De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Jeugdonderzoek Twee perspectieven : Volwassenen (beelden van jeugd) Jeugdigen zelf  hoe ? Dimensies in het jeugdonderzoek : Socialisatie : jeugd als generatie.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Jeugdonderzoek Twee perspectieven : Volwassenen (beelden van jeugd) Jeugdigen zelf  hoe ? Dimensies in het jeugdonderzoek : Socialisatie : jeugd als generatie."— Transcript van de presentatie:

1 Jeugdonderzoek Twee perspectieven : Volwassenen (beelden van jeugd) Jeugdigen zelf  hoe ? Dimensies in het jeugdonderzoek : Socialisatie : jeugd als generatie Identiteit : jeugd in context Subcultuur : scholing als subculturele breuklijn

2 Jeugd als generatie In 3 betekenissen : « jongere » versus « oudere » generatie « generatieconflict » « historisch aanwijsbare groep », bijv : Sceptische generatie Protestgeneratie Verloren generatie Generatie x, Y, gypengeneratie, non- comgeneratie, bedachtzame generatie …

3 Jongere en oudere generatie Twee benaderingen : Generatie als biologische wetmatigheid Generatiewisseling samen met geboortecohorten (interval, bijv. dertig jaar, tien jaar …) Generatie als resultaat inwerking gelijksoortige maatschappelijke veranderingen « generatie » als weerspiegeling tijdsgeest

4 Jongere en oudere generatie « Das problem der generationen »  Onder welke voorwaarden ontwikkelt een biologische generatie zich tot een sociologisch betekenisvolle generatie?

5 Jongere en oudere generatie Cfr.  geboortecohorten kunnen geschiedenis nooit intervalsgewijs beïnvloeden  Vorming generatie veronderstelt ook maatschappelijk vormende krachten 

6 Jongere en oudere generatie Maatschappelijke dynamiek medieert tussen geboortecohort en intellectueel bewuste generatie  1.differentiëring generatiebegrip  2.tempo maatschappelijke dynamiek

7 Jongere en oudere generatie Differentiëring generatiebegrip 1.Generatiepositie  Geboren zijn in zelfde jaar en zelfde nationaal verband of taalgemeenschap  Noodzakelijke doch onvoldoende voorwaarde

8 Jongere en oudere generatie 2.Generatiesamenhang  Participatie aan gemeenschappelijke lotgevallen, gemeenschappelijke historische dynamiek  Veelal uitgesneden geboortecohort (b.v. verschil stad/platteland)

9 Jongere en oudere generatie 3.Generatie-eenheid  Culturele en ideologische profilering  Confronteert heersende cultuur met noodzaak verandering

10 Jongere en oudere generatie  Binnen een generatiesamenhang meerdere generatie-eenheden Corresponderend met bestaande sociale en intellectuele stromingen  Generatie = brug tussen objectieve maatschappelijke veranderingen en beleefde cultuur

11 Jongere en oudere generatie Tempo maatschappelijke dynamiek  Generatie-eenheden ontwikkelen zich naarmate maatschappelijke en intellectuele ontwikkelingen zo snel verlopen dat latente continue aanpassing subjectieve belevings- en denkvormen onmogelijk wordt  naarmate samenleving sneller ontwikkelt, kortere opeenvolging generatie-eenheden

12 Jongere en oudere generatie Maatschappelijke dynamiek bepaalt ook vorm generatie-eenheid. Cfr.oriëntatie op bestaande stromingen.  Analyse nieuwe generaties kan slechts door na te gaan bij welke stromingen ze zich voegen. Niet iedere stroming laat op een bepaald moment generatie-eenheden ontstaan.

13 Jongere en oudere generatie Verband tussen generatie en leeftijd  Generatie-eenheden worden in de jeugdjaren gevormd (  jeugd als leeftijdsfase).  Jongeren en ouderen beleven deel geschiedenis gemeenschappelijk, doch vanuit verschillende ervaringsstructuur (  jeugd als historisch optredende leeftijdsgroep).

14 Jongere en oudere generatie Jongeren streven naar radicale verandering bestaande inhouden >< geneigdheid volwassenen realiteit vanuit bestaande denkkaders te bezien. 

