De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

V5 Chemische evenwicht H11. H11; chemische evenwicht 2 situaties 2 situaties Verbranding lucifer Verbranding lucifer Batterij opladen Batterij opladen.

Verwante presentaties


Presentatie over: "V5 Chemische evenwicht H11. H11; chemische evenwicht 2 situaties 2 situaties Verbranding lucifer Verbranding lucifer Batterij opladen Batterij opladen."— Transcript van de presentatie:

1 V5 Chemische evenwicht H11

2 H11; chemische evenwicht 2 situaties 2 situaties Verbranding lucifer Verbranding lucifer Batterij opladen Batterij opladen Demo 11.1 NO 2 = bruin, N 2 O 4 = kleurloos. Demo 11.1 NO 2 = bruin, N 2 O 4 = kleurloos. 2 NO 2  N 2 O 4 2 NO 2  N 2 O 4 T omhoog  meer NO 2 T omhoog  meer NO 2 T omlaag  meer N 2 O 4 T omlaag  meer N 2 O 4 Chemisch evenwicht is een toestand waarbij twee tegenovergestelde reacties dezelfde reactiesnelheid hebben. Concentraties blijven constant bij dezelfde temperatuur. Chemisch evenwicht is een toestand waarbij twee tegenovergestelde reacties dezelfde reactiesnelheid hebben. Concentraties blijven constant bij dezelfde temperatuur. Statisch evenwicht of dynamisch evenwicht Statisch evenwicht of dynamisch evenwicht Tijd voordat evenwicht is bereikt = insteltijd Tijd voordat evenwicht is bereikt = insteltijd Bij EVENWICHT is v heen =v terug Bij EVENWICHT is v heen =v terug

3 H11; chemische evenwicht H 2 + CO 2  H 2 O + CO H 2 + CO 2  H 2 O + CO Er is nog 75% H 2 in 1 dm 3 over bij ev. Er is nog 75% H 2 in 1 dm 3 over bij ev. Bereken alle concentraties. Maken 2 t/m 5 Maken 2 t/m 5 H 2 mol CO 2 mol H 2 O mol CO mol t 0 (V, B) 0,400,30-- Omgezet (T, O) t ev (N, E) [ ] H 2 mol CO 2 mol H 2 O mol CO mol t 0 (V, B) 0,400,30-- Omgezet (T, O) -0,10-0,10+0,10+0,10 t ev (N, E) 0,300,200,100,10 [ ] 0,30M0,20M0,10M0,10M

4 11.3 verdelingsevenwicht Heterogeen evenwicht (reactie aan grensvlak) Heterogeen evenwicht (reactie aan grensvlak)

5 Opgave 6 d. 40% in de waterlaag. Let op volumeverhouding is gelijk. Dus 40/(40+60ml)*0,200= 0,080 g (0,40) 3 x 0,20= 0,0128 e. 0,200-0,0128= 0,187 g A uit water. 0,187/0,200 x 100%= 94% f. 40/60= 2/3. Dus 100/300* 2/3= 1/ 4,5. Dus 1/ (4,5+1)x 0,200g= 0,036g A in water of 2/3 water/ether. Dus 1,5 keer zoveel in ether. 300/100 x 1,5 =4,5 keer zoveel A in ether. Dus in totaal 1/(1+4,5) x 0,200g= 0,036g A in water. Dus blijft meer inzitten

6 Opgave 6 g. 10/(10+90) x 0,200g =0,020g (0,1) 3 x 0,200g = 0,00020g h. 0,200g-0,00020g= 0,1998g 0,1998g/0,200g=100% i. Uitschudden is een prima methode! Maken 7

7 Evenwichtsvoorwaarde Situatie 1. 1,00 mol N 2 O 4 Situatie 1. 1,00 mol N 2 O 4 Situatie 2. 2,00 mol NO 2 Situatie 2. 2,00 mol NO 2 Opvallend is dat hetzelfde evenwicht ontstaat bij dezelfde temperatuur Opvallend is dat hetzelfde evenwicht ontstaat bij dezelfde temperatuur T=373K Situatie 1 (mol) Situatie 2 (mol) N2O4N2O4N2O4N2O4 NO 2 N2O4N2O4N2O4N2O4 V1,00002,00 T-0,20+0,40+0,80-1,60 N0,800,400,800,40

8 Evenwichtsvoorwaarde N 2 O 4  2 NO 2 N 2 O 4  2 NO 2 Concentratiebreuk Concentratiebreuk Evenwichtsvoorwaarde EvenwichtsvoorwaardeT=373K Situatie 1 (mol) Situatie 2 (mol) N2O4N2O4N2O4N2O4 NO 2 N2O4N2O4N2O4N2O4 V1,00002,00 T-0,20+0,40+0,80-1,60 N0,800,400,800,40 K0,200,20

9 Evenwichten p A + q B  r C + s D p A + q B  r C + s D Homogene evenwichten zitten in zelfde fase Homogene evenwichten zitten in zelfde fase Heterogene evenwichten in verschillende fases Heterogene evenwichten in verschillende fases Vaste stoffen en zuivere vloeistoffen worden weggelaten  CaO (s) + CO 2 (g) CaCO 3 (s)  CaO (s) + CO 2 (g) Rekenvoorbeeld blz 69 maken en maken t/ 12 Rekenvoorbeeld blz 69 maken en maken t/ 12

