ouders over activiteiten Ouders hebben hier vooral de vraag naar informatie, hier en daar is er interesse in iets te zeggen hebben. Ze zijn verdeeld over de studie-opvolging. Ouders zijn niet altijd op de hoogte over het aanbod en de organisatie er van (activiteiten maar ook VC bvb). Verwijzen naar brochure maar ook naar ontbreken van een Franstalige versie)

42 OOOC De Waai Ouders over privé en intimiteit Hebben een bekommernis over toezicht op vlak van privacy maar geven ook aan een mening te hebben over hoe met hun kinderen moet worden omgesprongen. ‘De begeleiding moet niet zomaar op de kamers gaan van de gasten he, het zijn geen misdadigers.’ ‘Bij het bezoek passeert er altijd ander volk.’

43 OOOC De Waai Ouders over participatie aan sociaal netwerk Belangrijke ruimte voor ouders, wat duidelijk wordt in hun verbetervoorstellen. Suggesties: ouders moeten kunnen beslissen of hun kind zijn GSM mag bijhouden, ook grootouders contacteren en vrienden. Appreciatie voor het kunnen verder zetten van hobby’s.

44 OOOC De Waai Ouders over hulpverlening Hebben niet het gevoel dat hen te veel verantwoordelijkheid uit handen wordt genomen, ouders hechten veel belang aan de gesprekken en telefoontjes. Wel veel vragen naar het verslag. Een ouder geeft aan dat het voor haar belangrijk was het gevoel te kunnen behouden om nog iets te kunnen doen voor haar zoon. Veel belang aan de telefoontjes met de MW’s!

45 OOOC De Waai Ouders over waarden Ouders hebben het gevoel voldoende geïnformeerd te worden over de waarden maar vinden het ook een belangrijke ruimte om aan te participeren. Eenmaal zelfs de suggestie van een ouder om zelf eens een bezinning ineen te steken.

46 OOOC De Waai Ouders over de maatschappelijke speelruimte Ouders vinden het wenselijk dat er verantwoordelijkheid aan de jongens wordt gegeven en dat ouders daarvan op hoogte worden gehouden.

47 OOOC De Waai ACTIEPUNTEN & FOCUSTHEMA’S

48 OOOC De Waai Actiepunten & Focusthema’s Actiepunten = verbeterpunten die zonder meer duidelijk zijn uit de bevraging. Er werd een onderscheid gemaakt tussen dingen die participatief aan te pakken zijn en zaken die participatie doen werken. Focusthema’s = een aantal thema’s die meer verdieping vragen. Interpretaties worden teruggegeven.

49 OOOC De Waai Actiepunten Hoe participatie doen werken? – Doorlichting bewonersvergadering en wij-uur. – Participatieladder introduceren voor gebruik. – Verder nadenken over de verhouding hulpverleningsopdracht – privacy. – Actualisering IB-schap / Autonomie van begeleiders. – Verhouding tussen wenselijkheid (wat willen cliënten) en haalbaarheid (wat kan binnen De Waai) verder uitdiepen adhv de interviews.

50 OOOC De Waai Actiepunten Zaken die participatief zijn aan te pakken: – Ziekteregime: hoe wordt dat in dialoog vastgelegd? – Franstalige brochure – Verslaggeving – Schoolopvolging – Tweede weekend in De Waai bevragen vanuit de gezinnen en vanuit de mogelijkheden en beperkingen in De Waai

51 OOOC De Waai Focusthema’s – contacten van jongeren met vrienden, ouders… – wat willen ouders / wat wil De Waai … investeren in structurele inspraak ? – keuzes van De Waai, keuzes van de ouders, keuzes van de jongeren: hoe moet de Waai omgaan met beperkingen of vrijheden die ouders voor hun zoon verlangen? – privacy van jongeren versus zorg en verantwoordelijkheid van De Waai.


Download ppt "OOOC De Waai OOOC DE WAAI Cliëntenparticipatie donderdag 9 november 2006 donderdag 16 november 2006."

Verwante presentaties


Ads door Google