15 Jongere en oudere generatie Niet de tegenstelling doch verschil in oriëntatie is belangrijk: iedere generatie creëert zijn eigen tegenstander.  Tegelijk: terugkoppeling tussen generaties

16 Generatieconflict Ontwikkeld vanuit psycho-analyse Maatschappelijke ontwikkeling naar analoge “natuurlijk” conflict tussen ouders-kinderen in adolescentie  Maatschappelijke dynamiek blijft buiten beeld.

17 Generatieconflict Kritieken:  Op maatschappelijk niveau bestaan geen natuurlijke intervallen.  Verschillen en conflicten binnen een generatie worden onderschat. Belangrijke impact (vanuit aansluiting bij dagdagelijkse opvattingen?)

18 Functionalistische benadering generaties Verhouding generaties is afgeleide van veranderende verhouding tussen gezin en maatschappij. Generatieconflict wanneer gezin onvoldoende voorbereiding kan geven op ontwikkelingen in samenleving Sociaal systeem zelf vindt hier een oplossing voor: toenemende impact “peergroup”.

19 Functionalistische benadering generaties  Eisenstadt: from generation to generation  Jeugdfase nodig als overgang tussen kindertijd en volwassenheid.  Naarmate samenleving moderniseert langere jeugdperiode nodig.

20 Functionalistische benadering generaties Homogene leeftijdsgroepen zorgen ervoor dat het tot een breuk komt met gezin door beklemtonen eigenheid leeftijdsgroep. Homogene leeftijdsgroepen zorgen tegelijk voor continuering sociale systeem door hun oriëntering op toekomstige volwassenheidsrollen.

21 Functionalistische benadering generaties Eisenstadt: invloed van Talcott Parsons Parsons  Funtionalisme: hoe zit maatschappelijke orde in elkaar en hoe wordt ze gecontinueerd?  samenleving = sociaal systeem, waarbinnen delen onderling afhankelijk zijn en specifieke functie vervullen.

22 Functionalistische benadering generaties  Welke functie vervult de jeugd?  Jeugdperiode = antwoord op kenmerken moderne maatschappij Nl. individualisering, prestatiedruk  onzekerheidsgevoelens  hogere competentie-eisen  expansie onderwijs  verdere differentiatie levensstadia  “postadolescentie” (Keniston)

23 Functionalistische benadering generaties Functionalisme  Impact door ontwikkeling analytisch interpretatiekader jeugdstudies  Wijst op belang maatschappelijke voorwaarden jeugdbegrip en op relatie jeugd en andere groepen in de samenleving  Weinig aandacht voor verschillen tussen jongeren, b.v. klassenverschillen, sexenverschillen, …

24 Generatie als historisch aanwijsbare groep Verstehende sociologie:  Typering opvallende generatieverschillen  Samenhang tussen tijdsgeest en generatie jongeren uit een bepaalde periode

25 Generatie als historisch aanwijsbare groep Schelsky: die skeptische generation (1957) 3 generaties:  Jeugdbewegingsgeneratie ( ) romantisch protest tegen moderne maatschappij  Politieke jeugd ( ) massa-organisatie jeugd + verbondenheid met politieke organisaties van volwassenen

26 Generatie als historisch aanwijsbare groep  Sceptische generatie (vanaf 1945) pragmatisch, afwending van politieke en ideologische formules, streven naar materiële bestaanszekerheid Slothoofdstuk:  Aankondiging Protestgeneratie

27 Generatie als historisch aanwijsbare groep Verdere uitwerking generatiebegrip Mannheim  Goertzel (1972) analyse jeugdprotest jaren zestig onderscheidt binnen deze generatie zes generatie-eenheden:

28 Generatie als historisch aanwijsbare groep Politiek geëngageerde revolutionaire, activitische en reactionaire generatie- eenheden, en politiek niet geëngageerde bohemiens, conservatieve en autoritair delinquente jongeren, conformistische jongeren.

