De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

1 Gezang 279: 1, 5, 6 Psalm 108 : 1, 2 Psalm 68 : 1 Gezang 462 : 1, 3, 4 Psalm 25 : 6 Gezang 257 : 1 Mattheus 11 : 1-30 (HSV) Zondag 3 februari middagdienst.

Verwante presentaties


Presentatie over: "1 Gezang 279: 1, 5, 6 Psalm 108 : 1, 2 Psalm 68 : 1 Gezang 462 : 1, 3, 4 Psalm 25 : 6 Gezang 257 : 1 Mattheus 11 : 1-30 (HSV) Zondag 3 februari middagdienst."— Transcript van de presentatie:

1 1 Gezang 279: 1, 5, 6 Psalm 108 : 1, 2 Psalm 68 : 1 Gezang 462 : 1, 3, 4 Psalm 25 : 6 Gezang 257 : 1 Mattheus 11 : 1-30 (HSV) Zondag 3 februari middagdienst

2 2 Welkom in deze middagdienst Voorganger:Ds. A. van Olst Ouderling:Egge Groenewold Organist: Krijn van Veen Intro

3 Welkom en mededelingen

4 Het duurt niet lang meer tot de tijd van Christus aan zal breken, en Hij in grote heerlijkheid het oordeel uit zal spreken. Het lachen is dat uur gedaan, als alles zal in vuur vergaan, naar Petrus heeft geschreven. 4 Gezang 279 : 1, 5, 6

5 O Jezus, help mij dan ter tijd terwille van uw wonden, dat in het boek der zaligheid ook mijn naam wordt gevonden. Ik koester ook geen twijfel meer, ik weet ook wel, getrouwe Heer, dat Gij hebt overwonnen. 5 Gezang 279 : 1, 5, 6

6 Sta daarom eenmaal in voor mij, als Gij terug zult komen. Lees in uw boek en spreek mij vrij en stel mij bij uw vromen. Opdat ik met mijn broeders mag de hemel ingaan op die dag. Gij doet hem voor ons open. 6 Gezang 279 : 1, 5, 6

7 Stil gebed, votum, groet

8 Mijn hart is, Heer, in U gerust. Uw lof te zingen is mijn lust. Maakt, harp en luit, den Here groot. Mijn lied begroet het morgenrood. Ik breng mijn lof, o HEER, U toe onder de volken en ik doe in ieder land mijn psalm weerklinken, daar 'k hemelhoog uw trouw zie blinken. 8 Psalm 108 : 1, 2

9 Ja, hoger dan het hemels blauw is, HEER, uw goedheid en uw trouw. Verhef U, dat uw aangezicht de hemel met zijn glans verlicht. Op aarde blink' uw heerlijkheid. Gord uw geliefden tot de strijd. Ten zege zij uw hand geheven, hoor mij, o Heer, wil antwoord geven. 9 Psalm 108 : 1, 2

10 Gebed

11 11 We lezen uit de Herziene Statenvertaling: Mattheüs 11 : 1-30

12 1 En het gebeurde, toen Jezus geëindigd had Zijn twaalf discipelen opdrachten te geven, dat Hij vandaar vertrok om onderwijs te geven en te prediken in hun steden. 2 Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen, 3 en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander? 12 De vraag van Johannes de doper (1-6)

13 4 En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet: 5 blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd; 6 en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt. 13

14 7 Toen dezen weggingen, begon Jezus tegen de menigte te zeggen over Johannes: Waar bent u in de woestijn naar gaan kijken? Naar een riet dat door de wind heen en weer bewogen wordt? 8 Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar iemand in kostbare kleding gekleed? Zie, zij die kostbare kleding dragen, zijn in de huizen van de koningen. 14 Jezus' getuigenis over Johannes (7-19)

15 9 Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar een profeet? Ja, Ik zeg u, zelfs naar veel meer dan een profeet. 10 Want hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die voor U uit Uw weg gereed zal maken. 11 Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper; 15

16 maar wie de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is groter dan hij. 12 En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het. 13 Want al de profeten en de Wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd. 16

