De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Willem Jan Otten, Specht en zoon. (2005) Vragen: 2 De roman heeft aan de ene kant een klassieke opbouw (een indeling in vijf hoofdstukken), een realistische.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Willem Jan Otten, Specht en zoon. (2005) Vragen: 2 De roman heeft aan de ene kant een klassieke opbouw (een indeling in vijf hoofdstukken), een realistische."— Transcript van de presentatie:

1 Willem Jan Otten, Specht en zoon. (2005) Vragen: 2 De roman heeft aan de ene kant een klassieke opbouw (een indeling in vijf hoofdstukken), een realistische verteltrant en personages die we ons kunnen voorstellen als personen uit de gewone werkelijkheid. Dat laatste geldt ook voor het tijdsverloop en de ruimte. Maar aan de andere kant heeft de roman een hoogst eigenaardig perspectief: de ik-verteller is een schildersdoek. *Vraag: hoe werkt dit nogal kunstmatige point of view en wat voegt het toe aan het verhaal? 1Welke motieven kent het verhaal (abstracte en concrete motieven)? * In sommige romans zijn personages ‘dragers’ van abstracte motieven. Is dat bij deze roman ook het geval? *Wat is, gezien het samenspel van de motieven, het thema van de roman? * De roman is bekroond met de Libris Literatuurprijs 2004 en ontving over het algemeen lovende kritiek. Toch waren er verschillende recensenten naar wier oordeel het verhaal op het randje van de kitsch balanceert. Ben je het daarmee eens? Zo ja, waarin schuilt dan het kitschgehalte van de roman?

2 Indeling in vijf hoofdstukken: Een De ‘ik’ wordt gekocht. Typering van de schepper als kunstschilders: Portretschilder (traditioneel, maar toch ook weer niet). Interview Minke: Piëta. Cindy. Houtskoolstreep. Twee Specht komt: opdracht; foto; gesprek met Lidewij over Tijn Drie Specht ‘zit’ voor schepper; Lidewij naar wintersport; Lidewij terug: ziet Singer & omhelzing. Vier Minke belt: op bezoek. Overspel & schending van de afspraak met Specht (M. ziet Singer) Ontmaskering Specht. Scheper verbrandt doek. ‘Ik’ = polaroid. Lidewij ingeleid Vijf Bevalling: Stijn. Schepper fietst naar Kasteel Groeneveld: Tijn. Stijn = Singer + Tijn. Specht komt opnieuw op bezoek. Waarheid omtrent Singer: hij leeft inderdaad, is verslaafd en chanteert Specht met pedofilie. Opnieuw: opdracht.

3 Klassieke opbouw : Een: expositie Twee: handeling op gang (?) Drie: climax handeling (?) Vier: peripeteia Vijf: katharsis (zuivering)

4 Concrete motieven (= letterlijk) : -schilder koopt doek, onderwerpskeuze, imprimatuur, eerste streken, compositieproblemen, laatste hand, verkoop, verbranding (parallel daaraan: ‘ik’ wordt gekocht, geprepareerd, beschilderd, krijgt ‘gelaat’, wordt gezien, gefotografeerd, verbrand) -schilder portretteert (het ‘zitten’ van de geportretteerde, het praten met hem/haar) -schilder en de publiciteit (enerzijds Palazzo anderzijds Kunst & Stof). Enerzijds verdient hij er zijn brood mee, anderzijds heeft hij een hekel aan kunstbranche (‘maffia van kunstkenners’,’stelletje eenogen’) -schilder en zijn ambities: laag (gewone man, wil met portretten ‘Nimmerdor’ kopen), maar ook hoog (verborgen genie, ‘vrij werk’, ‘meesterwerk’,’verbeelding’ (22)) -schilder en ‘meesterwerk’: geheime opdracht -schilders verleden: Minke, Tijn. -schilder als echtgenoot: * assistente (zet altijd met foto ‘een punt’ achter het schilderij) * betrokkenheid Lidewij (blik op Singer, ‘omhelzing’ bij voltooiing) * Lidewij zwanger (verwekking, problemen, ingeleid, keizersnee) * overspel schilder * geboorte zoon -crisis schilder: verbranding porno & schilderij -thriller-aspect: wendingen: * Cindy * Specht * Minke * Specht (en Singer dood/levend)

