De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

De presentatie wordt gedownload. Even geduld aub

Ziekteleer en Psychomotorische Revalidatie bij Patiënten met Psychopathologische aandoeningen Prof. J. Peuskens Prof. H. Van Coppenolle.

Verwante presentaties


Presentatie over: "Ziekteleer en Psychomotorische Revalidatie bij Patiënten met Psychopathologische aandoeningen Prof. J. Peuskens Prof. H. Van Coppenolle."— Transcript van de presentatie:

1

2 Ziekteleer en Psychomotorische Revalidatie bij Patiënten met Psychopathologische aandoeningen Prof. J. Peuskens Prof. H. Van Coppenolle

3 Nieuw Vak n Combinatie van Psychopathologie n Algemene grondslagen van Psychomotorische Therapie n Algemene technieken van Psychomotorische Therapie n Methodologie van de individuele bewegingsvormen (vak vorig jaar 2 kand)

4 Doelstelling n inzicht geven in de psychomotorische revalidatie bij psychiatrische patiënten n inzicht geven in de belangrijkste psychopathologische ziektebeelden waarvoor psychomotorische revalidatie aangewezen is

5 Voorbereiding op n Psychomotorische revalidatie in de eerste of tweede licentie ReKi n Specialisatie Psychomotorische Therapie in de derde licentie ReKi n Psychomotorische Revalidatie in de eigen praktijk

6 DEZE CURSUS KAN DUS OOK DE BASIS VORMEN n voor uw keuze tot specialisatie in de derde licentie n op voorwaarde dat deze benadering U aanspreekt

7 en vormt een inleiding voor n Bijzondere Technieken PMT n Psychopathologie n Opvoeding van psychisch gehandicapte kinderen n Psychotherapeutische methoden n de stages PMT (2 maanden:volwassenen, 2 maanden kinderen, 1 maand intellectueel gehandicapten)

8 Theorethisch-en - pratijkgedeelte van de kursus n het theoretisch gedeelte zal voor wat betreft mijn onderdeel van de kursus praktische voorgesteld worden aan de hand van speciaal daarvoor ontworpen videofilms n PMT bij patiënten op een psychotherapeutisch georiënteerde afdeling n PMT bij depressieve patiënten n PMT bij kinderen (Dr. J. Simons) n PMT bij anorexia nervosa patiënten n PMT bij demente bejaarden n PMT bij personen met en intellectuele handicap

9 Interactieve lesstijl n poog aandachtig te volgen en aarzel niet om vragen te stellen ter verduidelijking n een interactieve lesstijl is voor u en mij meer aantrekkelijk

10 Historiek van de Psychomotorische Therapie (PMT) n NP Van Roozendaal (+ 7 october 1996) (Nederland) n Prof. P.P. De Nayer (+ 5 october 1996) n Prof. R.Pierloot

11 N.P. Van Roozendaal n Een methode van bewegingsonderzoek in de psychiatrische inrichting, K U Leuven, lic. verhandeling, 1967

12 historiek van het certificaat PMT n certificaat psychomotorische therapie bestaat 35 jaar n 500 studenten behaalden dit postgraduaat certificaat

13 nieuwe beroepsperspectieven velen van hen vonden in dit domein nieuwe beroepsmogelijkheden in n psychiatrische instellingen n PMS centra.

14 Andere jobs werden gecreëerd in: n instellingen voor mentaal gehandicapten n het buitengewoon onderwijs enz.

15 AANPASSING VAN DE CURSUS OP BASIS VAN ONDERZOEK doctoraatsthesissen : n N. P. Van Roozendaal “De prognostische waarde van een bewegingsonderzoek bij psychiatrische patiënten” (1969)

16 eerste geïndividualiseerd bewegingsonderzoek n analyse van het huidig bewegen n analyse van het vroeger bewegen

17 het huidig bewegen 11 bewegingskategorieën: n coördinatie n evenwichtsaanpassing n bewegingsharmonie n speltechniek (balbehandeling) n speltaktiek

18 overige bewegingskategorieën n reactie n bewegingsintensiteit n bewegingsinstelling n spelbeleving n sociaal spelgedrag n maataanpassing n bewegingsinzicht n bewegingsaanleringsvermogen

19 11 punt schaal met omschrijvingen van 7 scores

20 het bewegingsniveau of het te verwachten bewegen op basis van : n de bewegingservaring n de leeftijd n de lichamelijke habitus n het beroep

21 deze 4 elementen werden op een 10 puntenschaal gescoord n waarna dit te verwachten bewegen dan vergeleken werd met het huidig bewegen n dit werd uitgedrukt in het motorisch procent

22 een motorisch percentage van kleiner dan 85 werd beschouwd als : een motorische deterioratie

23 H. Van Coppenolle n “ Instelling en motivering van, vrouwelijke psychiatrische patiënten tegenover verschillende bewegingssituaties in de bewegingstherapie” (1971)

24 de attitude van 150 psychiatrische patiënten ten overstaan van 14 bewegingssituaties de attitude van 150 psychiatrische patiënten ten overstaan van 14 bewegingssituaties n 72 % voorkeurantwoorden n slechts 28 % afkeerantwoorden

25 J. Simons n “ Psychomotorische observatie in de psychiatrie: constructie en evaluatie van een doelgerichte observatiemethode” ( De LOVIPT)

26 de 9 items van de LOVIPT n emotionele relaties n zelfzekerheid n activiteit n ontspanning n bewegingsbeheersing n concentratie n bewegingsexpressie n verbale communicatie n sociale regulatie

27 voordeel: de items zijn afgeleid van therapeutische doelstellingen n de informatie verwijst dus direct naar na te streven doelstellingen bij afwijkende scores

28 7 punten schaal waarbij score 0 het aangepast, normaal bewegingsgedrag aangeeft n +3 n +2 afwijkend in positieve zin (teveel) n +1 n 0 niet afwijkend gedrag n -1 n -2 afwijkend in negatieve zin (te weinig) n -3

29 maximale afwijking is dus 27 n dit wil zeggen de patiënt scoort maximaal afwijkend (score -3of +3) op alle 9 items

30 M. PROBST Body Experience in Eating Disorder Patients juni 1997

31 lichaamsbeleving bij Anorexia Nervosa en Bulimia Nervosa Patiënten evaluatiemethodes: n de videoconfrontatiemethode n de videovervormingsmethode n de lichaamsattitudevragenlijst therapeutische methodes: n ombuigen van negatief lichaamsbeeld

32 Licentiaats verhandelingen in verband met PMT

33 Het universitair Cenrum St. Jozef in Kortenberg: PMT bij volwassenen

34 De Universitaire Kliniek Gasthuisberg: PMT bij kinderen

35 Seminariewerken in verband met PMT

36 AANPASSING CURSUS OP BASIS VAN KLINISCHE ERVARING

37 n daardoor pogen we tevens de kursus rechtstreeks aan de practijk te koppelen

38 ontwikkelen van nieuwe toepassingen op basis van nieuwe theorieën n nieuwe toepassingen op basis van nieuwe theorieën (vb. fitness bij depressieve patiënten op basis van theoriëen over competentie)

39 Anorexia nervosa n PMT bij anorexia nervosa patiënten op basis van theorieën in verband met het negatief lichaamsbeeld als mede oorzaak

40 Algemene PMT n PMT als een vorm van realisatie van de 9 items van de LOVIPT

41 Concreet beeld van PMT en de LOVIPT n Film: Psychomotorische Observatie en Therapie in een Psychotherapeutische Gemeenschap

42 Een van de sterke punten van PMT is dat: de bewegingssituaties kunnen aangepast worden aan eenieders fysieke mogelijkheden en motivatie

43 de therapeut wordt als een sportbegeleider ervaren dit is een groot voordeel t.o.v. andere therapievormen, waardoor ook de “echtheid” van het psychomotorisch gedrag begunstigd wordt en waardoor ook dit psychomotorisch gedrag een trouwe weerspiegeling is van de basispersoonlijheid (LOVIPT)

44 ALGEMENE BASISPRINCIEPEN VAN PMT

45 Definitie PMT is het op systematische wijze aanwenden van bewegingssituaties en lichaamssensaties (bv. relaxatie, massage enz.) teneinde doelbewust een gunstige psychologische invloed na te streven bij personen met psychische problemen PMT is het op systematische wijze aanwenden van bewegingssituaties en lichaamssensaties (bv. relaxatie, massage enz.) teneinde doelbewust een gunstige psychologische invloed na te streven bij personen met psychische problemen

46 Systematisch inwerken n dit systematisch werken kan dus zoals hoger gezien gebeuren: 1. op basis van een psychomotorisch onderzoek dat onmiddellijke aanwijzingen voor therapie verschaft (vb de LOVIPT) 1. op basis van een psychomotorisch onderzoek dat onmiddellijke aanwijzingen voor therapie verschaft (vb de LOVIPT)

47 ofwel n 2. op basis van algemene opvattingen over therapie n 3. op basis van de algemene therapeutische mogelijkheden van het bewegen en de lichamelijkheid n 4. op basis van de psychopathologische aandoeningen (cfr. Prof Peuskens)

48 1.1. PMT op basis van de algemene mogelijkheden van het bewegen en de lichamelijkheid

49 Basisstelling omdat psychologische beleving en het bewegen als twee aspecten worden beschouwd van één onverbrekelijk menselijk gebeuren (psychosomatische éénheid) mag aangenomen worden dat motorische processen een corrigerende invloed op het psychologisch functioneren uitoefenen (vb. activeren, zelfzekerder maken, tot een doorleefd kontakt met anderen komen) omdat psychologische beleving en het bewegen als twee aspecten worden beschouwd van één onverbrekelijk menselijk gebeuren (psychosomatische éénheid) mag aangenomen worden dat motorische processen een corrigerende invloed op het psychologisch functioneren uitoefenen (vb. activeren, zelfzekerder maken, tot een doorleefd kontakt met anderen komen)

50 Een van de sterke punten van PMT is dat: de bewegingssituaties kunnen aangepast worden aan eenieders fysieke mogelijkheden en motivatie

51 gegevens doctoraatsthesis onze doctoraatsthesis toonde ondermeer aan dat op een populatie van 150 patiënten, 72% positief gemotiveerd was ten opzichte van 15 klassieke bewegingssituaties

52 een ander voordeel is dat : DE PSYCHOMOTORISCHE THERAPEUT HEEL SPONTAAN wordt BENADERD

53 de therapeut wordt als een sportbegeleider ervaren dit is een groot voordeel t.o.v. andere therapievormen, waardoor ook de “echtheid” van het psychomotorisch gedrag begunstigd wordt en waardoor ook dit psychomotorisch gedrag een trouwe weerspiegeling is van de basispersoonlijheid (LOVIPT)

54 1.2. PMT in het kader van algemene opvattingen over therapie

55 1.2.1.het biofysisch verklaringsmodel deze theorie ziet de psychiatrische stoornis als een bio-fysische stoornis die dan ook de grootste aandacht moet krijgen deze theorie ziet de psychiatrische stoornis als een bio-fysische stoornis die dan ook de grootste aandacht moet krijgen

56 wat is het biofysisch verklaringsmodel in de psychiatrie?