29 Generatie als historisch aanwijsbare groep Conformistische jongeren vormen grootste groep Grenzen tussen generatie-eenheden zijn vloeiend  minderheidsgroep heeft grotere invloed dan haar cijfermatig belang

30 Generatie als historisch aanwijsbare groep  Laufer & Bengtson Mate waarin generatie-eenheden reageren op dezelfde thema’s hangt af van de mate waarin ze de invloed ervan op soortgelijke wijze ervaren. Complementaire nieuwe stijlen berusten op gemeenschappelijke vocabulaires, thema’s en situaties.

31 Generatie als historisch aanwijsbare groep  sociale stratificatie vormt kritisch bemiddelende factor binnen tijdsdimensie. Generatie-eenheid: op leeftijd gebaseerd, binnen een specifieke sociale laag.

32 Generatie als historisch aanwijsbare groep Vier verschillende benaderingen binnen opposionele cultuur Radicalisme  sociale verandering via politieke organisatie of opvoeding Bohemianisme  scala individuele protesten gericht op individuele bewustzijnsverruiming (  drugs en seksuele bevrijding zijn belangrijke thema’s)  sterk aanwezige benadering, risico politiek conservatisme of a-politiek

33 Generatie als historisch aanwijsbare groep Communalisme  gericht op verandering interpersoonlijke verhoudingen en verhouding tussen wonen en werken (  verwerping individualisme en streven naar hoger op willen komen)  Revivialisme  sociale verandering via persoonlijke zuivering (  bekering, beroep op absolute autoriteit)

34 Generatie als historisch aanwijsbare groep Voorbeelden recent generatie-onderzoek Matthijsen (1989)  Wederopbouwgeneratie (na 1945)  Oriëntatie op economische waarden  Cultureel sceptisch (cfr. Schelsky)  Maatschappelijke generatie (vanaf 1965)  Kritiek op schaduwzijden groei  Gerichtheid op emancipatie

35 Generatie als historisch aanwijsbare groep  Ongebonden generatie (medio tachtiger jaren)  Ervaring dat economische wetmatigheden niet doorbroken werden  Gerichtheid op voor jezelf opkomen

36 Generatie als historisch aanwijsbare groep Voorbeelden recent generatie-onderzoek Elchardus (1996)  Waardenonderzoek naar betekenisvolle verschillen jongvolwassenen en volwassenen ouder dan 30.  Voor haast alle waarden betekenisvolle verschillen gevonden  Tegelijk: voor haast alle waarden en houdingen blijkt onderwijsniveau doorslaggevender dan leeftijd  Andere verschillen blijken gevolg van gecombineerde invloed onderwijsniveau en uitstellen sociale volwassenheid

37 Generatie als historisch aanwijsbare groep  Breuklijn tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden belangrijker dan leeftijd (European Value Study: historisch socio-culturele achtergrond en al dan niet regelmatige godsdienstpraktijk evenveel zo niet meer gewicht dan leeftijd)

38 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Uitgangspunt : mens en omgeving zijn te zien als een samenhangend geheel. Dit geheel wordt aangeduid met de term « leefwereld » Sociaal-ecologisch onderzoek = inzicht verwerven in de wijze waarop een individiu in wisselwerking met de omgeving een identiteit ontwikkelt en tot autonomie en competent handelen komt.

39 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering  onderzoek naar de beïnvloeding van de jeugdige door omgevingsaspecten  Bronfenbrenner : contextgebondenheid persoonlijkheids- ontwikkeling  Baacke : contextgebondenheid socialisatie van jeugdigen

40 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Bronfenbrenner : Ontwikkeling is een veranderende functie van de interactie persoon-omgeving Deze interactie vindt plaats in verschillende « ecologische ruimtes » Deze « ecologische ruimtes » omvatten verschillende dimensies en situeren zich op verschillende niveaus

41 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Dimensies ecologische ruimtes : Fysische dimensie : waargenomen ruimtelijke of stoffelijke aspect Sociale dimensie : personen met hun verschillende relaties die daarin een plaats hebben Handelingsdimensie : handelen die deze personen verrichten, inclusief de sociale betekenis ervan.