5 Abstracte motieven : Schilderen = weerspiegelen --  registreren (= gelijken) --  abstraheren (= doorboren) Drager ~~~~~~als iets waar leven ‘overlijdt’ en overgaat in het materiële beeld - lijkwade - glas met afdruk van lippen moeder Drager ~~~~~~receptaculum & ‘forum’ voor weergave van de werkelijkheid * schilderij* foto* spiegel portret ziel Blik------schilderdsblik blik op iemand schildersblik op iemand schildersblik op iemand die (terug)kijkt schildersblik op iemand die wegkijkt schildersblik op een blinde

6 ( Vervolg abstracte motieven:) Schilderen = communiceren (‘Kennelijk was schilderen toch de manier waarop schepper een denkbeeldig gesprek met iemand voerde.’(63)) Schilderen = reproduceren ‘naar het leven’ Schilderen = leven maken ‘uit het niets:(‘omhelzing’, ‘Aan wie dacht je toen je hem maakte? (80), ‘pasgeborene’ Singer ~~ kind, Singer ~~ Tijn, Singer ~~ verwekking Stijn, Singer ~~ overspel Kunst ~~ leven: kunst verwerkt trauma maker, kunst maakt verwekking kind mogelijk Doek als meesterwerk (nieuw leven) versus Doek als bedrog (egocentrisme, porno, overspel)

7 Vervolg abstracte motieven:) Paradox van de kunst: ‘De leegte, zei schepper, de wijde, koude leegte van de ijsvlakte, die is niet te schilderen […] Hij klopte en veegde zijn doeken vol leegte. […] Als schepper zegt dat iets niet te schilderen is, bedoelt hij dat hij het gaat schilderen.’ (38) Vertrouwen/geloof als voorwaarde om te kunnen scheppen * durven te kijken ( tweemaal ‘heeft schepper niet durven kijken (= weggekeken): Tijn en Specht) ‘Onschuld is het allermoeilijkste, zei Specht. En het zeldzaamst. Het schandaligst dus ook.’ (67) * eindoordeel van ik-doek over schepper: ‘Niet gekeken hebben, niet echt met ogen die kunnen zien’ Geloof: Vaticaanse kalender, (Palmpasen), Allerzielen, de wil te geloven (160), ‘lijden’(142) Thema: kunst als vorm van geloof in ‘Menswording’

8 Personages als dragers van abstracte motieven : Schilder- schepper (blik, porno t.o onsterfelijkheid, Singer, Tijn, Stijn * de pauw als symbool van onsterfelijkheid (honderden (argus)ogen) ‘Hij maakte indruk […] wisselde even zo vele blikken met iemand die nergens te zien was’(34) - probleem vertrouwen/wantrouwen Minke- wantrouwen, bedrog (kunst als commercie), bedrog (overspel), ‘portret’(22) Lidewij - vertrouwen / beschaamd vertrouwen Specht- te wantrouwen (kunsthandelaar, lijfwachten, jongetjes: louche) - gelooft in de regenererende kracht van kunst - balanceert op randje leven/dood (net als kunst) Pauw- onsterfelijkheid, ijdelheid, argwaan Singer- wordt ‘gedragen’ door ‘drager’(= ik-doek) - draagt (hoop van Specht, meesterwerk schepper, trauma/genezing trauma schepper - representatie van angst voor ontbreken geslachtsorganen - veroorzaakt seks (Lidewij, Minke) - veroorzaakt verwekking zoon Tijn (‘knoeperts van ballen’)

9 Kitsch? ja: - moraliserende strekking, sentimentaliteit - kunst ~ onderwereld ~ideaal - opzichtigheid van de thematiek - schmieren Nee: - Goed geschreven: preciese, tastende stijl - Ik- personage: absurd, inconsistent - Wordt ook gethematiseerd: ‘Dat groen van de lakens wordt op het randje, maar alles van waarde balanceert op de rand van kitsch.’(60)

10 Het abstracte motief ‘de blik’: Deel 1 ‘Op een ding van mij is alles te zien en toch krijg je iets te zien wat ze niet zien’ (18) ‘Je kijkt je suf, want alles is er. Begrijp je?’ (19) ‘schuwe, wegkijkende blik’ [Jeanine] (19) ‘Het is me nooit helemaal gelukt te begrijpen wat een spiegel is […] het moet iets fundamenteel anders zijn dan dat wat ze met mij gaan doen als ik eenmaal een schilderij ben’(27) Deel 2 ‘Schepper herinnert zich Spechts helle blik als de blik van een schilder. Jij keek als een maker, zei hij na afloop tegen Lidewij.’(46) ‘Lidewij bekeek de foto en werd stil […] Haar blik werd die van de jongen in gezogen, net als een half uur eerder, in het bijzijn van Specht, scheppers blik […] Wat kunnen mensen verdwenen zijn, zei Lidewij […] Ik weet zeker dat schepper toen dacht: ik maak hem. Kijk naar Lidewij, dacht ik, kijk naar je vrouw, naar hoe de foto haar heeft geraakt, en maak iets wat haar net zo raakt. En Specht. En iedereen die een mens verloren heeft. Maak iets. Maak iemand. Van mij’(55)