57 grootste belang wordt gehecht aan somatische elementen veel belang worden hierbij gehecht aan: n de erfelijkheidstheorieën n de lichaamstypologie (Kretschmer, Sheldon) n en neuro-fysiologische theorieën

58 HET MEDISCH MODEL n psychische problemen worden gezien als uitdrukking van een onderliggend biologisch defect n of als compensatorische- of adaptieve reacties op dit defect

59 hoe kan PMT binnen het bio-fysisch verklaringsmodel gesitueerd worden?

60 PMT in dit kader de basisprinciepen van PMT in het kader van deze opvattingen bestaan erin om de somatische toestand van de patiënt zoeken te verbeteren en om dan langs deze weg zijn psychische problemen op te lossen

61 hoe kan de PMT binnen het biofysich verklaringsmodel gesitueerd worden?

62 ook de PMT KAN GESITUEERD WORDEN IN HET BIOFYSISCH VERKLARINGSMODEL

63 hoe zou PMT bij depressieve patiënten vanuit het biofysich model nuttig kunnen zijn?

64 bijvoorbeeld bij depressieve patienten de primaire doelstelling is de fysieke conditie te verbeteren door middel van daarvoor doelbewust gekozen bewegingssituaties : bv. aërobe oefeningen (runningtherapie) zouden bij depressieve patiënten aangewezen zijn doordat ze endorfines (opiumachtige stoffen) zouden vrijmaken, die rechstreeks antidepressief zouden inwerken

65 vaststelling: depressieve patiënten hebben een zeer slechte fysieke conditie n vicieuze cirkel: depressieve stemming weerhoudt de patiënten van fysieke inspanning n waardoor de fysieke conditie slechter wordt n en waardoor ze nog minder inspanningen doen n deze reden alleen reeds vormt een argumentatie voor de noodzaak van oefeningen die de fysieke conditie moeten verbeteren

66 mogelijke fysieke tests n de Coopertest: in 12’ een zo groot mogeljke afstand lopen (maximale test) n de Légertest: maximale test waarbij men steeds sneller op en neer moet lopen tussen twee lijnen die op 20 meter van elkaar gelegen zijn (loopsnelheid wordt bepaald door geluidscassette) n de Astrandtest: een submaximale fietsproef op een ergometerfiets: de proefpersoon fietst gedurende minstens 6 minuten met een trapfrequentie van 60 omwentelingen per minuut bij een constante belasting

67 n de 2 km wandeltest: bestaat uit het zo snel mogelijk afleggen van een 2 km-wandelparcours: de proefpersoon wandelt zo snel mogelijk aan een gelijkmatig tempo n de VO2 max wordt berekend aan de hand van de hartfrequentie op het einde van de test, de wandeltijd, de leeftijd en de Body Mass Index (gewicht/gestalte2) (kg/m2)

68 wat zouden de voordelen van PMT bij anorexia nervosa kunnen zijn vanuit biofysisch standpunt?

69 Bij anorexia nervosa patiënten bij anorexia nervosapatiënten is het verbeteren van de fysieke conditie bij deze uitgemergelde meisjes op zich ook reeds een doelstelling, die uiteraard zal aangevuld worden door ook op de belevingsaspecten van de lichamelijkheid positief in te werken

70 bijvoorbeeld: enkele fysieke meetuitslagen van AN patiënten (200) bij opname n leeftijd: X: 22.7 jaar ( ) n gestalte: X: cm ( ) n gewicht: X: 40.3 kg ( ) n vetmassa: X: 13.51% ( ) n vetmassa : X: 5.55 kg ( ) n vetvrije massa:X: 34.9 kg ( )

71 welke andere methoden zouden nuttige effecten kunnen opleveren bij psychiatrische patiënten (vanuit biofysisch standpunt)?

72 ANDERE VOORBEELDEN VAN HET VOORAL BIOFYSISCH INWERKEN ZIJN: het toepassen van relaxatieoefeningen die tot een betere fysieke toestand kunnen leiden (minder vermoeidheid, minder stress, enz.)

73 welke relaxatiemethoden kent U en hoe is hun inwerking?

74 de Autogene Training (Schultz): psychologische methode

75 verklaring van de benaming n autos”: door zichzelf n “gennan”: verwekken n Durand de Bousingen; “un système d’exercices physiologiques et rationels, soigneusement étudiés pour provoquer une déconnection générale de l’organisme, qui par analogie avec les anciens travaux sur l’hypnose, permet toutes les réalisations, propres aux états authentiquement suggestifs”

76 psychische concentratie psychische concentratie n zwaarteoefening n warmteoefening n hartregeling n ademhaling n plexus solaris n frisheid voorhoofd

77 fysiologische methode van jacobson n bewustworden van de tegenstelling tussen spanning en ontspanning door contractie en decontractie van de voornaamste spiergroepen

78 alsook het verbeteren van de erbarmelijke fysieke conditie van alcoliekers

79 welke psychologische behandelingsvormen in de psychiatrie zijn u bekend?

80 de psychologische behandelingsvormen n de therapeut richt zich op fenomenologische gegevens

81 als verschillende psychologische behandelingsvormen kan men onderscheiden n de milieutherapie n de ondersteunende therapie n de gedragstherapie n de intrapsychische reconstructiebehandelingsvormen n de groepstherapie

82 wat denkt u dat milieutherapie is en wat zouden de voordelen ervan kunnen zijn?

83 milieutherapie het milieu zal aangewend worden om: n enerzijds steun en bescherming te verschaffen en n anderzijds doelstellingen te realiseren zoals n het vrijmaken van geremde mogelijkheden n of het ontwikkelen van sociale vaardigheden

84 milieutherapie in de psychiatrische instelling de psychiatrische instelling kan heden ten dage als een therapeutische gemeenschap beschouwd worden waarbij dit milieu op systematischewijze aangewend en zelfs “gemanipuleerd” wordt om onaangepast gedrag in gunstige zin om te buigen

85 PMT in het kader van milieutherapie n PMT leent zich uitstekend in het kader van milieutherapie n het gaat immers om in groep uitgevoerde bewegingsvormen waarbij er tal van mogelijkheden om onaangepast gedrag bij te sturen

86 PMT in het kader van ondersteunende therapie de ondersteunende therapie zoekt niet om wezenlijke veranderingen in de persoonlijkheid van de patiënt te brengen, maar veeleer om de bestaande persoonlijkheid en gedragspatronen te versterken zodat hij of zij opnieuw kan functioneren als voor de psychologische problemen

87 PMT en ondersteunende therapie n PMT kan zich hier heel goed bij aansluiten,bv. door de patiënt zich in bewegingssituaties te laten uitleven (ventileren)

88 PMT en ondersteunende therapie n ook door hem of haar gerust te stellen door aan te tonen dat het psychomotorisch functioneren intact is n door hen te overtuigen van hun fysieke mogelijkheden via positieve ervaringen van tot wat ze nog in staat zijn

89 wat is u bekend over gedragstherapie?

90 PMT in het kader van gedragstherapie n de gedragstherapie is overtuigd dat alle pathologisch gedrag “aangeleerd” gedrag is, dat volgens dezelfde principes waarmee het aangeleerd werd ook kan “afgeleerd” worden

91 gedragstherapie n om de therapeutische doelstellingen te bereiken moet de therapeut vooreerst de onaangepaste gedragingen (symptomen) specifiëren, alsook de variabelen in de omgeving(prikkels en bekrachtigers), die deze versterken

92 afleren van onaangepast gedrag en aanleren van gewenst gedrag n eens dit specifiëren is gebeurd kan de therapeut een programma van leerprocessen opstellen om het elimineren van onaangepast gedrag en het stimuleren van aangepaste gedragingen mogelijk te maken

93 methodes om gedrag te elimineren n aversief leren, waarbij een aangename respons (drinken) geassocieerd wordt met een onaangename (braken en pijn)

94 methodes om gedrag te elimineren n extinctiemethodes, die zich in tegenstelling met de contraconditioneringsmethodes, direct op het ongewenst gedrag richten, zoals bv. de implosieve therapie(“flooding”),waarbij in de verbeelding de meest angstaanjagende situatie opgeroepen wordt en waarbij de patiënt zal leren dat indien er niets gevaarlijks gebeurt zijn vrees ongegrond was

95 methodes om gedrag te elimineren n het niet verder geven van bekrachtiging, waarbij de taktiek erop gericht is om het ongewenst gedrag spontaan te elimineren door de eerst voorziene beloning (bekrachtiger) niet toe te kennen

96 methodes om nieuw gedrag te ontwikkelen zijn: n de selectieve positieve bekrachtiging waarbij beloningen voorzien worden wanneer de patiënt gewenst gedrag vertoont en waarbij de beloningen ontnomen worden wanneer ongewenst gedrag optreedt

97 methodes om nieuw gedrag te ontwikkelen n modelimitatie waarbij de patiënt een model van gewenste behandeling observeert en imiteert dat daarna beloond wordt

98 evaluatie van de gedragstherapie de voorstanders stellen dat de voordelen als volgt kunnen samengevat worden: n de principes die er aan de basis van liggen zijn wetenschappelijke gegevens die in laboratoria werden ontdekt n de gedragstherapeuten richten zich op zeer concrete en specifieke problemen

99 Voordelen van gedragstherapie n in vergelijking met andere therapeuten bereikt men vlugger resultaten wat dus economisch gunstiger is

100 andere voordelen zijn dat n gedragstherapie kan uitgevoerd worden door personeelsleden met een minder ver doorgedreven vooropleiding, wat economisch gunstiger is

101 negatieve evaluatie van de gedragstherapie n de tegenstanders van de gedragstherapie trekken de waarde van de leerprincipes in twijfel: ze betwijfelen of de leertheorieën die alles beperken tot prikkels, conditioneren, respons en bekrachtiging voldoende gevoelig zijn om het complex proces van een psychologische behandeling te kunnen omvatten

102 andere nadelen van gedragstherapie andere nadelen van gedragstherapie n ze verwijten ook de gedragstherapeuten zich enkel en alleen te richten op oppervlakkige- en eng omschreven problemen waarvan ze de onderliggende oorzaken niet kennen n daardoor noemen ze de voordelen van de gedragstherapie tijdelijk en illusoir

103 PMT in het kader van gedragstherapie n het is evident dat de PMT heel gemakkelijk kan inspelen om ongewenst gedrag tijdens de bewegingssituaties te elimineren n hoe zou dit kunnen?