42 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Niveaus ecologische ruimte : Microsysteem : onmiddellijke, face-to-face settings waarin iemand leeft, bijv gezin Mesosysteem : wederzijdse relaties tussen de levensterreinen waaraan iemand actief deelneemt, bijv relaties tussen gezin, school en peergroup./…

43 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering./… Exosysteem : een of meerdere levensterreinen waar de persoon niet zelf aan deelneemt, doch waarin activiteiten gebeuren die van invloed zijn op het micro-en mesosysteem, bijv gebeurtenissen op het werk van de ouders Macrosysteem : overkoepelend patroon van micro- meso-en exosysteemkenmerken binnen een cultuur, bijv culturele opvattingen over opvoeding en sociale interactiepatronen

44 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Onderzoek ecologische ruimtes  ontwikkelingstheorie vanuit tweerichtingsproces tussen persoon en omgeving  individu = ervaringssubject dat de ruimtelijke context als een alledaagse, duurzame en ruimtelijk afgrensbare omgeving beleeft

45 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Baacke : systematische ordening ecologische ruimtes vanuit gezichtspunt van jeugdigen zelf : socialisatie van jeugdigen omvat een gaandeweg verruimen van de ecologische ruimtes waarin iemand handelt Dit proces is te zien als het doorlopen van verschillende « zones » vergelijkbaar met concentrische cirkels

46 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering De verschillende zones bieden andere ervarings-en belevingsmogelijkheden en stellen andere eisen aan jeugdigen Onderscheid tussen Ecologisch centrum Ecologische nabijheid Ecologische segmenten of sectoren Ecologische periferie

47 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Ecologisch centrum : primaire leefomgeving waarin iemand geboren wordt Culturele en materiële uitrusting ecologisch centrum is zeer belangrijk voor processen van emotionele binding met anderen en voor de kwaliteit en de aard van de ervaringen die jongeren opdoen

48 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Ecologische nabijheid : Ongespecifieerde omgeving van het ecologisch centrum : plaats waar de eerste externe relaties worden opgedaan Jeugdigen vinden hier elkaar en creëren er vaste ontmoetingsplaatsen Aard en diversiteit van deze ontmoetingsplaatsen zijn zeer belangrijk in het socialisatieproces van jeugdigen

49 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Ecologische sectoren : Zone gedefinieerd door functiespecifieke relaties : men komt er op bepaalde tijden met een specifieke bedoeling, en men wordt er geconfronteerd met welomschreven rolverwachtingen, bijv school In de marge van deze specifieke rolverwachtingen worden vriendschappen en peerrelaties ontwikkeld, die kunnen leiden tot verdere groepsactiviteiten

50 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Ecologische periferie : Bij gelegenheid ter beschikking staande handelingsruimten, bijv contacten met politiek, vreemde landen, massamedia … Naarmate deze ecologische periferie groter en stimulansrijker is zullen meer ervaringen kunnen opgedaan worden : de actieradius neemt toe wanneer men zich meer en vaker in de richting van de ecologische periferie begeeft.

51 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Sociaal-ecologische benadering biedt invalshoek tot studie verschuivende betekenis « jong zijn » Kenmerkend voor actuele situatie jeugdigen: ontstaan van meer verschillende ruimtes, toenemend appel op participatie spanningsveld tussen « deficiëntie » en « competentie »-benadering ( negatieve versus positieve welzijnsbenadering)

52 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Ontstaan meer verschillende ruimtes Cfr functionele differentiatie o.i.v. moderniseringsproces Gevolgen : Eis tot competent handelen in die verschillende ruimtes : risico op gefragmenteerde handelingspatronen Ontwikkelingen verlopen ongelijktijdig, bijv verschillende impact naargelang sociaal milieu Risico dat « sociale cohesie » vermindert

53 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Toenemend appel op participatie Cfr sociaal-culturele zelfstandigheid als pedagogische norm vs afhankelijkheid op vele terreinen Dit spanningsveld zet zich o.i.v. globalisering door tot in de volwassenheid  ervaring « handelingsonmacht » noopt tot meer ruimte en mogelijkheden tot participatie, ook voor jeugdigen

54 Jeugd in context : de sociaal- ecologische benadering Spanningsveld « deficiëntie » - « competentie »-benadering Cfr « negatieve » versus « positieve » welzijnsdefinitie Cfr verschillende uitkomsten modernisering  « deficiënte » uitkomsten vaak bepalend in beeldvorming over jeugd  nood aan een jeugdbeleid dat ruimte biedt aan « competentie » van jeugdigen