11 Deel 3: ‘Het probleem was de blik, of beter: de aankijkende beweging’(59) [de blinde (64)] ‘de naakte blik’(67) ‘Even had hij [schepper] gehoopt op een blikwisseling met Singer’ (69) ‘Vreemd hoe kort de blikwisseling duurde.’ (77/78) [blik wordt aanraking: ‘fontanel’] ‘Ik moet zijn blik gezien hebben, zoals die was, want hij is me altijd bijgebleven […] ik denk wel eens dat ik aan dat ogenblik mijn blikkengeheugen te danken heb […] en het was Tijns blik waar ik ten slotte toen ik aan Singer werkte aan gedacht heb, begrijp je?’(85) Deel 4: ‘Maar de nieuweling, recht tegenover mij’(115) [ zichzelf in de spiegel] ‘Hij heeft mij gezien, was eigenlijk het enige wat ik nu dacht.[…] Hoe de ander kijkt terwijl ik kijk.’(115) ‘Hier, zei Minke. Voor de spiegel.’ (118) ‘Hier Voor de spiegel. Dat waren Minkes woorden geweest. Spiegel. Voor. De. Spiegel. Dat was de nieuweling dus. Hij was mij.’ (119) ‘- en op de een of andere manier wist ik dat dit dan dus mijn blik was, dat schepper mij zo had willen vangen, zo nog niet wetend wat ik zag.’(121)

12 Deel 5: ‘Wat is dit voor lot, dat ik altijd alleen maar weet wie ik ben als er naar mij gekeken wordt? Wie ziet mij, alsjeblieft, wie maakt dat ik besta.’ (155) [Ik wordt gezien, dus ik besta]

13 Perspectief : -realistische setting - achteraf verteld 9 en : vision par derrière – einde: vision avec - tijdsverloop herfst, Pasen, november (= 9 mnd. later) Maar: perspectief is uitermate vreemd. Twee effecten: a. auteur doet zijn best het vreemde perspectief realistisch te maken: gekunsteld b. auteur buit de absurditeit van het vreemde perspectief uit: humor

14 ( vervolg perspectief :) Ad a: ‘Intussen, heb ik vernomen, …]’(36) ‘Ik vertel dit omdat schepper nadien de cheque enige malen uit de lade heeft gehaald.’(53) ‘Ik kon Specht niet goed zien, maar ik hoorde […]’(64) ‘’Uit dit alles concludeerde ik dat het eind oktober moest zijn’(99) ‘[…] vandaar dat ik mijn verhaal af kan maken.’(161) [‘doek’ heeft inconsistente (voor)kennis: weet sommige dingen wel, andere dingen niet] Ad b: ‘Ik vorderde’(72), ‘Ik ontstond’ (72), ‘Ik word iets bijzonders’(72) ‘Op een dag was ik af’(73) ‘Ben ik af?’(73) ‘Hij keek vreemd boos weg van Lidewij en zocht mij met zijn ogen, alsof ik hem kon helpen. Ik, wat linnen, wat verf en zes latten van zes.’(89) ‘De opdracht, dacht ik. De opdracht. Ik ben toch Spechts opdracht! (113) ‘Nu moest ik mij verlaten voelen, ik weet het, dat zou mij menselijk doen zijn, vereenzelvigbaar.’(128) ‘Het heeft geen zeer gedaan, dat is het niet […] Ik dacht een flinterdunne gedachte: hij heeft me niet gesigneerd.’(142) [via ‘doek’ speelt de auteur met ‘representatie’. Hij maakt het vreemd en daardoor nieuw]

15

16


Download ppt "Willem Jan Otten, Specht en zoon. (2005) Vragen: 2 De roman heeft aan de ene kant een klassieke opbouw (een indeling in vijf hoofdstukken), een realistische."

Verwante presentaties


Ads door Google