104 ook kan PMT goed inspelen op gedragstherapie door nieuw gewenst gedrag te ontwikkelen

105 gedragstheorie van Lewinsohn over het ontstaan van de depressie (1982)

106 probeer eens zelf een theorie te ontwikkelen die het ontstaan van een depressie in gedragstherapeutische termen poogt te omschrijven

107 depressief gedrag ontstaat n als gevolg van uitdoving van normaal gedrag n het aantal en de kwaliteit van positieve gebeurtenissen volstaan niet meer om normaal gedrag te onderhouden

108 theorie van Lewinsohn n bovendien bestaat er een overmaat van negatieve bekrachtigers n mislukkingen n krenkingen n traumatische ervaringen

109 depressieve mensen schieten tekort in hun sociale-en andere vaardigheden die positieve bekrachtigers creëeren

110 aanvankelijk reageert de sociale omgeving met sympathie en bezorgdheid op het depressief gedrag n waardoor de frequentie van dit depressief gedrag toeneemt n nadien wordt de depressieve persoon gemeden, waardoor het depressief gedrag nog versterkt wordt

111 depressies worden best behandeld (volgens Lewinsohn) n door het aanleren en bekrachtigen van niet-depressief gedrag n het ontdekken van nieuwe (fitness- en motorische) vaardigheden versterkt en doorbreekt het negatief verwachtingspatroon en zelfwaardegevoel

112 hij hecht veel belang aan het stellen van bepaalde doelen n om de patiënt los te weken uit preoccupaties uit het verleden en te richten naar de toekomst n centraal staan hierbij het opdoen van plezierige, aangename (fitness- en motorische) ervaringen die de patiënt als zinvol ervaart

113 toegepast op de PMT kan men deze principes als volgt uitwerken n het opmaken van een basislijn aan de hand van meetinstrumenten die de fysieke conditie evalueren n het vooropstellen van concrete en realiseerbare doelstellingen betreffen het verbeteren van de fysieke conditie

114 gedragstherapeutische principes in de PMT n het bespreken van de verwachtingen en de weerstand van de patiënt n het maken van duidelijke afspraken n het bekrachtigen door succeservaring en sociale waardering

115 heel belangrijk zijn ook n zelfmonitoring en feedback over geboekte resultaten (vorderingen in fitness) n extinctie: het niet meer bekrachtigen van depressief gedrag tijdens de PMT

116 doelstellingen van fitnessbegeleiding van depressieve patienten als PMT in een gedragstherapeutische setting

117 probeer deze doelstellingen even zelf af te leiden

118 doelstellingen n verminderen van de depressieve stemmingstoestand n verminderen van angstgevoelens en spanningen n verbeteren van de objectieve en subjectieve fitness en van de lichaamswaardering

119 verdere doelstellingen zijn: n het opnieuw leren genieten van het eigen lichaam n het erkennen en aanvaarden van de eigen mogelijkheden en beperkingen n het ontwikkelen van een beter gezondheidsgedrag n het verwerven van een beter inzicht in de interacties tussen het fysiek- psychologisch- en sociaal functioneren

120 film: fitness als psychomotorische therapie bij depressieve patiënten

121 de intrapsychische reconstructiebehandelings vormen

122 gemeenschappelijke aspecten n ze hebben een aantal opvattingen gemeen waardoor dat ze zich van andere scholen onderscheiden

123 interne processen n ze richten zich op interne processen die volgens dit denkkader aan de grondslag liggen van de concrete handelingen

124 verdere kenmerken n daarbij is hun aandacht niet op het bewuste maar op het onbewuste geconcentreerd: echt inzicht kan volgens deze richting onmogelijk op bewust niveau gebeuren, maar alleen wanneer de diep ingewortelde krachten van het onbewuste naar boven gebracht- en geanalyseerd kunnen worden

125 reconstructie van de persoonlijkheid n ze nemen het reconstrueren van de persoonlijkheid als doelstelling, en niet het verwijderen van een symptoom of een reoriëntering van een attitude

126 positieve evaluatie n de intrapsychische therapeuten durven de moeilijke taak aan om de innerlijke processen herop te bouwen

127 welke kritiek zou u kunnen formuleren op deze richting?

128 kritiek n kritiek: betreft de onderliggende theorie, de gebruikte techniek en de practische uitvoerbaarheid

129 belangrijkste kritiek n de voornaamste kritiek omvat het verwijt dat de intrapsychische gegevens vaag en ontoegankelijk zijn

130 metafysische elementen n van de therapeuten wordt verwacht dat ze “metafysische elementen” hanteren, waaran het bestaan niet vast te stellen is en waarvan de veranderingen empirisch nooit bewezen kunnen worden

131 verdere kritiek is dat: n het therapeutish proces als nodeloos ingewikkeld en afdwalend wordt beschouwd n dat feiten en gebeurtenissen worden “opgegraven” die helemaal ondergeschikt en irrelevant zijn voor de problemen van de patiënt

132 arrogantie n een andere veel geuite kritiek is dat de therapeut als “arrogant” wordt beschouwd omdat hij beweert dat de patiënt door iets anders “gestoord” is dan door wat de patiënt zelf zegt

133 denkkader therapeut n door zijn “therapeutische maneuvers” dwingt de therapeut de patiënt “kwalen” te aanvaarden die passen in het denkkader van de therapeut

134 economisch belastend n tenslotte is deze behandelingsvorm economisch erg belastend: 3 à 4 zittingen per week over een zeer lange periode

135 PMT in het kader van de intrapsychishe behandelingsmethoden bij kinderen

136 speltherapie n ook hierbij kan de PMT aansluiten: bv door middel van speltherapie bij kinderen: ze krijgen de kans om met verschillend- en suggestief spelmateriaalom te gaan dat hen de mogelijkheid biedt om gevoelens en gedachten uit te drukken, wat ze anders niet zouden kunnen

137 interpretatie n andere therapeuten zullen de handelingen en associaties van het kind interpreteren, waardoor ze onbewuste betekenissen van het handelen aan het kind kenbaar pogen te maken

138 de groepstherapie n is een psychologische behandelingsvorm die ontstond op basis van een gebrek aan voldoende geschoolde therapeuten voor individuele therapie, alsook uit nood naar nieuwe vormen van therapie voor deze patiënten waarvoor een individuele therapie niet aangewezen was

139 semirealistische sfeer n groepstherapeuten nemen aan dat de semi-realistische sfeer van een patiëntengroep op en duidelijke wijze deze gedragingen en zienswijzen aan het licht brengen die de gewone dagelijkse kontakten met anderen bemoeilijken

140 correctie van gedrag correctie van gedrag n anderszijds kunnen deze storende gedragingen in meer sociaal aanvaardbare gedragingen gecorrigeerd worden

141 probeer eens zelf de voor- en nadelen van groepstherapie te bedenken

142 positieve aspecten van groepstherapie n de voorstanders van groepstherapie zien de volgende voordelen: n de patiënt verwerft nieuwe gewoontes in een situatie die fel gelijkt op zijn natuurlijke wereld van interpersoonlijke relaties, waardoor het gemakkelijker wordt om de in de groepsrelaties verworven nieuwe mogelijkheden in de buitenwereld toe te passen

143 andere voordelen zijn n doordat de patiënt zich leert aanpassen aan verschillende persoonlijkheden van de groep, verwerft hij meer vaardigheden om met verschillende mensen om te gaan n hij wordt in staat om kritiek te aanvaarden, en begint zichzelf te zien zoals de anderen hem zien, waardoor hij een meer realistische visie over zichzelf ontwikkelt

144 nog andere voordelen van groepstherapie nog andere voordelen van groepstherapie n hij wordt ook in staat om de gevoelens van anderen te aanvaarden n en kan de anderen ook v an nut zijn bij het helpen oplossen van hun problemen

145 de critici van de groepstherapie merken op dat: n de diepere problemen dikwijls niet kunnen opgelost worden en verloren gaan in de vele stemmen die met elkaar wedijveren om binnen de groep aan belangrijkheid te winnen

146 andere negatieve elementen zijn n schuchtere patiënten komen dikwijls weinig aan bod, vooral in groepen waar er een grote doorstroming van patiënten is n er is ook het gevaar dat het veiligheidsgevoel bij veel patiënten kan ondermijnd worden door de vrije meningsuiting van de groepsleden

147 methodes van groepstherapie n activiteitsgroepen: waar de patiënt in een soort clubleven geplaatst wordt, waar activiteiten als groepsspelen, handwerk, reizen, enz. uitgeoefend wordt

148 activiteitsgroepen n in tegenstelling met andere vormen van groepstherapie zoekt deze vorm minder de problemen van de patiënten aan te tonen of te bespreken, maar het is vooral de bedoeling om een sociale leersituatie te creëren

149 Andere vormen van groepstherapie zijn: n gespreksgroepen die meer of minder directief kunnen geleid worden

150 vormen van groepstherapie n analytische groepen die hun inspiratie in de analytische theorieën vinden n rollenspelgroepen waarbij gebruik gemaakt wordt van psychodramatechnieken

151 film PMT bij anorexia nervosapatienten n is ook en vorm van groepstherapie n waarbij doelbewust gestreefd wordt naar een verbetering in de diverse aspecten van de gestoorde lichaamsbeleving

152 wat zoudt u uzelf kunnen concluderen uit het overzicht van deze psychologische behandelingsvormen voor wat betreft verschillen en gelijkenissen en voor wat betreft het toepassen ervan in de PMT?

153 besluit van de psychologische behandelingsvormen n uit het overzicht van de verschillende behandelingsvormen blijkt hoe verschillend deze kunnen zijn

154 minder contradictorisch dan op het eerste gezicht n toch is het zo dat ze minder contradictorisch zijn dan ze op het eertse gezicht lijken n en dikwijls als aanvullende behandelingsvormen kunnen beschouwd worden n waarbij iedere basistheorie voor behandeling zich op één facet van het multidimensionele begrip psychopathologie richt

155 het globale effect is ruimer dan het louter beoogde n men mag aannemen dat alhoewel iedere behandelingsvorm zich op één bepaald facet richt, het globale beoogde effect groter is dan de therapeut verwacht had

156 gemeenschappelijke elementen in de verschillende therapeutische benaderingen n in de realiteit is het toch zo dat iedere therapeut, ongeacht de achterliggende theorie, als uiteindelijk resultaat van de behandeling sommige gedragingen zal zoeken te veranderen n elementen van het zelfbeeld zal pogen te wijzigen en n secundair ook op andere niveau’s een positieve inwerking zoekt uit te oefenen

157 n factoren van zijn intrapsychische wereld anders zal ordenen n met andere woorden: de patiënt vormt een natuurlijke eenheid uit en is geen mechanisme dat uit verschillende onderdelen bestaat die overeenstemmen met bepaalde theorieën

158 secundaire voordelen n gunstige resultaten ter hoogte van één aspect van deze complexe eenheid zullen ongetwijfeld secundair ook op andere niveau’s een positieve inwerking hebben

159 al deze conclusies gelden in deze gedachtengang evenzeer voor de verschillende vormen v an PMT die zich op deze behandelingsvormen kunnen enten

160 1.3. PMT in het kader van algemene psychopathologische stoornissen

161 stoornissen bij volwassenen n Dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen.

