De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht 3.1.1 Wat is zwaartekracht? FZFZ FZFZ F2F2 Kopje in.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht 3.1.1 Wat is zwaartekracht? FZFZ FZFZ F2F2 Kopje in."— Transcript van de presentatie:

1 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Wat is zwaartekracht? FZFZ FZFZ F2F2 Kopje in beweging zwaartekracht vervorming = is aantrekkingskracht die een hemellichaam uitoefent op alle voorwerpen in haar omgeving (= veldkracht)

2 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Wat is zwaartekracht? zwaarteveld = gebied waarin de zwaartekracht werkzaam is veldkrachtcontactkracht = kracht die op afstand werkt= kracht die contact maakt met iets

3 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht A aangrijpingspunt FZFZ FZFZ FZFZ Z Aangrijpingspunt = zwaartepunt (meestal) middelpunt

4 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht B richting en zin richtingVERTICAAL zin NAAR BENEDEN Toepassing: NAAR MIDDELPUNT VAN DE AARDE

5 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht C grootte m (g)m (kg)F Z (N)F Z / m (N / kg) ,010, ,020, ,030, ,040, ,050, ,060, ,070, ,080, ,090, ,1110 zwaarteveldsterkte

6 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht C grootte Welke vorm heeft de grafiek? Wat betekent dit voor F Z en m? Hoe stel je dit verband symbolisch voor? Wat kan je zeggen over F Z / m? Halve rechte door oorsprong F Z en m zijn rechtevenredige grootheden F Z  m ze is constant Bereken deze constante in de laatste kolom van de tabel 10 N / kg = zwaarteveldsterkte

7 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht C grootte F Z  m F Z / m=C te C te zwaarteveldsterkte g F Z / m=g F Z =m. g [ F Z ]=N [ m]=kg [ g]=N / kg

8 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Kenmerken van de zwaartekracht C grootte Grootte van de zwaarteveldsterkte Op onze breedtegraadg = 9,81 N / kg Aan de evenaarg = 9,78 N / kg Aan de poleng = 9,83 N / kg Op de maang = 1,62 N / kg

9 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Massa, gewicht, zwaartekracht … Hoe zit dat nu in elkaar? Massa= hoeveelheid materie waaruit een lichaam is opgebouwd gewicht= kracht die een lichaam uitoefent op zijn  ondersteuning  ophanging symbool G eenheid [G ] = N Massa van een lichaam verandert NOOIT Gewicht van een lichaam KAN veranderen

10 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Drie astronauten oefenen op aarde met een maanpak. De massa van één van hen bedraagt 140 kg. Bereken de zwaartekracht die de astronaut ondervindt: gegeven gevraagd oplossing m = 140 kg g = 9,81 N / kg FZFZ F Z = m. g F Z = 140 kg. 9,81 N / kg F Z = 1373 N F Z = N Massa, gewicht, zwaartekracht … Hoe zit dat nu in elkaar? antwoordDe astronaut ondervindt een zwaartekracht van N

11 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Bereken de zwaartekracht die dezelfde astronaut ondervindt op de maan. gegeven gevraagd oplossing m = 140 kg g = 1,62 N / kg FZFZ F Z = m. g F Z = 140 kg. 1,62 N / kg F Z = 226,8 N F Z = 227 N Dit is ongeveer 6 keer kleiner dan op aarde Massa, gewicht, zwaartekracht … Hoe zit dat nu in elkaar? Wiskundig getal telt niet voor aantal BC antwoordDe astronaut ondervindt een zwaartekracht van 227 N

12 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Voorwerp in rustgrootte zwaartekracht = grootte gewicht G = F Z = m.g Maar G F Z aangrijpingspuntsteunzwaartepunt (buiten voorwerp) Massa, gewicht, zwaartekracht … Hoe zit dat nu in elkaar?

13 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Vallend voorwerp is gewichtloos G = O N Zwaartekrachtgewicht Grootte Richting Zin aangrijpingspunt F Z = m.gG = m.g verticaal naar beneden zwaartepunt steunpunt Massa, gewicht, zwaartekracht … Hoe zit dat nu in elkaar?

14 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 1.Welke van de volgende figuren geeft het verband weer tussen zwaartekracht massa? Verklaar F Z  m

15 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 2.De zwaartekracht van Jupiter is ongeveer 2,5 maal groter dan op aarde. Stel dat we op aarde een steen op een balans leggen. We brengen de balans in evenwicht met behulp van een ijkmassa. Wat gebeurt er als we met hetzelfde materiaal de proef op Jupiter uitvoeren? Verklaar. O de steen en het massablokje blijven in evenwicht O de schaal met de steen gaat omhoog O de schaal met de steen gaat omlaag O het antwoord is niet gegeven VerklaringMassa blijft gelijk

16 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 3.Bereken de grootte van de zwaartekracht die werkt op een baby met een massa van 3,10 kg. gegeven gevraagd oplossing m = 3,10 kg g = 9,81 N / kg FZFZ F Z = m. g F Z = 3,10 kg. 9,81 N / kg F Z = 30,4 N De grootte van de zwaartekracht bedraagt 30,4 Nantwoord

17 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 4.Wat is de massa, de grootte van de zwaartekracht en de grootte van het gewicht van een vrouw van 50 kg, op aarde, op de maan en vallend uit een raam vanop de derde verdieping. Op aardeOp de maanVallend m FZFZ G 50 kg 50. 9,81 = 4, N 50 kg 50. 1,62 = 81 N 50 kg 4, N O N

18 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 5. Welke van de onderstaande uitspraken is juist? O Op de maan is de zwaartekracht op eenzelfde lichaam ongeveer 6 maal groter dan op aarde. O Op de maan is de massa van eenzelfde lichaam even groot als op aarde. O Op de maan is de zwaartekracht op eenzelfde lichaam even groot dan op aarde O Op de maan is de massa van eenzelfde lichaam ongeveer 6 maal kleiner dan op aarde

19 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 6. Een dynamometer waaraan een rugzak hangt, geeft een waarde van 160 N aan. Wat is de massa van die rugzak? gegeven gevraagd oplossing m g = 9,81 N / kg F Z = 160 N F Z = m. g m = 160 N / 9,81 N / kg m = 16,3 kg De massa van de rugzak bedraagt 16,3 kgantwoord m = F Z / g

20 Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht Oefeningen 7. Mijn massa is:kg Mijn gewicht is:N kg. 9,81 N / kg = 441,45 N = 44.10


Download ppt "Thema 5: Kracht, arbeid, vermogen en energie 3 Soorten krachten 3.1 Zwaartekracht, massa en gewicht 3.1.1 Wat is zwaartekracht? FZFZ FZFZ F2F2 Kopje in."

Verwante presentaties


Ads door Google