55 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Belangrijke invloed « Centre for Contemporary Cultural Studies » (CCCS) op onderzoek naar jeugdsubculturen CCCS : aansluiting jeugdonderzoek bij « cultural studies »benadering, en bij een aantal aspecten uit de onderzoeksbenadering van de zgn. « Chicagoschool »

56 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Cultural studies : onderzoek naar de invloed van opkomende massacultuur op burgerlijke cultuurvormen en op de cultuur van de arbeidersklasse Chicagoschool : onderzoek jeugdigen in hun lokale of regionale context – bijv. Trasher (« The Gang », 1927) : jeugdbende is een « natuurlijk », zij het deviant onderdeel van arbeidersbuurten in grote steden

57 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn CCCS : « deconstructie » dominante beeldvorming over jeugd in de media Dominante beeldvorming wijst op vervaging klassetegenstellingen en ontstaan van een « teenagecultuur » op commerciële basis, en verbonden met een « vrijetijdsindustrie »

58 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn CCCS, 1976 : « Resistance trough rituals. Youth subcultures in postwar Britain » (eds S. Hall & T. Jefferson, London : Hutchinson) « teenage »-cultuur bestaat, maar is geen geschikt concept voor analyse jeugdsubculturen

59 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn « Teenage » - cultuur, aldus CCCS, is een descriptieve term, die verwijst naar De commerciële manipulatie en uitbuiting van jeugdigen Een ideologische interpretatie van de naoorlogse geschiedenis, waarin jeugd gezien wordt als een metafoor voor maatschappelijke verandering

60 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn CCCS : Maatschappelijke veranderingen beïnvloeden jeugdigen op een klasse-en sexespecifieke manier Desintegratie van arbeiderscultuur o.i.v. moderne transformatie arbeiderscultuur naar model middenklasse Jongeren beleven deze ontwikkeling op een andere manier dan hun ouders

61 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Andere ervaring jeugdigen en volwassenen (cfr generatietheorie) Ontstaan « subculturen » : variaties binnen de klassecultuur, bijv op basis van leeftijd « jeugdsubculturen » = eigen jeugdige stijl, en tegelijk verbonden met « oudercultuur » waaruit ze voortkomen  onderscheid jeugdsubculturen hogergeschoolde en lagergeschoolde jeugdigen

62 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn D. Matza, 1986 : « Jeugdsubculturele tradities » (Jeugd en Samenleving, 1986 : Onderscheid tussen « tegenculturen » (= subculturen gedragen door studerende jongeren) en « subculturen » (= subculturen gedragen door werkende jongeren)

63 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Actie t.o.v. dominante cultuur Studerenden : « van binnenuit » Werkenden : op grond van hun klassepositie Karakter Subculturen : gebonden aan specifieke territoria (bijv voetbalveld, café …) en uitdrukking van duidelijk gearticuleerde groepsculturen Tegenculturen : minder gebonden aan specifieke territoria en eerder diffuus van aard

64 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Relatie tot vrije tijd Subculturen : geconcentreerd in de vrije tijd en in relatie tot de vorming van vriendengroepen; duidelijk onderscheiden van institutionele verbanden ( school, werk …) binnen de heersende cultuur Tegenculturen : worden ontwikkeld in nauwe aansluiting tussen school-en/of werktijd en vrije tijd; accent op het ontwerpen van een totale « alternatieve levensstijl »

65 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Zichtbaarheid Subculturen : consumptieve toeëigening van een bepaald territorium; ontwikkeling impliciete codes geldend voor het « onder-elkaar-zijn » zonder ambitie van maatschappijhervorming Tegenculturen : intellectueel zelfbewust, hervorming samenleving volgens eigen inzichten, hetzij door er zich uit terug te trekken, hetzij door politieke actie. Aan de eigen actie wordt hoog belang gehecht

66 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Relatie tot feitelijke veranderingen Subculturen : « afwijkend » subcultureel gedrag zonder meer, in een, vergeleken met tegenculturen, relatief kortere periode en op een jeugdiger leeftijd Tegenculturen : ontwikkeling nieuwe levensstijlen,die deels geassimileerd worden door commerciële inpassing in de dominante cultuur, deels oppositioneel zijn en een bijdrage leveren tot het zichtbaar maken van maatschappelijke contradicties