162 probeer eens zelf te vinden op welke wijze PMT hierbij therapeutisch gunstig zou kunnen zijn

163 dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen n de volgende kenmerken kunnen een indicatie uitmaken voor PMT: n geheugenstoornissen (het onvermogen om nieuwe informatie te leren en zich eerder aangeleerde informatie te herinneren); n apraxie (het onvermogen om objecten te herkennen of te identificeren, ondanks intacte zintuiglijke waarneming)

164 overige indicaties voor PMT bij deze patiënten overige indicaties voor PMT bij deze patiënten n een stoornis in het uitvoeren van activiteiten (dwz het plannen, het organiseren, het in de juiste volgorde uitvoeren, het abstraheren); n stemmingsstoornissen, angststoornissen, psychotische syndromen, katatone stoornissen in de psychomotoriek, zoals algehele verstarring n of een doelloze excessieve motorische activiteit

165 dementie, amnestische en andere cognitieve stoornissen n negativisme, mutisme, enz., n of persoonlijkheidsstoornissen, zoals affectlabiliteit, recidiverende uitbarstingen van agressie of woedeontremmingsverschijnselen n opvallende apathie en achterdocht

166 rol van de PMT n de PMT zal bij al deze stoornissen bewegingssituaties aanwenden die doelgericht gunstig zoeken in te werken op al deze symptomen

167 Videofilm PMT bij demente bejaarden n een voorbeeld van een dergelijke behandeling van PMT bij demente bejaarden wordt gegeven in de volgende videofilm

168 basisprinciepen n doordat de patiënten 3 maal per week dezelfde therapeut zien is er een zekere vertrouwdheid die onontbeerlijk is n de bewegingssituaties dienen uiteraard aan de beperkte bewegingsmogelijkheden aangepast te worden n ze moeten steeds een succeservaring mogelijk maken

169 motiverend karakter van de bewegingssituaties n door vereenvoudigingen (bv het gebruik van een ballon in plaats van een bal) worden bewegingssituaties uitvoerbaar en attractiever gemaakt n enkele basisbewegingen hebben een inherent motiverend karakter (bv. kegels omver gooien) die zelfs demente bejaarden niet onverschillig laten

170 problemen in verband met de verdeling van de PMT over de verschillende patiëntengroepen n een vraag die dikwijls gesteld wordt is de volgende: n op welke patiënten moeten we onze inspanningen vooral concentreren? n moeten we bij deze keuze ons vooral niet richten op deze patiënten die nog terug in de maatschappij kunnen terugkeren?

171 de kwaliteit van het leven n een andere vraag is of we deze patiënten wel moeten “meetrekken” naar de PMT, ook als het tegen hun zin is ? n met andere woorden: verhoogt de kwaliteit van hun leven door deze activiteiten verplichtend te maken?

172 snoezelen n de patiënt in een aangename fysieke situatie brengen (warm water bad, hoofd wassen, haar wassen, haartooi enz.) n van deze gunstige situatie gebruik maken om een dieper kontakt te krijgen door relevante motiverende prikkels aan te bieden (voorkeurmuziek beluisteren, een lied zingen, een gedicht voorlezen enz.)

173 zinvolheid we menen toch dat dit zinvol was de film toont de evidentie dat: n ze hun motorische vaardigheid op een zo hoog mogelijk peil pogen te houden n dat ze participeren en cognitief actief zijn n dat ze ook sociaal actief zijn n dat ze er vreugde aan beleven

174 voordelen van videomateriaal n objectieve psychomotorische tests zijn bij een dergelijke groep van patiënten niet uit te voeren n ook vragenlijsten kunnen niet begrepen en ingevuld worden` n dus is beeldmateriaal het meest relevante bewijs om de belangrijkheid van een dergelijke aanpak aan te tonen

175 stoornissen door gebruik van alcohol en andere psychoactieve stoffen n alcoholverslaving hoeft geen verdere verklaring n de psychoactieve stoffen kunnen als volgt ingedeeld worden:

176 stoornissen door gebruik van alcohol en andere psychoactieve stoffen n alcoholverslaving hoeft geen verdere verklaring n de psychoactieve stoffen kunnen als volgt ingedeeld worden:

177 indeling van de psychoactieve stoffen n de psycholeptica, dit zijn stoffen die een overwegend dempende inwerking op de hersenen uitoefenen (sedativa zoals hypnotica, en tranquillizers en opiaten zoals morfine)

178 indeling n de psychoanaleptica: dit zijn stoffen die een overwegend stimulerende werking uitoefenen ( zoals cocaïne, amfetamine, cafeïne en nicotine) n de psychodysleptica, dit zijn stoffen die een vrij complexe invloed op de hersenen uitoefenen, zoals LSD, cannabis en marihuana, en die ook hallucinogenen genoemd worden

179 alcohol en andere psychoactieve stoffen n daarnaast zijn er nog de “overige stoffen”, zoals vluchtige stoffen die gesnoven worden zoals bijvoorbeeld oplosmiddelen voor lijm en diverse reinigingsmiddelen

180 PMT en alcoholverslaving n de psycho-organische stoornissen waarvoor PMT een indicatie kan bieden, situeren zich in het pogen te neutraliseren van de lichamelijke schade door alcohol: zoals ondermeer: n spierafwijkingen en n aandoeningen van het zenuwstelsel in de vorm van perifere neuropathie met uitvalsverschijnselen, enz.

181 verdere doelstellingen van PMT verdere doelstellingen van PMT n uiteraard zal PMT ook vooral plaats oog hebben voor de psychologische componenten, door bijvoorbeeld de patiënten te confronteren met de nadelen van alcohol op de fysieke conditie

182 “verslaafd maken” n anderszijds kan de PMT pogen de patiënt “verslaafd” te maken aan een positieve fysieke inspanning zoals bv. lopen enz.

183 PMT en druggebruik n ook druggebruik leidt tot allerlei fysieke-en psychologische stoornissen, zoals: n coördinatiestoornissen

184 fysieke en psychologische stoornissen n onzekere gang n geheugenstoornissen, angst, prikkelbaarheid, tremor, duizeligheid, spierpijn, apathie en dysforie

185 PMT en druggebruik n ook hier zal de PMT enerzijds zoeken te confronteren met de negatieve effecten op de fysieke toestand

186 PMT en druggebruik n en anderszijds een “alternatieve” positieve verslaving aan fysieke inspannning zoeken te realiseren n door het aanbieden van positieve bekrachtiging bij het lukken van bijvoorbeeld duurprestaties bij het lopen, het fietsen, het zwemmen, het wandelen enz.

187 schizofrenie en andere psychotische stoornissen hoe zou hierbij de PMT therapeutisch kunnen inwerken? hoe zou hierbij de PMT therapeutisch kunnen inwerken?

188 n PMT kan hierbij pogen in te werken op de denkstoornissen die centraal staan in de symptomatologie, door de patiënt te confronteren met bewegingssituaties waarbij concentratie vereist is n zoals vb. de bal naar een medepatiënt werpen en daarbij de naam van de patiënt noemen enz.

189 n confrontatie met bewegingssituaties vormen anderzijds ook een verplichting om de waarneming aan de concrete realiteit aan te passen n en kan aldus gunstig inwerken op waarnemingsstoornissen, door het tegenwerken aan het afdwalen in droom en fantasie

190 PMT en schizofrenie en psychotische stoornissen n evenzeer kunnen motiverende bewegingssituaties, zoals spelvormen gunstig inwerken op de stoornissen in het gevoelsleven (affectieve vervlakking)

191 PMT en schizofrene stoornissen n terzelfdertijd kunnen op dezelfde wijze ook de aandachtstoornissen gunstig beïnvloed worden, omdat de spelsituaties bv. de volledige aandacht opeisen n ook de bewegingsstoornissen (katatonie) kunnen daardoor in gunstige zin beïnvloed worden

192 Stage in het Universitair Centrum in Kortenberg (1 en 2 lic. 3 lic. specialisatie) n patiënten motiveren tot participatie door eenvoudige spelsituaties n 3 verschillende motiverende situaties per sessie n expressief (en luid) spreken en de groep nooit “loslaten” (“animeren”) n directieve aanpak n warm menselijke relatie (de hand drukken, schouderklopje) n apathie doorbreken (kraaien van plezier)

193 illustratie films over autistische personen “A love for Sport” en “From Fear towards Joy”

194 stemmingsstoornissen n de stemming wordt gedefinieerd als een continu aanwezige emotionele toestand n die bepalend is voor de manier waarop we onszelf, onze wereld, ons verleden en onze toekomst ervaren

195 hoe zou PMT stemmingsstoornissen gunstig kunnen beïnvloeden?

196 PMT en depressie PMT kan gunstig inwerken bij depressieve syndromen en meer bepaald op de volgende kenmerken ervan: n vermindering van interesse voor activiteiten n slaapklachten

197 inwerking van PMT op depressie n psychomotorische gejaagdheid, n vermoeidheid en verlies aan energie n gevoelens van waardeloosheid n pessimistische beoordeling van de eigen lichamelijke gezondheid

198 andere mogelijke inwerkingsmogelijkheden van PMT bij depressie n concentratieverlies n sociale teruggetrokkenheid en n chronische vermoeidheid

199 wijze van inwerking van PMT bij stemmingsstoornissen n activerend, motiverend, en zelfvertrouwend bevorderend karakter van doelbewust gekozen bewegingssituaties en trainingsprogramma’s

200 wijze van inwerken van PMT n tevens kan de reële fysieke conditie verbeterd worden, waardoor eveneens de slaap- en vermoeidheidsproblemen kunnen “aangepakt” worden n runningstherapie en fitnessprogramma’s zullen bijvoorbeeld terzelfdertijd de objectieve en subjectieve fitness pogen te verbeteren

201 videofilm “ Fitness als Psychomotorische Therapie bij depressieve Patiënten” “Magna Cum Lauda Award” Internationaal Wetenschappelijk Filmfestival Hannover 1992”

202 Een duidelijke illustratie n van onze manier van werken bij depressieve patiënten in het Universitair Psychiatrisch Centrum St. Jozef in Kortenberg” n naast de “gewone”, algemene PMT (3 maal per week in groepen van 8 à 10 personen, krijgen depressieve patiënten, eveneens 3 maal per week een bijkomende specifieke vorm van PMT door middel van fitnessoefeningen

203 de acteurs zijn personeelsleden en stagiairs PMT n de hoofdrol wordt gespeeld door de maatschappelijk werker op die afdeling die dit schitterend doet n zijn gezichts- en lichaaamsexpressie is helemaal deze van een echte depressieve patiënt

204 positieve resultaten n deze manier van werken wordt reeds een vijftal jaren systematisch toegepast en de onderzoeksresultaten zijn positief ( 2 doctoraatsprojecten) n objectieve fitnesstests en vooral de subjectieve ervaring van een verbeterde fitness die tot een meer positieve stemmingstoestand leidt wordt door vele patiënten zelf bevestigd

205 van cross-sectioneel onderzoek naar case studies n om de effecten van deze specifieke vorm van PMT na te gaan maken we van langs om meer gebruik van gevalsstudies n deze zijn meer geschikt om te weten te komen hoe de “individuele patiënt” op deze aanpak reageert (qualitative research)

206 nadelen van cross-sectioneel onderzoek zijn n dat de individualiteit van iedere patiënt verloren gaat in het “gemiddeld resultaat “ van een groep depressieve patiënten n want iedere patiënt is uniek en de “gemiddelde” depressieve patiënt bestaat niet

207 problematiek van controlegroepen n een cross-sectioneel onderzoek vereist een controlegroep om de resultaten van de experimentele groep mee te vergelijken n welnu het is extreem moeilijk om vergelijkbare controlegroepen te vinden die “gematcht” zijn qua ernst en gelijkaardigheid van depressieve stoornis

208 ethische problemen n een ideale controlegroep wordt bij toeval samengesteld n dit kan uiteraard niet gebeuren bij patiënten die zich voor behandeling aanmelden

209 want iedere patiënt heeft recht op de beste behandeling n en die kan men daarvan niet “onthouden” wanneer men met een grote zekerheid weet dat bijvoorbeeld fitness een positief resultaat kan teweegbrengen

210 onderzoeksvragen n neemt de depressie af na het fitnessprogramma? n verandert de lichaamsattitude ? n verbetert de subjectieve fitheid?