10 Antw exp 11.4 B 5. AgNO 3 (s) + SCN -  AgSCN(s) + NO NaOH(s) + Fe 3+ (aq)  Fe(OH) 3 + 3Na + CT omhoog, minder [FeSCN 2+ ]. Dus endotherm is naar links D 3. Meer [Fe 3+ ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN] 4. Meer [SCN - ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN 2+ ] 5. Dus neemt [SCN - ] af, K tijdelijk te groot. Dus ev naar links (minder rood) 6. Dus neemt [Fe 3+ ] af, K tijdelijk te groot. Dus ev naar links (minder rood) 7. Meer [Fe 3+ ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN 2+ ] Meer [Fe 3+ ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN 2+ ] Meer [SCN - ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN 2+ ] Meer [SCN - ], dus K tijdelijk kleiner. Ev naar rechts. Dus meer [FeSCN 2+ ]

11 Verschuiven van evenwicht N 2 O 4  2 NO 2 N 2 O 4  2 NO 2 T omhoog  meer NO 2 T omhoog  meer NO 2 Ev verschuift naar endotherme kant Ev verschuift naar endotherme kant Snelheden nemen toe zie Snelheden nemen toe zie Katalysator toevoegen, insteltijd bekort Katalysator toevoegen, insteltijd bekort Snelheden nemen beide gelijk toe zie Snelheden nemen beide gelijk toe zie 11.16

12 Verschuiven van evenwicht Concentratie veranderen Concentratie veranderen Meer NO 2, dus K tijdelijk groter. Meer NO 2, dus K tijdelijk groter. Dus ev naar links (andere kant vergelijking) totdat K bereikt is Dus alle concentraties veranderen Dus alle concentraties veranderen Volume verkleining (lees concentratieverandering) Volume verkleining (lees concentratieverandering) Stel Volume wordt twee keer zo groot. Stel Volume wordt twee keer zo groot. Concentratie twee keer zo klein. Concentratie twee keer zo klein. Waarde van concentratiebreuk twee keer zo klein. Waarde van concentratiebreuk twee keer zo klein. Dus ev naar rechts (naar kant met meeste deeltjes)

13 Evenwicht verschuiven Temperatuur Temperatuur Volumeverandering Volumeverandering Concentratie Concentratie Katalysator Katalysator Hoe maak je een evenwicht aflopend? Hoe maak je een evenwicht aflopend? A  B + C A  B + C Weghalen/weg laten gaan van één component Weghalen/weg laten gaan van één component Bijv C. Dan K te klein, dus A splitst. Bijv C. Dan K te klein, dus A splitst. Aflopende reactie Aflopende reactie Huiswerk voor do t/m 17 af Huiswerk voor do t/m 17 af

14 oplosbaarheidsprodukt AgCl(s)  Ag + (aq) + Cl - (aq) AgCl(s)  Ag + (aq) + Cl - (aq) K s = [Ag + (aq)]·[Cl - (aq)] = 1,6· K s = [Ag + (aq)]·[Cl - (aq)] = 1,6· Hoeveel g AgCl kan maximaal oplossen in 1L water van 298 K? Hoeveel g AgCl kan maximaal oplossen in 1L water van 298 K? Stel Ag + en Cl - op x en los de vergelijking op Stel Ag + en Cl - op x en los de vergelijking op X 2 = 1,6· dus x= 1,3·10 -5 X 2 = 1,6· dus x= 1,3·10 -5 Er lost dus maximaal 1,3·10 -5 mol AgCl op. Er lost dus maximaal 1,3·10 -5 mol AgCl op. 1,3·10 -5 * M =143,3 = 1,9·10 -3 g AgCl 1,3·10 -5 * M =143,3 = 1,9·10 -3 g AgCl

15 oplosbaarheidsprodukt 1. Bij een bepaalde temperatuur bedraagt de oplosbaarheid van bariumoxalaat, BaC 2 O 4, 0,0781g/L. Bereken de waarde van K s bij deze temperatuur. 2. Bij een bepaalde temperatuur bedraagt de K s van CaF 2 1,7· Hieronder zijn de concentraties van Ca 2+ en F - vermeld voor twee verschillende oplossingen: 1 [Ca 2+ ] = 3,5·10 -4 ; [F - ] = 7,0· [Ca 2+ ] = 2,7·10 -9 ; [F - ] = 0,25 a. Laat door berekening zien dat beide oplossingen verzadigd zijn. b. Welke van de twee oplossingen bevat de grootste hoeveelheid opgelost CaF 2 c. Bereken hoeveel mol NaF per liter moet worden toegevoegd aan oplossing 1 om daaruit oplossing 2 te krijgen

16 oplosbaarheidsprodukt 1. 0,0781g/M =225,3 = 3,47·10 -4 mol/L BaC 2 O 4, dus ook 3,47·10 -4 mol/l Ba 2+ en 3,47·10 -4 mol C 2 O K s = [Ba 2+ ] · [C 2 O 4 2- ] = (3,47·10 -4 ) 2 =1,19 · A [Ca 2+ ] · [F - ] 2 = 3,5·10 -4 ·(7,0·10 -4 ) 2 =1,7· = K s dus verzadigd [Ca 2+ ] · [F - ] 2 = 2,7·10 -9 ·(0,25) 2 =1,69· = K s dus verzadigd 2.Bopl A. 3,5·10 -4 mol CaF 2 2.C0,25-7,0·10 -4 = 0,2493 mol F - dus 0,2493 mol NaF


Download ppt "V5 Chemische evenwicht H11. H11; chemische evenwicht 2 situaties 2 situaties Verbranding lucifer Verbranding lucifer Batterij opladen Batterij opladen."

Verwante presentaties


Ads door Google