67 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Subculturen en tegenculturen bieden beide een « imaginaire oplossing » voor bestaande maatschappelijke contradicties Tegenculturen bevinden zich, vergeleken met subculturen, in een strategischer positie om zich oppositioneel te ontwikkelen, doordat ze deel uitmaken van de dominante cultuur Interne solidariteit en cohesie kunnen worden versterkt door onbegrip en vijandigheid volwassenen

68 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Subculturen en tegenculturen worden ontwikkeld in relatie tot maatschappelijke ontwikkelingen Actueel worden deze ontwikkelingen gevat onder twee concepten : « kennismaatschappij » « risicomaatschappij »

69 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Kennismaatschappij : centrale maatschappelijke rol van de toename van kennis, de toegenomen capaciteit om kennis te verwerken en de rol van kennisverwerking om nieuwe kennis te genereren Leidt tot « nieuwe sociale kwestie » d.w.z. onderwijs wodt dominerend mechanisme in de verdeling van levenskansen.

70 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Risicomaatschappij : Ontwikkeling samenleving, op basis van toegenomen kennis leidt tot toenemende maatschappelijke risico’s : sociaal- economische, ecologische en individualiseringsrisico’s  toename kennis leidt tot veranderende status van kennis: wetenschap verliest haar monopolie op de « waarheid »

71 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Risicomaatschappij laat inzien dat toenemende kennis niet leidt tot groter welzijn Risicomaatschappij houdt in dat risico op een « verkeerde keuze » op individueel vlak toeneemt Risicomaatschappij vereist toenemende nadruk op ontwikkeling vaardigheden om individuele keuzes te maken

72 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Concepten « kennismaatschappij » en « risicomaatschappij » Beklemtonen beide de toenemende betekenis van kennis Benadrukken beide de grotere nadruk op persoonlijke verantwoordelijkheden en zelfsturing van het individu Geven beide aan dat een reflexieve omgang met kennis noodzakelijk is.

73 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Risicomaatschappij : individuen bouwen een eigen levenstraject op, waarbij systematische groepsverschillen, bijv op basis van sociaal milieu (cfr CCCS) steeds minder belangrijk worden Kennismaatschappij : culturele verschillen verlopen steeds meer volgens de lijnen van verschillen in opleidingsniveaus Leven jeugdigen vandaag veeleer in een risicomaatschappij of in een kennismaatschappij ?

74 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn « TOR »-onderzoek : Vrije tijd van jongeren is afgenomen o.i.v. deelname aan voortgezet onderwijs én o.i.v. toenemende combinatie studies en werk Ondanks grotere keuzevrijheid, worden minder verschillende soorten vrijetijdsbestedingen beoefend Deze specialisatie maakt dat, in tegenstelling tot verwachting « risicomaatschappij » de vrijetijdsbesteding van jeugdigen opgedeeld kan worden in specifieke en herkenbare patronen

75 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn Deze patronen verlopen volgens krijtlijnen bepaald door levensbeschouwing, sociale klasse en geslacht Naast het onderscheid jongen-meisje is het verschil tussen ASO-en BSO-leerlingen het meest doorslaggevend Dit verschil is te verklaren vanuit een verband tussen sociale achtergrond en sociaal milieu Dit verband ontstaat via ruimere socialisatieprocessen : jeugdigen leven veeleer in een « kennismaatschappij » dan in een « risicomaatschappij »

76 Jeugdsubculturele benaderingen : scholing als maatschappelijke breuklijn  « risicomaatschappij » = omschrijving werkelijkheid hoger opgeleide jeugdigen  « echte risico’s » treffen vooral lager opgeleide jeugdigen  hoe omgaan met verschillen als sociaal pedagogische kernvraag.


Download ppt "Jeugdonderzoek Twee perspectieven : Volwassenen (beelden van jeugd) Jeugdigen zelf  hoe ? Dimensies in het jeugdonderzoek : Socialisatie : jeugd als generatie."

Verwante presentaties


Ads door Google