211 andere onderzoeksvragen andere onderzoeksvragen n resulteert het fitnessgedrag in een conditionele vooruitgang? n verandert het “copinggedrag?” n bestaat er een verband tussen fysiologische-en psychologische parameters?

212 psychologische meetinstrumenten n Beck Depression Inventory (minstens score 16) n Lichaamsattitudeschaal van Baardman (LAS): ze gaat na of er een verband bestaat tussen de negatieve lichaamsbeleving en de sociale omgang

213 psychologische meetinstrumenten n de Utrechtse Copinglijst (UCL): evalueert hoe de patiënt over het algemeen reageert wanneer hij geconfronteerd wordt met problemen die aanpassing vereisen

214 psychologische meetinstrumenten n de Algemene Competentieschaal (Alcos):evalueert de algemene competentiebeleving n de Lichamelijke Vaardighedenschaal (Livas) evalueert de lichamelijke competentiebeleving

215 psychomotorische vragenlijsten: de bewegingsanamnese n bewegingsanamnese: richt zich naar de vroegere bewegingservaring n de positieve en negatieve fysieke belevenissen n de motivatie tot sportbeoefening

216 bewegingsanamnese n het gezondheidsgedrag en n de verwachtingen van de patiënt t.o.v. het fitnessprogramma

217 de vragenlijst naar de effecten van het fitnessprogramma n richt zich op de positieve of negatieve ervaringen van de patiënt bij het beëindigen van het programma n of in de follow-up periode

218 motorische meetinstrumenten n de proef van Astrand: is een submaximale inspanningsproef op een ergometerfiets n de Légertest: is een progressief maximale looptest n proef van Franz n ukk 2 km wandeltest n Eurofit-testbatterij:

219 de Eurofittestbatterij n de Eurofittestbatterij: bestaat uit 8 items: n explosieve kracht n statische kracht n functionele kracht n evenwicht n loopsnelheid n snelheid ledematen n lenigheid n rompkracht

220 fitnessprogramma n 3 sessies per week gedurende 10 weken n 3 à 4 patiënten per groep

221 resultaten n BDI score neemt af van 28 naar 18 n meer positieve lichaamsbeleving n meer adekwaat “copinggedrag” n VO2 Max toename van 18% (Astrand) n VO2 Max toename van 10% (Leger)

222 nieuwe statistische technieken n de nadelen van dit niet werken met vergelijkbare controlegroepen kan opgevangen worden door nieuwe statistische technieken die op het “single case design” kunnen toegepast worden n randomisatietoetsen n tijdreeksanalysen

223

224 PMT en manie zoals de abnormale en continu aanwezige uitgelaten stemming het abnormaal verhoogd zelfgevoel(meerderwaardigheid) afgenomen slaapbehoefte, gedachtenvlucht, verhoogde afleidbaarheid, psychomotorische gejaagdheid en overmatige drang tot activiteit

225 PMT en manische stoornissen n n de bewegingssituaties zulen hier een “remmend” effect beogen door middel van concentratiebevorderende oefeningen (bijvoorbeeld relaxatieoefeningen) n en het bewust nastreven van bewegingsbeheersing

226 PMT en angststoornissen n ook angststoornissen kunnen een indicatiegebied voor PMT zijn n bij paniekstoornissen en agorafobie zijn de volgende symptomen gunstig te beïnvloeden door relaxatieoefeningen en aangepaste bewegingssituaties:

227 indicaties voor PMT bij angsstoornissen n bonzende hartkloppingen n zweten n trillen n gevoel van ademnood n gevoel van verstikking n pijn en onaangenaam gevoel in de borststreek n misselijkheid en maagklachten n gevoel van duizeligheid

228 deze somatische uitingen van psychische gevoelens n moeten doorbroken en n omgebogen worden om n aldus de onderliggende psychische stress te kunnen afzwakken

229 relaxatieoefeningen en bewegingssituaties n doorbreken deze vicieuze cirkel n bewegings-en sport en spelsituaties kunnen bij angstige patiënten deze somatische stoornissen opheffen n doordat ze de patiënt gewoon maken aan vb een “bonzend hart” en “zweten” zonder dat daar angstgevoelens mee gepaard gaan

230 verhoging van het zelfvertrouwen werkt angstreducerend n systematische training van de fysieke conditie ( vooral kracht-en uithoudingstraining) verhogen het competentiegevoel n dit beïnvloedt het zelfvertrouwen in positieve zin n wat automatisch angstreducerend werkt

231 sociale fobie n hierbij gaat het om een hardnekkige angst voor één of meer situaties waarin een persoon blootgesteld is aan het kritisch oordeel van anderen

232 sociale fobie n zoals spreekangst n angst om zich belachelijk te maken n ook hier zijn relaxatieoefeningen aangewezen n alsmede in een bewegingssituatie alleen voor de anderen te durven komen

233 zelfvertrouwen n ook hier zijn uiteraard dezelfde positieve resultaten te verwachten van n het verhogen van het zelfvertrouwen door middel van n een daarvoor speciaal opgezet trainingsprogramma n dat de kracht en het uithoudingsvermogen opvoert

234 obsessief-compulsieve stoornissen n hierbij staan steeds terugkerende dwanggedachten of dwanghandelingen centraal n de klachten veroorzaken veel spanning en kosten de patiënt minstens één uur per dag n de dwanghandelingen zijn ontwikkeld om spanning te neutraliseren of n om spanning of een dreigende gebeurtenis te voorkomen

235 mogelijkheden van PMT bij obsessief-compulsieve stoornissen en gegeneraliseerde angststoornissen n opheffen van de onderliggende spanning door relaxatieoefeningen n in spel-en bewegingssituaties opkomende dwanghandelingen “afleren”

236 eenzelfde gedachtengang voor PMT bij posttraumatische stressstoornissen n dit zijn ingrijpende gebeurtenissen n wanneer de betrokkene met de dood of ernstig lichamelijk letsel werd bedreigd n zoals verkrachting, beroving met geweld, een ernstig verkeersongeval enz. n waarbij de betrokkene met hevige emoties gereageerd heeft ( vb. angst en hulpeloosheid)

237 PMT bij dissociatieve stoornissen n het gaat hier om depersonalisatiestoornissen waarbij men het gevoel heeft los te staan van: n de eigenlijke geestelijke processen n of van het lichaam n en het gevoel ze van buitenaf te observeren n en waarbij men zichzelf beleeft als een automaat of als in een droom

238 de PMT poogt hierbij n om het lichaam opnieuw bewust te maken via duidelijke ingrijpende lichaamservaringen n om aldus de band tussen lichaam en persoonlijkheid duidelijk te maken (cfr film autistische stoornissen)

239 belang van de lichamelijkheidservaring bij dissociatieve stoornissen n het lichaam is immers de hoeksteen van de identiteitsbeleving n concentratieoefeningen en intense lichaamsbelevingsoefeningen (vb. afstandslopen) zijn hier aangewezen

240 stoornissen met bijzondere somatische klachten en verschijnselen n deze zijn uiteraard een indicatiegebied voor PMT op basis van de somatische eenheid n het is evident aan te nemen dat een verbetering van de somatische toestand door middel van het verbeteren van de fysieke conditie n rechtstreeks op de psychologische klachten zal ingrijpen

241 voorbeelden van psychosomatische ziekten waarbij aan psychische factoren een belangrijke rol wordt toegekend zijn voorbeelden van psychosomatische ziekten waarbij aan psychische factoren een belangrijke rol wordt toegekend zijn n ulcus pepticum (maagzweer) n collitis ulcerosa n asthma bronchiale n essentiële hypertensie

242 het psychisch conflict wordt hierbij gezien als een predisponerende factor n de ziekte breekt uit of verergert als het conflict wordt uitgelokt door een bepaalde stimulus n het wetenschappelijk onderzoek ondersteunt deze gedachtengang echter niet zo duidelijk n wel neemt men aan dat psychische factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van lichamelijke ziekten, maar de rol die ze spelen is echter meer bescheiden en meer aspecifiek dan dat men aanvankelijk dacht

243 somatisering die verwijst naar vertaling van psychische spanning in lichamelijke onlustgevoelens is en gewoon verschijnsel n het wordt pas een medisch probleem als mensen zich zorgen maken en zich tot een arts wenden n het is niet gemakkelijk een scheiding te maken tussen klachten die wel en niet somatisch kunnen verklaard worden n er is een grijs tussengebied

244 discussie rond functionele klachten n zo is er een discussie of langdurige vermoeidheid al of niet als een organische ziekte moet beschouwd worden n en niet iedere patiënt met een functionele klacht lijdt aan een psychiatrische stoornis n het kan zijn dat er toch een lichamelijke ziekte aanwezig is omdat objectieve afwijkingen (nog) ontbreken

245 soorten functionele klachten n en alhoewel dus functionele klachten niet altijd verwijzen naar een psychiatrische stoornis komt dit uiteraard wel voor n de overgrote meerderheid omvat: n stemmingsstoornissen (depressie) n angststoornissen n somatoforme stoornissen

246 PMT en somatisering n de psychomotorische therapeut zal bij deze patiënten zeer voorzichtig te werk moeten gaan n omdat de somatische klacht de uitdrukking is van de psychologische problematiek n waaraan de patiënten zich “vastklampen”

247 progressieve aanpak n in een eerste fase zullen de klachten “as such” moeten aanvaard worden n om vervolgens-zonder dat de patiënt er zich bewust van wordt- de psychsomatische symptomen aan te pakken

248 indicaties n indicaties voor PMT: n pijn in de ledematen en in de gewrichten n kortademigheid (zonder inspanning) n pijn in de borststreek n hartkloppingen n duizeligheid n marsstoornissen, verlamming en spierzwakte

249 conversiestoornissen of somatiforme pijnstoornissen n kunnen eveneens indicaties zijn voor PMT n het gaat hier over symptomen of klachten met betrekking tot willekeurige spieren en zintuigen n die een neurologische of andere medische aandoening doen vermoeden

250 verband met psychologische factoren n omdat de klachten ontstaan of verergeren door conflicten of stressoren n de symptomen zijn echter niet opzettelijk veroorzaakt of geveinsd n ook hier zullen de conversiestoornissen of pijnen in een eerste fase moeten aanvaard worden n vooraleer deze via aangepaste oefeningen zullen “aangepakt” worden

251 hoe kan PMT nuttig zijn bij hypochondrische patiënten?