17 14 En als u het wilt aannemen: hij is Elia, die komen zou. 15 Wie oren heeft om te horen, laat hij horen. 16 Maar waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is zoals de kleine kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen: 17

18 17 Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld, maar jullie hebben niet gedanst; wij hebben klaagliederen voor jullie gezongen, maar jullie hebben geen rouw bedreven. 18 Want Johannes is gekomen, hij at niet en hij dronk niet, en ze zeggen: Hij heeft een demon. 18

19 19 De Zoon des mensen is gekomen, Die wel at en dronk, en ze zeggen: Ziedaar, een vraatzuchtig mens en een drinker, een vriend van tollenaars en zondaars. Maar de Wijsheid is gerechtvaardigd door Haar kinderen. 19

20 20 Toen begon Hij de steden waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten dat zij zich niet bekeerd hadden: 21 Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben. 20 De drie onboetvaardige steden (20-24)

21 22 Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u. 23 En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn. 21

22 24 Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u. 22

23 25 In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. 26 Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen. 23 Het welbehagen van de Vader (25-30)

24 27 Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren. 28 Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven. 24

25 29 Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; 30 want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht. 25

26 God richt zich op, de vijand vlucht; zijn haters voor zijn aangezicht, als rook zijn zij verdreven. Zij zijn als was in deze vlam, zijn woede heeft hen, waar Hij kwam, ten dode opgeschreven. … 26 Psalm 68 : 1

27 … Maar de getrouwen zijn verblijd, zij staan voor Hem in vrolijkheid, zij zijn verrukt van vreugde. Zingt God en speelt zijn naam ten prijs, zingt Hem op een verhoogde wijs om wat uw hart verheugde. 27

28 Verkondiging

29 29

30 30

31 31

32 21 Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben. 22 Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u. 32 De drie onboetvaardige steden (20-24)

33 23 En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn. 24 Maar Ik zeg u dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u. 33

34 Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doôn, en Christus zal over u lichten! Zo wekt u, zo dringt u als broeder Gods Zoon, eer Hij u als rechter komt richten. Ontwaak en sta op, het gevaar is zo groot! Wie kiest, o verdwaasde, voor 't leven de dood? 34 Gezang 462 : 1, 3, 4

35 Sta op uit de doden, o zondaar en leef, dat Christus ook over u lichte! Sta op uit de doden, o zondaar, of beef voor God en het jongste gerichte! Nog wekt u de Heiland en nog is er raad, sta op uit de doden, 't is spoedig te laat! 35 Gezang 462 : 1, 3, 4

36 Welzalig de vrome, die wandelt in 't licht, door Christus de doodslaap ontrezen. Hoe vaak hier de dag voor de duisternis zwicht, 't zal nimmermeer nacht voor hem wezen. ‘Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doôn’ Zo spreekt van de hemel uw Heiland, Gods Zoon. 36 Gezang 462 : 1, 3, 4

37 Gebeden

38 De collecten zijn vandaag voor: 1. Diaconie (Hulpverlening) 2. Kerk 38 Collecten

39 Wie heeft lust de HEER te vrezen, 't allerhoogst en eeuwig goed? God zal zelf zijn leidsman wezen, leren hoe hij wandlen moet. Wie het heil van Hem verwacht zal het ongestoord verwerven, en zijn zalig nageslacht zal 't gezegend aardrijk erven. 39 Psalm 25 : 6

40 Geloofsbelijdenis

41 Halleluja, eeuwig dank en ere, lof, aanbidding, wijsheid, kracht, word' op aard' en in de hemel, Here, voor uw liefd' U toegebracht! Vader, sla ons steeds in liefde gade; Zoon des Vaders, schenk ons uw genade; uw gemeenschap, Geest van God, amen, zij ons eeuwig lot! 41 Gezang 257

42 Zegen 42

43 43 Zegen te beantwoorden met


Download ppt "1 Gezang 279: 1, 5, 6 Psalm 108 : 1, 2 Psalm 68 : 1 Gezang 462 : 1, 3, 4 Psalm 25 : 6 Gezang 257 : 1 Mattheus 11 : 1-30 (HSV) Zondag 3 februari middagdienst."

Verwante presentaties


Ads door Google