252 PMT bij hypochondrische patiënten n zij hebben een overdreven vrees of overtuiging een ernstige lichamelijke ziekte te hebben n die niet somatisch kan verklaard worden n en die tenminste zes maanden duurt n een analoge PMT aanpak is ook hier aangewezen

253 Omgekeerd zijn sport en aangepaste bewegingsactiviteiten een psychologische en fysieke noodzaak voor “echte” fysiek gehandicapten n psychologische overwinning van het opnieuw optimaal doen functioneren van het gehandicapt lichaam n competentie wordt gestimuleerd n sociale interactie n “fun” n films “Ik ben niet gehandicapt” - “ De winners” n elke kinesitherapeut dient de waarde van sport bij chronisch gehandicapte personen te onderkennen die meestal zinvoller is dan individuele “bedside” kinesitherapie

254 Psychomotorische Revalidatie n Door middel van aangepaste bewegingssituaties en sport zowel de psycho-sociale toestand als de fysieke toestand van personen met een handicap op een hoger peil brengen n de levenskwaliteit psycho-sociaal- fysiek verbeteren

255 Film “Ik ben niet gehandicapt” n Toont duidelijk hoe belangrijk 4 gehandicapte personen de waarde van aangepaste bewegingsactiviteiten en sport zelf evalueren n hoe “echt” ze dit brengen n hoe wanneer ze aan sport doen ze zich “niet als gehandicapt ervaren”

256 Film “The winners” n toont heel duidelijk deze mogelijkheden van gunstige effecten van deze benadering n bij diverse groepen van gehandicapte personen n iedereen die deelneemt geniet van deze voordelen:” Everybody wins”

257 FILM “SPORT IN DER REHABILITATION” Toont eveneens de vele voordelen van aangepaste bewegingsactivioteiten en sport in de verschillende fazen van het leven: n op school n in de revalidatie n bij ouderen n in de vrije tijds-sport

258 Zweedse Film “Lena-Maria” n Toont hoe zelfstandig een gehandicapt meisje kan leven n hoe ze alleen haar huishouden kan doen, alsook breien, pianospelen, zanglessen volgen en zelfs autorijden n hoe de competitiesport (Paralympics in Seoel) een vorm van integratie met zich meebrengt (wordt door een toptrainer zwemmen getraind); n hoe de sport haar vaardigheden ontwikkelt

259 PMT bij eetstoornissen (cfr film PMT bij anorexia nervosa patiënten) n de meest bestudeerde eetstoornis is anorexia nervosa n daarbij staat de gestoorde lichaamsbeleving centraal n er is een sterke angst om in lichaamsgewicht toe te nemen of te dik te worden n zelfs bij patiënten met een laag lichaaamsgewicht

260 lichaamsbeleving en eetstoornissen n Bruch (1962): de lichaamsbeleving is kenmerkend voor AN en het herstel ervan is essentieel voor een gunstige prognose n ook bij BN wordt het functioneren sterk beïnvloed door lichaamsvorm en gewicht: gevoelens van schaamte komen sterk op de voorgrond

261 methodes om de lichaamsbeleving te evalueren n perceptuele component: videovervorming n affectieve component: lichaamsattitude vragenlijst

262 de videovervorming n gaat na of de proefpersonen hun lichaamsbreedte exact kunnen inschatten (body-size estimation) n corrigeren van vooraf vervormd videobeeld tot het overeenstemt met de werkelijk ervaarde lichaamsafmetingen

263 opdrachten bij de videovervormingsmethode n hoe breed denkt u er in werkelijkheid uit te zien? (cognitieve respons) n hoe breed voelt u dat ge er uitziet? (affectieve respons) n hoe breed wenst u er uit te zien? (optatieve respons)

264 betrouwbaar en valied de videovervormingsmethode is n betrouwbaar en n valied

265 de lichaamsattitudevragenlijst n 20 items gescoord op een 5-punt schaal: n altijd n meestal n dikwijls n soms n zelden n nooit

266 items n wanneer ik mezelf vergelijk met leeftijdsgenoten voel ik me ontevreden over mijn lichaam n mijn lichaam lijkt me een gevoelloos voorwerp n mijn heupen lijken mij te breed n ik voel me thuis in mijn eigen lichaam

267 n ik verlang er sterk naar om slanker te zijn n mijn borstomvang vind ik te groot n ik heb neiging mijn lichaam te verbergen (bv. door losse kledij) n wanneer ik mezelf in de spiegel bekijk voel ik me ontevreden over mijn lichaam n ik kan me gemakkelijk lichamelijk ontspannen n ik vind mezelf te dik

268 n ik voel mijn lichaam als een last die ik moet meedragen n mijn lichaam lijkt het mijne niet te zijn n bepaalde delen van mijn lichaam lijken opgezwollen n mijn lichaam is voor mij een bedreiging n mijn uiterlijk is erg belangrijk voor mij

269 n mijn buik ziet eruit alsof ik zwanger ben n in mijn lichaam voel ik een gejaagdheid n ik ben jaloers op anderen omwille van hun figuur n er gebeuren dingen in mijn lichaam die mij beangstigen n ik observeer mijn uiterlijk in de spiegel

270 factoranalyse op 441 patienten: 4 factoren n negatieve waardering van de lichaamsomvang n gebrek aan vertrouwdheid met het eigen lichaam n algemene ontevredenheid over het lichaam n restfactor

271 psychometrische kenmerken n betrouwbaar n valied n gemakkelijk toepasbaar n cutt-off score: 36

272 resultaten van studies betreffende de lichaamsbeleving van 450 patiënten met eetstoornissen n de lichaamsbeleving van patiënten met eetstoornissen is meer negatief gekleurd dan deze van een controlegroep (proefpersonen zonder eetstoornissen) n er is geen verschil in lichaamsperceptie (videovervorming) (in tegenstelling met de algemeen geldende mening)

273 resultaten na het volgen van een specifieke behandeling n de negatieve lichaamsbeleving wordt in positieve zin gewijzigd n de veranderingen zijn op beide componenten (perceptueel en affectief) waarneembaar n en zijn duurzaam op korte en middellange termijn

274 lichaamssamenstelling n om het eventueel verband tussen de negatieve lichaamsbeleving en fysiologische parameters niet over het hoofd te zien

275 lichaamssamenstelling van 200 AN patiënten n gemeten met densitometrie en huidplooimeting n percentage lichaamsvet: 13,5% n leeftijd en ziekteduur staan niet in verband tot het percentage lichaamsvet n er is een verschil tussen AN restricters (12.9%) en bingers/purgers (14,7%)

276 uitslagen van densitometrie voor- en na het volgen van een therapieprogramma n bij 37 patiënten score voor % vet voor en na het programma n voor: 11,44 % n na : 22,42 %

277 effect van therapie op de lichaamssamenstelling n na het volgen van een specifieke therapie is er een duidelijke toename van het percentage lichaamsvet

278 PMT bij anorexia nervosa patiënten n een meer realistische lichaamsbeleving nastreven n alsook een meer positieve lichaamsattitude door middel van n videoconfrontatie en videovervorming n en “ lichaamsgenot- stimulerende”oefeningen zoals massage en relaxatie

279 PMT bij bulimia nervosa patiënten n ook hier dient de gestoorde lichaamsbeleving gecorrigeerd te worden n sport-en conditieoefeningen zullen de eventuele zwaarlijvigheid kunnen tegengaan

280 videofilm PMT bij anorexia nervosapatiënten n eerste prijs op het internationaal symposium Adapted Physical Activity in Berlijn 1989 n geeft een duidelijk beeld hoe in het universitair Centrum St. Jozef Kortenberg de PMT bij deze patiëntengroep wordt uitgewerkt

281 de rollen worden door studenten PMT gespeeld n met uitzondering van de “echte” patiënte die onherkenbaar gemaakt werd n een overzicht wordt gegeven van de observatie-en evaluatie-methoden: (videoconfrontatie,videovervorming, lichaamsattitiudevragenlijst, lichaamssamenstelling)

282 hoe zou PMT bij slaap en waakstoornissen nuttig kunnen zijn?

283 PMT bij slaap- en waakstoornissen n vermoeidheid, opgewekt door spel-en sportsituaties is doorgaans slaapbevorderend n relaxatiemethodes zijn steeds aangewezen bij slapeloosheid

284 stoornissen in de impulscontrole n drang tot krabben n automutilatie

285 doelstelling van PMT n ook hierbij zal PMT een positieve instelling tov het lichaam pogen te bekomen n bv door het zich lichamelijk laten uitleven als uitlaatklep voor de agressie n ook hier zijn relaxatieoefeningen aangewezen ter bevordering van een meer positieve lichaamsbeleving en ontspanning

286 hoe kan PMT hierbij gunstig zijn ?

287 Psychomotorische therapie op basis van geïndividualiseerd psychomotorisch onderzoek

288 De Leuvense Observatieschalen voor gebruik in de psychomotorische therapie (LOVIPT)

289 1. de gevoelsmatige relaties n definitie: de mate waarin de patiënt in overeenstemming met de aard van de situatie tot kontakten komt die gevoelsgeladen zijn n dit wil zeggen kontakten waarin een zekere graad van gevoelsmatig beleefde verbondenheid is met de medepatiënten en de observator

290 de gevoelsmatige relaties n +3 de patiënt vertoont in sterke mate overgevoelige relaties n +2 de patiënt vertoont overgevoelsmatige relaties n +1 de patiënt vertoont in lichte mate overgevoelsmatige relaties n 0 de patiënt vertoont aangepaste gevoelsmatige relaties n -1 de patiënt vertoont in lichte mate ondergevoelsmatige relaties n -2 de patiënt vertoont ondergevoelsmatige relaties n -3 de patiënt vertoont in sterke mate ondergevoelsmatige relaties

291 lovipt A ondergevoelsmatige relaties (-2) komen tot uiting in een kontaktname die: n geremd n afstandelijk n te formeel n apathisch of n ontoegankelijk is

292 lovipt S ondergevoelsmatige relaties (-2) n patiënt reageert niet en vertoont geen belangstelling voor kontakt als hij door anderen benaderd wordt n patiënt neemt geen kontakt met medepatiënten of met observator, of slechts op gebrekkige wijze n hij plaatst zich afzonderlijk

293 lovipt A overgevoelsmatige relaties (+2) komen tot uiting in een kontaktname die n kunstmatig n vleierig n te familiair n opdringerig n aanklampend of n kleverig is

294 lovipt S overgevoelsmatige relaties (-2) n hij is op een overdreven wijze bekommerd om de andere patiënten n hij bemoeit zich met alles en iedereen n hij kleeft als het ware aan de anderen of de observator

295 2. de zelfzekerheid n definitie: de mate waarin de patiënt, zonder zich te onderschatten en op een niet angstige wijze, onafhankelijk van de anderen beweegt

296 schaal voor zelfzekerheid n +3 de patiënt overschat zich in sterke mate n +2 de patiënt overschat zich n +1 de patiënt overschat zich in lichte mate n 0 de patiënt is zelfverzekerd n -1 de patiënt is in lichte mate niet zelfverzekerd n -2 de patiënt is niet zelfverzekerd n -1 de patiënt is in sterke mate niet zelfverzekerd

297 lovipt A een tekort aan zelfzekerheid (-2) een tekort aan zelfzekerheid kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n weinig ondernemend n niet zelfstandig n aarzelend n twijfelend n te bescheiden n weinig assertief of n steunzoekend is

298 lovipt S tekort aan zelfzekerheid (-2) n patiënt neemt nooit initiatieven en volgt slaafs de anderen na n hij vraagt steeds om goedkeuring n hij ontwijkt ieder duel

299 lovipt S zich overschatten (+2) n patiënt denkt alles aan te kunnen maar mislukt vaak n patiënt dringt zich op als de centrale figuur zonder dat aan te kunnen n hij spreekt onterecht minachtend over de prestaties van anderen

300 3. het actief zijn n definitie: de mate waarin de patiënt met inzet aan de bewegingssituaties participeert

301 schaal het actief zijn n +3 de patiënt is in sterke mate hyperactief n +2 de patiënt is hyperactief n +1 de patiënt is in lichte mate actief n 0 de patiënt is actief n -1 de patiênt is in lichte mate passief n -2 de patiënt is passief n -3 de patiënt is in sterke mate passief

302 lovipt A het passief zijn (-2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat : n ongeïnteresseerd n weinig dynamisch n lui n vertraagd of n futloos is

303 lovipt S het passief zijn (-2) n patiënt neemt slechts sporadisch aan de activiteiten deel n patiënt verplaatst zich weinig tijdens de bewegingssituaties n hij heeft steeds aanmoediging nodig

304 lovipt A het hyperactief zijn (+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n overdreven intens is

305 lovipt S het hyperactief zijn (+2) n de bewegingsintensiteit is te hoog in functie van de situatie n patiënt is al bezig vooraleer de bewegingssituatie uitgelegd is n hij kan moeilijk stilzitten bij de nabespreking

306 4. het ontspannen zijn n definitie: de mate waarin de patiënt zonder overdreven spierspanningen en op een niet zenuwachtige wijze de situatie uitvoert en /of bekijkt

307 schaal van het ontspannen zijn n +3 de patiënt is in sterke mate gespannen n +2 de patiënt is gespannen n +1 de patiënt is in lichte mate gespannen n 0 de patiënt is ontspannen n -1 de patiënt is in lichte mate overdreven ontspannen n -2 de patiënt is overdreven ontspannen n -3 de patiënt is in sterke mate overdreven ontspannen

308 lovipt A het gespannen zijn (+2) het overdreven gespannen zijn kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n houterig n niet soepel n nerveus of n verkrampt is

309 lovipt S het gespannen zijn (+2) kan tot uiting komen in de volgende gedragsomschrijvingen: n de lichaamshouding is krampachtig n hij beweegt niet vloeiend, eerder hoekig n de bewegingen verlopen met een klein amplitudo

310 lovipt A het overdreven ontspannen zijn(-2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n atonisch n slap is

311 lovipt S het overdreven ontspannen zijn(-2) kan in de volgende gedragsomschrijvingen tot uiting komen: n patiënt vertoont verminderde spierspanning: de schouders hangen naar beneden, het hoofd naar voor, de rug is gebogen en ook de benen zijn lichtjes gebogen n de armen zwaaien ver mee n patiënt schuift eerder met de voeten dan te stappen

312 5. het beheerst bewegen n definitie: de mate waarin de patiënt controle heeft over zijn lichaam, rustig beweegt en de inspanningen kan doseren

313 schaal het beheerst bewegen n +3 de patiënt beweegt in sterke mate overbeheerst n +2 de patiënt beweegt overbeheerst n +1 de patiënt beweegt in lichte mate overbeheerst n 0 de patiënt beweegt beheerst n -1 de patiënt beweegt in lichte mate onbeheerst n -2 de patiënt beweegt onbeheerst n -3 de patiënt beweegt in sterke mate onbeheerst

314 lovipt A het onbeheerst bewegen (- 2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n ontremd n roekeloos n ondoordacht n onrustig is

315 lovipt S het onbeheerst bewegen (-2) de patiënt n beweegt te geweldig waardoor hij tegen alles en iedereen aanloopt n beweegt nu eens erg veel, dan weer is hij buiten adem en blijft een tijd staan n de opgelegde bewegingen worden op een slordige en niet afgewerkte wijze uitgevoerd

316 lovipt A het overbeheerst bewegen (+2) n kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat te bedachtzaam is

317 lovipt S overbeheerst bewegen (+2) n de patiënt beweegt te afgemeten, maakt geen enkele bweging te veel n hij beweegt op een overgecontroleerde wijze waardoor de bewegingen op een overdreven punctuele wijze afgewerkt worden n patiënt beweegt dwangmatig beheerst waardoor hij te veel tijd nodig heeft om een activiteit te starten

318 6. het gericht zijn op de situatie n definitie: de mate waarin de patiënt zich rekenschap geeft van de situatie, er op ingesteld is en dit volhoudt

319 schaal het gericht zijn op de situatie n +3 de patiënt is in sterke mate gericht op de situatie n +2 de patiënt is overgericht op de situatie n +1 de patiënt is in lichte mate overgericht op de situatie n 0 de patiënt is aangepast gericht op de situatie n -1 de patiënt is in lichte mate niet gericht op de situatie n -2 de patiënt is niet gericht op de situatie n -3 de patiënte is in sterke mate niet gericht op de situatie

320 lovipt A niet gericht zijn op de situatie (-2) dit kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n ongeconcentreerd n onoplettend n ongeïnteresseerd n niet gemotiveerd n en niet volhardend is

321 lovipt S het niet gericht zijn op de situatie (-2) kan tot uiting komen in de volgende gedragsomschrijvingen: n de patiënt volgt de bewegingssituatie niet, hij lijkt voortdurend in gedachten verzonken n hij kan de bewegingsactiviteit niet tot het einde volhouden n patiënt is vlug afgeleid door zaken die niets met de bewegingssituatie te maken hebben, en of praat met de medepatiënten tijdens de bewegingssituatie of tijdens de uitleg ervan

322 lovipt A het overgericht zijn op de situatie (+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n te geconcentreerd n te betrokken op de situatie is

323 lovipt S het overgericht zijn op de situatie (+2) n de patiënt gaat op een overdreven wijze in de situatie op zodat hij al de rest vergeet n hij voert de bewegingsactiviteit overdreven ernstig uit alsof zijn leven ervan afhangt n hij wil op een overdreven geperfectioneerde wijze de situatie uitvoeren

324 7. de expressiviteit in het bewegen n definitie: de mate waarin de patiënt in zijn bewegen, houding en mimiek al of niet iets uitdrukt

325 schaal van de expressiviteit in het bewegen n +3 de patiënt is in sterke mate overexpressief n +2 de patiënt is overexpressief n +1 de patiënt is in lichte mate overexpressief n 0 de patiënt is expressief n -1 de patiënt is in lichte mate onderexpressief n -2 de patiënt is onderexpressief n -3 de patiënt is in sterke mate onderexpressief

326 lovipt A het onderexpressief zijn (-2) kan tot uiting komen in een vlakke mimiek

327 lovipt S het onderexpressief zijn (-2) n de patiënt heeft een vlakke gelaatsuitdrukking n de patiënt heeft een lichaamshouding die zo weinig verandert dat we de indruk van een standbeeld krijgen

328 lovipt A het overexpressief zijn(+2) kan tot uiting komen in een bewegingsgedrag dat: n theatraal n onecht n gemaakt n of euforisch is

329 lovipt S het overexpressief zijn (+2) n de patiënt heeft een gelaatsuitdrukking die extreem overkomt n hij weent of lacht te pas en te onpas n hij maakt opeen overdreven wijze gebruik van bewegingen om iets uit te drukken n hij overdrijft in zijn bewegingsuitdrukking

330 8. de verbale communicatie n definitie: de mate waarin de patiënt op een zinvolle manier tot verbale contacten kan komen met anderen n het zinvolle omvat namelijk :het voldoende luid spreken en het oogcontact hebben

331 schaal verbale communicatie n +3 is in sterke mate overcommunicatief n +2 is verbaal overcommunicatief n +1 is in lichte mate overcommunicatief n 0 communiceert verbaal aangepast n -1 is in lichte mate verbaal subcommunicatief n -2 is verbaal subcommunicatief n -3 is in sterke mate subcommunicatief

332 lovipt A verbaal subcommunicatief (-2) kan tot uiting komen in n zwijgzaamheid n moeizaam spreken n onhoorbaar spreken n mutisme

333 lovipt S verbaal subcommunicatief (-2) n komt er niet toe zich verbaal uit te drukken n antwoordt bij aanspreking enkel op zeer bondige wijze n praat erg stil, nauwelijks hoorbaar

334 lovipt A verbaal overcommunicatief (+2) kan tot uiting komen in : n een overdreven spraakzaamheid n woordenvloed n versneld spreken n breedsprakerigheid

335 lovipt S verbaal overcommunicatief (+2) n de patiënt praat voortdurend n kan niet zwijgen, onderbreekt de anderen en antwoordt steeds in plaats van de anderen n praat overdreven snel en luid

336 9. het regulatievermogen n definitie: de mate waarin de patiënt er al dan niet op ingesteld is zich aan bepaalde afspraken, gedragsregels en spelregels te houden

337 schaal :het regulatievermogen n +3 heeft een sterk dwangmatig regulatievermogen n +2 heeft een dwangmatig regulatievermogen n +1 heeft een licht dwangmatig regulatievermogen n 0 heeft een aangepast regulatievermogen n -1 heeft een licht gebrek aan regulatievermogen n -2 heeft een gebrek aan regulatievermogen n -3 heeft een sterk gebrek aan regulatievermogen

338 lovipt S gebrek aan regulatievermogen (-2) n hij overtreedt de regels van de beleefdheid; hij vloekt, slaat, trekt, schopt of duwt de anderen n hij heeft een grof taalgebruik n hij houdt zich niet aan afspraken, komt te laat, gaat te vroeg weg, houdt zich niet aan de spelregels n hij vecht alle beslissingen van de observator aan

339 lovipt S dwangmatig regulatievermogen (+2) n hij kijkt nauwgezet toe of anderen de afspraken respecteren n hij maakt bij de minste fout de anderen attent op overtredingen n hij verontschuldigt zich te pas en te onpas bij de geringste tekortkoming

340 algemene grondslagen van psychomotorische therapie bij intellectueel gehandicapten algemene grondslagen van psychomotorische therapie bij intellectueel gehandicapten n therapie of aangepaste bewegingsactiviteiten?

341 therapie n In de ruime betekenis van het woord is PMT : op systematische wijze gunstige bewegingssituaties creëren voor de intellectueel gehandicapte persoon betreffende: n zijn fysieke fitness en vaardigheden n zijn storende gedragingen n zijn “quality of life” (bewegingssituaties die hij graag doet)

342 aangrijpingsdomeinen n fysieke fitheid verbeteren: veel intellectueel gehandicapten hebben een “sedentaire” levensstijl en zijn obees n bewegingsvaardigheden aanleren en verbeteren die hen in staat stellen beter te functioneren (marcheren, lopen, springen, zwemmen, enz.)

343 psychosociale voordelen n via sport en bewegingssituaties de LOVIPT scores pogen te “normaliseren” n sport als vrije tijd (topsport “Special Olympics”)

344 onderzoeksgegevens n licht mentaal gehandicapte personen: hebben een motorische achterstand van 2 à 4 jaar n maar zijn in staat door middel van aangepaste instructie nieuwe vaardigheden aan te leren n sommigen kunnen zelfs op een uitstekend motorisch niveau gebracht worden

345 hierbij is een systematische aanpak wenselijk n wat kan een mentaal gehandicpate persoon op motorisch vlak al dan niet (check list) n waarvoor is hij al dan niet gemotiveerd n in welke mate is zijn cognitief en sociaal vermogen al of niet favoriserend daarvoor

346 de methodologische stappen n moeten rekening houden met dit motorisch-psycho-socio- cognitief aanvangsniveau dat “geoptimaliseerd” dient te worden n moeten succeservaring geven n mogen niet te snel gezet worden

347 systematiek=doelstellingen formuleren en pogen te realiseren n ook bij mentaal gehandicapte personen dienen dus motorische- en psycho-sociaal-cognitieve doelstellingen geformuleerd te worden op korte en lange termijn n de vreugdebeleving (quality of life) is echter primordiaal

348 matig mentaal gehandicapte personen (IQ: 30-50) n komen in aanmerking voor zeer eenvoudige bewegingssituaties waarbij ze een glimp van de beweging kunnen uitvoeren ( “a slice of the action”) n de motorisch- psych-socio- cognitieve doelstellingen zullen hierbij uiteraard beperkter zijn n ook hier dient het vreugdeelement te overheersen

349 filmische illustraties n “A real slice of the action” waarbij alle mogelijkheden van bewegingsactiviteiten bij mentaal gehandicapte personen worden getoond (cfr les van 20-11)

350 Film “The Merrymakers” n toont de ritmische en muzikale mogelijkheden van intellectueel gehandicapte personen n toont de mogelijkheden van dans en expressie om de “quality of life “ van deze personen te verbeteren n toont de uitstekende didactische -en therapeutische kwaliteiten van de danstherapeute

351 Special Olympics n Competitiesport voor intellectueel gehandicapten n Kennedy Foundation n wereldwijd verspreid n Groningen

352 Psychomotorische Revalidatie bij kinderen Psychomotorische Revalidatie bij kinderen n Dr. J. Simons

353 Uitgangspunten PMT bij kinderen n Eenheid tussen geest en lichaam n Zich situerend binnen de leer van het menselijk zich bewegen n Het belang van de sociale context

354 Eenheid geest-lichaam Motoriek Cognitie Emotie

355 Overzicht van het vakgebied Bewegings- ontwikkeling Bewegings- ontwikkelingsstoornissen Motorische diagnostiek Motorische opvoeding Motorische therapieën

356 Criteria voor high/low risk kind n Er is sprake van psychiatrische problematiek bij één van de ouders n De moeder scoort 6 of hoger op Rutters gespannenheid /malaise vragenlijst n Er vonden de afgelopen vier jaar 20 of meer stressvolle life events plaats n De moeder heeft de middelbare school niet afgemaakt n De kostwinnaar van het gezin is laag geschoold

357 Criteria vervolg n Er is geen vader in het gezin aanwezig n het gezin bestaat uit vier of meer kinderen n Het gezin behoort tot een etnische minderheid n De ouders hebben rigiede opvattingen over opvoeden n Slechte kwaliteit van de moeder-kind interactie gemeten volgens een standaard opvoedingstaak

358 Protectieve factoren n Het belang van een goede start (APGAR) n De cognitieve inschatting van de situatie n Invloed van de levensstandaard n De aanwezigheid van een belangrijke volwassene die voor het kind zorgt

359 Psychomotorische opvoeding Psychomotorische therapie

360 Diagnostiek n Gestandaardiseerde test –bv. Miller n Interpretatie M-1Sd-2Sd+2Sd+1Sd Pc2Pc16Pc84Pc98

361 Systematisch handelen Aanmelding Probleemstelling Diagnostisch onderzoek Voorlopige doelstellingen Teamoverleg

362 Systematisch handelen vervolg Teamoverleg Doelstellingen PMT Therapieplanning Individueel - groep Frequentie Middelen Houdig therapeut Evaluatiemiddelen Therapie uitvoering Evaluatie

363 Psychomotorische therapie n Functietraining –bv. schrijftraining n Cognitieve leerstrategieën –bv. Feuerstein, Haywood, Gagné, Greenberg n Psychotherapie –bv. Sherborne –bv. Gezinstherapie

364 Didactiek van het leren schrijven n Bewegingsleerprocessen (Pijning 1992) –Vaardigheden: modelschema –Cognitieve schema –Minder bewuste controle

365 n Schrijfhouding en schrijfbeweging –Analyse van de arm, pols en vingerbewegingen »inscriptie »polsbeweging »grote progressie »pengreep »schrijfhouding

366 n Lettervormen op basis van inzicht in de psychomotoriek –Halenstructuur »niet meer dan 5 halen »rechts hellend –Continuïteit »geen optilbewegingen »verbonden schrift

367 Schrijfproblemen n Basisbegrippen van het schrijven en de schrijfstijl n Perceptueel-motorische stoornissen n Emotionele stoornissen

368 Perceptueel-motorische stoornissen n Motorische aspecten n Stoornissen in dominantie en lateralisatie n Stoornissen in ruimtelijke oriëntatie –lokalisatie –objectpositie –verhoudingsbewustzijn –vormbewustzijn –figuur-achtergrond onderscheid n Ruimtelijk oriëntatie en visuele ontwikkeling

369 Specifieke aspecten van de kinesitherapie in de psychiatrie Marlène Van SYNGHEL

370 n revalidatie bij “onechte” lichamelijke klachten n “Hysterie” n geen effect met traditionele kiné-aanpak n psychosomatische revalidatie lichamelijke klacht onderliggende psychische problematiek

371 “Het oog is niet te genezen zonder het hoofd, het hoofd niet zonder het lichaam en het lichaam niet zonder de geest.” (Socrates, 470 VC)

372 n I. Etymologie van het begrip “Hysterie” n II. Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen n III. Differentiële diagnose : bewuste / onbewuste symptoomproductie n IV. Differentiële diagnose : echte / onechte lichamelijke aandoeningen n V. Revalidatie van conversie stoornis Indeling

373 I. Etymologie van de begrippen Hysterie / Conversie u “Hysterie” afgeleid van Hustera (Grieks = baarmoeder) u Freud : “Conversie” - psychogenetische verklaring u DSM III (1980) : “Hysterie” wordt geschrapt uit classificatiesysteem van de psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen. u DSM IV (1994) : nieuw classificatiesysteem

374 II. Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen

375 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

376 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

377 Psychofysiologische aandoeningen u Aantoonbare pathologie vb. spanningshoofdpijn, hyperventilatie u tgv psychische factoren : angst, werkdruk, woede... u Dwangmatige persoonlijkheden

378 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

379 Somatisatie u Allerlei onverklaarbare klachten u tgv psychische factoren u Niet bewust uitgelokt u Dramatische presentatie van de klachten u Begin < 30 jaar u Chronische evolutie u Familiaal voorkomen u Vrouw > Man u Medicatiemisbruik u Theatrale, afhankelijke persoonlijkheden Ai Oei

380 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

381 Hypochondrie u Angst voor het lijden aan een ernstige ziekte u Continue preoccupatie met het lichaam u Verkeerde interpretatie van toevallige lichamelijke sensaties : bv. hartfobie u Bij depressieve personen en bejaarden mijn

382 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

383 Pijnstoornis u Onverklaarbare pijn u tgv psychische factoren u Niet bewust uitgelokt u Acute pijn : eerder bij angststoornis Chronische pijn : eerder bij depressie

384 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

385 Conversie u Pseudoneurologische stoornis u Niet onder controle u tgv. psychische factoren u Symbolische expressie van een onbewust psychisch conflict u - Dramatische presentatie van de klachten - “La belle indifference” u Modellering (klacht naar voorbeeld) u Hoge suggestibiliteit u Eerder bij vrouwen

386 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

387 Simulatie u Bewust uitgelokt symptoom u Organische verklaring ? u Externe voordelen cfr.- Invaliditeitsuitkering - werkonbekwaamheid u Antisociale persoonlijkheid

388 Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen Overzicht : psychisch beïnvloede lichamelijke aandoeningen + organische verklaring psychofysiologischeaandoeningen BEWUST nagebootste stoornis organische verklaring ? simulatie ONBEWUST Somatoformeaandoeningen somatisatie hypochondrie pijnstoornis conversie

389 Nagebootste stoornis u Bewust uitgelokt symptoom u Organische verklaring ? u Niet nastreven van externe voordelen u Behoefte aan “ziekterol” tgv intrapsychisch conflict u Traumatische voorgeschiedenis u - Atypische vorm : tijdelijk - Syndroom van Münchausen : chronisch

390 III. Differentiële diagnose Onbewuste symptoomproductie Bewuste symptoomproductie u Overtuigd van ziekte u Probeert anderen te overtuigen u Anamnese betrouwbaar betrouwbaarspontaan u Anamnese onbetrouwbaar onbetrouwbaarcontrolerend

391 Onbewuste symptoomproductie Bewuste symptoomproductie u K.O. Onderdanig Onderdanig afleiding mogelijk afleiding mogelijk suggestibel suggestibel u K.O. Argwanend Argwanend zeer alert zeer alert niet suggestibel niet suggestibel u Behandeling therapietrouw therapietrouw “model-patiënt” “model-patiënt” u Behandeling therapie-ontrouw therapie-ontrouw “machtsstrijd” met therapeut “machtsstrijd” met therapeut

392 ...”het is in en om de ogen dat wij het duidelijkst de natuurlijke taal van de achterbaksheid, de slimheid en handigheid en de vonken van het bedrog kunnen onderscheiden. De bewuste simulant is niet op zijn gemak, zijn onrust verraadt zich door het rusteloos rondspieden van de ogen, hun zijwaarts loerende blik door neergelaten of halfgesloten oogleden”. (Bassett )

393 IV. Differentiële diagnose : echte / onechte lichamelijke aandoeningen

394 V. Revalidatie van conversiestoornis V. Revalidatie van conversiestoornis

395


Download ppt "Ziekteleer en Psychomotorische Revalidatie bij Patiënten met Psychopathologische aandoeningen Prof. J. Peuskens Prof. H. Van Coppenolle."

Verwante presentaties


Ads door Google